Handelingen

Nijega, Hearrewei 1 - Hervormde Kerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Agatha
Genootschap: PKN Hervormde gemeente Nijega - Opeinde - De Tike
Provincie: Friesland
Gemeente: Smallingerland
Plaats: Nijega
Adres: Hearrewei 1
Postcode: 9217VN
Inventarisatienummer: 09386
Jaar ingebruikname: 1850
Architect: Duursma, D.D.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 499073


Geschiedenis

De Nederlands Hervormde kerk van Nijega is een van oorsprong middeleeuwse zaalkerk, gewijd aan St. Agatha. Na een ingrijpende verbouwing in 1893 door gemeentearchitect D.D. Duursma kreeg de kerk het huidige uiterlijk. In dat jaar verrees ook de klokkentoren. De twee luidklokken hierin waren afkomstig uit de klokkenstoel, die op het kerkhof stod. Op de bewaard gebleven, oudste klok staat het jaartal 1381 vermeld. Een in 1793 gegopten klok uiz in de WO II door de Duitsers weggehaald en in 1957 vervangen. De met gietijzeren doodssymbolen versierde doodssymbolen versierde toegangshekken dateren eveneens uit 1893.

Verbouwing 1893 met toren, sloop klokkenstoel. Het in 1894 door de firma Bakker & Timmenga gebouwde orgel is door dezelfde firma gerestaureerd en in het weekend van 27/28 april 2003 weer in gebruik genomen. (50-03)

opname 20-03-2009 © Leon Bok

Monumentomschrijving Rijksdienst

De KERK staat ter plaatse van een zaalkerk met klokkestoel, die er in de zestiende eeuw en vermoedelijk al veel eerder is gebouwd. De oude kerk werd, volgens twee gedenkstenen in het torenportaal, in 1850 en 1893 belangrijk verbouwd. Bij de laatste verbouwing werd ondermeer aan de oostzijde een toren gebouwd door aannemer S. Kijlstra uit Drachten naar ontwerp en onder toezicht van de architect D.D. Duursma uit Drachten. In 1957 zijn kerk en toren gerestaureerd onder leiding van de architect J. Baart jr., waarbij het gebouw inpandig bijna geheel vernieuwd werd. Van het oude meubilair bleef het orgel uit 1893 op de orgelgalerij behouden. Het kerkmeubilair (m.u.v. de orgelgalerij en het orgel) en de luidklok uit 1957 zijn van ondergeschikt belang voor bescherming van rijkswege.

Omschrijving

Rechthoekige zaalkerk van vijf raamtraveeën diep met een aangebouwde toren. De zuidgevel en de westgevel zijn voorzien van portlandbepleistering. Schijnvoegen in het pleisterwerk imiteren een voetstuk, hoeklisenen en gevelbekleding met natuurstenen platen. Aan de noord- en oostzijde van de kerk is de plint eveneens gepleisterd; de gevels zijn in roodbruine bakstenen opgemetseld. In de gevels zijn rondom kleine natuurstenen plaatjes gemetseld met de grafrijnummers. Aan de noord- en zuidzijde zijn ongeveer op dezelfde hoogte onder het muurwerk granieten zwerfstenen zichtbaar. Onder de dakvoet loopt een uitkragende gevellijst in decoratieve metselverbanden en verschillende kleuren baksteen uitgevoerd. Het zadeldak wordt gedekt door leien in maasdekking. Op de hoeken van het bouwblok zijn aan de oostzijde door spitsen bekroonde 5/8 gepleisterde kolommen aangebracht en aan de westzijde zijn deze kolommen als pseudo-arkeltorentjes uitgemetseld. De westgevel wordt beëindigd door een tuitgevel met een licht uitgemetselde en gepleisterde daklijst. Halverwege de daklijst zijn "tafeltjes" uitgemetseld en de tuit wordt bekroond door een klein fronton met smeedijzeren kruis. De rondboogvensters, voorzien van gekleurd glas-in-lood en reliëfglas gevat in houten venstertracering, zijn met ongelijke tussenafstanden maar wel symmetrisch over de noord- en zuidgevel verdeeld. In de zuidgevel is de rondboog in de bepleistering nagebootst en zijn de natuurstenen aanzet- en sluitstenen uitgespaard. De rondbogen in de noord- en oostgevel zijn tussen de aanzet- en sluitstenen verlevendigd met een strekboog in gele strengpersstenen en roodbruine bakstenen.

De ranke TOREN aan de oostzijde van de kerk is een zelfstandig bouwvolume.

Een geprofileerde cordonlijst scheidt de drie bouwlagen tellende onderbouw van de bovenbouw, waarin zich de klokkezolder bevindt. De muurvlakken zijn a.h.w. opgevat als spaarvelden tussen hoeklisenen. In elke bouwlaag zijn aan drie zijden lichtopeningen gemaakt, die de bouwlagen markeren. De toren wordt aan de vier zijden bekroond door een fronton waaruit een achtkantige ingesnoerde spits oprijst, bekleedt met leien in maasdekking. Op de spits staat een ijzeren bekroning bestaande uit een appel, een vierarmig kruis en een weerhaan. De voet van de toren is bekleed met natuurstenen platen. Een zestreeds bakstenen stoep leidt naar de vernieuwde dubbele toegangsdeur onder een rondboog bovenlicht. De geprofileerde portaalomlijsting rust op een natuurstenen neut. De rondboog wordt tussen de aanzet- en sluitsteen verlevendigd door metselwerk van rode, gele en beroete bakstenen. Erboven bevindt zich een steen met het opschrift: "GAAT ZIJN POORTEN IN MET LOF (...)". Daarboven bevinden zich tot aan de cordonlijst respectievelijk een roosvenster met gekleurd glas, een tweelichtsvenster voorzien van glas-in-lood met een trommelveld voorzien van decoratief metselwerk. De indeling van de noord- en zuidgevel van het onderste torensegment is identiek. Hierin bevinden zich in de tweede bouwlaag een half roosvenster met gekleurd glas, omgeven door een rollaag in gele en beroete bakstenen; daarboven een volledig roosvenster met gekleurd glas omgeven door een rollaag in gele en beroete bakstenen en vier segmentstenen.

De gevels van de klokkezolder zijn opgevat als spaarvelden tussen hoeklisenen en de cordon- en gevellijst met een muizentandlijst. De gevelindeling is aan de Z-, O- en N-zijde gelijk en wordt gevormd door dubbele galmgaten onder een rondbogige streklaag en een trommelveld met decoratief metselwerk.

In het portaal onderin de toren bevinden zich in de beide zijmuren gedenkstenen. Rechts met het opschrift: "IN HET JAAR 1850 IS DEZE / KERK GEDEELTELIJK VERNIEUWD, / (...) / HIERTOE DEN EERSTEN STEEN GELEGD DOOR TEIJE R. JACOBI //" en links met het opschrift: "IN HET JAAR 1893 IS DEZE KERK / GEDEELTELIJK VERNIEUWD ONDER / (...) / ARCHITECT D.D. DUURSMA //".

Het KERKINTERIEUR is in 1957 vrijwel geheel vernieuwd. Van het oude meubilair bleef het orgel uit 1893 op de orgelgalerij behouden. De orgelgalerij rust op twee gecanneluurde gietijzeren zuilen met composietkapiteeltjes. De orgelgalerij is aan de onderzijde voorzien van stucplafonds met neo-renaissancemotieven. In de balustrade opgenomen is de houten kas van het tweeklaviersorgel van de Fa. Bakker en Timmenga uit Leeuwarden van 1893.

Waardering

De kerk is van algemeen cultuurhistorische en architectonische betekenis:

  • vanwege de kerkhistorische ontwikkelingen die het mogelijk hebben gemaakt in relatief kort tijdsbestek vernieuwingen aan de kerk te plegen,
  • vanwege de toegepaste trant als de ornamentiek van de verbouwing van 1893,
  • vanwege de redelijke mate van belang binnen het oeuvre van de gemeentearchitect D.D. Duursma uit Drachten,
  • vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur,
  • vanwege de redelijke mate van gaafheid van interieuronderdelen (orgel en klok),
  • als belangrijk en markant herkenningspunt in en van het dorp.

De toren van de Ned. Herv. Kerk 1850, VANWEGE Klokkenstoel met gelui van twee klokken, waarvan één van anonieme gieter, 1381, diam. 82,5 cm. en een moderne klok. Mechanisch torenuurwerk, op slinger staat A.H. van Bergen, Heiligerlee.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur