Handelingen

Gorinchem, Groenmarkt 7 - Grote Kerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Grote Kerk
Genootschap: PKN Nederlands Hervormd
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: Gorinchem
Plaats: Gorinchem
Adres: Groenmarkt 7
Postcode: 4201EE
Inventarisatienummer: 01839
Jaar ingebruikname: 1851
Architect: Warnsinck & Godefroy
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
381885


Geschiedenis

Grote driebeukige neoclassicistische kerk met imposante toren. Verving de oude Sint Maartenskerk, waarvan de toren uit de 15de eeuw is blijven staan.

Toren

De toren is waarschijnlijk na een brand in 1361 ingestort. De huidige toren is 67 m hoog en werd rond 1450 gebouwd aan de westzijde van de kerk. De spits werd voltooid in 1517. De nieuwe, Grote Sint-Janstoren zoals hij in de volksmond wordt genoemd, kreeg al tijdens de bouw te maken met verzakkingen waardoor er een vreemde knik in de toren is ontstaan. Het bouwwerk staat ruim anderhalve meter uit het lood. De toren werd uitgebreid gerestaureerd tussen 1941 en 1950. Hij kan beklommen worden, bovenaan heeft men een fraai uitzicht op de binnenstad van Gorinchem en de wijde omgeving. Het is een Rijksmonument.

Monumentomschrijving Rijksdienst

In 1849-51 naar ontwerp van I. Warnsinck ter plaatse van de in 1844 afgebroken gotische hallenkerk en in aansluiting op de - afzonderlijk beschermde - middeleeuwse Sint Janstoren gerealiseerd. Het in rode baksteen, afgewisseld door gele sierstenen, op een natuurstenen plint onder met leien gedekte zadel- en lessenaarsdaken opgetrokken kerkgebouw is recht afgesloten en bevat aan de oostzijde een uitgebouwd ingangsportaal, waarbij de hoofdingang is voorzien van dubbele paneeldeuren, halfrond en onderverdeeld bovenlicht, houten pilaster-omlijsting en twee lantaarns met smeedijzeren voluut-arm, voorts een roosvenster in de punttop en smalle zij-ingangen te weerszijden in het portaal.

Het gebouw wordt uitwendig geleed door steunberen en lisenen waartussen spaarvelden met rondboogfriezen en in oorsprong gietijzeren rondboogvensters, alsmede cordonlijsten, terwijl het twee bouwlagen tellende tussenlid, waarin de consistoriekamer, in soberder trant is uitgevoerd. In de beide lange zijgevels voorts een zij-ingang met dubbele paneeldeuren en houten omlijsting.

opname JvN 06-06-2009
opname JvN 06-06-2009
opname JvN 06-06-2009
opname JvN 06-06-2009

Inwendig wordt de witgepleisterde, door rechthoekige pijlers en van geschilderde kapitelen voorziene pilasters gelede kerkruimte bij het middenschip overdekt door een spiegelgewelf met rechthoekige vakken waarin ventilatieroosters, en bij de zijbeuken door kruisgewelven.

Van de vorige kerk resteren diverse 17de-eeuwse zerken, alsmede de overblijfselen van het vroeg-14de-eeuwse, in kalksteen uitgevoerde, grafmonument gewijd aan Jan III van Arkel en zijn vrouw Mabelia van Voorne, bestaande uit de deksteen met twee onder vroeg-gotische baldakijnen liggende beelden van een man in maliënkolder en wapenrok met groot schild, en aan zijn voeten een leeuw en van een vrouw in lang gewaad en huif, vergezeld van twee hondjes. Uit de bouwtijd dateren: de centraal aan de zuidzijde gesitueerde preekstoel met aansluitend doophek; het bankenplan met lage kuip, voorzien van afgeronde hoeken; de door pijlers ondersteunde orgelgalerij met hek van het door C.G.F. Witte (firma Bätz) in 1851-53 gebouwde orgel, waarbij de kas wordt bekroond door drie engelenfiguren; alsmede in het middenschip vijf bronzen 20-armige kroonluchters, waarbij in de middelste een kroonfragment met 1588 is verwerkt, afkomstig uit de vorige kerk; voorts de achtarmige kroonluchters in de zijbeuken.

