Handelingen

Breukelen, Straatweg 146 - Johannes de Doperkerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Johannes de Doperkerk
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Utrecht
Gemeente: Stichtse Vecht
Plaats: Breukelen
Adres: Straatweg 146
Postcode: 3621BN
Inventarisatienummer: 03963
Jaar ingebruikname: 1885
Architect: Evert Margry (1841 - 1891) en Albert Margry (1857 - 1911)
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
520646

Geschiedenis

Rijk gedetailleerde neogotische kerk met toren.

Pastoor Van Vuuren liet in 1880, door H. Degenkamp, de buitenplaats Vroeglust kopen en die als pastorie inrichten. In de boomgaard, aan de overkant van de Herenstraat, werd in 1884 de tegenwoordige kerk gebouwd, volgens een ontwerp van architect Evert Margry (1841 - 1891) uit Rotterdam. Het kerkbestuur, bestaande uit de pastoor en de heren W. van Weerdenburg, C. van Oostwaard, C. Baas en P. Versteegh, schreef daarvoor op 1 mei 1884 een lening uit van zestigduizend gulden, tegen vier procent rente. Op 12 december werd de nieuwe kerkklok van St. Jan de Doper gewijd en reeds op 18 december 1884 werd in de nieuwe kerk de eerste H. Mis opgedragen. Een halfjaar later werden de nieuwe kruiswegstaties geplaatst en gewijd, dezelfde schilderijen die er nu nog hangen. De oude kerk, aan de Straatweg bij de Danne, werd in 1886 als parochiale school in gebruik genomen, uitgebreid met naai- en bewaarscholen, terwijl de oude pastorie, drie jaar later, werd betrokken door de Zusters van het H. Gezelschap Jezus-Maria-Jozef. In 1904 werd de congregatie voor meisjes opgericht, onder de titel van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria. Het nieuwe klooster naast de kerk, werd in 1912 in gebruik genomen door de Liefdezusters en onderwijzeressen. In datzelfde jaar werd ook de nieuwe school aan de andere kant van de kerk gebouwd. Het oude complex bij de Danne werd verkocht aan de wagenmaker J. Wensveen, waar Gerrit van Ekris auto's ging repareren. Voor de bouw van de school werd een geldlening van 15000 gulden aangegaan, tegen 4% rente, door middel van obligaties van 250 gulden. Voor het klooster werd een renteloze lening uitgeschreven, met aandelen van tien gulden. De activiteiten waren toen niet van de lucht, want in 1912 werd ook de R.K. Bibliotheek in gebruik genomen. In 1922 werd pastoor Pieck benoemd tot deken van het dekenaat Breukelen. Hij heeft tussen 1918 en 1935 veel gedaan aan de verfraaiing van het kerkinterieur, zoals de plaatsing van gebrandschilderde ramen. Zelf schonk hij het raam dat herinnert aan de H. Nicolaas Pieck, een van de martelaren van Gorcum uit de tijd van de Reformatie. Uit deze gegevens blijkt wel dat de parochie er veel voor over had om goed voor de dag te komen.

opname 25-08-1984 © JvN
opname 25-08-1984 © JvN

Monumentomschrijving Rijksdienst

De in opdracht van de in 1795 gestichte parochie H. Johannes de Doper gebouwde Rooms Katholieke KERK H. Johannes de Doper is gebouwd naar ontwerp uit 1883 van Evert Margry (1841 - 1891), Albert Margry (1857 - 1911) en J.M. Snickers in de stijl van de neogotiek, geïnspireerd op de vroege gotiek. De voorzitter van het kerkbestuur, de bouwpastoor W.G. van Vuuren legde op 14 mei 1884 de eerste steen. De kerk is ingewijd in 1885 door aartsbisschop Mgr. P. Snickers. De oost-west georiënteerde pseudobasiliek met westelijke toren is haaks ten opzichte van de Straatweg gelegen.

De gebrandschilderde ramen uit het einde van de negentiende eeuw zijn van de schilder H. Geuer (1841-1904). De glazen van de hand van de schilders Otto en Willem Mengelberg (1867-1924; 1897-1969) en Cornelius van Straaten (1912-1964; atelier van Fa. Cuypers en co. te Roermond) dateren uit de periode 1920 - 1933 en zijn geschonken door parochianen. Het hoofdaltaar is vervaardigd door F.W. Mengelberg te Utrecht en stamt uit 1894/1895. De laat-negentiende-eeuwse engelen met grote kaarsenstandaard en de beelden van H. Hart van Maria, H. Hart van Jezus en Antonia van Padua zijn eveneens vervaardigd in het atelier van F.W. Mengelberg te Utrecht.

Het orgel, van ondergeschikt belang, is in 1949/50 gebouwd door de orgelbouwers Vermeulen te Alkmaar. De viering is in 1968 naar aanleiding van het Tweede Vaticaans Concilie van een podium en altaar voorzien.

De in baksteen onder een samenstel van met leien in maasdekking gedekte zadel- en tentdaken opgetrokken kerk bestaat in opzet uit een driebeukige pseudobasiliek. De oost-west georiënteerde kerk heeft een nagenoeg rechthoekige plattegrond met geprojecteerde westtoren, vierkante doopkapel met tentdak op de noordoosthoek, aan de oostzijde een rechthoekige uitbouw onder zadeldak, waarin zich de sacristie bevindt, en een vijfzijdig koor onder schildkap. De acht traveeën lange hoofdmassa wordt overkluisd door een doorlopend zadeldak, waarin ter plaatse van de vierde travee aan beide zijden steekkappen met topgevels ingrijpen en ter plaatse van de transepten zadeldaken met topgevels insteken. Aan de transepteinden bevindt zich een uitbouw van één laag onder lessenaarsdak met in een risalerend centraal deel met steekkap een portaal. Aan de oostzijde bevindt zich tussen het koor en de sacristie een smal éénlaags bouwdeel onder lessenaarsdak waarin de entree van de sacristie is ondergebracht. De dakschilden worden doorbroken door dakkapellen met vijfzijdige kap, bekroond door zinken pirons. Ook de tentdaken worden door dito pirons bekroond. De daklijsten van de topgevels bestaan uit keramiek in combinatie met natuurstenen bekroningen met kruisbloemen. De natuurstenen gootlijsten hebben eenvoudige waterspuwers. De gevels worden horizontaal geleed door het uitgemetselde trasraam, banden van natuursteen (alleen voorgevel kerk en sacristie), bakstenen waterlijsten en worden afgesloten door uitkragend siermetselwerk met onder meer vlechtwerk en muizetandlijsten. De gevels worden verticaal geleed door zich twee keer verjongende steunberen met afzaten van grès. In iedere travee bevindt zich één meervoudig, bakstenen spitsboogvenster. De vensters hebben met uitzondering van de voorgevel gemetselde baksteen traceringen, voorzien van glas-in-lood, natuurstenen sluitstenen, die onderdeel uit maken van de doorlopende waterlijsten. De van strokendeuren voorziene pportaaldeuren zijn met rijk beslag uitgerust. De nagenoeg symmetrisch ingedeelde voorgevel wordt gedomineerd door de centraal geplaatste deels ingebouwde, hoge klokkentoren. Uiterst links bevindt zich de voorgevel van de doopkapel met een enkelvoudig spitsboogvenster. De gevels aan weerszijden van de toren bevatten een rechtgesloten entree met een dubbele deur, geflankeerd door colonetten. De natuurstenen latei fungeert tegelijk als lekdorpel van een groot venster met natuurstenen driepas traceringen en een rozet. Boven een fries met siermetselwerk bevindt zich een samengesteld venster met een rechtgesloten onderraam met luik, spitsboogvormig bovenlicht en smalle zijlichten. Op de hoeken bevinden zich gemetselde, torenvormige pinakels op steunberen. De toren heeft drie geledingen en is opgetrokken vanuit een vierkante plattegrond. Op de gevelvlakken bevinden zich zich verjongende steunberen met spaarvelden. De steunberen worden bovenaan driehoekig beëindigd. De achtzijdige spits wordt geflankeerd door vier kleine spitsen. In de zuidelijk oksel bevindt zich een uitgebouwde traptoren. De voorgevel van de toren bevat een naar voren springend spitsboogvormig entreeportaal met een natuurstenen drietreden hoge stoep. Het portaal heeft trapsgewijs inspringende dagkanten, waarin door zuiltjes op natuurstenen sokkels gedragen geprofileerde en gedecoreerde archivolten aansluitengebracht. Boven de dubbele deur bevindt zich een samengesteld bovenlicht met twee gekoppelde lancetvensters onder een rond raam in de vensterkop onder het centrale rondraam geheel boven. De top van het portaal wordt bekroond door een beeld van Johannes de Doper onder een baldakijn met driepas, rustend op een gebeeldhouwde sokkel. Daarboven bevindt zich een spitsboogvenster met in de dagkanten colonetten. De dagkanten zijn bezet met kolonetten. Het bovenwerk van de toren bevat in ieder gevelvlak drie spitsboogvormige galmgaten met daarboven een ronde wijzerplaat, dat gevat is in een boven de daklijst uitgemetseld topgeveltje.

De nagenoeg identieke zijgevels van in totaal negen assen, bevat ter plaatse van het schip en de transepten zeven traveeën, waaronder twee met topgevels. De topgevels zijn uitgerust met een groot spitsboogvormig venster dat twee in drieën verdeelde lancetvensters insluit waarvan de vensterkop temidden baksteentraceriing een rondvenster bevat. De vensterkop van het nagenoeg de gehele gevel in beslag nemende venster wordt door een afsluitend rondraam bezet.ndriedelig venster, waarboven een klein samengesteld tweedelig venster met onderluik en spitsboogvormig bovenlicht. De entree's in de uitbouwen zijn uitgevoerd met een enkele deur met spitsboogvormig bovenlicht, waartussen een gebeeldhouwd kalf. De overige, identieke traveeën hebben kleinere spitsboogvensters. De linkerzijgevel (noordzijde) bevat uiterst rechts de blinde gevel van de doopkapel. Links bevindt zich de sacristie, die een blinde gevel west- en noordgevel heeft. De oostgevel heeft twee assen, gescheiden door de uitgemetselde schoorsteen met een aanzet in decoratief metselwerk. De vensters in de eerste bouwlaag hebben natuurstenen kruiskozijnen en een decoratief gemetseld boogveld onder een getoogde strek. Op de verdieping bevinden zich twee spitsboogvensters met onderluik en bovenlicht. De rechterzijgevel (zuidzijde) heeft in de uiterst rechtse travee twee smalle spitsboogvensters.

Het koor bevat in ieder van de vijf gevelvlakken één spitsboogvenster. In de oostelijke gevel van de hoofdmassa bevindt zich links en rechts van het koor een tweedelig venster.

Het interieur van de kerk heeft de oorspronkelijke indeling en detaillering grotendeels behouden. De kruisvormige kerkruimte bestaat - naast de meest westelijke travee waarin zich toren en doopkapel bevinden - uit een zes traveeën lang schip met zijbeuken, een viering met korte transeptarmen, een koortravee en een 5/8-koorsluiting. De wandopbouw van het schip wordt geleed door een van de zijbeuken scheidende spitsbogenarcade, een schijntriforium met per travee vijf spitsboogvormige spaarvelden (waarvan de middelste een houten deur bevat) en een houten, spitsboogvormig gewelf met schilderingen. Aan weerszijden van het schip bevindt zich een zijbeuk met gemetselde kruisribgewelven. De gepolychromeerde viering heeft een kruisribgewelf, gedragen door samengestelde vieringpijlers. De transepten zijn uitgevoerd met spitsboogvormige arcaden en dito houten, rijk beschilderde gewelven. In de zwikken en in de segmentboogvormige spaarvelden boven de arcade bevinden zich schilderingen. In de transepteinden bevinden zich de biechtstoelen. Het koor bestaat uit één travee met spitsbogen en een spitsboogvormig gewelf en uit de koorsluiting met vijfdelig schelpgewelf. In het schijntriforium van het koor zijn schilderingen aangebracht. Links bevindt zich een toegang naar een hal die naar de sacristie leidt. Links in de kapel bevindt zich de entree naar de sacristie.

