Handelingen

Lemiers, Mamelis 39 - Kloosterkapel Sint Benedictusberg

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Kloosterkapel Sint Benedictusberg
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Limburg
Gemeente: Vaals
Plaats: Lemiers
Adres: Mamelis 39
Postcode: 6295NA
Inventarisatienummer:
Jaar ingebruikname: 1923
Architect: Böhm, D.; Weber, M.;Laan, Dom H. v.d.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
491839


Geschiedenis

Abdij van de Benedictijnen uit 1923, ontworpen door de Duitse architecten Dominikus Böhm (1880-1955) en Martin Weber (1890-1941). Belangrijk vroeg werk van deze architecten. Uitbreidingen in 1968 en 1986. De vleugels en kloosterkerk uit 1968 vormen het hoofdwerk van de befaamde Benedictijner monnik en architect Hans van der Laan (1904-1991), grondlegger van de Bossche school.

Monumentomschrijving Rijksdienst

ABDIJ ST.BENEDICTUSBERG, vrij in het landschap gesitueerd tussen Wahlwiller en Lemiers, op een beboste helling langs de provinciale weg Maastricht-Vaals. Tussen 1921 en 1928 gebouwd in expressionistische stijl met verwijzing naar Moorse en middeleeuwse stijlkenmerken, in opdracht van bouwmeester Dr. R. Wolter OSB, Abt van de Benedictijnerabdij te Merkelbeek, naar ontwerp van de architecten Dominicus Böhm & Martin Weber, gevestigd te Offenbach am Main.

Vanaf het begin van de jaren zestig is in verband met de door de Benedictijnerorde gewenste versobering van ex- en interieur het oudere bouwdeel gewijzigd door verwijdering en toevoeging van een aantal bouwdelen en interieurelementen.

De nieuwe abdijkerk en krypte, kloosterhof en ontvangsthal met spreekkamers van architect Dom. H. van der Laan, kwamen in 1968 gereed. In 1986 volgde een tweede uitbreiding van het klooster met een tweede patio, een bibliotheek en een sacristie.

Deze overigens wel beschermenswaardige uitbreidingen zijn vanwege het niet voldoen aan de wettelijk voorgeschreven ouderdom van 50 jaar vooreerst van bescherming uitgesloten.

Omschrijving

Carré-vormige abdij rond gesloten binnenplaats, souterrain, drie bouwlagen en zolderverdieping, aan de zuidzijde voorzien van twee karakteristieke hoektorens met bastionachtige uitstraling. Deze torens hebben op de begane grond korte, gedrongen steunberen. In de toren aan de zuidoostelijke zijde gaven de gedrukte spitsbogen oorspronkelijk toegang tot een open ruimte met gewelf. De bouwlagen van de torens zijn onderscheiden door geprofileerde rollagen, waartussen geprofileerde, kops gemetselde bakstenen in V-verband voor een expressieve ornamentering zorgen. De zuidwestelijke toren, waarin zich oorspronkelijk de abtskapel bevond, is over twee bouwlagen voorzien van een hardstenen vensterlijst met drie langgerekte keperboogvensters.

De zuidgevel tussen beide hoektorens heeft een onregelmatige indeling vanwege de in de tweede bouwlaag, rechts van het midden gesitueerde mijtervormige erker op console, die de verblijfplaats van de abt accentueerde. De plaatsing van een reeks kruiskozijnen in de eerste bouwlaag op de locatie van de refter - die inmiddels vervangen zijn door een vensterreeks in een betonnen lijst - draagt verder bij aan deze onregelmatige gevelindeling. In de tweede en derde bouwlaag is een regelmatiger indeling met negen vensterassen toegepast.

De oostelijke zijgevel is eveneens onregelmatig ingedeeld. In elk van de drie geprofileerde, door siermetselwerk omgeven vensterlijsten bevonden zich oorspronkelijk drie vensterkozijnen; het middenkozijn is thans dichtgemetseld. Dwars op deze ingang aan de oostelijke zijgevel is naderhand een bakstenen keermuur geplaatst.

De gesloten binnenplaats heeft aan de zuidzijde een viertal, drievoudige verticaal gelede keperboogvensters in hardstenen lijsten, waartussen waterspuwers in de vorm van gestileerde dierenfiguren zijn geplaatst. Deze vensters zorgen voor een rijke lichtinval in de kloostergang, die achter de verblijfsgebouwen en de refter van de zuidvleugel ligt. Deze kloostergang is onder een plat dak met balkon gesitueerd. De westgevel van de binnenplaats heeft drievoudig gekoppelde vensters in rondboogvormige hardstenen lijsten in de eerste bouwlaag, soortgelijke vensters in keperboogvormige lijsten in de tweede laag, rechthoekige vensters met rollagen en strekken in de derde en de vierde. In de tweede as van de westgevel bevindt zich een uitstulpende erker op betonvloer met authentieke glas-in-lood vensters.

In de oksels van noord- en westgevel cq. noord- en oostgevel zijn torenachtige volumes geplaatst, waartussen naderhand een galerij met balkon is gebouwd. Voor deze galerij is de oorspronkelijke, oude traptoren verwijderd.

De noordvleugel karakteriseert zich aan de binnenplaatszijde door een kasteelachtige trans in de hoogste bouwlaag, steunend op rondboogvormige uitkragingen, waartussen ronde stalen vensters geplaatst zijn.

In het geheel is een zeer expressief gebruik van baksteen toegepast, onder meer door gevariëerde vensterstrekken met verschillende vormen van siermetselwerk, rollagen, bloktanddecoraties en schijnbaar willekeurig ingemetselde 'slakken': bij het bakken zwart geblakerde, gebroken bakstenen.

Het geheel wordt gedekt door zadeldaken met verbeterde Hollandse pannen van recenter datum. De naderhand verhoogde torenspitsen, oorspronkelijk voorzien van pannen en dakkapellen, zijn thans bedekt met leien gelegd in een kleurpatroon en ontdaan van de dakkapellen.

De gevels worden geleed door rechthoekige houten kruiskozijnen, rechthoekige verticaal gelede kozijnen, deels voorzien van horizontale roedeverdeling. Geheel ongelede rechthoekige vensters. Enkele rechthoekige kozijnen waarin restanten van glas in lood. Driehoekige houten bovenlichten. Ronde stalen vensters.

In het INTERIEUR van het oude abdijgedeelte zijn onder meer van belang de meerkleurige plavuizenvloeren, gepleisterde wanden, opmerkelijk vormgegeven trappehuizen, bijzonder geornamenteerde gewelven. Bijzonder zijn de dubbele deuren van het verblijf van de abt. In de zuidwestelijke toren, waar oorspronkelijk de abtskapel gesitueerd was, bevinden zich nog de ribgewelven.

Waardering

De Abdij St.Benedictusberg is van zeer groot cultuurhistorisch belang als zeer bijzondere uitdrukking van een geestelijke, en typologische ontwikkeling.

De architectuurhistorische waarden worden bepaald door het grote belang voor de geschiedenis van de architectuur, vanwege de betrokkenheid van de Duitse architecten Dominikus Böhm en Martin Weber, vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van hun ontwerp, vanwege materiaalgebruik en ornamentiek en vanwege de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieuronderdelen. De Abdij St.Benedictusberg is van zeer bijzondere betekenis vanwege de situering, is zeer belangrijk voor het aanzien van de streek en heeft een sterke historisch-ruimtelijke relatie met de bodemgesteldheid.

Verder is er sprake van een redelijke mate van architectonische gaafheid en een zeer groot belang in relatie tot de visuele gaafheid van de landschappelijke omgeving. Bovendien heeft de Abdij een architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid op nationaal niveau.

Orgel

Zowel in de crypte alsmede in de kerk is geen orgel aanwezig.

Externe links

Afbeelding

Exterieur

Interieur kerk

Interieur crypte