Midden 19de-eeuws kerkgebouw met deels oudere, aan de voorgaande kerk toebehoord hebbende, en deels uit de bouwtijd stammende interieur-onderdelen van belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde, alsook wegens de samenhang met de middeleeuwse kerktoren en de historische situering.

Orgel

Het Bätz/Witte orgel van de Grote Kerk in Gorinchem is in september 1853 in gebruik genomen. Dit orgel, waarvan het eerste ontwerp dateert uit 1851, is het eerste door C.G.F. Witte gerealiseerde driemanuaals orgel met een rugpositief. Het is ook zijn eerste ontwerp in de zogenaamde rondboogstijl. Het front is geïnspireerd op een ontwerp voor een nieuw orgel in de Zuiderkerk te Rotterdam (1850). De drie beelden op de hoofdkas zijn vervaardigd door de Utrechtse beeldhouwer Joannes Rijnbout.

Bij de bouw van het orgel maakte men gebruik van een aanzienlijke hoeveelheid pijpwerk van het in 1761 door Johann Heinrich Hartmann Bätz gebouwde orgel in de vorige kerk. Deze had op zijn beurt weer gebruik gemaakt van pijpwerk vervaardigd door Stephanus Cousijns uit 1666.

Schoonmaak- en herstelwerkzaamheden vonden onder meer plaats in 1872 (C.G.F. Witte), 1885 (J.F. Witte) en 1899 (L. van Dam en Zonen). In 1912 werkte de firma Steenkuijl & Recourt aan het instrument. Deze firma plaatste in 1921 een windmotor en verwijderde daarbij twee van de zes spaanbalgen. In de jaren 1954-60 volgde een ingrijpende restauratie door J.C. Sanders & Zn en K.B. Blank. Daarbij werden de windvoorziening en het pedaalklavier gewijzigd en nieuwe registerknoppen aangebracht. In de periode 1980-1990 voerde de firma Gebr. Van Vulpen een gefaseerde restauratie uit. De firma Pels & Van Leeuwen voegde in 2002 de registers Gedekt 8', Oktaaf 4’, Roerquint 6' en Trompet 4' aan het pedaal toe.

In het najaar van 2007 is begonnen met het restauratieplan, zoals dat enkele jaren daarvoor was opgesteld door de Rijksorgeladviseurs, Jan Bonefaas en Ton van Eck. Gelijktijdig met de restauratie van het Bovenwerk is een zwelkast aangebracht. Deze werkzaamheden zijn eveneens door de firma Pels & Van Leeuwen uitgevoerd.

In april 2010 is een algehele restauratie van het instrument (groot onderhoud en herzien van de dispositie) van start gegaan door de firma Pels & Van Leeuwen. Adviseur was Ton van Eck. Naast het schoonmaken van het instrument en technisch herstel werd het gehele orgel op gelijke druk gezet en werd de dispositie hersteld. Zo kreeg de Hoofdwerk Mixtuur weer zijn originele samenstelling, werd de later toegevoegde Sesquialter van het Hoofdwerk vervangen door een Scherp (deze was oorspronkelijk door Witte gepland) in Bätz/Witte factuur (naar voorbeeld van het voormalige Witte-orgel van de Grote Kerk in Den Haag) en werd de later toegevoegde Sesquialter van het Rugwerk vervangen door een Flute Travers 8’ (naar voorbeeld van het Witte-orgel in de Grote Kerk van Naarden en de Hervormde Kerk te Beusichem) die oorspronkelijk op deze plaats stond. Een wens blijft nog het vervangen van de Dulciaan 8’ van Blank (Rugwerk) door een Dulciaan in passende factuur.

Dispositie

Hoofdwerk (II) Prestant 16' Bourdon 16' Prestant 8' Roerfluit 8' Octaaf 4' Nachthoorn 4' Quint 3' Octaaf 2' Scherp IV Mixtuur III-V Cornet D V Fagot 16' Trompet 8'

Rugpositief (I) Prestant 8 Holpijp 8' Octaaf 4' Fluit 4' Quint 3' Octaaf 2' Mixtuur III-IV Cornet DV Fluit Travers 8’ Trompet 8' Dulciaan 8'

Bovenwerk (III) Prestant 8' Baardpijp 8' Quintadeen 8' Viola 8' Roerfluit 4' Salicet 4' Nazard 3' Woudfluit 2' Carillon III Schalmei 8' Vox Humana 8'

