Amsterdam, Zandstraat 17 - Zuiderkerk

Uit Reliwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

laat alleen artikel objecten zien
laat overige objecten op deze kaart zien


Algemene gegevens
Genootschap : Ned. Hervormde kerk
Gemeente : Amsterdam
Plaats : Amsterdam
Adres : Zandstraat 17
Provincie : Noord-Holland
Jaar ingebruikname : 1611
Huidige bestemming: te huur voor evenementen
Naam kerk : Zuiderkerk
Architect : Keyser, Hendrik de
Monument-status: Rijksmonument
200px-Distinctive emblem for cultural property.svg.png
6498
Inventarisatienummer : 04757


Inhoud

Geschiedenis

Uiterst belangrijk kerkgebouw, met monumentale toren van 70 meter hoog.

Gebouwd tussen 1604 en 1611 naar een ontwerp in renaissancestijl van de Amsterdamse stadsbouwmeester Hendrick de Keyser.

Het was destijds de eerste nieuwgebouwde protestantse kerk in Amsterdam.

De grafsteen van Hendrick de Keyser, overleden in 1621, bevindt zich in deze kerk.

Buiten gebruik als Hervormde kerk in 1929. Daarna kreeg het gebouw verschillende functies.

opname 31-12-2006 © Leon Bok
opname 31-12-2006 © Leon Bok
opname 31-12-2006 © Leon Bok

Tijdens de hongerwinter van 1944-1945 fungeerde het als mortuarium. Rond 1970 werd de kerk gesloten wegens bouwvalligheid. Na een ingrijpende restauratie van 1976 tot 1979, werd de Zuiderkerk weer in gebruik genomen. Van 1992 tot eind 2010 was het informatiecentrum voor bouwen en wonen van de Gemeentelijke Dienst Ruimtelijke Ordening in de kerk ondergebracht. Hiertoe is enige inbouw, met name galerijen langs de zijbeuken en in de koorwand, gerealiseerd.

Recente geschiedenis

Wegens "bezuinigingen" door de Gemeente Amsterdam is de Zuiderkerk met ingang van 7 november 2010 buiten gebruik gesteld als Informatiecentrum.

In de media was sprake van een "doorstart", vanaf begin 2011, qua gebruik van dit kerkgebouw, als tijdelijk onderkomen van een "Nationaal Historisch Museum", waarvan de voorgenomen bouw in Arnhem, ook wegens "bezuinigingen" door het Rijk, eind oktober 2010 is afgelast. Van dit idee is verder weinig tot niets vernomen.

Begin 2012 hebben enkele restauratiewerkzaamheden plaatsgevonden.

Sinds 2012 is de Zuiderkerk beschikbaar als huurlocatie voor "particuliere en zakelijke evenementen", aldus de website " [[1]] ".

De begin jaren 1990 ingebouwde galerijen zijn gehandhaafd.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Zuiderkerk (1603-1611 door Hendrick de Keyser). Driebeukige pseudobasiliek op rechthoekige plattegrond, de zijbeuken aan iedere zijde op twee plaatsen transeptachtig verhoogd. Zuiderkerkstoren. Excentrisch tegen de kerk geplaatste toren bestaand uit een vierkante romp waarop een zandstenen achtkant met losse hoekzuilen en een houten bekroning met lantaren (voltooid 1614, Hendrick de Keyser). Beiaard met 32 klokken van de gebroeders Hemony (1656), paar jaren later nog drie klokken. In 1995 verving Eijsbouts enkele kleine klokken. Trommelspeelwerk van Otto Roelofsz, 1617, met trommel gegoten door Pieter Hemony. Op de zolder buiten gebruik gestelde klokken en buiten gebruik gesteld klavier uit de 17de eeuw.

Het gelui bestaat thans uit vier klokken. De grote klok werd in 1511 door W. en J. Moer vervaardigd voor de Oude Kerk van Amsterdam. Toen de Oude Kerk in 1659 nieuwe luidklokken kreeg, verhuisden de bestaande luidklokken van daaruit naar diverse andere kerken. De grootste klok kwam toen in de Zuiderkerk terecht. In hetzelfde jaar vervaardigde F. Hemony twee nieuwe luidklokken voor de Zuiderkerk, die tot 2000 met de grote Moerklok het gelui van de Zuiderkerk vormden. In 2000 tenslotte, kwam de Milleniumklok -thans de kleinste luidklok hier- erbij. Deze was in 1999 door Eijsbouts te Asten vervaardigd. De vier klokken meten resp. 168,5 cm, 129,5 cm, 108,5 cm en 81,5 cm in de onderdoorsnede.

Het orgel uit 1823 van J.C. Friederichs kreeg in 1940 een nieuwe bestemming in de Geref. Oosterkerk te Aalten [[2]].

In de media

Uit Het Vaderland, 18 September 1929.

DE ZUIDERKERK TE AMSTERDAM. Een jeugdherinnering.

Nu zal die oude Zuiderkerk met haar fijne mooi geprofileerde torentje worden ontruimd. Voor de laatste maal wordt er een dezer Zondagen in gepreekt.

't Is me haast onbegrijpelijk, dat die kerk, waar ik als jongen zoo vaak zat, nu gesloten, en misschien wel gesloopt zal worden, Menschen komen er niet meer.

Maar de kinderen Israëls, die in grooten getale om haar heen wonen, hebben haar niet noodig. De zending onder Israël heeft hen begrijpelijker wijze meer verbolgen gemaakt dan genegen. De "Zuider", gelijk trouwens ook de "Oude", ze zijn geheel buiten den stroom van het kerkgaand publiek geraakt. Kantoren hebben de tochuizen overgenomen, wier vroegere bewoners, oude zeden getrouw, ter kerke plachten te gaan. En als het Predikbeurtenblad, van ouds, mooie „beurten" gaf in de binnenstad, stroomde ook de Zuider vol.

Voor ons, Vader en mij, was er nog een andere reden om de Zuiderkerk juist vaak te bezoeken. Mijn broer kwam op de Kweekschool voor de Zeevaart, en de kweekelingen, voorzoover ze niet Gereformeerd, Doopsgezind of Remonstrant waren, togen elken Zondagmorgen, zestig in getal, netjes in het gelid, onder toezicht van den „boos", den magazijnmeester of tien „tweeden" naar de Zuider.

Daar bezetten zij een vrij groote kraak, schuin tegenover den preekstoel, aan de zijde van het orgel, en, mochten ze al niet zooveel aandacht voor de preek hebben als voor de weesmeisjes beneden, zingen deden ze volmondig, als een overmoedig mannenkoor.

Briefjes werden er ook wel neergelaten, als de jongeheeren arrest hadden — want het regiem op de „Kweek" was streng — en werden door gedienstige kerkeknechten tersluiks wel opgeraapt en aan de vriendjes overgereikt met een knipoogje. Daar kwamen, in den goeden tijd nog van de Amsterdamsche gemeente, de corypheeën op den kansel: Daubanton, Snethlage, Göpner, Wiersma, Barger, later ook De Visser, het was nog vóór den tijd van het zuivere Confessionalisme, dat een aantal rechtleersche middelmatigheden naar de hoofdstad haalde. De Vriendenkringen waren nog maar in hun opkomst.

Veel van die preeken hebben een onuitwischbaren indruk op mij gemaakt: Göpner en Wiersma, hartstochtelijk aandringend, op persoonlijke bekeering. Van Noort, die vrij wat vuurwerk ten beste gaf, Snethlage als de verpersoonlijkte weemoed, Daubanton, bij wien ik op catechisatie ging, wel wat intellectualistisch-geleerd, welsprekend, zij het ook een tikje gemaniëreerd, Barger, een kalme verschijning, De Visser een meesleepend en schitterend tijd-prediker, Laurillard geestig-gemoedelijk en paradoxaal.

Ik zat altijd op m'n zelfde plaatsje, wel een half uur te voor in de kerk, het oude voorzangertje, die in de nog leege kerk met zooveel overtuiging de „Wet des Heeren" las, dat ik ze daardoor uit het hoofd heb leeren opzeggen, behoorde mede bij den inventaris van de Zuider. Ik hoor nog de stem van het oude heertje, als hij besloot met de woorden uit Matth. 22 : 40: aan déze twéé geboden hangt de gansche wet èn de profeten. Dan belde hij met een stevigen ruk, ten teeken dat de vrije plaatsen mochten worden ingenomen.

Na afloop van den dienst verdwenen de kweekelingen door het poortje aan de Breestraat, waar ze op het straatje eerst hun gelederen formeerden. Dan kwamen ze onder het gebeeldhouwd bekkeneel met gekruiste beenderen van het oude zandsteenen renaissance-poortje door, staken de Breestraat over, en verdwenen door de Snoekjessteeg naar de Oude Schans, en langs de Montalbaanstoren of Mallejapie naar de Prins Hendrikkade waar de school stond no. 189.

Weezen kwamen er ook in de Zuider. Het waren de Diaconie-weezen of „stiertjes". Over het algemeen bleeke kinderen in strakke kleeren. Zij zaten onder het orgel in het schip.

Later, toen ik als student nog eens in de Zuider kerkte, 't was bij Laurillard, waren er twee groote vakken leeg. De kweekelingen kwamen niet meer en masse, sinds de verplichte, gemeenschappelijke kerkgang was afgeschaft. Een paar zaten er nog, op de groote leege kraak die ik nog bevolkt zag in gedachten door den grooten vroolijken troep in haar nette uniformen. De weesjes ontbraken ook. Maar dat had een anderen reden: Amsterdams kerkeraad sneed sinds de leer angstvallig recht, en als Laurillard preekte mochten de arme weezen niet naar de Zuider, waar het Evangelische en dus ook het Moderne verderf dreigde in de milde woorden van den grijzen prediker.... Uit de bleeke gezichtjes van de meeste dier bloeden viel af te lezen dat voor hun zieleheil beter gewaakt werd dan voor hun trouwens vergankelijke lichamen. Weshalve het Diaconieweeshuis dan ook sinds jaar en dag een andere bestemming gekregen heeft, gelukkig.

Nog eenmaal kwam ik in de Zuider, maar nu niet verder dan de consistoriekamer met haar eiken betimmering en fijn gebrandschilderde ruitjes, waar des kosters zoon, een van m'n studiemakkers, aan de zware tafel met balpooten — waar zou dat oude goed nu allemaal voor dienen? — te vossen zat voor z'n propjes.

Voorbij dit alles. Er zijn nu heelemaal geen menschen meer voor de Zuider.... J.J.M.

Links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Hulpmiddelen
Hulpmiddelen