Handelingen

Delft, Burgwal 20 - Maria van Jessekerk (Joseph)

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Maria van Jesse (Joseph)
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: Delft
Plaats: Delft
Adres: Burgwal 20
Postcode: 2611GJ
Inventarisatienummer: 01723
Jaar ingebruikname: 1881
Architect: Margry, E.J.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
18279

Geschiedenis

Zuidgevel. Foto: A. Roks

Gebouwd als R.K. Kerk met als oorspronkelijke naam St. Josephkerk. Architectonisch uiterst belangrijk werk binnen het oeuvre van E.J. Margry, vooral wegens de voorgevel met twee torens van 72 m, maar ook wegens vele andere details (zie ook beschrijving hieronder). Wegens de devotie aan Maria van Jesse, tot en met heden, in een zijkapel links van het koor, heet deze kerk sinds ongeveer begin jaren 1970 officieel "Maria van Jessekerk". In de volksmond werd, en wordt, deze kerk "Burgwalkerk" genoemd.

Alleszins boeiende, en unieke, situering van deze kerk, vlakbij de Nieuwe Kerk in Delft.

Uitgebreide restauratie begin jaren 2000. Nu de steigers uit de R.K. Maria van Jessekerk zijn, streeft het parochiebestuur ernaar de kerk vanaf voorjaar 2005 door de week zoveel mogelijk open te stellen voor bezoek. “Het moet weer een open huis worden waar iedereen spiritualiteit kan vinden”, zegt een bestuurslid van de parochie. De kerk ligt aan de Burgwal even zuidelijk van de Nieuwe Kerk.

Na de sloop van (te)veel andere, door E.J. Margry ontworpen, kerken, b.v. in Rotterdam, Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Haarlem, is deze kerk in Delft vermoedelijk tot in details de best bewaarde monumentale kerk van E.J. Margry. Op de voet gevolgd door de St. Liduinabasiliek in Schiedam.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Neo-gotische KRUISBASILIEK met twee verschillende ingangstorens en dakruiter, gebouwd in 1877-'82 naar ontwerp uit 1874 van E.J. Margry ter vervanging van een oudere Waterstaatskerk, met uitgebouwd aan de zijde van de Oude Langendijk de sacristie met verdieping onder zadeldak en traptorens onder tentspits terzijde, en catechismuszaal met verdieping onder zadeldak. De beide ingangstorens - waarvan de ene een opengewerkte vierkante lantaarn bezit en de andere een achtzijdige - bevatten vier luidklokken, uit 1883 van de firma Petit en Fritse en worden elk bekroond door een achtzijdige spits; het middenschip en transept zijn onder leien zadeldak, de zijbeuken onder leien lessenaarsdaken - gesteund door luchtbogen - opgetrokken in baksteen. Boven de ingang een St. Antoniusbeeld en een tronende Christus. De kerk bevat inwendig natuurstenen kolommen met colonnetten voorzien van vergulde, gebeeldhouwde kapitelen, houten spitstongewelven met tweelichtvormige openingen en met van rozetten voorziene ribben, gesteund door draken; gemetselde kruisribgewelven in zijbeuken en priesterkoor en polychromie alsmede aan tronende Christus gewijde schildering op de triomfboog uit de bouwtijd, eveneens naar ontwerp van E.J. Margry. In het verhoogde, vijfzijdig gesloten priesterkoor bevindt zich het hoofdaltaar uit 1886, dat evenals de andere altaren - een Maria-, een Jozefaltaar in de driezijdig afgesloten zijkapellen een H. Hart en St. Antoniusaltaar in de transeptarmen (alle uit 1883-'84) en de heiligenbeelden van Petrus, Paulus, Franciscus van Assisi, Nicolaas Pieck (alle uit 1885) en de in gepolychromeerd eikenhout uitgevoerde kruiswegstatie uit (1885) alsmede het missiekruis bij de ingang (1886), is vervaardigd door de firma de Poel en Stoltefus, evenals de communiebanken - met onyx tafelstenen en koperen hekwerk met reliefplaten voorstellende de 1e paasmaaltijd in Egypte en het laatste Avondmaal en voorts bladrankenversiering. Op de orgeltribune boven de ingang een orgelkas in neo-gotische trant. Hierin een orgel met Hoofdwerk, Positief, Recit en vrij Pedaal, in 1893 gemaakt door M. Maarschalkerweerd. In 1929 werd de mechanische aanleg vervangen door een pneumatische tractuur. In de oost-transeptarm het op doek geschilderde altaarstuk - Aanbidding van de Herders - naar ontwerp van Ant. v. IJsendijck uit 1837, afkomstig uit de vorige kerk. De marmeren preekstoel met gebogen klankbord is voorzien van reliefvoorstellingen betreffende Franciscus en een schildering van een tronende Christus naar ontwerp van J.H. Tonnaer, in neo-gotische trant 1903. Ook de gebrandschilderde ramen in het transept en het roosvenster en de vensters boven het ingangsportaal zijn naar zijn ontwerp tot stand gekomen, tussen 1886 en 1901. De in het triforium opgenomen muurschilderingen van heiligen dateren uit 1903. Het marmeren doopvont met koperen deksel, geplaatst in de oostnis, uit 1907. Tot de inventaris behoren voorts de eikehouten kerkbanken, biechtstoelen, fonteinkast en sacristiekast in neo-gotische trant uit de bouwtijd. Rooms-Katholiek Kerkgebouw met interieur en bijgebouwen van katholieke signatuur, met voor de tijd typerend, vooral op vroege Franse Gotische voorbeelden geinspireerde neo-gotische stijl; kenmerkend daarvoor is de toepassing van een basilicale hoofdvorm, met transept en twee ingangstorens (in dit geval bewust ongelijk uitgevoerd) en dakruiter, voorts van schoorbogen, steunberen, geprofileerde ingangsportalen, hoektorentjes, spitsboogvormige - en rozetvensters met natuurstenen - traceringen, en inwendig het gebruik van bundelpijlers en kruisribgewelven en biforen (hier als blindnissen uitgevoerd); daarnaast is ook de inheemse romanogotiek tot voorbeeld genomen zoals blijkt uit de vele siermetselverbanden van de spaarnissen; typerend voor het neo-gotische interieur is voorts de polychromie van de zuilen,wanden en gewelven, waarbij het opmerkelijk is dat hier draken als dragende elementen zijn toegepast in plaats van als spuwers, en voorts de inrichting met gepolychromeerde altaren, preekstoel met klankbord, en heiligenbeelden in gotiserende vormen met veel verguldsel, en het rijkgebeeldhouwde eikehouten meubilair van kerkbanken, biechtstoelen en kasten, met velerlei gotiserende details. Mechanisch torenuurwerk, A. Vos & Zonen, 1901, later voorzien van elektrische opwinding.

In de media

Uit Rotterdamsch Nieuwsblad, 20 September 1893.

Het nieuwe orgel der St. Jozefskerk te Delft, zal Maandag a.s. worden ingewijd. Pater H.P.J. Sanders, oud-kapelaan der parochie, thans te Rotterdam zal de feestrede houden. De heer Verheijen, organist te Amsterdam, zal het orgel bespelen, Het zangkoor heeft zich de medewerking verzekerd van verschillende bekende zangers, o.m. van den heer Henri Rogmans te Amsterdam.

Orgels

Hoofdorgel

Uiterst belangrijk Maarschalkerweerd orgel uit 1893. Over het orgel [[1]]

Koororgel

Het koororgel is gebouwd door een groep vrijwilligers in 1985.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur