Handelingen

Groningen, Martinikerkhof 3 - Martinikerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Martinikerk
Genootschap: PKN Ned. Hervormd
Provincie: Groningen
Gemeente: Groningen
Plaats: Groningen
Adres: Martinikerkhof 3
Postcode: 9712JG
Jaar ingebruikname: 1225
Architect:
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
18555 (kerk) ;
Monumentenbordje 2014.jpg
18553 (toren)

Geschiedenis

Grote historische stadskerk met hoge toren.

De Martinikerk is de hoofdkerk van de stad Groningen. Bij opgravingen tijdens de laatste restauratie werden in het schip resten gevonden, die duiden op een eerste houten kerk rond het jaar 800. Omstreeks het jaar 1000 bevond zich de eerste stenen kerk aan het Martinikerkhof. Dit was een eenbeukige Romaanse kerk van tufsteen. Ook hiervan zijn tijdens de laatste restauratie resten teruggevonden. De kerk is ontstaan uit een driebeukige kruiskerk uit de 13e eeuw, die in de 15e-16e eeuw vergroot en westwaarts uitgebreid werd en in 1450-1460 van een nieuw koor met omgang werd voorzien. Aan de noordzijde van het koor tweebeukige kapel met verdieping en sacristie. Schip en koor geheel in steen overwelfd.

De huidige toren (97 m hoog) is later gebouwd dan de kerk, en heeft diverse verbouwingen ondergaan.

In 2007 is het koor van de Martinikerk voor het laatst gerestaureerd. Het blauwe plafond met de gouden sterren en de muurschilderingen zijn toen onder handen genomen. Zes grote en acht kleine muurschilderingen vertellen het leven van Jezus. Rond 1545 zijn ze aangebracht. In de jaren 1920 en de jaren 1960 zijn ze al eens gerestaureerd. Deze serie muurschilderingen is uniek en maken de Martinikerk tot een zeer bijzondere kerk, die de moeite van een bezoek meer dan waard is. (56-06)

De laatste volledige restauratie van de Martinikerk dateert van 1962-1975. Daarna is in het begin van de 21ste eeuw de inrichting nogmaals vernieuwd en de verlichting gemoderniseerd.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Martinikerk.

HOOFDKERK van de stad, ontstaan uit een driebeukige kruiskerk uit de 13de eeuw, die in de 15de-16de eeuw vergroot en westwaarts uitgebreid werd en in 1450-1460 van een nieuw koor met omgang werd voorzien. Aan de noordzijde van het koor tweebeukige kapel met verdieping en sacristie. Schip en koor geheel in steen overwelfd.

In het koor geschilderde gewelfsleutels en in tot nissen gedichte openingen boven de arkade van het koor vroeg-Renaissance geschilderde Bijbelse voorstellingen. In de arkade natuurstenen afscheidingen, 15e eeuw, aansluitende bij eiken hekken, 17de eeuws. Orgel met drie manualen en vrij pedaal. Hoofdkas met snijwerk uit 1542, de pedaaltorens van Arp Schnitger 1692. Het rugwerk werd in 1729 gemaakt door F.C. Schnitger en A.A. Hinsz. In het koor rococo-orgel uit Limburg afkomstig. Twee hooggestoelten waarvan een met twee poortjes en onderbanken met gesneden wangen. Wandbank en lambrizering in het koor en overhuifd gestoelte XIXe eeuws. Epitaaf voor Wessel Gansfort, 18de eeuws.

Talrijke grafzerken in de koorvloer, o.a. uit 1535 met koper ingelegd, uit 1557 en 1570 door Vincent Lucas en een dergelijke 16de eeuwse. In de kooromgang-vensters, fragmenten gebrandschilderd glas. Koororgel uit Broerekerk te Bolsward.

TOREN van de Martinikerk.

Hoge in vier geledingen verjongde toren aan de westzijde uit 1469-'82, later voltooid en in 1627 van de houten bekroning voorzien. Klokkenspel, waarvan 28 klokken gegoten door F. Hemony 1662/63, 3 P. Hemony 1671 en 3 A.J.van den Gheyn 1788. Luidklokken: 3 van H. van Trier 1577/78 en 1 van J. Borghardt 1764. Trommelspeelwerk van Eijsbouts, 1940.

Sint Maarten

De Martinikerk en -toren ontlenen hun naam aan Sint Martinus of Sint Maarten. De middeleeuwse heilige Martinus van Tours (316 -397) was de patroon van het bisdom Utrecht waartoe Groningen lang behoorde.Volgens de legende deelde Martinus zijn mantel met een bedelaar die kou leed. Op de schilderingen in de Martinikerk is Martinus enkele keren afgebeeld als ruiter te paard. Hij snijdt zijn mantel in tweeën en geeft de helft aan een bedelaar. Zijn feestdag is op 11 november.

Orgels

De bouw van het orgel in de Martinikerk begon rond 1480. Bij de eerste bouwfase was de humanist Rudolf Agricola als adviseur betrokken. De ontwikkeling van het orgel kende haar hoogtepunt in de 18de eeuw nadat het achtereenvolgens door Arp Schnitger, diens zoon Franz Casper en Albertus Hinsz was uitgebreid. Tijdens de restauratie van het orgel (voltooid in 1984) is de situatie van 1740 als uitgangspunt genomen. Met zijn 3500 pijpen en 53 registers is het orgel van de Martinikerk één van de grootste Noord Europese barokorgels.

Aan het einde van de jaren 1930 werd de koorruimte van de Martinikerk ingericht voor het houden van kerkdiensten. Toen ontstond de wens om daar een orgel te plaatsen. Het orgel dat gekocht werd voor 150 gulden van de parochie in Heythuysen (L) kwam oorspronkelijk uit het klooster Sint Elisabethsdal van Nunhem, een dorp in de buurt van Roermond. In Roermond bevond zich het huidige koororgel; het rugpositief komt van een groter orgel dat gereed kwam in 1742 en gebouwd was door een orgelbouwer uit het geslacht Le Picard. In de Franse tijd werd het klooster opgeheven, het Grand Orgue verhuisde naar Roggel (waarna het uiteindelijk verdween) en het Positif naar Heythuysen.

De firma Verschueren heeft het orgel in 1939 overgeplaatst en hersteld. Na de restauratie van de Martinikerk is het orgel lange tijd gedemonteerd geweest en buiten gebruik, maar in 2001 vond de heringebruikneming plaats, na een zorgvuldige restauratie door de firma Verschueren te Heythuisen. Het pijpwerk, de windvoorziening en het speel- en registermechaniek zijn hersteld en voor zover nodig vernieuwd. Daarbij is niet alleen gebruik gemaakt van pijpwerk uit de bouwtijd maar ook van aanvullingen die tijdens een restauratie in 1847 aangebracht werden. Het koororgel is een fraai voorbeeld van Frans-Waalse orgelbouw uit de Louis XV periode, en uniek in het noorden van Nederland.

Het koor

Talrijke grafzerken in de koorvloer, o.a. uit 1535 met koper ingelegd, uit 1557 en 1570 door Vincent Lucas en een dergelijke 16de eeuwse. In de kooromgang-vensters, fragmenten gebrandschilderd glas.Een bijzondere serie schilderingen uit circa 1545 bevindt zich in het koor. Daar is het leven van Christus uitgebeeld door een onbekende 16de eeuwse schilder. Hij gebruikte de zogenaamde secco-techniek waarbij de schildering op een droge kalklaag wordt aangebracht.

Gebruik

De Martinikerk is letterlijk en figuurlijk het hart van Groningen. Jaarlijks stappen duizenden toeristen, congres- en concertgangers en vele aanstaande bruidsparen over de drempel van de kerk. Bovendien werd de kerk jarenlang gebruikt als collegezaal door de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast dient de kerk - God zij dank - nog steeds haar oorspronkelijke kerkelijke doel.

In de media

Uit Het Vaderland, 30 December 1938.

TWEE BELANGRIJKE ORGELRESTAURATIES. Martinikerk te Groningen en Westerkerk te Amsterdam.

Op het oogenblik worden volgens bestek en onder leiding van den Nederlandschen Klokken- en Orgelraad twee orgelrestauraties uitgevoerd, die door haar opzet en omvang bijzondere aandacht verdienen. De eerste is die van het oudste orgel in Nederland, dat in de Groote of Martinikerk te Groningen, in 1479 door Rudolphus Agricola te Groningen begonnen.

Dit orgel werd in 1691 door den beroemden barok-orgelbouwer Arp Schnitger te Hamburg in zijn tegenwoordige gedaante gebracht, maar had in de laatste eeuw zeer veel te lijden van ingrijpende veranderingen, die het klankbeeld in den harmoniumgeest trachtten te vervormen. Ook de mechaniek van het instrument was dermate in verval geraakt, dat alleen vernieuwing mogelijk bleek.

Aan de firma J. de Koff en Zoon te Utrecht is thans opgedragen de uitvoering van het restauratieplan, waarvan de omvang en kosten die van de ingrijpendste orgelrestauratie hier te lande in deze eeuw verre overtreffen, en dat in Maart 1939 zal voltooid zijn. Dit plan omvat o.m. algeheel herstel van de dispositie en intonatie in den barokstijl van Schnitger, vervanging van het mechaniek door electrische tractuur, het aanbrengen van een nieuwe electrische verplaatsbare speeltafel in Franschen trant (de beslaande historische klaviatuur en registerbediening blijft ter plaatse gehandhaafd), algeheele vernieuwing der windvoorziening, restauratie en vervollediging der oude sleepladen.

(....)

Het is toe te juichen, dat deze belangrijke opdrachten niet zooals aanvankelijk werd gevreesd, naar het buitenland zijn gegaan, doch door samenwerking van verschillende instanties in eigen land konden worden gehouden.

Uit Het Vaderland, 29 November 1939.

Op 1 December a.s. zal het groote orgel in de Groote of Martinikerk te Groningen, na van 1 Mei 1933 af in restauratie te zijn geweest, in een speciale samenkomst weer in gebruik worden genomen. De restauratie, de kostbaarste van deze eeuw in Nederland uitgevoerd, is voltooid. Uit het keuringsrapport lichten wij het volgende: „De conclusie van den Ned. Klokken- en Orgelraad is, dat de firma J. Koff en Zoon te Utrecht met bizondere toewijding de restauratie van het orgel in de Groote of Martinikerk te Groningen heeft uitgevoerd. Door verschillende bijleveranties en verbeteringen heeft deze firma getoond, dit orgel tot een eersterangswerk onder de Nederlandsche orgels te willen maken. Bovenal is dit resultaat bereikt in de intonatie. Hier stond de orgelbouwer voor de moeilijke taak, pijpwerk van 4 eeuwen en van verschillende makelij en mensuren met 12 nieuwe registers tot een eenheid van klankkarakter samen te voegen, in den geest der meest geslaagde oude Barokstemmen. Hij slaagde hierin niet alleen, doch het is hem ook gelukt, aan het in eersten aanleg oudste orgel van Nederland dat persoonlijk karakter te hergeven, waarvan zooveel in de laatste eeuw was verloren gegaan. Zoodoende heeft het Martiniorgel thans weer de eereplaats herkregen van het belangrijkste orgel der Noordelijke provincies en het in historisch opzicht interessantste van geheel Nederland."

Er zullen weinig orgels ter wereld zijn, waarvan het uiterlijk, niettegenstaande het tusschen 1542 en 1729 tot stand kwam, bij alle variëteit van de decoratie, zoo'n fraaie eenheid van stijl vertoont. Hetzelfde geldt, thans ook voor het binnenwerk, waarin de zware looden pijpen van Agricola broederlijk naast de glanzende tinnen van meer dan 4 1/2 eeuw later staan en in het ensemble samensmelten tot die levendige en imposante klankeenheid, die het oor van den muziekminnaar in niet mindere mate boeit als de kast het oog verrukt.

Uit Nieuwsblad van het Noorden, 18 September 1943.

De organist Cor Batenburg schrijft ons nog het volgende: Zonder twijfel zullen velen met verbazing hebben kennis genomen van de critiek van den organist Hennie Schouten op het werk van mr. Bouman en dan wel in 't bijzonder van dat gedeelte, waarin hij ons oude Martini-orgel onder de loupe neemt. Toen mijn Leidsche collega dezen zomer hier kwam concerteeren, had ik van hem, nadat hij eenige uren had gespeeld, critiek op het orgel aan te hooren, die niet onverdeeld gunstig was te noemen. Op verschillende punten heb ik getracht hem tot een ander inzicht te brengen, naar ik meende niet zonder succes. Over de kwaliteit van enkele registers waren wij het wèl eens. Op den concertavond was Schoutens weergave van oude werken zoo fraai en het orgel „deed" het zoo voortreffelijk, dat ik direct na het concert naar de speeltafel ben gestapt en hem het volgende heb gezegd: „Collega, het klonk allemaal zoo prachtig, dat ik mij gedrongen voel mijn eigen minder gunstige opmerkingen van vanmiddag gedeeltelijk terug te nemen."

De heer S. toonde zich ook zeer tevreden en zei met veel genoegen te hebben gespeeld. En nu zijn felle critiek! Het spreekt vanzelf, dat deze niet raakt de kern van het oude orgel, doch slechts de 4 nieuwe vulstemmen en de 5 nieuwe tongregisters. De 4 vulstemmen vind ik zonder uitzondering mooi, in volkomen harmonie met de grondstemmen. Van de tongwerken vind ik de Kromhoorn, Fagot, Schalmei en Cinck zeer geslaagd, de Trompet goed, de Ranket tamelijk en de Bombarde in het groot-octaaf uitgesproken leelijk.

Boven alles stel ik dit vast: Met die twee minder mooie stemmen blijft het over 53 registers beschikkende Martini-orgel voor mij een pracht-instrument. De wijze, waarop de heer S. mr. Bouman te lijf gaat, is m.i. onbehoorlijk. Ik zal mij niet mengen in dezen strijd, doch mij bepalen, tot een enkele opmerking: Met den heer Bouman had ik meer dan eens meeningsverschil; we waren echter nimmer heftig. Het verschil van inzicht is er op enkele punten nog en het zal er ook wel blijven. Mr. B. heeft hier zeker geen volmaakt werk geleverd; deze omstandigheid is voor mij echter geen beletsel in hem te zien een zeer knap orgelbouwkundige.

Uit Reformatorisch Dagblad, 17 juni 2008.

De Martinikerk in Groningen wordt van binnen grondig gemoderniseerd. Na twee jaar acties organiseren is ruim 700.000 euro opgehaald voor nieuw meubilair, nieuwe stoelen, een nieuwe geluidsinstallatie en een deels nieuwe inrichting.

De huidige inrichting van de kerk was dertig jaar na de grote restauratie, die tussen 1962 en 1975 werd uitgevoerd, versleten en verouderd geraakt. Er zijn 600 nieuwe stoelen aangeschaft, er komt een nieuw podium van 40 vierkante meter en een geavanceerde geluidsinstallatie. Kunstenaar Albert Geertjes heeft nieuwe liturgische elementen ontworpen.

Het is verder de bedoeling dat de originele ingang onder de toren hersteld wordt, er een ondergrondse opslagruimte komt en de toiletgroepen gemoderniseerd en uitgebreid worden. De totale kosten van de herinrichting worden geschat op 1 miljoen euro.

Externe links

Website Martinikerk

Over het Schnitger-orgel

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur