Handelingen

Liempde, Dorpsstraat 36 - Johannes Onthoofding

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Johannes Onthoofding
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Boxtel
Plaats: Liempde
Adres: Dorpsstraat 36
Postcode: 5298CB
Inventarisatienummer: 07834
Jaar ingebruikname: 1867
Architect: Tulder, H.J. van
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
516630


Geschiedenis

Grote driebeukige neogotische kruiskerk, gebouwd in 1867 naar een ontwerp van H.J. van Tulder. De bouw van de westtoren, met vier geledingen en ingesnoerde naaldspits, is begonnen in 1893-1894, eveneens door Van Tulder, en in 1899 voltooid door architect J. Heykants. Inwendig gestucte kruisgewelven. Tot het interieur behoort een hoogaltaar uit 1879-1880, vermoedelijk van Van Tulder. Orgel met neogotische orgelkas uit 1876, gemaakt door de Gebr. Franssen (Roermond), windladen en tractuur in 1915 door hen gewijzigd.

Contouren Sint Janskapel (eerste vermelding 1440) op hoek Pastoor Dobbeleijnstraat/Kerkakkers (archeologisch rijksmonument sinds 1982). Genoemde kapel werd op 28 april 1603 door Bisschop Masius van 's-Hertogenbosch verheven tot eerste parochiekerk van Liempde. Deze kerk viel bij de Vrede van Münster (1648) in handen van de protestanten en raakte in verval. Gesloopt in 1827. Bij het 400-jarig bestaan van de parochie (april 2003) is deze plek weer heringericht en zijn de contouren van de toenmalige kapel (naar een tekening -2 oktober 1787- van de Boxtelse landmeter en cartograaf Hendrik Verhees) in het maaiveld aangebracht. De Liempdse parochianen kerkten na de vrede van Munster overigens sinds 1672 heimelijk in een zogeheten schuurkerk die werd opgericht aan de huidige Dorpsstraat/Toose Plein. Deze schuurkerk werd op 23 mei 1864, samen met de toenmalige pastorie en 13 huizen in de omgeving, door een korte felle brand verwoest. Er bestaan plannen om de contouren van de schuurkerk weer in het wegdek zichtbaar te maken. Daartoe heeft de heemkundestichting Kèk Liemt in 2004 het kadaster veldwerk laten verrichten om de bebouwde situatie uit 1832 (invoering kadaster) in te meten.

  • 1867 1867 Oorspronkelijk bouwjaar
  • 1893 1894 Restauratie Betreft toren
  • 1860 1870 Verbouwing en/of uitbreiding Betreft aanleg hekwerk
  • 1986 1990 Verbouwing en/of uitbreiding Verbouwing kerk
Franssen-orgel (1876)

Monumentomschrijving Rijksdienst

De PAROCHIEKERK Heilige Johannes Onthoofding ligt met de westtoren aan de Dorpsstraat. Aan die zijde ter afscheiding van de straat een in 1989 heringericht kerkplein, aan de noordzijde het perceel van een belendend pand, aan de noordoostzijde het terrein van de pastorie en aan de oostzijde de begraafplaats waar een oprijlaantje pal naast de kerk aan de zuidzijde heen leidt. De kerk werd gebouwd in 1867. De toren stamt uit 1893-1894. Het torenontwerp is gewijzigd door J. Heykants. De kerk is herhaaldelijk hersteld en gerestaureerd. Het oorspronkelijk deels gepolychromeerde metselwerk in het interieur is later in een egaal grijswitte tint geschilderd. Bij een herstelling is de kerk van een gewassen betonvloer voorzien. De laatste restauratie dateert uit 1986-1990, waarbij de oorspronkelijke polychromie deels is hersteld. Op het voorplein aan de Baroniestraat zijn vier beelden op bakstenen pilaartjes met daartussen een smeedijzeren sierhek verdwenen. Het Heilig-Hart-beeld op het voorplein is herplaatst en valt buiten de bescherming.

Omschrijving

Georiënteerde neogotische driebeukige kruiskerk van het pseudo-basilicale type. Toren met octogonale naaldspits, op de viering van de kerk octogonale dakruiter met zeer slanke spits. Op het schip en de transeptarmen een zadeldak, op het driezijdig gesloten koor een omlopend schilddak. Westtoren en daken gedekt met leien in Maasdekking; verschillende kleine dakkapellen onder schilddakje. Op westtoren, dakruiter en nokeinde koor een smeedijzeren kruis, op de nokeinden van de transeptarmen een kruisbloem. Schoorsteen op zuidschild koor. Schip, transept en koor met gelijke nokhoogte maar verschillende dakvoet. Door de tegenstelling tussen het lage schip en het hogere muurwerk van transept en koor sluit de kerk aan bij de dorpse architectuur in de kom van Liempde en is als zodanig typerend voor het vroege werk van Van Tulder. Het gebouw is opgetrokken uit in kruisverband gemetselde baksteen met toepassing van profielsteen bij gevelopeningen en hardsteen voor lijsten, afzaten, sluitstenen, raamtraceerwerk en dekplaten op schouderstukken van gevels, de versnijdingen van steunberen en de projecterende plint. Het schip telt vijf traveeën, het transept één travee met een dwergtravee, het koor één travee met 5/8 sluiting. Aan de westzijde de toren die vier geledingen telt. De eerste bevat de ingang, de tweede een vierdelig spitsboogvenster, de derde geleding heeft aan de voorzijde een spitsboogfries en een rondvenster. De klokkegeleding heeft twee galmopeningen waarboven een wijzerplaat. Haakse steunberen. Tegen de noordkant een driezijdige traptoren. In de kopgevel van de zijbeuken aan weerszijden van de toren een tweedelig spitsboogvenster met daarboven een oculus. De zijbeuken hebben per travee een tweedelig spitsboogvenster, in de sluitingen van de transepten een vierdelig spitsboogvenster met daarboven een venster in de vorm van een sferische driehoek. Koorsluiting met tweedelige spitsboogvensters. In de oksels van koor en transept nevenruimten met spitsboogvensters onder lessenaarsdak. Inwendig toonde de kerk in materiaal oorspronkelijk een afwisseling tussen gepleisterd en gepolychromeerd metselwerk en wit gestucte gewelven. Het metselwerk is nu geheel wit gepleisterd. Het schip en koor hebben een tweedelige opstand met in de lichtbeuk van het schip blinde rozetten waaronder platte scheibogen aanzetten op eenvoudig geprofileerde zware pijlers met (oorspronkelijk anders) gepolychromeerde kapitelen. In de koortravee een blind triforium. Transept met eendelige opstand. Blinde spitsboognissen in de koorzijde van de transeptarmen en aan de westzijde in het schip aan weerszijden van de entree. Schip, transept en koor zijn overweld met kruisribgewelven. De wit gestucte gewelfvakken zijn in de viering beschilderd met engelenfiguren. De kruisribben en gordelbogen rusten op tot boven de kapitelen van de pijlers oprijzende afgeplatte kolonetten met vergelijkbaar geaccentueerde kapitelen. Het gebouw bezit een neo-gotische inventaris. Het houten hoogaltaar is vermoedelijk ontworpen door Van Tulder (1879-80), verder een triomfkruis uit dezelfde tijd en een fragment van de preekstoel (1897) en ramen van Nicolas (ca. 1890) met in het koor een voorstelling van Johannes Onthoofding, het H. Hart van Maria, de doop in de Jordaan en het H. Hart dat aan Maria Margaretha Alacoque verschijnt. In de transepten de levens van Maria en Jozef, in het schip de attributen van de 12 apostelen. Tenslotte een koperen doopvont en enige negentiende en vroeg twintigste eeuwse beelden. Orgel (ca. 1910) van de gebroeders Franssen op vereenvoudigde galerij. Tweeklaviers pneumatisch orgel met vrij pedaal, gemaakt in 1876 door de firma Gebroeders Franssen, nieuwe speeltafel en pneumatische tractuur aangebracht in 1915 alsmede enkele dispositie wijzigingen.

Waardering

Het object is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van de rooms-katholieke kerk voor wat betreft bestemming en verschijningsvorm. Het heeft architectuur- en kunsthistorische waarde vanwege het belang voor de geschiedenis van de architectuur en de beeldhouwkunst, de plaats van het gebouw als een vroeg werk binnen het oeuvre van architect Van Tulder en van enkele kunstateliers. Het object heeft ensemblewaarden als essentieel onderdeel van een historisch gegroeid religieus ensemble, voorts bestaande uit de begraafplaats ten oosten van de kerk met diverse grafmonumenten, het monumentale toegangshek, het belendende St. Albertusklooster en de nabijgelegen pastorie (rijksmonument). De kerk is daarnaast vanwege het markante silhouet van belang als beeldbepalend element in Liempde en vanwege de ruimtelijke relatie met de dorpse architectuur in de kom van Liempde door de deels aangepaste schaal van het architectonisch ontwerp. Het object is van belang wegens de gaafheid van de architectonische hoofdvorm en delen van het interieur en de inventaris.

MIP omschrijving

  • Naam monument: St. Johannes
  • Bouwstijl: Neo-Gotiek
  • Bouwperiode: 1867 tot: 1897
  • Gevels en materialen: R.K. Kerk St. Johannes. Baksteen, natuurstenen sierdelen. Stucgewelven enneogotisch meubilair.
  • Vensters en deuren: Spitsboogramen, natuurstenen traceringen.
  • Dak en bedekking: Dakruiter op de viering. Slanke toren van vier geledingen met ranke naaldspits,uitgevoerd 1897.
  • Omschrijving: Erachter een in 1860 aangelegd kerkhof met een smeedijzeren hek met zandlopers en doodskoppen, omgeven door een heg van haagbeuk. Tegen de kerk een kruis met gietijzeren corpus. Op het kerkhof een aantal hardstenen monumenten waaronder het stenen familiegraf Mahie (1874-76), een mausoleum met wapens aan de zijkanten. Ook graf Van de Mortel (1869).

In de media

Uit Orgelnieuws d.d. 16 december 2014

Op zondag 14 december 2014 is het Franssen-orgel in de Sint Jans Onthoofdingkerk te Liempde opnieuw in gebruik genomen. Het instrument onderging een deelrestauratie en herstel door Verschueren Orgelbouw te Heythuysen. Het orgel in de Sint Jans Onthoofdingkerk werd in 1876 gebouwd door de Gebroeders Franssen uit Roermond. Het orgel had bij oplevering twee klavieren en een aangehangen pedaal. De tractuur was mechanisch en het instrument telde 16 registers. In 1915 werd een grondige verbouwing van het orgel uitgevoerd. Het orgel werd daarbij van pneumatisch bediende windladen voorzien. Het eigenlijke orgel werd in de torenkamer geplaatst en de speeltafel werd ‘vrijstaand’ voor de orgelkast opgesteld. Bij die gelegenheid werd ook de dispositie uitgebreid met een zelfstandig pedaal. Bovendien werd de toonhoogte verhoogd van a’= 415 Hz. naar a’= 435 Hz.

Enkele decennia later bleek de toestand van het orgel opnieuw zorgelijk want in 1940 werd het orgel opnieuw verbouwd. De firma Gebr. Vermeulen (Weert) verving de windladen door nieuwe exemplaren; daarnaast werden opnieuw enkele dispositiewijzigingen doorgevoerd. Rond 1980 was het orgel ernstig vervuild en totaal onbespeelbaar. Enkele vrijwilligers voerden herstellingen uit en maakten het instrument weer bespeelbaar. Daarbij werd een deel van pneumatiek gewijzigd en vonden ook enkele dispositiewijzigingen plaats.

Zo’n vijf jaar geleden werden plannen ontwikkeld om het orgel te restaureren naar de oorspronkelijke toestand. Helaas bleek het niet mogelijk om die plannen te verwezenlijken en daarom werd uiteindelijk geopteerd voor deelrestauratie en herstel. Daarbij werd het pijpwerk gerestaureerd (inclusief toonhoogteherstel), evenals de pneumatische speeltafel en de hoofdbalg. De overige onderdelen van het orgel werden schoongemaakt, nagezien en hersteld. Deze werkzaamheden werden uitgevoerd door Verschueren Orgelbouw uit Heythuysen onder advies van Rogér van Dijk (namens de KKOR).

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur