Handelingen

Amstelveen, Van der Veerelaan 30a - Kruiskerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Kruiskerk
Genootschap: PKN Ned. Hervormd
Provincie: Noord-Holland
Gemeente: Amstelveen
Plaats: Amstelveen
Adres: Van der Veerelaan 30a
Postcode: 1181RB
Inventarisatienummer: 04680
Jaar ingebruikname: 1951
Architect: Duintjer, M.F.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
530844

Geschiedenis

Architectonisch en qua aankleding uiterst belangrijke moderne kerk.

Gebouwd als Ned. Hervormde Kerk. Later SOW (en weer later PKN), sinds 1998, toen de Geref. Pauluskerk zich bij deze kerkgemeente voegde. In juni 2010 samengevoegd met de protestantse gemeente van de Bankraskerk. Ook in gebruik als Indonesische Chr. Kerk. Gerestaureerd begin jaren 2000.

Doorsnede Bron: Hervormde kerkbouw na 1945, uitgeverij Boekencentrum 's Gravenhage
Plattegrond Bron: Hervormde kerkbouw na 1945, uitgeverij Boekencentrum 's Gravenhage

Monumentomschrijving Rijksdienst

De NH KRUISKERK met BIJGEBOUWTJES en VOORPLEIN uit 1949-1950 is de eerste van zes naoorlogse Nederlands Hervormde kerken van de bekende architect en latere hoogleraar bouwkunde ir. Marius Duintjer. Algemeen zocht Duintjer in zijn ontwerpen naar een middenweg tussen modernisme en traditionalisme (shake-hands). De kerkontwerpen van Duintjer weerspiegelen de zich wijzigende opvattingen over de rol van de (Nederlandse Hervormde) kerk in de samenleving. De eerste twee kerken van Duintjer, de Kruiskerk in Amstelveen en de Opstandingskerk (Kolenkit) in Amsterdam Bos en Lommer, hebben nog een traditionele opzet en worden de 'kathedraalkerken' genoemd: deze kerken waren nog overwegend bedoeld voor de eredienst. Na de Tweede Wereldoorlog gingen kerken echter steeds nadrukkelijker ook een sociaal-maatschappelijke functie vervullen. Dit wordt weerspiegeld door de vier als bungalowkerken bekend staande kerken van Duintjer, waaronder de Thomaskerk in Zeist: door de uitbreiding van functies veranderde ook de vormgeving. De traditionele typologie van een kerk met toren(s) en schip wordt steeds meer verlaten. De Kruiskerk werd gebouwd in 1949-1950. In een artikel in het Bouwkundig Weekblad van 1951 meldt architect Duintjer zeer content te zijn over de samenwerking met de dienst van Openbare Werken en de bouwcommissie. Hij liet zich voor de liturgische grondslag van het gebouw leiden door bouwpastor ds. A.P. Mijnarends van de Hervormde gemeente. De Kruiskerk maakt nog traditioneel gebruik van torens en een schip, maar in een zeer onconventioneel ontwerp dat beantwoordde aan de protestantse liturgische vernieuwing. De kerk werd destijds beleefd als een bevrijding uit een bouwtraditie die de katholieke kerkopzet nooit volledig was ontgroeid, als een waarlijk protestantse kerk, die daarnaast getuigt van voorreformatorische wortels. De kerk kreeg stedenbouwkundig een bewust prominente plek door de centrale ligging van het westfront aan het einde van een zichtas met waterpartij en was vrij gelegen in het (reeds bestaande) openbare wandel- en speelpark. Voor Duintjer was het betekenisvol dat er geen erfafscheiding kwam tussen de eigendommen van kerk en burgerlijke gemeente. Kerk en samenleving vloeiden daardoor letterlijk in elkaar over. Na de bouw van de Kruiskerk heeft de Directeur van Plantsoenen, C. Broerse, de plantsoenaanleg rondom de kerk herzien. Daarvan is de padenstructuur bewaard gebleven, de groenaanleg is gewijzigd. De vrije en prominente ligging van de kerk is behouden gebleven.
Opvallend aan de Kruiskerk is het contrast tussen de zeer eenvoudige bijgebouwtjes (voormalige diakenkamer en catechisatielokaal) ter weerzijden van het voorplein en het rijzige torenfront daarachter de uitzonderlijk vormgegeven kerkzaal met zigzaggende gevels, waar door 'duizend ramen' het licht naar binnen valt. In het interieur, dat als een totaalontwerp tot stand kwam, probeerden Duintjer en Mijnarends, door de bewuste samenvoeging van de avondmaalstafel, doopvont en kansel op een verhoogd gedeelte in het liturgisch centrum van de kerk, een nieuw evenwicht tussen Woord en liturgie te creëren, de discussie in de kerk van die tijd weerspiegelend. Nieuw was ook het in het zicht gelaten staalskelet. Op de pijlers en het balkon werden symbolen en voorstellingen van Jezus en van de apostelen aangebracht. Deze figuratieve schilderingen, het kruis op de voorgevel en de knielbanken (later verwijderd) waren voor een protestantse kerk uitzonderlijk, maar hangen samen met het vernieuwende ontwerp: het was niet langer de soberheid waaruit het verschil met een katholieke kerk bleek, maar het gebouw zelf. De Kruiskerk kreeg veel binnen- en buitenlandse aandacht, hoewel de kritieken niet altijd positief waren. De kerk werd inspiratiebron voor de nieuwe kathedraal van Coventry die naast de oorlogsruïne verrees. Duintjer ontwikkelde zich tot een belangrijk architect van ondermeer kerken, bedrijfsgebouwen en ziekenhuizen.

Omschrijving

De NH KRUISKERK met BIJGEBOUWTJES en VOORPLEIN uit 1949-1950 is gebouwd naar ontwerp van ir. M. Duintjer. De kerk met interieur vormt een totaalontwerp met medewerking van specialisten op het gebied van liturgie, akoestiek, staalconstructie, verwarming en beeldende kunst. De kerk bestaat uit een aantal bouwdelen: de bijgebouwtjes aan het voorplein, het torenfront met twee torens en portaal en daarachter de eenbeukige kerkzaal. De kerk heeft een staalskelet en rode bakstenen muren en is gemetseld in Vlaams verband. De daken zijn gedekt met grijze verbeterde Hollandse pannen, waarbij zowel aan de kerk als bij de bijgebouwtjes opvallende aandacht is besteed aan de vormgeving van de zinken goten en vergaarbakken.
De BIJGEBOUWTJES bestaan uit twee rechthoekige bouwwerken ter weerszijden van het voorplein, onder een schilddak en elk voorzien van een prominente schoorsteenpartij ter beëindiging van de blinde westgevel. De gevels ter weerszijden van het voorplein bestaan uit samengestelde vensters en een deur met trapje. Het zuidelijke bijgebouwtje heeft een betonnen gevelsteen met de tekst: 'KRUISKERK /gebouwd in de jaren 1949 en 1950'. Via een schuine gang zijn de bijgebouwtjes verbonden met het kerkportaal onder de klokkentorens. In 2003 zijn de bijgebouwtjes aan de achterzijde uitgebreid. Het aanzicht van de westgevel en de hoofdvorm zijn daarbij behouden.
Het VOORPLEIN heeft de oorspronkelijke rode en grijze grindtegels in blokpatroon behouden (tegenwoordig hellend gelegd, in plaats van met twee treden naar de kerk); de bloembakken zijn een latere toevoeging. De eigenlijke KRUISKERK bestaat uit een torenfront met daarachter een kerkzaal. Het rijzige, gesloten torenfront eindigt in twee driehoekige torens met opvallende, puntige daken en houten met lood beklede pinakelachtige beëindigingen, die de kerk een symbolisch "onaf" voorkomen geven. Tussen de torens is de kerkklok opgehangen. Tegen de gevel is een eenvoudig bronzen kruis aangebracht, waaraan de kerk haar naam dankt. Op de begane grond geeft een drietal zware eikenhouten deuren toegang tot de kerk. Boven de deuren is een betonnen latei met de tekst '+ CHRISTUS IS DE HEER +' aangebracht. In het interieur van het torenfront bevindt zich onder de torens een langwerpig portaal met driehoekige uiteinden. Tegenover de drie buitendeuren geven drie stalen glasdeuren toegang tot de kerkzaal. De houten deurkrukken met korenaarmotief zijn een ontwerp van de kunstenaar B. Guntenaar (naar een idee van Duintjer).
De kerkzaal is opgebouwd rondom een staalskelet met stervormig uiteinde voor het liturgisch centrum aan de oostzijde. Het exterieur wordt gekenmerkt door bakstenen uitbouwen die driehoekig en afgeschuind van vorm zijn, waardoor een zigzaggende plattegrond ontstaat. In de uitbouwen bevinden zich vele tientallen ramen, die het interieur voorzien van een bijzondere lichtinval met een rijke licht- en schaduwwerking. De kerk dankt hieraan de bijnaam 'kerk met de duizend ramen'. Opvallend zijn de vergaarbakken van de hemelwaterafvoeren, die eveneens driehoekig en afgeschuind van vorm zijn. De kerkzaal heeft een steil pannen zadeldak, dat alleen van een grotere afstand goed zichtbaar is. Het INTERIEUR hoort bij het totaalontwerp van de kerk. De eenbeukige kerkzaal is symmetrisch ingedeeld. Aan de westzijde bevindt zich een stalen balkon waarop het orgel staat, bereikbaar via trappen aan de noord- en zuidzijde. Via een middenpad met aan weerszijden de oorspronkelijke kerkbanken, loopt de vloer iets af tot aan een trap met bordes als liturgisch centrum. Daarop staan een kansel, een permanente avondmaalstafel en doopvont van basaltlava uit de bouwtijd, elk versierd met een beeldhouwwerk van Ben Guntenaar (duif als symbool van de Heilige Geest en Jona in de Walvis). De kansel heeft een zeer groot klankbord, dat ook de avondmaalstafel overhuift. De kolommen van het staalskelet en het balkon zijn voorzien van figuratieve schilderingen uit de bouwtijd, door schilder-glazenier Jan Ooms, voorstellende de ten hemel rijzende Christus in het oosten boven de preekstoel, en de apostelen. De apostelen zijn hier letterlijk de 'pilaren der kerk'. De kap is afgetimmerd met Niangonhout, waarbij de aansluiting tussen kap en staalskelet is afgetimmerd met een rand van bruine en crèmekleurige biezen. Het plafond lijkt hierdoor te zweven. Het portaal en de kerkzaal hebben nog de oorspronkelijke rode plavuizenvloer. Alle houten meubilair en de orgelkast zijn vervaardigd van mahoniehout door de fima Weyers uit Amsterdam.

Waardering

De NH KRUISKERK met BIJGEBOUWTJES en VOORPLEIN te Amstelveen uit 1949-1950 naar ontwerp van ir. M. F. Duintjer is van algemeen belang als essentieel toonbeeld van vroege Wederopbouw, uit oogpunt van architectuurhistorie, cultuurhistorie en stedenbouwkunde:

  • als eerste van de zes kerkontwerpen voor Nederlandse Hervormde kerken waarmee architect ir. Marius Duintjer vanwege de uitzonderlijke vormgeving in binnen- en buitenland bekendheid verkreeg;
  • vanwege de gaaf bewaarde hoofdvorm, gevelindeling en detaillering, met name het rijzige, gesloten torenfront en de uitzonderlijk vormgegeven kerkzaal die door middel van de zigzaggende uitbouwen met vele kleine vensters het interieur van een zeer bijzondere lichtinval voorziet;
  • als voorbeeld van een kerkinterieur waarin de nieuwe liturgische opvattingen binnen de Nederlandse Hervormde Kerk gestalte kregen, met nog aanwezig het oorspronkelijke, speciaal voor deze kerk ontworpen meubilair zoals de avondmaalstafel, doopvont, kansel, orgelkast en zitbanken;
  • vanwege de uit de bouwtijd daterende beschilderde staalconstructie ('apostelpilaren') van J. Ooms en de door B. Guntenaar ontworpen kunstwerken;
  • vanwege de markante ligging aan het einde van de zichtas met waterpartij en de vrije ligging in het openbare groen waarbij bewust geen erfafscheiding tussen kerk en plantsoen is gecreëerd: kerkelijke en burgerlijke gemeente vloeien letterlijk in elkaar over, passend bij de destijds vernieuwende opvattingen over de rol van de kerk in de samenleving.

Materialen en kleuren

Bron: Hervormde kerkbouw na 1945, uitgeverij Boekencentrum 's Gravenhage

  • Vloer: plavuizen
  • Wanden: schuurwerk
  • Staanders en balkon: grijsblauw
  • Kap en plafond: eiken stroken gebeitst
  • Banken: mahonie knielbanken
  • Kansel en tafel: mahonie: duif op de kansel van Ben Guntenaar
  • Doopvont: basalt-lava met bronzen deksel; greep (Jona) van Ben Guntenaar
  • Aantal plaatsen: 616 + 194 stoelen
  • Verwarming: centrale warmwaterverwarming
  • Verlichting: diepstralers
  • Bijzonderheden: voorstellingen der 11 apostelen op de kolommen, op het balkon Judas, Petrus, Philippus, door Jan Ooms. Korenaren als greep op de deur (Ben Guntenaar)

Orgels

Flentrop-orgel

Het hoofdorgel uit 1951 is een belangrijk instrument in het oeuvre van de orgelmaker D.A. Flentrop (Zaandam). In 1991 plaats de firma Hendriksen & Reitsma (Nunspeet) een Terts 1 3/5' op de sleep van de Spitsquint 2 2/3'. In 1995 reinigt Flentrop Orgelbouw het in intoneert het opnieuw. Door deze laatste ingreep is de importantie van dit instrument in een ander licht komen te staan; het voor D.A. Flentrop kenmerkende klankbeeld is immers sindsdien niet meer ten volle herkenbaar. In 2007 vindt opnieuw een reiniging plaats door Flentrop Orgelbouw.

Dispositie:
  • Hoofdwerk (manuaal 1): Prestant 8' - Roerfluit 8' - Octaaf 4' - Sesquialter 2⅔' 1-2 sterk (bij halve registerstand: Spitsquint 2⅔', Tertskoor vanaf g0, 1991) - Nachthoorn 2' - Mixtuur 1⅓' 4-5 sterk - Trompet 8'.
  • Borstwerk, in zwelkast (manuaal 2): Holpijp 8' - Prestant 4' - Roerfluit 4' - Octaaf 2' - Quint 1⅓' - Scherp ⅔' 4-5 sterk - Regaal 8' - Tremulant.
  • Pedaal: Prestant 16' - Bourdon 16' (1962) - Octaaf 8' - Octaaf 4' - Mixtuur 2-4 sterk - Bazuin 16'.
  • Koppelingen: Hoofdwerk aan Pedaal - Manuaalkoppeling.
  • Zweltrede voor het Borstwerk.

Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: C-f3; pedaalomvang: C-f1.

Kleine orgel

Het kleine orgel is in 1961 gebouwd door R.C. Kloppenburg (Amstelveen).

Dispositie:
  • Manuaal: Holpijp 8' bas/discant - Prestant 4' bas/discant - Roerfluit 4' bas/discant - Octaaf 2' bas/discant - Terts 1 3/5' discant - Quint 1⅓' bas - Cymbel 2 sterk bas/discant.
  • Pedaal: aangehangen.

Mechanische sleeplade. Manuaalomvang: C-f3. Pedaalomvang: C-d1.

Kistorgel

Het kistorgel is in 2008 gebouwd door Henk Klop (Garderen).

Dispositie:
  • Manuaal: Holpijp 8' bas/discant - Fluit 4' bas/discant - Nasard 3' discant - Fluit 2' bas/discant.

Geen pedaal. Mechanische sleeplade. Omvang: C-f3. Transpositieklavier (a1 = 415 Hz, a1 = 440 Hz - a1 = 465 Hz.). Al het pijpwerk is uit hout vervaardigd.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur