Handelingen

Hoogeloon, Hoofdstraat 52 - Pancratius

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Sint Pancratius
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Bladel
Plaats: Hoogeloon
Adres: Hoofdstraat 50-52
Postcode: 5528AJ
Inventarisatienummer: 07768
Jaar ingebruikname: 1924
Architect: Groenendael, J.H.H. van
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
514903


Geschiedenis

Monumentomschrijving Rijksdienst

De Sint Pancratiuskerk is ontworpen door architect J.H.H. van Groenendael en gebouwd in 1924. De stijl is sobere Neo-Gotiek.

Deze kerk te Hoogeloon diende ter vervanging van de parochiekerk uit de vijftiende eeuw, waarvan alleen de onder Rijksbescherming staande toren resteert. Het interieur is bij een restauratie rond 1960 grijs geschilderd, vloeren en meubilering werden toen ook gewijzigd.

Omschrijving

De driebeukige kruiskoepelkerk bezit een blinde travee met portaal en orgelgalerij, vervolgens twee schiptraveeen en het transept van twee traveeën breed. Na de viering met een koepel op pendentieven volgen twee traveeën en een koor met vijftwaalfde sluiting. Tussen koor en transept bevinden zich zijkapellen. De gevels zijn opgetrokken uit machinale baksteen met eenvoudig siermetselwerk en geleed door pilasters en steunberen met versnijdingen en afzaat met driehoekige bekroning. Afdeklijsten zijn uitgevoerd in beton. Op de zadel-, tent- en lessenaardaken, alsmede op het uivormige koepeldak met bol, kruis en windvaan, liggen leien in Maasdekking. De ingang bevindt zich aan de straatzijde en bestaat uit getoogde vleugeldeuren met ijzeren sierbeslag. Het keperboogvormige portaal is voorzien van siermetselwerk. Boven de ingang bevindt zich een driehoekig tegeltableau. Het is een afbeelding van Christus met de symbolen van de vier evangelisten, voorzien van aureool en naam. Boven het portaal is een groot spitsboograam met baksteen vorktracering. Aan weerskanten bevinden zich vooruitspringende delen waarin zich spleetvensters bevinden, en rechts ook twee spitsbogige galmgaten.

De voorgevel wordt afgesloten door een tuitgevel met klimmend spitsboogfries. De zijgevels hebben zowel in de zij- als lichtbeuken spitsboogramen met baksteen vorktracering. Het transept heeft hoeklisenen, in het midden een breed spitsboograam en in de tuitgevel een ovaal staand raam. De vorktracering in de spitsboogramen van de koepel is uitgevoerd in ijzer. De daken en de koepel zijn voorzien van dakkapellen met schilddak en bolpiron. Onder de daklijsten bevindt zich een dubbele brede band siermetselwerk. De noordelijke zijkapel heeft een schilddak. Daarachter bevindt zich de sacristie, een ruimte met een tentdak en een platgedekte aanbouw met paneeldeur.

De kapel aan de zuidzijde heeft een kegelvormig dak met bolpiron. De aangebouwde bijsacristie heeft kruisvensters en een plat dak.

Het inwendige rust op pijlers met spitsbogen. Alle gewelven, ook die van de koepel, zijn uitgevoerd als gemetselde kruisribgewelven.

In het koor en in de rondgesloten zijkapel bevinden zich figuratieve glas-in-lood ramen. Van belang is ook het door Gradussen uitgevoerde orgel in Neo-gotische kas, het marmeren en koperen hoogaltaar en een communiebank uit de bouwtijd.

Waardering

De kerk is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het katholicisme in het zuiden, het materialiseert door zijn markante verschijning de dominante plaats van de religie in de dorpse samenleving, en is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de kruiskoepelkerk.

Het gebouw heeft architectuurhistorisch belang door de stijl en de detaillering en is tevens van belang als voorbeeld van het oeuvre van de architect Van Groenendael, die hier een compromis schept tussen neogotische en meer eigentijdse haast expressionistische baksteenvormen. Het is een betrekkelijk late toepassing van neogotiek. Het heeft ensemblewaarden vanwege de bijzondere situering en het silhouet, onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van de streek. Het is van belang vanwege de bouwtechnische en typologische zeldzaamheid.

Orgel

Het orgel is gebouwd door gebroeders G. en H. Gradussen in 1871. In 1925 is het orgel overgeplaatst, door Vermeulen orgelbouw, naar de nieuwe kerk.

MIP omschrijving

  • Bouwstijl: Neo-Gotiek
  • Bouwperiode: 1924
  • Gevels en materialen: Baksteen. Betonnen daklijsten. Baksteen mozaiek.
  • Vensters en deuren: Spitsboogramen met vorktraceringen.
  • Dak en bedekking: Zadeldak, gebogen tentdak op toren (achthoekige basis), leien in maasdekking.
  • Bijgebouwen: Koepel op pendentieven. Kruisribgewelven. Gradussen orgel. Marmeren en koperen altaar.
  • Bijzonderheden: Drie beukige kruiskoepelkerk. 5/12 sluiting, twee zijkapellen.


Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur