Handelingen

Vlijmen, Julianastraat 44 - St. Jan Geboorte

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object:
Genootschap:
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Heusden
Plaats: Vlijmen
Adres: Julianastraat 44
Postcode: 5251ED
Inventarisatienummer: 08507
Jaar ingebruikname:
Architect: H.J. van Tulder
Huidige bestemming: Rooms-Katholieke kerk
Monument status: Rijksmonument 37871



Geschiedenis

Vlijmen, gemeente Heusden - St. Jan Geboorte; foto. J. Sonneveld Leidschendam.

Grote neogotische kerk met hoge toren.

Het is niet meer te achterhalen wanneer er voor het eerst sprake is geweest van een christelijke geloofsgemeenschap in Vlijmen. De oudste sporen gaan terug naar de 13e eeuw. Vermoedelijk is er rond 1260 een stenen kerk gebouwd ter vervanging van een houten kerkje, waar de christenen van Vlijmen bij elkaar kwamen. In 1285 stond de kerk, die gewijd was aan Sint Jan de Doper (nu de Grote Kerk), er zeker, want in dat jaar droegen de deken en het kapittel van de Sint Janskerk in Luik hun goederen en het daarmee verbonden patronaatsrecht (benoemingsrecht van een pastoor) in erfpacht over aan de Abdij van Berne.

Op last van de Staten van Holland, het wettig gezag, kwam de kerk van Vlijmen in 1610 in handen van de Nederduits Gereformeerde Kerk.

Tot 1648 trokken de katholieke Vlijmenaren naar het Brabantse Nieuwkuijk of Drunen voor de uitoefening van hun geloof.

In 1674 kreeg Vlijmen weer een eigen pastoor die wel een schuurkerk zal hebben ingericht, want katholieke bedehuizen mochten niet als kerken herkenbaar zijn.

In 1740 werd er een nieuwe schuurkerk gebouwd. Deze stond op het huidige Norbertusplein, dus voor de huidige kerk uit 1866. Waarschijnlijk was het gebouw van hout, ongeveer 16 meter lang en 10 meter breed. Vanaf de straat was het gebouw, tussen de andere huizen door, bereikbaar. Het lag zo’n tien meter van de straat af.

In 1795 werd de Bataafse Republiek ingesteld en kregen de katholieken bij de Staatsregeling van 1798 gelijkberechtiging. De wet voorzag in teruggave van kerkgebouwen aan katholieken in plaatsen waar zij de meerderheid vormden. In Vlijmen waren (in 1798) 89 lidmaten van de Nederduits Gereformeerde Kerk en 1772 katholieken, maar van teruggave van de (oude) kerk was geen sprake. Omdat de hoop op teruggave van de baan was, ontwikkelde het kerkbestuur plannen om tot de bouw van een nieuwe kerk te komen.

Op 17 januari 1805 kwam men met het voorstel om de oude kerk af te breken en op dezelfde plaats een nieuwe kerk te bouwen. Het gebouw, zonder toren, werd opgetrokken van baksteen en afgedekt met pannen. Er zijn geen afbeeldingen van bewaard, maar het gebouw moet ongeveer 9 bij 27 meter groot zijn geweest.

In 1853 werden in Nederland de bisdommen hersteld en de overheid liet het initiatief tot kerkenbouw voortaan over aan de geloofsgemeenschappen. Vooral de katholieken maakten van die vrijheid gebruik om nieuwe kerken te bouwen, die de armzalige schuurkerken moeten vervangen.

Ook in Vlijmen was men toe aan een nieuwe kerk, waarvoor de Tilburgse architect Henri van Tulder een neogotische kruisbasiliek met vijf straalkapellen en een meer dan 70 meter hoge toren ontwerpt. De muren en de bundelpijlers zijn de dragende onderdelen van het gebouw, maar het gewelf is van hout. Om toch het idee te geven dat we hier met een echte gotische kerk te maken hebben, wordt het bakstenen gebouw en het houten gewelf van binnen egaal gestuukt. Bij zulke gebouwen spreekt men van ‘stukadoorsgotiek’. Met de kerken van Oss en Mierlo behoort de Vlijmense kerk tot de drie kruisbasilieken, die Van Tulder in deze stukadoorsgotiek bouwt.

In het interieur van de Vlijmense kerk paste architect van Tulder motieven toe die ontleend zijn aan de Middeleeuwse Brabantse gotiek. De rijk gelede bundelpijlers in het middenschip ziet men ook terug in de Kathedrale Basiliek Sint Jan in Den Bosch. Ook de versiering in de zwikken langs de bogen van het middenschip, het pseudo triforium daarboven en de nissen geledingen onder de lichtbeukramen zijn ontleend aan de Brabantse gotiek. Ook in zijn andere kerkontwerpen ziet men steeds variaties hiervan terug. Ze zijn kenmerkend voor de interieurontwerpen van Van Tulder.

jk 02-08-2012

De bouwkosten voor de nieuwe kerk bedroegen 122.000 gulden. Voor die tijd een enorm bedrag en daarom vroeg bouwpastoor P. van de Brand in 1860 een bijdrage in de kosten van 30.000 gulden bij de Gemeente Vlijmen. Dit bedrag werd in termijnen aan het kerkbestuur betaald. In 1865, toen de bouw van de kerk in volle gang was, kreeg het kerkbestuur nogmaals zo’n bedrag. Ongeveer de helft van de bouwkosten werd dus door de Gemeente betaald. De parochianen brachten ongeveer 23.000 gulden bij elkaar.

Voor de bouw van de kerk waren zo’n 2.400.000 bakstenen nodig. Een gedeelte daarvan werd gebakken in speciale veldovens in de z.g. Meerheuvels, gelegen ten oosten van de Vlijmense Dijk. In april 1864 werd de eerste steen gelegd door pastoor van de Brand. Tweeenenenhalf jaar later, op 21 november 1866 is de kerk, die 600 zitplaatsen telt, door de pastoor ingezegend en in gebruik genomen. Het oude en vervallen kerkgebouw uit 1805 werd toen gesloopt.

Op zondag 11 oktober 1868 werd de kerk op plechtige wijze officieel ‘geconsacreerd’ door Mgr. J.P. Deppen, adjutor van de Bossche bisschop Mgr. J. Zwijsen.

Vanaf 1866 tot 1893 werd het koor van de kerk voorzien van gebrandschilderde ramen. De thema’s die hiervoor werden gebruikt zijn: het leven van Christus, de sacramenten en een aantal ramen met heiligen en profeten.

Vanaf ongeveer 1926 werd, wegens liturgische vernieuwingen, een opknapbeurt van het interieur doorgevoerd, waarbij de beschildering onder een witte kalklaag verdwijnt. Er werd bewust gestreefd naar een versobering van het kerkgebouw.

Tijdens de bevrijding van Vlijmen in november 1944 en bij het neerkomen van V1 in februari 1945 liep de kerk grote schade op en was gedurende een jaar onbruikbaar voor de liturgie. Door de kracht van de ontploffing van de V1 raket zijn alle gebrandschilderde ramen van de kerk verwoest. In plaats daarvan werden er in de kerk ramen met figuratieve voorstellingen geplaatst. In 1949 werden de ruimtes voor de congregatie, die aan beide zijden van het koor liggen, bij de kerk getrokken. De kooromgang, achter het hoofdaltaar, werd als repetitieruimte voor de koren ingericht.

In 1949 werden er drie nieuwe luidklokken in de toren gehangen en in 1953 werd een nieuw orgel in gebruik genomen, dat achter het bestaande neogotische orgelfront werd geplaatst.

Vanaf de jaren 1960 werd overwogen om de kerk af te breken of te restaureren. Allerlei plannen passeerden de revue tot het moment dat in 1974 de kerk op de Voorlopige Monumentenlijst kwam te staan, waarna in 1977 uitzicht op subsidie voor een deel van de buitenzijde volgde. Toen het eerste deel van de restauratie – het dak, het Angelustorentje en de bovenbouw van de kerk - was afgerond in 1979, werd alles in het werk gesteld om ook voor de aanpak van interieur subsidiegeld los te krijgen. Toen dit niet lukte, werd in 1981 het plan opgevat dit werk met vrijwilligers aan te pakken, die na het gereedkomen van de ‘onderkerk’ ook de bovenkerk aanpakten. Na een periode van ongeveer anderhalf jaar heeft het kerkinterieur een totale metamorfose ondergaan.

Na het gereedkomen van het interieur werd tussen 1985 en 1987 het exterieur van de toren en de onderbouw van de kerk aangepakt. In november 1987 werd ook dit deel van de restauratie afgerond.

(Uittreksel uit de parochiegeschiedenis, zie website parochie.)

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

jk 02-08-2012

St. Jan de Doper, 1864-1866, H.J. van Tulder. Groots opgezet werk uit Van Tulders eerste neogotische periode. Driebeukige kruisbasiliek met hoge westtoren en omgang met straalkapellen. Gelede pijlers, gestucadoord-houten gewelven.

Preekstoel, eerste kwart 17e eeuw.

MIP omschrijving

  • Bouwstijl: Neo-Gotiek
  • Bouwperiode: 1864 tot: 1866
  • Gevels en materialen: Baksteen, enige natuurstenen sierdelen. Deklijsten en cordons in cement.
  • Vensters en deuren: Spitsboogramen met flamboyante traceringen.
  • Dak en bedekking: Zadeldak met dakruiter. Achtzijdige spitsen, dakruiter en toren.
  • Bijgebouwen: Bakstenen baarhuisje, zadeldak met verbeterde Hollandse pannen (circa 1865 ?). Heilig Hartbeeld, M. van Bokhoven 1922.
  • Omschrijving: Driebeukige kruisbasiliek met toren en vier geledingen met nissenversiering. Driebeukig schip van zes traveeen, uitspringend transept en koor van drie traveeen met 5/8 sluiting. Kooringang met sacristieen en bergingen over twee bouwlagen. Inwendig gestucte kruisribgewelven en bundelpijlers. Preekstoel XVIIa. Circa 1985 gerestaureerd.
  • Kerkhof: diverse tombegraven burgemeesters en familie Mommersteeg. Kruis Jansen 1950, graf v.d. Brandt 1943, oorlogsgraf 1944, kruis Mommersteeg 1893.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Orgel