Handelingen

Boekel, Kluisstraat 2 - Kapel Huize Padua

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object: Kapel Huize Padua
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Boekel
Plaats: Boekel
Adres: Kluisstraat 2
Postcode: 5427EM
ID nummer:
Jaar ingebruikname: 1897
Architect: Heykants, J.
Huidige bestemming: inbouw appartementen
Monument status: Rijksmonument 518253

Geschiedenis

Grote neogotische kapel met dakruiter. Verving oude kapel in psychiatrisch ziekenhuis Padua, buiten gebruik in 1878.

De neogotische kapel (1897, J.Heykants) van Huize Padua bij het psychiatrisch ziekenhuis is in de jaren 2010 verbouwd tot 13 koopappartementen.

Monumentomschrijving Rijksdienst

De niet georiënteerde KAPEL werd in 1897 gebouwd in Neo-gotische stijl naar ontwerp van architect J. Heykants. De bijsacristie aan de oostzijde werd in 1923 verkleind, toen het administratiekantoor werd gebouwd en door middel van een gang verbonden met de kapel. Het interieur van de kapel is rond 1970 vereenvoudigd.

Omschrijving

De eenbeukige zaalkerk telt een schip van zeven traveeën en een lager koor van twee traveeën met driezijdige sluiting. Links en rechts van het koor zijn een rechthoekige sacristie en bijsacristie gebouwd. De gevels zijn opgetrokken uit machinale baksteen, de afzaten van de steunberen met versnijding en de cordonlijsten zijn van hardsteen. De spitsboogvensters hebben traceringen van kalksteen in de vorm van drie, vier- en vijfpassen. Aan oost- en westzijde is er een kleine uitbouw met spitsboognis en kruisbloem, waar zich oorspronkelijk de biechthokjes bevonden. Onder de gootlijst en in de topgevels zijn respectievelijk randen in reliëfmetselwerk en spitsboogfriezen gemetseld. Op het zadeldak van het schip en het schilddak van het koor liggen leien in rensdekking. Het dak is voorzien van kleine dakkapellen met schilddak en bolpiron. De lage vierkante toren is geïncorporeerd in het schip en heeft de vorm van een dakruiter. De toren bezit een uurwerk en heeft een opengewerkte klokkestoel. Op de achtzijdige spits een bewerkt kruis met weerhaan.

In de gevel aan de noordzijde bevindt zich de hoofdingang. Boven de vernieuwde vleugeldeuren bevindt zich een spitsbogig bovenlicht met rozet. Naast de deur en er boven zijn spitsboogramen met tracering. In de topgevel is een klein rondraam. Daar waar de oostgevel van de kapel en het administratiekantoor op elkaar aansluiten, is een zij-ingang via een betegelde hal.

Het interieur is gepleisterd en merendeels wit geschilderd. Inwendig wordt de ruimte verdeeld door kolonetten met bladkapiteel, overgaand in kruisribgewelven met bloemrozetten. De zangerstribune rust op twee zuilen van Naamse steen, voorzien van bladkapiteel. De ranke borstwering bestaat uit een serie spitsbogen. De eikenhouten kerkbanken zijn genummerd en hebben snijwerk in laagreliëf, met een voorstelling van rozen en wijnranken. In het koor bevinden zich drie figuratieve glas-in-loodramen. De middelste dateert vermoedelijk uit de bouwtijd. De andere twee hebben de inscriptie: "Geschonken door dr. A.D. van Zutphen 1937".

Waardering

De kapel is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een geestelijke ontwikkeling, namelijk de bloei van orden en congregaties en hun rol in de gezondheidszorg en charitas in het katholieke zuiden, met name de zorg voor zieken en zwakzinnigen door katholieke congregaties in de negentiende eeuw, het is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de neogotische gestichtskapel. Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een eenvoudige maar doelmatige neogotiek en is van belang als voorbeeld van het werk van de kloosterarchitect Heykants. Het heeft ensemblewaarden is sanemhang met de overige delen van het instituut. Het is relatief gaaf bewaard gebleven en als voorbeeld van een kapel bij een zwakzinnigeninrichting langzamerhand zeldzaam geworden.

Cultuur Historische Waardekaart

  • Klooster:
    • Bouwperiode: 1741-1742
    • Bouwstijl: Neo-Classicisme
    • Gevels en Materialen: Geblokt gepleisterd. Achtergevel handvorm baksteen.Halfronde ijzeren vensters met vorktracering.
    • Vensters en Deuren: Getoogde raamopeningen (vijfentwintigruits vensters.
    • Dak en Bedekking: Schilddak met oud Hollandse pannen.
    • Bijzonderheden: Het gebouw is in 1990 gerestaureerd.
  • Kapel:
    • Bouwperiode:1897
    • Bouwstijl: Neo-Gotiek
    • Architect: Heykants, J.
    • Gevels en Materialen: Machinale baksteen.
    • Vensters en Deuren: Lancetvensters met natuurstenen tracering.
    • Dak en Bedekking: Zadeldaken met leien in Maasdekking.
    • Bijgebouwen: Wit stenen Heilig Hartbeeld op hardstenen sokkel, waarop een drinkend hert staat afgebeeld.
    • Bijzonderheden: Eenbeukige zaalkerk met kleine torenspits en vijfzijdig gesloten koor, met zijkapel.

Heilig Hartbeeld

Het HEILIG HARTBEELD is tussen 1920-1925 gemaakt en geplaatst aan de westzijde van het schip van de kapel op het terrein van Huize Padua. Het beeld staat op een lage vierkante hardstenen sokkel. Aan de voorzijde bevindt zich een wit geschilderd reliëf, voorstellende het drinkend hert bij de waterbron. Het Christusbeeld is eveneens van wit geschilderde steen. Christus is afgebeeld met uitgespreide armen, terwijl zijn mantel in plooien omlaag hangt.

Op de borst is een reliëf van het Heilig Hart, door een doornenkrans omwonden, met kruis en van een stralenkrans voorzien. Het Heilig Hartbeeld staat in de as van het uitgebouwde voormalige biechthokje met nis, waardoor het beeld een architectonische omlijsting krijgt.

Waardering Heilig Hartbeeld

Het Heilig Hartbeeld is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociale en geestelijke ontwikkeling, in het bijzonder de bloei van orden en congregties en de rol die deze speelden in de katholieke charitas en zwakzinnigenzorg, het is tevens van belang voor de ontwikkeling van de katholieke devotiecultuur, het is van belang voor de typologische ontwikkeling van het H. Hartmonument.

Het heeft kunsthistorisch belang als voorbeeld van het werk van de kerkelijke kunstindustrie. Het heeft ensemblewaarden als onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch van belang, namelijk de psychiatrische inrichting Huize Padua. Het is gaaf bewaard gebleven.

Hoofdgebouw Huize Padua; Rijksmonument 518252

Inleiding.

Het ADMINISTRATIEKANTOOR en nieuwe BROEDERHUIS werd in 1923 gebouwd en heeft kenmerken van de Amsterdamse School. Rond 1985 werd het verbouwd. Het pand herbergt nu de civiele dienst en de centrale keuken.

Omschrijving.

Het tweelaagse onderkelderde gebouw heeft een L-vormige plattegrond en zadeldaken met schildeinden. Deze zijn belegd met gesmoorde verbeterde hollandse dakpannen. De gevels zijn opgetrokken uit machinale baksteen. De plint en de dorpels zijn uitgevoerd in graniet. De borstweringen hebben een geometrische reliëfindeling van siermetselwerk, onder de dakgoot is een fries van ruitvormig metselwerk. De witte bakgoot rust op afgeronde klosjes en is voorzien van een golfrand. De lange zijden van de gevels hebben de volgende vensterverdeling: aan weerskanten een groep van drie en in het midden van twee kruisvensters met kleine roedenverdeling. Het bovendeel is kleppend. Op de begane grond is er een twintigruits indeling, op de verdieping een zestienruits. Per groep vensters is er in het dak een vierruits dakkapel onder schilddak geplaatst. Op de uiteinden van de nok bevindt zich een vierkante ontluchtingskoker met een koperen helmdak. Op de kruising van de lange gevels springt de entree vooruit. Op de begane grond bevinden zich tienruits vensters, halve kruisvensters, en op de verdieping achtruits ramen. Via zes treden bereikt men de centrale hoofdingang met vleugeldeuren, geplaatst in een trapsgewijs inspringend portiek. Deze deuren zijn gevernist en voorzien van kleine ramen, golvende sierpatronen en een driedelig bovenlicht. Het portiek wordt afgesloten door een zware latei met decoratie en de naam Huize Padua in vergulde letters. Rechts van het portiek bevindt zich een granieten gevelsteen: "De eerste steen gelegd door Br. Aloysius, 21 juni 1923". Boven de latei is een rondboognis met een beeld van rode zandsteen, voorstellende St. Antonius van Padua met lelietak en het Kind Christus op de arm. In het dakvlak bevindt zich een achtruits dakkapel onder schilddak. Op de kruising is een achthoekige ontluchtingskoker geplaatst met koperen helmdak met bolpiron. De linker zijgevel is blind, de rechter zijgevel is uitgebouwd met een kleine haakse aanbouw met rechthoekige plattegrond. Deze uitbouw met eigen ingang dateert uit de bouwtijd, in tegenstelling tot een uitbouw hierachter, die rond 1985 zal zijn toegevoegd. De achtergevel bezit naast kruisvensters zoals in de voorgevel diverse enkele en dubbele deuren. De middenpartij is geaccentueerd door een omlopend balkon dat rust op zuilen van gewapend beton. De borstwering hiervan is voorzien van ovale openingen. Boven het balkon bevinden zich twee bouwlagen, in plaats van één zoals aan de zijden. Het gebouw is inwendig vrijwel geheel verbouwd. Tot de oorspronkelijke inrichting hoort de hal achter de hoofdingang met de bordestrap van granito, voorzien van een forse hoofdbaluster met een vierkante kop. De stenen balustrade is voorzien van ovale openingen. Diverse gangen bezitten een betegelde lambrisering in okergeel en groen, met geometrische decoratie.

Waardering.

Het voormalige administratiekantoor is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een geestelijke ontwikkeling, namelijk de bloei van orden en congregaties en hun rol in de gezondheidszorg en de charitas in het katholieke zuiden en is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het congregatieklooster verbonden met dienstgebouwen voor zorg en charitas. Het is architectuurhistorisch van belang vanwege de stijl, het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek, van met name de constructies in beton en baksteen en de wijze waarop motieven uit de Amsterdamse School worden toegepast om de idealen van zorg en charitas uit te dragen. Het heeft ensemblewaarden vanwege de samenhang van kapel, klooster en dienstgebouwen. Het geheel is als gaaf complex van een psychiatrische inrichting langzamerhand zeldzaam geworden.

Inleiding.

Het PAVILJOEN is in 1930 gebouwd en heeft kenmerken van de Amsterdamse School. Het gebouw ligt aan Het pand, vroeger bekend onder de naam Eikenheuvelpaviljoen, is rond 1985 inwendig geheel verbouwd en dient tot recreatie van de verpleegden.

Omschrijving.

Het U-vormige tweelaagse gebouw heeft een spiegelsymmetrische opzet met zware middenrisaliet en twee lagere en smallere risalieten. De zijvleugels openen naar de achtertuin. De zadeldaken met eindschilden zijn belegd met zwarte verbeterde hollandse dakpannen. Op de nokken staan ovale pirons. De gevels zijn opgetrokken uit machinale baksteen. De borstweringen zijn geaccentueerd door bloksgewijs verspringende metseling. De voorgevel bezit in het midden een sterk naar voren springend deel met schilddak waarop een zware rechthoekige schoorsteen. De vensters bestaan uit kruisvensters en halve kruisvensters met kleine roedenverdeling. De dorpels zijn van graniet. De onderste helft is openslaand, het bovendeel klept. Het middendeel heeft een uitgebouwd geblokt gemetseld portaal, voorzien van hoefijzervormige bloembakken. De vleugeldeuren zijn gevernist. In het portiek bevindt zich een granieten gevelsteen: "Br. Gabriël alg. overste A.D. 1930". Aan weerskanten van de deur bevinden zich twee smalle raampanelen, boven de luifel zijn er twee vierruits bovenlichten. Op de verdieping aan weerszijden een kruisvenster en in het midden twee halve kruisvensters, respectievelijk met zesendertig ruitjes en achttien ruitjes. De houten dakgoot kraagt ver over. In het dakschild is aan de voorzijde een dakkapel onder plat dak gezet, in het linkerdeel is er een groot hijsluik met hijsinstallatie. Aan weerskanten van de middenrisaliet zijn er voorts twee halve kruisvensters, twee kruisvensters, een risaliet met steekkap, drie kruisvensters en een deur onder een houten luifel aan ijzeren trekstangen. De vensterindeling in de risalieten met steekkap wijkt af: twee raamstroken van verschillende lengte en drie ruitjes breedte worden onderbroken door gepotdekseld houten stroken. De zijgevels bezitten twee kruisvensters, twee stroken hooggeplaatste vensters met luchtroosters (waarachter de toiletgroepen zijn geplaatst) een travee met een smal venster en tenslotte een reeks van vijf kruisvensters. De achtergevel bezit een middenrisaliet met dakkapel en een vergelijkbare indeling van de kruisvensters met kleine roedenverdeling. Aangezien de achtergevel uitziet op de tuin, bevinden zich hier diverse openslaande tuindeuren met kleine roedenverdeling in de bovenpanelen.

Waardering.

Het paviljoen is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een geestelijke ontwikkeling, namelijk de bloei van orden en congregaties en hun rol in de gezondheidszorg en de charitas in het katholieke zuiden en is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het congregatieklooster verbonden met dienstgebouwen voor zorg en charitas. Het is architectuurhistorisch van belang vanwege de stijl, het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek en de wijze waarop motieven uit de Amsterdamse School worden toegepast om de idealen van zorg en charitas uit te dragen. Het heeft ensemblewaarden vanwege de samenhang van kapel, klooster en dienstgebouwen. Het geheel is als gaaf complex van een psychiatrische inrichting langzamerhand zeldzaam geworden.

Externe links

Afbeeldingen