Handelingen

Utrecht, Nicolaaskerkhof 9 - Nicolaïkerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Nicolaikerk
Genootschap: PKN Protestantse gemeente Utrecht
Provincie: Utrecht
Gemeente: Utrecht
Plaats: Utrecht
Adres: Nicolaaskerkhof 9
Postcode: 3512XC
Jaar ingebruikname: 12e eeuw
Architect:
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 36380

Geschiedenis

1955
Het westwerk gezien vanuit het zuiden. Foto: A. Roks
Het westwerk gezien vanuit het westen. Foto: A. Roks
Fraai romaans kapiteel. Foto: A. Roks
De tufsstenen westbouw. Foto: A. Roks
Plattegrond. A. Roks

De Nicolaïkerk is één van de vier historische parochiekerken in Utrecht. De kerk heeft zijn naam te danken aan Sint Nicolaas (beschermheilige van de schippers), door zijn ligging op een knooppunt van waterwegen. Deze kerk was het centrum van een grote parochie, waarbij ook de plaatsen De Bilt en Vechten behoren.

De historie van de kerk gaat terug naar de 12de eeuw, toen een Romaanse driebeukig overwelfde kruisbasiliek werd gebouwd. Van deze kerk is de westbouw nog een overblijfsel. Voor een parochiekerk is een dergelijk westwerk met twee torens ongewoon. Daarom wordt de vraag nog wel eens gesteld of de kerk aanvankelijk met een andere bestemming gebouwd is dan alleen parochiekerk. Beide torens hadden een lage spits. De zuidtoren was de eerste die gewijzigd werd. In 1586 werd de toren in baksteen verhoogd. De grijze strepen zijn erop geschilderd als imitatie tufsteen. In de lantaarn hangt een bijzonder mooi klinkende beiaard, die vervaardigd werd door de gebroeders Hemony uit 1649. De noordtoren verloor zijn spits tijdens de tornado van 1674.

De kerk onderging vele veranderingen in zijn lange geschiedenis. Tussen 1444 en 1479 werd de kerk verbouwd tot een Laatgotische hallenkerk, onder leiding van Dombouwmeester Jacob van der Borch. Met deze verbouwing zijn enkele delen van de oude kerk hergebruikt voor de nieuwe kerk, zoals het Romaanse westwerk, de Romaanse pijlers, het Romaanse bandgewelf.

In 1529 werd de Nicolaïkerk kloosterkerk; nadat de karmelieten gedwongen waren hun kerk en klooster (respectievelijk de huidige Sint Catharinakathedraal en het Catharijne Convent) af te staan aan de johannieterorde kregen ze de Nicolaïkerk toegewezen.

Na de tweede Beeldenstorm in 1579 kwam de kerk in protestantse handen. Deze overgang had grote gevolgen voor de inrichting van de kerk, onder meer het buiten gebruik raken van het koor.

In de 20ste eeuw werd de kerk in twee fasen gerestaureerd. De eerste fase vond plaats tussen 1942 en 1953 en betrof de westgevel, en tussen 1970 en 1978 werden ook het schip en het koor gerestaureerd. Onder de toren van de Nicolaïkerk is in 2001 een kleine gedachteniskapel ingericht.

Historisch overzicht

  • 1110 Met de bouw van de kerk wordt rond dit jaar een begin gemaakt. De kerk wordt gewijd aan Sint Nicolaas, patroonheilige van schippers en zeelieden.
  • 1204 Vroegste vermelding van de kerk in middeleeuwse documenten.
  • 1465 Nadat de kerk al enkele malen eerder ingrijpend verbouwd was, maakte Jacob van der Borch, bouwmeester van de Dom, er een hallenkerk van door het doen optrekken van gotische zijbeuken met dezelfde hoogte als het middenschip.
  • 1579 Voorafgegaan door twee beeldenstormen wordt de kerk op 15 juni officieel overgedragen aan de calvinisten.
  • 1657 Plaatsing van een nieuwe beiaard, door Francois en Pierre Hemony vervaardigd.
  • 1661 Schenking van zes koperen kronen door de Staten van Utrecht, het stadsbestuur en andere instanties.
  • 1718 Instorting van een pijler. De pijler ertegenover wordt eveneens verwijderd en het gewelf ter plaatse aan de nieuwe situatie aangepast.
  • 1813 De kerk wordt gedurende korte tijd als stal gebruikt door in Utrecht gelegerde militairen.
  • 1885 Verkoop van het oudste nog bestaande Nederlandse orgel na vier eeuwen functioneren in de kerk. Het werd opgesteld in het (toen geheel nieuwe) Rijksmuseum in Amsterdam. Van daaruit verhuisde de orgelkast in de vijftiger jaren van deze eeuw naar de Koorkerk in Middelburg, terwijl het kostbare en unieke binnenwerk veilig werd opgeslagen: in een rijksbunker voor kunstschatten. 1888 Het Witte-orgel (het vierde in Utrecht) komt gereed.
  • 1957 Ingebruikneming van een nieuw, door de Deense firma Marcussen gebouwd hoofdorgel.
  • 1970 Restauratie (tot 1978). Een van de veranderingen is de reconstructie van de in 1718 verdwenen pijlers en het gewelf daarboven.
  • 1988 Vorming van een Samen-op-Weg gemeente van hervormden en gereformeerden.

Bezienswaardigheden

  • Noorderportaal. Het portaal stamt uit het begin van de 17de eeuw. Aan de bovenrand is een tekst uit de gelijkenis van de Goede Herder te lezen: "Spreect de Heere: Ick ben de deur - so yemant door mij ingaat - die aal behouden worden".
  • Romaanse pijler. Aan deze pijler (en de pijler ertegenover) is goed te zien dat de kerk verscheidene malen verbouwd is. Van het gewelf van de oorspronkelijk veel lagere zijbeuk en een galerij zijn nog de aanzetten zichtbaar.
  • Luifelbank. Voor de restauratie waren er luifelbanken rond de pilaren. De thans aanwezige bank bestaat uit delen hiervan.
  • Gewelfschildering. Bij de recente restauratie werd een gotische schildering op het romaanse bandgewelf ontdekt. Deze is in haar oude glorie hersteld.
  • Het Tien-Gebodenbord en het bord met de Geloofsbelijdenis uit 1582.
  • In de vloer van het koor is te zien, waar dit in de periode van de romaanse kerk, en daarna tijdens de eerste fase van de gotiek eindigde.
  • Heilige Kruiskapel. Ooit had de Kruisbroederschap deze kapel in bezit. Op de kraagstenen onderaan de gewelfribben zijn profeten afgebeeld. Het blad van de tafel is afkomstig van een altaar. Er staan vijf kruisjes en de vis op.
  • De romaanse westbouw roept de vraag op, of de kerk aanvankelijk met een andere bestemming dan die van parochiekerk gebouwd is. Voor een parochiekerk is een dergelijke westwerk met twee torens ongewoon. Vroeger bevond zich hier de ingang van de kerk.
  • Aan de noordwestzijde bevindt zich de grafkapel voor Elisabeth van Tuyll van Serooskerke uit circa 1690 met gisant.

Orgels

Hoofdorgel

Het hoofdorgel is in 1956-1957 gebouwd door de firma Marcussen & Søn te Aabenraa (Denemarken). Adviseur was de organist van de Nicolaikerk, Lambert Erné (1915-1971).

Dispositie
  • Hoofdwerk (manuaal 2): Quintatøn 16' - Principal 8' - Rørfløjte 8' - Oktav 4' - Spidsfløjte 4' - Oktav 2' - Mixtur 1⅓' 6-8 sterk - Cymbel 3 sterk - Trompet 8' (horizontaal).
  • Rugwerk (manuaal 1): Gedakt 8' - Principal 4' - Rørfløjte 4' - Oktav 2' - Nasat 1⅓' - Sesquialter 2⅔' 2 sterk, vanaf g - Scharf 1' 4 sterk - Dulcian 16' - Krumhorn 8' - Tremulant.
  • Borstwerk (manuaal 3): Gedakt 8' - Gedaktfløjte 4' - Principal 2' - Waldfløjte 2' - Sivfløjte 1' - Cymbel II - Regal 8' - Tremulant.
  • Pedaal: Principal 16' - Oktav 8' (C-f gecomb. met Principal 16') - Oktav 4' - Mixtur 2⅔' 6 sterk - Fagot 32' - Basun 16' - Trompet 8' - Skalmeje 4'.
  • Koppelingen: Hoofdwerk aan Pedaal - Rugwerk aan Pedaal - Rugwerk aan Hoofdwerk - Borstwerk aan Hoofdwerk.
  • Cymbelstjerne.

Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: C-f3. Pedaalomvang: C-f1.

Kleine orgel

Het zogenaamde "Sweelinck-orgel" is in 1953 gebouwd door de firma Marcussen & Søn te Aabenraa (Denemarken) voor de studio van de NCRV te Hilversum. In 2000 wordt het door de NCRV in bruikleen gegeven aan de gemeente van de Nicolaïkerk. De firma Gebr. Van Vulpen restaureert het en plaatst het over naar de Nicolaïkerk.

Dispositie
  • Manuaal 1: Roerfluit 8' - Prestant 4' - Woudfluit 2' - Mixtuur 1' 4 sterk - Dulciaan 8'.
  • Manuaal II: Gedekt 8' (C-H uit Roerfluit 8') - Roerfluit 4' - Prestant 2' - Sesquialter 1 3/5' 2 sterk - Nasard 1⅓' - Cymbel ¼' 2 sterk.
  • Pedaal: Subbas 16' - Gedekt 8' (C-f uit Subbas) - Quintadena 2' - Fagot 16' - Vox humana 4'.
  • Koppelingen: manuaal 1 aan pedaal - manuaal 2 aan pedaal - manuaal 2 aan manuaal 1.
  • Tremulant.

Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: C-f3. Pedaalomvang: C-f1. Toonhoogte: a1 = 442 Hz. Winddruk: 52 mm. WK.

Koororgel

Het orgel is in 1959 gebouwd voor de Remonstrantse Gemeente in Amersfoort. Het werd later verplaatst naar de Utrechtse Janskerk, daarna naar de Jacobikerk en tenslotte in 1979 naar de Nicolaïkerk.

Dispositie
  • Manuaal: Holpijp 8' - Prestant 4' - Roerfluit 4' - Octaaf 2' - Mixtuur II sterk (gedeeld).
  • Pedaal: Aangehangen

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Orgels