Handelingen

Heilig Landstichting, Monseigneur Suysplein 3 - Antonius van Padua (Cenakelkerk)

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Antonius van Padua (Cenakelkerk)
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Gelderland
Gemeente: Groesbeek
Plaats: Heilig Landstichting
Adres: Monseigneur Suysplein 3
Postcode:
Inventarisatienummer: 11650
Jaar ingebruikname: 1914
Architect: Stuyt, J.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
523627

Geschiedenis

Buitengewoon belangrijke kerk met koepel en dubbeltorenfront.

Kerkgebouw, toegewijd aan de H. Antonius van Padua, opgericht jaren 1910 in nauwe samenhang met gebouwen en terreinen van het Bijbels Openluchtmuseum, thans Museum Orientalis, op de Heilig Landstichting. De kerk geldt als één van de hoofdwerken uit het oeuvre van architect Jan Stuyt (1868-1934).

Monumentomschrijving Rijksdienst

Inleiding

Dit KERKGEBOUW, gewijd aan Sint Antonius van Padua maar beter bekend onder de naam "Cenakelkerk", is in 1913-1915 in opdracht van de Heilig-Land-Stichting gebouwd naar ontwerp van J. Stuyt (assistent tekenaar J. Margry) in samenwerking met beeldend kunstenaar P. Gerrits. In de periode 1921-1932 is het INTERIEUR door P. Gerrits voorzien van mozaïeken en schilderingen. Aanvankelijk verleende Mgr. W. van de Ven de opdracht aan architect Jos. Margry in verband met diens goede contacten met de Rotterdamse mecenas Grewen (stichter van het St. Antoniusfonds). Na het overlijden van Margry werd door Suys, die inmiddels tot bouwpastoor was benoemd, de ervaren architect J. Stuyt benoemd tot hoofdarchitect. De zoon van de overleden Margry stond hem bij als assistent tekenaar. Nadat in februari 1913 de definitieve bouwplaats voor de kerk bekend is, komt in juni 1913 het definitieve ontwerp gereed. Op 7 september 1913 wordt het contract getekend met aannemer Jac. van Groenedaal uit Breda voor de bouw van "kerk met torens en koepel, sacristie, klooster en pastorie met museum, de verbindingsgangen etc.". Verantwoordelijk voor de gewapend betonconstructie van de koepel, met de voor die tijd uitzonderlijke doorsnede van ca. 14,5 meter, was ir J. Wiebenga van de uitvoerende Bredase firma Stulemeijer. De inzegening van de kerk vond plaats op 6 januari 1915 en de consecratie op 11 juni 1915.

De Cenakelkerk had in hoofdzaak drie functies. Allereerst was het een bedevaartskerk omdat de Cenakel (dat wil zeggen de zaal van het Laatste Avondmaal) één van de plaatsen was die de pelgrim op zijn gang over de Heilig-Land-Stichting aandeed. Toen eenmaal de mozaïeken en schilderingen in het interieur klaar waren, werd in de rondgang het accent bij de Cenakelkerk verschoven van het Laatste Avondmaal naar gebeurtenissen die plaatsvonden na de verrijzenis. Bij een grote toestroom van pelgrims konden deze op het voorplein worden toegesproken vanaf de loggia in de voorgevel. Voorts vond in deze kerk de altijddurende aanbidding van het H. Hart plaats in een grote aanbiddingskapel overeenkomstig de Cenakelkerk van Jeruzalem. Deze taak werd aanvankelijk toevertrouwd aan de Filles du Coeur de Jésus en vanaf 1928 overgedragen aan de zusters Kanunnikessen van het H. Graf. Tevens deed de Cenakelkerk dienst als parochiekerk voor de gelovigen van de Meerwijk. Tegenwoordig vervult de Cenakelkerk alleen deze laatste functie. De Cenakelkerk is gesitueerd tussen het klooster "Casa Nova" en de pastorie waarmee hij verbonden is door gangen. Hogerop aan de oostzijde van de kerk bevindt zich de rooms-katholieke begraafplaats. Aan de westzijde is een groot voorplein aangelegd. Hadden deze gebouwen oorspronkelijk nog een cruciale betekenis binnen de doelstelling en opzet van de Heilig-Land-Stichting, thans maken zij geen onderdeel meer uit van het huidige Bijbels Openluchtmuseum en functioneren de kerk en de pastorie als een zelfstandig parochiecomplex.

Omschrijving

De Cenakelkerk combineert een axiale opzet met een als centraalbouw opgevat en met een koepel overwelfd schip. Van west naar oost bestaat de PLATTEGROND achtereenvolgens uit: een portaal tussen twee torens; een voorschip met aan weerszijden een kapel; een achtzijdig schip met drie cirkelvormige kapellen aan de noord- en zuidzijde; een rechthoekig koor geflankeerd door nevenruimtes; een halfronde absis en daaromheen gebogen sacristie.

De verschillende ruimtes hebben in de OPBOUW elk afzonderlijk een zelfstandig bouwvolume. De klokkentorens van de westbouw zijn slank en hoog en worden afgesloten door ingeknikte tentdaken. De middentravee van de westbouw bezit drie ingangen, een rondboogvormig afgesloten loggia en een afsluitend flauw hellend zadeldak. Het hierop aansluitende lagere voorschip heeft eveneens een zadeldak met flauwe helling. De flankerende zijkapellen zijn plat gedekt. Het schip omvat een cilindervormig bouwlichaam met tamboer en een afsluitend koepelgewelf. De lagere en per drie gekoppelde zijkapellen worden afgesloten door aangekapte koepeltjes. De op het schip aansluitende middentravee met flauw hellend zadeldak is even hoog als het voorschip. Het hoger opgetrokken koor wordt afgesloten door twee in elkaar grijpende zadeldaken. De halfronde absis wordt afgesloten door een kalot. De lagere nevenruimtes van het koor en de om de absis gelegen sacristie hebben platte daken.
De wit gepleisterde GEVELS zijn voorzien van een zwart geschilderde plint en worden afgesloten door getrapte uitkragingen. Alleen de uitgemetselde plint van de torens is niet gepleisterd. Op enkele plaatsen is in het pleisterwerk een witte tegel aangebracht waarop in rood het Jeruzalemkruis is afgebeeld. Het merendeel van de vensters wordt rondboogvormig afgesloten en is enkelvoudig, twee- of driedelig uitgevoerd in verschillende formaten. Boven de vensters zijn (eventueel gekoppelde) 'wenkbrauwen' in pleisterwerk aangebracht. In de linker toren en in de aansluitende travee bevinden zich enkele ronde vensters. In de voormalige zustersacristie is een reeks vierkante vensters aangebracht (vierruits valraampjes). De al dan niet gekoppelde kunststenen lekdorpels zijn wit gepleisterd. De drie rechtgesloten ingangen aan de voorzijde bezitten met zink beklede dubbele deuren. In de bovenliggende rondboogvormig afgesloten loggia is tegen de achterwand een mozaïek aangebracht (P. Gerrits, 1919-1921) van het Laatste Avondmaal. In het midden van de symmetrische voorstelling staat Christus met het brood in Zijn handen. Boven Hem is Maria in orantehouding afgebeeld. De twaalf apostelen zijn aan een tafel om Christus heen gegroepeerd. Boven hen zweven even zovele olielampjes. Geheel links vlucht Judas (de enige zonder nimbus) de voorstelling uit. Zijn olielampje is gedoofd. Ter hoogte van de klokkenverdieping zijn beide torens aan alle vier zijden voorzien van hoge galmgaten (drie gekoppelde hoge rondboogopeningen waarin koperkleurig geschilderde zinken schoepen). Alle hellende daken en koepels zijn met koper gedekt. De tentdaken van de torens en de koepels worden elk bekroond door een bol met kruis.
Op het koepelgewelf van gewapend beton zijn schenkels met koperen dekking aangebracht. In het vrij gaaf bewaarde en uitzonderlijk rijk uitgevoerde INTERIEUR speelt het getal drie een belangrijke rol. Behalve drie toegangsdeuren zijn ook de doorgangen naar het schip van drie bogen voorzien evenals de doorgangen van het schip naar drie zijkapellen en de drie doorgangen van het koor naar de kapel van de eeuwig durende aanbidding en de tegenoverliggende wand. De ramen zijn eveneens telkens in reeksen van drie geplaatst. De getalsymboliek verwijst naar het nieuwe Jeruzalem zoals dit genoemd wordt in de Openbaring van het evangelie van Johannes. Het door P.Gerrits uitgevoerde decoratieprogramma stamt uit twee periodes en is dienovereenkomstig in twee stijlen te onderscheiden. In het vroege werk uit de periode 1915-1928 is sprake van een streven naar eenheid in decoratie en architectuur. De opvattingen van de Beuroner Schule spelen hier een belangrijke rol hetgeen o.a. tot uitdrukking komt in symmetrische compositieschema's en weinig dieptewerking. De vanaf 1923 tot stand gekomen mozaïeken in ondermeer de absis behoren tot deze eerste periode. Voorgesteld is het "Nieuwe Paradijs" met engelenscharen op wolken waaronder gestileerde palmbomen en water met bloemen en vissen. Boven de engelen zijn een Alpha- en Omegamotief aangebracht en een kruis met gemmen in een cirkel. Alles tegen een goudkleurige achtergrond. Tot de tweede periode behoren de schilderingen in Keimverf, die met uitzondering van de absis en de eerste kapel rechts van het priesterkoor, in de hele kerk zijn aangebracht in de jaren 1928-1932. Deze schilderingen zijn uitgevoerd in een verhalende en meer realistische trant vol beweging en herinneren o.a. aan Giotto voor wie Gerrits grote bewondering had .
De schilderingen vertellen het verhaal van wat er gebeurde na de dood van Jezus waarbij de verspreiding van het woord van Jezus centraal staat. Zo zijn ondermeer de volgende thema's voorgesteld: de ontmoeting van Maria Magdalena met de tuinman bij het lege graf van Jezus, de Hemelvaart, Saulus bij de poort van Damascus, de toespraak van Petrus op eerste Pinksterdag en de eerste Kerkvergadering. De koepel is voorzien van een voorstelling van de Heilige Geest als een door een stralen krans omgeven duif tegen de achtergrond van een sterrenhemel. Vrijwel alle ramen zijn in meer of mindere mate van gekleurd, in diverse geometrisch patronen aangebracht, glas-in-lood voorzien. De vloeren van de kerk zijn in een dambordpatroon belegd met grijze en rode tegels. De voormalige aanbiddingskapel van de zusters aan de noordzijde van het koor kwam in 1928 na samentrekking van een drietal ruimtes tot stand. De kapel bevat een altaar met twee fraaie in hout uitgevoerde engelen uit ca.1915. Het altaar stond oorspronkelijk in de absis opgesteld. Het huidige in het priesterkoor opgestelde hoogaltaar bestaat uit een marmeren mensa op vier zuiltjes en een transenna aan de voorzijde met hierboven een vrij zwevend baldakijn van gepolychromeerd hout met vier kruisen en een tondo met Geestesduif. In het priesterkoor staat een 2.70 mtr hoog kruis met een corpus uit ca.1920. het bankenplan is bewaard gebleven. Tot het bewaard gebleven liturgisch vaatwerk en gerei behoren o.a. een door Piet Gerrits ontworpen monstrans en ciborie.

Waardering

KERKGEBOUW uit 1913-1915 met rijk uitgevoerd INTERIEUR uit de periode 1921-1932.

- Van architectuur- en kunsthistorische waarde als essentieel onderdeel van een verzameling gebouwen en objecten in oosterse stijl (qua ontwerp, materiaalgebruik en/of detaillering) die te samen het complex Heilig-Land-Stichting vormen. Het object valt op door de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, zoals een opmerkelijke vormgeving, bijzonder materiaalgebruik en een zorgvuldige detaillering. Vernieuwend voor de tijd van ontstaan is de koepel van gewapend beton en de kerkplattegrond (combinatie van axiale opzet en centraalbouw). De Cenakelkerk is een goed en vrij gaaf voorbeeld van het werk dat architect J. Stuyt maakte in opdracht van de Heilig-Land-Stichting. Het object is van bijzondere betekenis voor het oeuvre van architect J. Stuyt èn voor de landelijke architectuurgeschiedenis. De Cenakelkerk bevat voorts een zeer rijke uitmonstering naar ontwerp van beeldend kunstenaar P. Gerrits.

- Van stedenbouwkundige waarde als essentieel onderdeel van het complex Heilig-Land-Stichting dat cultuur- en architectuurhistorisch van nationaal belang is. Het object is van bijzondere betekenis wegens de landschappelijk fraaie situering, welke verbonden is met de aanleg van het complex en de chronologische opbouw van de rondgang over het terrein.

- Van cultuurhistorische waarde als essentieel onderdeel van het complex Heilig-Land-Stichting dat een bijzondere en tevens zeldzame uitdrukking vormt van een religieuze ontwikkeling.

In de media

Uit Reformatorisch Dagblad, 15 juni 2010.

De Cenakelkerk in Heilig Landstichting, bij Nijmegen, wordt voor 2 miljoen euro gerestaureerd. In januari is met het werk begonnen en eind dit jaar moet het klaar zijn. De restauratie wordt gefinancierd uit subsidies van het Rijk en van de gemeente Groesbeek.

De rooms-katholieke kerk werd gebouwd tussen 1913 en 1915 als parochie- en bedevaartskerk. De bouw van de kerk was een aanzet tot een groots bedevaartsoord waar het leven van Jezus uitgebeeld zou worden, tegenwoordig het gebied van de Cenakelkerk, de begraafplaats en Museumpark Orientalis. De kerk is uniek in de Nederlandse kerkarchitectuur door een vormgeving en een detaillering die geënt zijn op de vroegchristelijke bouwkunst en Arabische stijlen. Daardoor wordt het rijksmonument gezien als een voorbeeld van oriëntalisme in Nederland. Opvallend zijn de twee Byzantijnse torens en het schaaldak.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

De interieurfoto's zijn genomen op 15-03-2009, en komen uit de verzameling van Job van Nes, Zaandam.