De wanden kenmerken zich door de rode baksteen in schoon metselwerk met knipvoeg. De zwikken boven de spitsbogen zijn gestuct, net als de gewelfvlakken van de zijbeuken, de muurvlakken aan weerszijden van de spitsboogkozijnen, de kapitelen, de colonetten en de schalken. Tussen de spitsboogarcade en de schijngalerij en ter accentuering van de overgang van wand naar gewelf bevinden zich uitkragende sierlijsten. De ronde zuilen met kapitelen met bloem- en bladmotief tussen schip en zijbeuken bestaat uit gele baksteen met rode voeg en rusten op een voet, die met een natuurstenen rand is afgewerkt. Links in het portaal bevindt zich de eerste steen met Latijnse tekst. De kerkwand van het portaal bestaat uit drie spitsbogen onder een gedrukte boog, waarin in het midden een dubbele opgeklampte deur met samengesteld bovenlicht. Boven het portaal bevindt zich de koorgalerij met gepolychromeerde houten balustrade.

Het hoofdaltaar in het koor, gewijd aan St. Johannes uit 1894-5 is vervaardigd van gepolychromeerd eikehout met een marmeren bordes en stenen tombe, waarin het monogram SJ en in de predella de symbolen van de vier evangelisten met in het midden de tabernakeldeur met het Lam Gods.

De lezenaar in neobarok stijl is uitgevoerd in verzilverd koper en stamt uit het midden van de negentiende eeuw. Het doopvont uit dezelfde tijd is uitgevoerd in rood en geel koper met marmeren basis, bekervormig bekken en een geprofileerde deksel met een bekroning met een kruis.

Voorts zijn van belang: enkele gepolychromeerde houten beelden uit het laatste kwart van de negentiende eeuw; gepolychromeerd beeld uit circa 1900 van Maria met kind; gepolychromeerd kruisbeeld met tekst: "Missiekruis 1895-1908"; koperen kruisbeeld uit de laatste kwart van de negentiende eeuw.

De drie laat-negentiende-eeuwse gebrandschilderde ramen in het koor van de hand van Geuer zijn gewijd aan H. Johannes de Doper. De gebrandschilderde ramen van noord- en zuidbeuk en de transepten zijn van de hand van O. en W. Mengelberg. De ramen in het zangkoor met St. Gregorius en engelen zijn in 1933 vervaardigd door de N.V. Kunstwerkplaats Cuypers en Co. te Roermond en aldus gesigneerd. De wanden van de zijbeuken bevatten de laat-negentiende-eeuwse, op doek in olie geschilderde kruiswegstaties, die geplaatst zijn tussen gemetselde, samengestelde randen. De staties hebben links en rechts van de statievoorstellingen teksten uit het Oude - en het Nieuwe Testament. Voorts zijn onder meer van belang: houten deuren met rijk beslag, houten banken met op de kopse zijden gesneden versieringen (bankenplan grotendeels intact), biechtstoelen in kopse wanden van de transepten, mozaïekvloer, sacristie met paramenten kast, lambrizering, beschilderde balkenvloer met gesneden sleutelstukken en beschilderd dakbeschot in gang. Orgel en orgelkas zijn niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg.

Waardering

De Rooms Katholieke kerk H. Johannes de Doper is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een in- en uitwendig gaaf bewaarde en inwendig rijk gedecoreerde pseudobasiliek uit 1883/5 in de stijl van de Neo-Gotiek van architecten E.J. en A.A.J. Margry; vanwege de kunsthistorische waarde van de midden en laat negentiende-eeuwse inventaris en vroeg-twintigste-eeuwse gebrandschilderde ramen en de verscheidenheid aan kunstenaars, die hun bijdrage hebben geleverd; vanwege de situationele waarde door de beeldbepalende ligging aan de Straatweg en het karakteristieke silhouet en als zodanig van belang als 'landmark'.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Glas-in-loodramen

Kruiswegstaties