Handelingen

Utrecht, Adriaen van Ostadelaan 2 - Aloysiuskerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Aloysius
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Utrecht
Gemeente: Utrecht
Plaats: Utrecht
Adres: Adriaen van Ostadelaan 4
Postcode: 3583AJ
Inventarisatienummer: 04405
Jaar ingebruikname: 1924
Architect: Valk, H.W.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Gemeentelijk monument

(orgel Rijksmonument)


opname 1995 © AvD.

Geschiedenis kerk

Eerste grote kerk uit het oeuvre van Hendrik Valk (1886-1973). Centraalbouw op zeshoekig grondplan, die zich naar boven toe verjongt door middel van een twaalfhoekige, meloenvormige koepel met tamboer. Aan de voorzijde bevindt zich een uitgebouwd portaal, geflankeerd door een doopkapel, een kleine klokkentoren en een devotiekapel; aan de achterzijde bevindt zich een uitgebouwde absis. Het interieur is geheel uitgevoerd in schoonmetselwerk. Ten behoeve van de liturgische wensen van toen en een verbeterde zichtbaarheid op het altaar werd gepoogd een overzichtelijker ruimte te creëren. Rechts naast de voorgevel was een hoge toren gepland, volgens een aquarel door Valk; deze is niet uitgevoerd. Kruiswegstaties en gebrandschilderde ramen uit de bouwtijd zijn van de hand van W.L. Wiegmans (1892-1942). Het Antoniusmozaïek uit dezelfde tijd is eveneens van zijn hand. Bij liturgische vernieuwingen in het kader van het Tweede Vaticaans Concilie is het interieur vanaf 1966 gewijzigd door middel van inbouw van een nieuw priesterkoor. Het oude hoofdaltaar uit de bouwtijd is daarbij verdwenen.

Geschiedenis orgel

St. Aloysiuskerk, vanwege het van oorsprong tweeklaviers orgel, in 1810 gemaakt door A. Meere te Utrecht voor de O.L. Vr. ten Hemelopneming aan de Biltstraat te Utrecht. In 1895 door M. Maarschalkerweerd gewijzigd en overgeplaatst naar een nieuwe - inmiddels gesloopte - kerk. In 1974 gerestaureerd door Verschueren Orgelbouw en geplaatst in een nieuwe kerkzaal in de Biltstraat. In 1993 overgeplaatst naar de St Aloysiuskerk te Utrecht.

In de media

Uit Het Centrum, 11 April 1924.

Vandaag is dan een groote blijdschap over de parochie van St. Aloysius gekomen: De nieuwe kerk, die met haar machtigen koepel heel de omgeving beheerscht, is door Mgr. H. v.d. Wetering, Aartsbisschop van Utrecht plechtig geconsacreerd. Reeds den avond vóór inwijding werden de reliquieën, die in het altaar zouden geborgen worden, in een daartoe bestemd schrijn gelegd. Met deze reliquieën werden ook ingesloten drie wierookkorrels en een blad perkament, waarop geschreven is de datum der kerkwijding, de naam van den kerkpatroon en van de reliquieën alsmede de verleening van den aflaat Voor deze reliquieën brandden twee lichten en werden de Metten ter eere der heiligen, wier overblijfselen daar bewaard zijn gebeden. Vanmorgen om 7 uur, in den prillen, killen ochtend, die echter een dag van jubelend zonlicht beloofde, stonden reeds verscheidenen voor den ingang van het nog gesloten kerkgebouw te wachten op de komst van Mgr. de Aartsbisschop. Even 7 uur arriveerde de auto, waarna de langdurige plechtigheden aanstonds een aanvang namen.

(.....)

Na afloop der H. Mis (ongeveer 12 uur) begaven de genoodigden zch naar de mooie koffiekamer der nieuwe pastorie, waar Pastoor Jorna nogmaals hartelijk dank bracht aan Monseigneur den Aartsbisschop en aan den burgemeester. Voorts bedankte hij in het bizonder den architect, den heer P. Valk, die met dit heiligdom zijn eerste kerk heeft gebouwd waardoor zeker zijn naam zal zijn gevestigd, de aannemers, opzichters en werklieden, voorts het college van kerkmeesters en de parochianen. Mgr. v.d. Wetering spreekt. Alsnu verhief zich Mgr. v.d. Wetering en vestigde in een korte toespraak vooral de aandacht op het aandeel, dat Pastoor Jorna in den bouw der nieuwe kerk heelt gehad. Ik ben U, aldus spreker, daarvoor dankbaar en hoop, dat God U moge zegenen de nog lange jaren in dit kerkgebouw werkzaam te mogen zijn. Hierna vertrok Mgr. de Aartsbisschop weer per auto. Ook de andere autoriteiten verlieten de koffiekamer en daarmee was het grootsche feest ten einde.

Het mooie hoofdaltaar werd ook ontworpen door den architect den heer P. Valk uit Den Haag en uitgevoerd door de ateliers van Terwin aldaar. De ramen zijn, zooals we reeds meldden, het werk van Willem Wiegmans uit Utrecht. In de nieuwe kerk zal op Paasch-Zaterdag voor het eerst biecht gehoord worden terwijl met ingang van Paschen de gewone diensten erin beginnen. We gaven reeds een uitvoerige beschrijving van het gebouw, maar mogen hier toch nog wel een woord van bewondering plaatsen voor dit nieuwe Godshuis, dat een sieraad is voor deze stad. We wenschen er Pastoor Jorna en de volijverige kapelaans alsmede de parochianen van St. Aloysius oprecht geluk mede!

Uit Het Centrum, 15 November 1924.

Het orgel In de St. Aloysiuskerk is thans gereed gekomen. De firma Maarschalkerweerd, orgelfabrikant alhier, mag met haar werk gefeliciteerd worden. Het was geen gemakkelijke taak, het oude orgel op het nieuwe koor in een zeer beperkte ruimte zoo practisch mogelijk te plaatsen. In de oude kerk was het orgel in zijn geheel opgesloten in een kast op de koortribune geplaatst. In de nieuwe kerk was dit absoluut onmogelijk. Daarom is, op initiatief van den orgelbouwer thans het orgel gehalveerd en is gebruik gemaakt van de beide nissen, rechts en links van het koor. In de rechternis is opgeborgen het positief en pedaal (in een zwelkast), in de linkernis het manuale, terwijl windkast en speeltafel zich op het koor bevinden. Zoodoende is er thans voldoende ruimte beschikbaar voor de koorzangers. Hoewel de afstand tusschen beide nissen ruim 10 M. bedraagt, vindt het pijpenwerk toch een goed ensemble. Wlndtoevoer geschiedt thans ook electrisch. Vermelden wij tenslotte nog dat er Zondagavond 16 Nov. a.s. na het Lof een orgelbespeling zal gegeven worden door den organist-directeur der kerk. den heer Leo Smeets, met stukken van Bach, Reinberger, Franck en Lemmens, terwijl de heer Winnubst zijn leerling zal reglstreeren.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

De volgende foto's zijn alle gemaakt door H.J. de Bruijn, Asperen.