Handelingen

Rotterdam, Persoonsstraat 1 - Wilhelminakerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Wilhelminakerk
Genootschap: Ned. Hervormde Kerk
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: Rotterdam
Plaats: Rotterdam
Adres: Persoonsstraat 1
Postcode: 3071EG
Inventarisatienummer: 03020
Jaar ingebruikname: 1898
Architect: Hooijkaas, B. jr.
Huidige bestemming: gesloopt in 1973
Monument status: geen

Geschiedenis

Dit was een zeer monumentale stadskerk met beeldbepalende toren.

Buiten gebruik in 1972 en helaas gesloopt in 1973.

Opgericht als nieuwe wijkkerk van de toenmalige, zelfstandige "Nederduitsch Hervormde Gemeente", afgesplitst van de Hervormde Gemeente IJsselmonde. Evenals de Koninginnekerk in Rotterdam kon deze kerk gebouwd worden dankzij een gift van de gezusters Van Dam. De inwijding volgde op 27 november 1898. Het was een forse zaalkerk op centraliserende plattegrond met uitgebouwde, driezijdig gesloten absis en fronttoren, geflankeerd door twee lagere traptorens. De absis werd uitwendig geaccentueerd door topgevels en een eenvoudige dakruiter. Het interieur was voorzien van galerijen en werd gedomineerd door een forse vrijstaande kansel in het koor. Belangrijk voorbeeld van stilistische vernieuwing in de protestantse kerkbouw van omstreeks 1900, voortkomend uit het eclecticisme, tevens belangrijk werk uit het oeuvre van B. Hooijkaas Jr.

Rotterdam, Wilhelminakerk; kopie van foto.

De kerk kreeg in de naoorlogse jaren grote bekendheid door de orgelconcerten van o.a. de bekende organist Feike Asma (1912-1984).

Als gevolg van teruglopend kerkbezoek werd de kerk in 1972 buiten gebruik gesteld en in het jaar daarna gesloopt.

Een groot deel van het pijpwerk uit het Steenkuijl-orgel (1900) kreeg in 1974 een nieuwe bestemming in het nieuwe orgel van de Oude Kerk te Veenendaal.

Literatuur: Klaassen, H.A., Voet, H.J.S., Groeten uit Rotterdam-Zuid. Deel 1: Noordereiland, Feijenoord, Katendrecht, Afrikaanderwijk, 1984, 60-61

Orgel

Algemeen

Artikel uit 1971

Eén van de mooiste orgels van Rotterdam vindt men in de Wilhelminakerk aan de Oranjeboomstraat. Deze kerk, gebouwd volgens het ontwerp van de architekt B. Hooijkaas Jr., werd op 27 november 1898 door de Hervormde Gemeente van Feyenoord in gebruik genomen.

Het orgel, dat een geschenk was van een onbekende geefster, werd in de jaren 1900-1901 gebouwd door de orgelmaker D.G. Steenkuyl te Amsterdam. Als adviseur trad op de heer G.H. Vijgeboom, organist van de Oosterkerk aan de Hoogstraat. Op 13 februari 1901 werd het orgel geheel door hem gekeurd, in een brief aan de kerkvoogdij deelde hij o.a. mede: “Het werk heeft 27 sprekende stemmen met 1482 pijpen, verdeeld over 2 klavieren en Vrij pedaal. Hoofdwerk en Klavierkoppel werken pneumatisch. Bij een reeks schoone en liefelijke geluiden ontwikkelen de gecombineerde stemmen een groote kracht, die door middel van 2 pianotreden kan verminderd worden met al de vulstemmen en tong- werken van het Hoofdmanuaal en Pedaal, terwijl de Crescendokast de stemmen van het Bovenklavier naar welgevallen doet aanzwellen of afnemen tot een fluisterend pianissimo”.

Op 15 februari 1901 werd het orgel voor de kerkvoogdij, genodigden en de pers tijdens een concert bespeeld door de heren G.H. Vijgeboom en W. Kool, de laatste als organist der kerk. Hoewel het orgel in de z.g. vervalperiode van de orgelbouw tot stand kwam, is het een opmerkelijke uitzondering tussen zijn tijdproducten, Vooral in zijn stoere en gloedvolle klank. Het orgel heeft in tegenstelling met bovenvermeld citaat een mechanische tractuur, waarbij echter bij het onderklavier (hoofdwerk) en de klavierkoppel een soort “Barker-systeem” werd toegepast. Daardoor is de zware aanslag tijdens het spelen met gekoppelde klavieren, zoals bij vele andere mechanische orgels, bij dit instrument aanmerkelijk gereduceerd. Het pijpwerk van het tweede klavier staat in een zwelkast.

In de loop der jaren werd aan het tweede klavier nog een Voix Célèste toegevoegd, waardoor het aantal strijkende stemmen op 5 werd gebracht. Na de 2e wereldoorlog werden drie registers door andere vervangen en in 1961 vond nog een dispositiewijziging plaats, waarbij het in de bedoeling lag om de beide toen vervangen stemmen later op een aparte windlade te herplaatsen, doch hiervan is echter nimmer iets gekomen. Deze werkzaamheden werden verricht door de Amsterdamse orgelmaker A. Bik op aanwijzing van Feike Asma.

Steenkuylorgel (1901); kopie foto

Het orgel is opgesteld in de torenruimte boven de galerij tegenover de preekstoel en heeft een teakhouten front bestaande uit drie pijpenronden en twee, in drie vakken verdeelde, rechte tussenvelden. Boven de tussenvelden vertonen zich twee gestileerde zwanen. Het front is van boven afgesloten door een met het beloop van de ronden meelopende brede lijst welke is voorzien van vierkante paneeltjes. Drie ervan zijn beschilderd met beeltenissen van personen welke doen denken aan de komponisten Bach, Handel en César Franck; de overige twaalf zijn met velerlei muziekinstrumenten gedekoreerd. Onderaan heeft het front eveneens breed lijstwerk dat, evenals dat van de drie consoles onder de ronden, is opengewerkt. De stijlen van de ronden lopen van onderen door en zijn aan de einden fraai bewerkt. De beide zijronden hebben elk bovenaan nog drie boogvakjes met kleine pijpjes, welke door bewerkte lijsten zijn afgesloten. Het middenrond, dat korter is dan de zijronden, heeft alleen opengewerkt lijstwerk met doorlopende bewerkte stijlen als topversiering.

Onder het orgel, links van de toegang naar de orgelruimte, bevindt zich de eiken speeltafel. Deze is zo geplaatst dat de organist vrij uitzicht op de preekstoel heeft. Als gevolg van de vernieuwde verwarming liep het orgel in 1970 schade op, doch deze werd door de heren A. den Bieker (koster der kerk) en de organist Jan Bout hersteld, zodat het orgel weer bespeelbaar werd. De oorspronkelijk op de orgelgalerij aanwezige banken zijn destijds verwijderd, waardoor deze galerij betere mogelijkheden als koorgalerij biedt.

Zeer talrijk zijn de concerten die op dit orgel werden gegeven door Feike Asma, Dirk Jansz. Zwart, Frits Willebrands, Piet van Egmond, Jan Bonefaas, Freek de Keizer, Addie de Jong en vele anderen. Deze concerten werden ruim twintig jaar georganiseerd door het Rotterdams Orgel Comité en daarna nog lange tijd door de Stichting Orgelcentrum te Leiden. In november 1936 werd het orgel tijdens een kooravond bespeeld door Jan Zwart, terwijl later in juni 1959 ook de Franse organiste Jeanne Demessieux er eenmaal op heeft geconcerteerd.

Voorts vonden in deze kerk vele kooruitvoeringen plaats, zowel door Rotterdamse koren als door koren uit andere plaatsen.

Als organisten zijn aan de Wilhelminakerk verbonden geweest de heren W. Kool (1901-±1930) en Frits Willebrands (1931-1956). De laatste werd op 1 december 1956 opgevolgd door de tegenwoordige organist Jan Bout.

Anno Domini - 1971 JAN VAN BOMMEL JZN

Op zekere winterse avond in de jaren tussen 1965 en 1970 zou Feike Asma een concert geven, echter bij de eerste akkoorden bleken de tongwerken ontstemd. Vervolgens werden de concertgangers vergast op een stembeurt door de concertgever. Zijn donderende stem vanuit het orgel klonk nog na toen een kwartier later het concert werd voortgezet.

In 1971 heeft de toonkunstenaar Koos Bons (zie afbeelding) uit Maassluis dit orgel op de (langspeel-)plaat gezet met improvisaties over Gospels & Spirituals. Een programma dat op dit orgel heel goed tot z’n recht is gekomen.

Dispositie (1971)

  • Hoofdwerk: Bourdon 16’ - Prestant 8’ - Roerfluit 8’ - Octaaf 4’ - Fluit 4’ - Quint 3’ - Octaaf 2’ - Mixtuur 3-4 st. - Cornet (diskant) 3-5 st. - Sexquiaiter (diskant) 2 st. - Fagot 16’ - Trompet 8’ - Tremulant.
  • Zwelwerk: Holfluit 8’ - Salicionaal 8’ - Prestant 4’ - Flûte harmonique 4’ - Nasart 3’ - Woudfluit 2’ - Quint 1 1/2’ - Scherp 3 st. - Dulciaan 8’ - Tremulant.
  • Pedaal: Prestant 16’ - Subbas 16’ - Octaaf 8’ - Bourdon 8’ - Octaaf 4’ - Bazuin 16’ - Trompet 8’.
  • Koppelingen: Hoofdwerk - Zwelwerk; Hoofdwerk - Pedaal; Zwelwerk - Pedaal.
  • Treden: Pianotreden vulstemmen; trede tongwerken van Hoofdwerk en Pedaal.

Vervolg

Toen de kerk in 1972 werd gesloten kwam het orgel te koop. Uiteindelijk is het grootste deel van het pijpwerk verwerkt in het door Vierdag gebouwde orgel (1974) in de Oude Kerk van Veenendaal. (Zie [1])

In de media

Uit Het Nieuws van den Dag, 30 November 1898.

Te Rotterdam werden zeven jaren geleden stappen gedaan om te Feijenoord een afzonderlijke gemeente der Ned. Herv. Kerk te stichten. Aanvankelijk werd eene hulpkerk opgerioht op een terrein, door de Ned. Stoombootmaatschappij tot dat doel afgestaan, welke destijds door Ds. Vinke werd ingewijd. Sedert onderging de bevolking van Feijenoord een belangrijke uitbreiding, zoodat meer en meer de behoefte gevoeld werd aan een waardig kerkgebouw. Een onbekende gaf tot dat doel een waarlijk vorstelijke gift, waarvoor een doelmatig terrein kon worden aangekocht in de Oranjeboomstraat en Persoonstraat. Zondag is de aldaar gebouwde kerk ingewijd. Het fanfarecorps van „Obadja" deed in den vroegen ochtend van den torentrans fanfaremuziek hooren en begeleidde gedurende den dienst het kerkgezang. Ds. W. Astro hield de inwijdingsrede met eene toespraak over I Petrus II : 5.

Aangaande het gebouw kunnen wij mededeelen, dat het terrein ongeveer ƒ 60,000 kostte, en dat de bouw van de kerk met toren bij aanbesteding werd gegund aan de heeren W.A. Vrolijk & Zoon, te Rotterdam, volgens ontwerp van den architect, den Heer B. Hooijkaas Jr. Den 23en Mei 1897 werd de eerste steen gelegd op een fundament van 600 palen. De kerk is opgetrokken van baksteen, met toepassing van hard- en zandsteen. Hare lengte bedraagt 50, hare breedte 28 en de toren is 60 M. hoog. In de kerk is plaats voor 1500 menschen. De hoofdingang is in den toren; daarachter is een ruime vestibule, die tot de kerk leidt. De predikstoel staat recht tegenover den ingang; daaromheen is een doophek met banken, terwijl boven rondom gaanderijen zijn gebouwd. Op die tegenover den preekstoel is plaats voor een orgel, dat geplaatst zal worden, wanneer het gebouw goed droog is. Het kerkgebouw maakt op de bezoekers een aangenamen indruk. De acustiek is uitmuntend, en de fraaie gekleurde ramen verspreiden een aangenaam zacht licht.

Uit Reformatorisch Dagblad, 20 oktober 2012.

ROTTERDAM – Het waren nauwelijks honderd kerkgangers die veertig jaar geleden de laatste dienst bijwoonden in de Wilhelminakerk in Rotterdam. Ds. K. H. Meijer bediende die dag, 15 oktober 1972, het Woord. Een jaar later werd de kerk gesloopt.

De Wilhelminakerk, op de hoek van de Oranjeboomstraat en de Persoonsstraat, was eind negentiende eeuw gesticht als nieuwe wijkkerk van de toenmalige Nederduitsch Hervormde Gemeente. Het bedehuis telde 1600 zitplaatsen. In de jaren na de sloop vielen tal van andere Rotterdamse kerken ten prooi aan de slopershamer.

De Wilhelminakerk was ontworpen door architect Barend Hooijkaas jr. en kon worden gebouwd dankzij een gift van de gezusters Van Dam. De ingebruikname had plaats op 27 november 1898. Nadat het fanfarekorps Obadja in de vroege ochtend van de torentrans fanfaremuziek blies, begeleidde het daarna in de kerkdienst de kerkzang. Pas in 1901 kreeg de kerk een orgel, gebouwd door D. G. Steenkuyl te Amsterdam.

Ds. W. Astro, predikant van IJsselmonde, hield de inwijdingspreek over 1 Petrus 2:5: „Zo wordt gij ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis.” Het kerkzegel had als opschrift: „’t Is ’t veiligst oord dat blijft bij ’t Woord.” Vier maanden later, op 5 maart 1899 deed de eerste predikant van de Wilhelminakerk zijn intrede. Ds. Sake Monsma zou tot 1915 blijven.

In de tijd dat de Wilhelminakerk werd gebouwd, was Rotterdam-Zuid danig in beweging. Nieuw gegraven havens boden aan duizenden mannen werk. De nieuwe gezinnen die in Rotterdam-Zuid kwamen wonen, waren vooral afkomstig van de Zuid-Hollandse en de Zeeuwse eilanden.

In 1928 beschikte de hervormde gemeente van Feijenoord over drie kerkgebouwen: de Wilhelminakerk, de Marana­thakerk en Gebouw Pretoria. In later jaren telde de gemeente zes predikantsplaatsen: twee met Gereformeerde Bondssignatuur, twee van de confessionele modaliteit en twee van middenorthodoxe richting.

De Wilhelminakerk werd het domein van de legendarische organist Feike Asma. Op 1 juni 1938 gaf hij er voor het eerst een orgelconcert in deze kerk, daartoe uitgenodigd door het Comité Nagedachtenis Jan Zwart. De toenmalige predikant, ds. Joh. A. Raams (1936-1946), opende en sloot de avond met gebed. Asma vestigde zijn roem in de Wilhelminakerk.

In 1958, bij de viering van het 60-jarig bestaan van de kerk, constateerde wijkpredikant ds. Jac. Treffers (1946-1965) een grote teruggang in kerkgang en gemeenteleven. Rotterdam-Zuid verpauperde meer en meer. Woningen werden niet meer onderhouden of werden gesloopt. Bewoners vertrokken, winkels verdwenen, kerken raakten leger of werden gesloopt.

Drie jaar later schreef ds. Treffers: „Deze wijkgemeente telde vijfduizend zielen. Ieder jaar wordt hun aantal minder. 
Als de sanering doorgaat, blijft er praktisch niemand meer over.”

De Wilhelminakerk, die ooit 1200 tot 1500 kerkgangers borg, was in die tijd nog maar voor een kwart gevuld. In 1962 waren het er niet meer dan 200 tot 300. De jaren daarna liep het kerkbezoek nog verder terug tot 80 à 90 kerkgangers. Als er echter een predikant van Gereformeerde Bondsrichting kwam preken, was de kerk weer gevuld met 500 tot 800 mensen.

Uiteindelijk werd op 15 oktober 1972 de laatste dienst in de Wilhelminakerk gehouden door ds. K. H. Meijer. In zijn afscheidspreek noemde hij de sluiting van de kerk een teken van de numerieke achteruitgang van de Hervormde Kerk. Het sluiten van het kerkgebouw betekende volgens hem niet „dat hier ook de verkondiging van het Evangelie ophoudt. Die gaat gewoon door.”

Toen in 1973 de kerk werd gesloopt werd de naastgelegen pastorie ingericht als kerkzaal. Deze kreeg de naam van Wilhelminakapel. Nadat ook deze moest sluiten, werden er nog eens per maand kerkdiensten gehouden in het CJV-gebouw, verderop in de Oranjeboomstraat. Op 6 november 1988 kwam ook daar een eind aan. De overgebleven gemeenteleden kregen de keus lid te worden van de Maranathakerk of van de gemeente Vreewijk of gastlid te worden van de gereformeerde Koningskerk.


(Bron:Artikel in Reformatorisch Dagblad)

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur