Handelingen

Maassluis, Kerkplein 2 - Groote Kerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object:
Genootschap:
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: Maassluis
Plaats: Maassluis
Adres: Kerkplein 2
Postcode: 3144EK
Inventarisatienummer: 02610
Architect:
Bouwjaar 1639
Jaar ingebruikname:
Oorspronkelijke bestemming: Nederlandse Hervormde kerk
Huidige bestemming: Protestantse kerk (Hervormde Gemeente)
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
26609



Geschiedenis

Maassluis, plattegrond Groote Kerk; jk 16-09-2010

Groote of Nieuwe Kerk (Protestantse kerk - Hervormde Gemeente). Renaissance stadskerk met toren.

De grond van de voormalige schans wordt op 24 juni 1612 aangekocht voor de aanleg van een kerkhof. In datzelfde jaar, op 10 november, koopt dominee Johannes Fenacolius (1577-1645) de bouwtekeningen van de te bouwen Noorderkerk te Amsterdam. Het ontwerp voor die kerk was van Hendrick de Keyser, Cornelis Dankersz. van Seevenhoven en Hendrick Jacobsz. Staets. Daar Hendrick de Keyser was overleden werden de plannen gekocht van diens zoon Pieter. De Nieuwe Kerk (1665) te Groningen is eveneens volgens dit ontwerp gebouwd.

Omdat bij de protestantse religie het Woord centraal kwam te staan was er behoefte aan gebouwen waarbij men een opstelling rondom het preekgestoelte kon realiseren, z.g. centraalbouw. Met een grondplan in de vorm van een Grieks kruis is dat heel goed uit te voeren.

Met de bouw van de kerk wordt niet meteen begonnen omdat de middelen nog niet toereikend zijn. Pas in 1629 is het zo ver. Op 9 juni 1629 wordt de eerste steen gelegd. Door de vijandigheden van de Duinkerker kapers lijdt de visserij gevoelige verliezen en moet het werk aan de kerk worden onderbroken (1632-1637). Toen men het werk weer kon hervatten zijn de inzichten gewijzigd en wordt een lichtere kapconstructie ontworpen. Toch gaan de muren wijken zodat er ijzeren trekstangen moeten worden aangebracht.

Op de viering, de kruising van de kappen, wordt conform de bouwplannen de toren gebouwd. Helaas kan de constructie van de kerk deze zware toren niet houden en wordt besloten een 60 m hoge toren tegen de westgevel van de kerk te bouwen. Om gewicht te sparen, vanwege de slechte bodemgesteldheid, is een zelfdragende houtconstructie gemaakt met daaromheen een gemetselde schil. Het gedeelte boven de trans is de voormalige houten vieringtoren. De inwijding van de kerk vindt plaats op 9 oktober 1636 tijdens een kerkdienst waarin dominee Fenacolius voorgaat, ondanks het feit dat zijn vrouw die nacht is overleden. Naar verluidt waren daar 3000 mensen bij aanwezig.

Onder aanvoering van de in Maassluis geboren Abraham Kuyper werd de Doleantie (kerkscheuring) in 1886 ingezet. In Maassluis ontstond er nog een juridische strijd over het bezit van de kerk die tot aan de Hoge Raad werd gevoerd (zie hieronder 'In de media': Schiedamsche Courant). Tot aan de toewijzing aan de Hervormde Gemeente werd er gekerkt in het gebouw van de Nederlandse Protestantenbond aan de Lange Boonestraat.

Tijdens de tweede wereldoorlog, op 18 maart 1943, wordt een deel van Maassluis en ook de Groote Kerk ernstig getroffen door een geallieerd bombardement. In 1995 is aan de voet van de toren, op het voormalige kerkhof, een monument onthuld ter herdenking van deze gebeurtenis. In 2008 aangevuld met 18 tegels met elk de naam van een slachtoffer en een 19e tegel voor alle slachtoffers die later bezweken.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Maassluis, Groote Kerk; jk 11-09-2010

Grote of Nieuwe KERK (Ned. Herv.). Bakstenen bouwwerk (1629-1639), naar het voorbeeld van de Amsterdamse Noorderkerk in plattegrond een Grieks kruis beslaand, waarvan de hoeken zijn afgeschuind. Venstertraceringen en steunberen vertonen een gotiserend uiterlijk, evenals de boogfriezen onder de daklijsten en het traptorentje op de zuidoosthoek. Houten dakruiter op de kruising. Slanke westelijke toren (1648-1650 door Arent van 's-Gravendsande) met sierlijke houten bovenbouw van een vierkant en twee open achtkante geledingen. Inwendig houten tongewelven, vier kruispijlers, waartegen halve zuilen en overigens vrijstaande zuilen.
Waardevolle inventaris:

  • Koorhek met hoger middendeel, bekroond door frontons; preekstoel met doophek, rijk gesneden herengestoelte tegenover de kansel, alles midden XVII. Vijf koperen kronen (XVIII).
  • Tekstbord in renaissancevormen en gildebord der Vissers (1649) met zeegezichten, geschilderd door A. van Beyeren.

In de zuid-oostelijke hoek tussen de beide kruisarmen een natuurstenen poort in De Keyserstrant. Restauratie 1943-'47.

Eikenhouten klokkenstoel uit ca. 1645 met gelui bestaande uit een klok van F. Simon en J. Paris, 1655, diam. 152,1 cm, een klok van een anonieme gieter, 1639, diam. 30 cm. Mechanische smeedijzeren torenuurwerk, 1639, Coenraet Hermensz Brinkman. Tegenwoordig opgesteld in het torenportaal. Dubbele zonnewijzer.

Orgel

Garrels-orgel (1732), kopergravure

Beschrijving

Het orgel in de kerk is een geschenk van de ongehuwde Govert van Wijn (1642-1738), een ‘weergaloze weldadige weldoener en vermogende Maassluizer’. De officiële overdracht en ingebruikname vond plaats op de 90e verjaardag van Van Wijn, op 4 december 1732.

Orgel met hoofdwerk, bovenwerk, rugwerk en vrij pedaal, in 1732 gemaakt door Rudolph Garrels. Sinds de bouwtijd vele keren gerestaureerd en gewijzigd. Bij de restauratie in 1978 werd de dispositie in 18de eeuwse stijl hersteld. De toegevoegde pedaalregisters achter de orgelkas vallen buiten de bescherming.

Dispositie

  • Hoofdwerk (C-g3): Prestant 16’ - Octaaf 8’ - Holpijp 8’- Octaaf 4’ - Nachthoorn 4’ - Quint 3’- Octaaf 2’ - Cornet - 4 st (discant) - Mixtuur 4-6 st - Scherp 4 st - Dulciaan 16’ - Trompet 8’ - Tremulant.
  • Bovenwerk (C-g3): Baarpijp 8’ - Holpijp 8’ - Quintadeen 8’ - Viola 8’ - Prestant 4’ - Fluit 4’ - Nasard 3’ - Octaaf 2’ - Sifflet 1’ - Tertiaan 2 st - Mixtuur 4-5 st. - Trompet 8’ - Dulciaan 8’ - Vox Humana 8’ - Tremulant.
  • Rugwerk (C-g3): Prestant 16’ (discant) - Prestant 8’ - Holpijp 8’ - Octaaf 4’ - Roerfluit 4’ - Quint 3’ - Octaaf 2’ - Woudfluit 2’ - Sexquialter 3 st (discant) - Mixtuur 4-6 st - Trompet 8’ - Tremulant.
  • Pedaal (C-f1): Open Subbas 16’ - Bourdon 16’ - Roerquint 12’ - Octaaf 8’ - Octaaf 4’ - Mixtuur 5 st - Bazuin 32’ - Bazuin 16’ - Trompet 8’ - Trompet 4’.
  • Koppelingen: Hoofdwerk+Bovenwerk; Hoofdwerk+Rugwerk; Pedaal+Hoofdwerk; Pedaal+Rugwerk; Pedaal+Bovenwerk.

In de media

  • Uit Het Vaderland, 16 December 1938.

De werkzaamheden voor de restauratie van het orgel in Ned. Herv. Kerk te Maassluis, dat als een der mooiste instrumenten van ons land bekend staat, zijn zoo ver gevorderd, dat het volgende week in gebruik kan, worden genomen. Bij het opmaken van het restauratieplan is vooropgesteld, dat het klassieke principe, waarnaar het orgel gebouwd is, dus het historische en typeerende karakter van het instrument behouden moest blijven.

Dit monument is voor de geschiedenis van den Nederlandseben orgelbouw belangrijk, omdat het mede den stoot gaf tot een totale vernieuwing van het orgel in de 18e eeuw.
Het werd geschonken door Govert van Wijn aan de kerkvoogden van de Nederl. Herv. Kerk te Maassluis, met een kapitaal van welks rente de organist werd betaald, benevens het onderhoud van het instrument. Zoowel de milde gever als de ontwerper van het prachtige front Daniël de Vries, werden in Maassluis geboren.
De bouwer was Rudolf Garrels, die in 1730 tot 1732 dit meesterwerk vervaardigde. Het bezat toen 43 sprekende registers, verdeeld over 3 klavieren en vrij pedaal. Reeds in 1739 werden verbeteringen aangebracht in de windvoorziening, maar ook de volgende restauraties slaagden niet. Het orgel was namelijk erg windziek, de windkanalen waren te lang en te smal. Daardoor ontstond het hinderlijk schokken en onevenwichtig geluid.

Bij de nu uitgevoerde restauratie moest dus allereerst de windvoorziening zoodanig geregeld worden, dat de wind zonder schokken de pijpen kan bereiken. Door het aanbrengen van wijde windkanalen, flinke regulateurs en schokbalgen, is men er in geslaagd dit euvel uitstekend te verhelpen.
De grootste aanwinst voor het orgel is wel de zuiverheid van het geluid. Sedert 1732 heeft men nog nooit het geheel zuiver kunnen stemmen. Alle klavieren kunnen nu gelijk gebruikt worden, wat vóór de restauratie niet mogelijk was. Dit is te danken aan den regelmatiger luchttoevoer.

Van de nieuw aangebrachte pijpen, ongeveer 800, zijn er, die zoo dun en fijn zijn als de steel van een bloem. Er zijn ook pijpen, die bijna zes meter lang zijn en een doorsnee hebben van 25 cm. De historische dispositie is volkomen op den voet gevolgd en bij deze restauratie in stijl gehouden. De uitbreiding is niet ter hand genomen om een grooter orgel met meer klankvolume te krijgen, doch om de bestaande registers te vermeerderen met de oorspronkelijke dispositie, geheel aansluitende aan de prachtige toonkleur van het oude pijpwerk.

De restauratie is, onder dagelijks toezicht van den organist W. Oranje, uitgevoerd door de firma G. van Leeuwen en Zonen te Leiderdorp. Het instrument bevat 54 sprekende stemmen (met een transmissie van hoofdmanuaal op pedaal, prestant 16-voet), verdeeld over 3 Klavieren, vrij pedaal en 3400 pijpen.
Het wordt in gebruik genomen met een bespeling van den organist op Woensdagavond 21 December a.s.


Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Orgel

Toreninterieur