Pedaal Prestant 16' Subbas 16' Octaafbas 8' Gedekt 8' Roerquint 6' Octaaf 4' Bazuin 16' Trombone 8' Trompet 4'

Werktuiglijke registers

koppeling HW-RP koppeling HW-BW koppeling Ped-HW koppeling Ped-RP tremulant RP tremulant BW afsluiter HW afsluiter RP afsluiter BW afsluiter Ped Calcant

Toonhoogte: A1 = 438 Hz

Temperatuur: evenredig zwevend

Windvoorziening: 4 spaanbalgen (1853), magazijnbalg met enkele vouw voor pedaalstemmen 2002

Winddruk: 79 m.m.

Informatie ontleend aan: Het Historische orgel in Nederland, dl. 7, 1850-1858. Uitg. Stichting Nivo/RDMZ, 2002. pag. 160-164. Aanvulling en correctie Gerben Budding.

Huidige hoofdorganist van de Grote Kerk is Gerben Budding. Het orgel is o.a. te horen tijdens de eredienst, tijdens concerten georganiseerd door de Orgel- en Concertcommissie van de Grote Kerk Gorinchem en bij verschillende andere gelegenheden.

Van het orgel verschenen diverse CD opnames. De meest recente opname is de CD ‘Bätz-Witte anno 2012’, Gerben Budding speelt werken van Buxtehude, Bach, Krebs, Mendelssohn, Franck en Guilmant. Vraag ernaar in de kerk.

In de media

Uit Nieuwe Rotterdamsche Courant, 20 December 1844.

GORINCHEM, 18 Dec. Heden morgen is de bouwvallige en uit dien hoofde sedert eenigen tijd buiten gebruik gestelde Hervormde kerk binnen deze stad, nadat alvorens het fraaije en welluidende orgel, benevens de banken en stoelen, daaruit waren weggenomen, in het openbaar aan den meestbiedende op afbraak verkocht en voor eene som van zes duizend een honderd en tien guldens toegewezen aan Frans Meert, mr. metselaar en aannemer binnen deze stad. Onder dezen koop waren echter niet. begrepen de predikstoel, de koperen koorhekken en de grafsteden van de HH. van Arkel, van Paffenrode en van der Does, welke naar wij vernemen weder in de nieuw te bouwen kerk zullen geplaatst worden. De afbraak en opruiming zal met half April aanstaande moeten volbragt zijn.

De nu af te breken kerk is een zeer oud gebouw, als zijnde, naar men wil, in het jaar 1263, door Jan van Arkel, bijgenaamd de Sterke, gesticht, den derden Zondag na Paschen van dat zelfde jaar ingewijd en aan den H. Martinus, bisschop van Tours, en den H. Vincent toegeheiligd. Het gebouw rust van binnen op zeventien pilaren en is voorzien van een tamelijk hoogen en dikken toren, op welken de kap eerst in het jaar 1517 gezet werd. Deze laatste zal echter niet afgebroken, maar de nieuwe kerk vermoedelijk daartegen aangebouwd worden. Men vindt de kostbaarheden, welke deze kerk voor de hervorming bevatte als anderszins, vermeld in het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, door A.J. van der Aa, D IV, bl. 678—681.

Uit Reformatorisch Dagblad, 10 juli 2007.

De restauratie van de toren van de Grote Kerk in Gorinchem is bijna afgerond. In mei vorig jaar is begonnen met het restaureren van de toren, in de volksmond bekend als de Sint Janstoren. Bij de werkzaamheden zijn enkele dragende onderdelen van de kap en ongeveer een derde deel van het dakbeschot van de spits vervangen. Ook is de hele leibedekking van de spits inclusief het loodwerk vernieuwd. Verder zijn onherstelbaar gescheurde stenen in de buitengevels verwijderd en vervangen door speciaal gebakken stenen. Minder ernstig aangetaste stenen zijn hersteld. De gotische kerktoren werd rond 1450 gebouwd. De aangrenzende kerk is van later datum. Tijdens de bouw van de kerktoren is de fundering enkele meters verzakt in de zachte bodem. Toen het scheefzakken gestopt was, heeft men de rest van de 67 meter hoge toren er loodrecht bovenop gebouwd. Het resultaat daarvan is dat er een bijzondere knik te zien is: de toren staat ongeveer 1,60 meter uit het lood.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur