Handelingen

Luyksgestel, Kerkstraat 100 - Martinus

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Martinus
Genootschap: Rooms-Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Bergeijk
Plaats: Luyksgestel
Adres: Kerkstraat 100
Postcode: 5575AZ
Inventarisatienummer:
Jaar ingebruikname: 1958
Architect: Nijsten, E.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
530925

Geschiedenis

Voorgaande kerk gesloopt. Nieuwe Martinuskerk gebouwd in 1958 onder leiding van E. Nijsten. De oude toren van de voorgaande kerk is blijven staan.

Monumentomschrijving Rijksdienst

R.K. KERK, gewijd aan de H. Martinus, ontworpen door architect Edmond Nijsten in shake-handsarchitectuur en gebouwd in 1957. Bouwpastoor was C.J.A.E. van Roosmalen. De kerk is gelegen op een lichte verhoging aan een modern ingericht plein in het centrum van Luyksgestel, vrijstaand van de 15de-eeuwse toren, waaraan haar voorgangster was vastgebouwd en wat naar achter ten opzichte van de rooilijn van de toren en de rechts gelegen pastorie. De ruimtelijke inpassing van de kerk werd beperkt door de voorwaarde dat de oude kerk moest blijven staan tot de nieuwe gereed was. De architect kreeg van het bisdom de vrijheid om "modern" te bouwen. Achter de kerk ligt een begraafplaats. Het tabernakel en siersmeedwerk zijn van Johannes M. Koldeweij (1923-). Naast de in de omschrijving vermelde beschermde oude beelden zijn in de kerk de volgende kunstwerken aanwezig: een kruisbeeld uit ca 1400, een beeld van de H. Lucia, ca 1875-1900, een beeld van Maria met kroon, ca 1600 en een 17de eeuwse kroonluchter; deze zijn in een later stadium in de kerk geplaatst en behoren niet tot de oorspronkelijke inventaris. De beelden, kroonluchter en preekstoel zijn afkomstig uit de oude kerk of uit de H. Kruiskapel te Luyksgestel. Onder de, van elders afkomstige, kruiswegstaties zijn de oude staties nog aanwezig, die bestaan uit foto's door Martien Coppens van een door Charles Eyck gemaakte kruisweg in Waalwijk.

Omschrijving

KERK op vierkante plattegrond met uitgebouwd priesterkoor aan de noordoostzijde en op de oostelijke hoek de aangebouwde sacristie. De toegepaste materialen zijn overwegend beton en gele baksteen en voor het dak mevriet en rubberoid. Boven het middenschip drie dwarse kappen; boven het priesterkoor drie taps toelopende kleinere kappen in de lengte. De overige dakdelen zijn plat. Het gebouw heeft een brede overstekende betonnen gootrand. De vlakke ingangsgevel (zuidwestelijk) wordt gevormd door claustra's gevuld met blank glas tussen betonkolommen, met aan weerszijden een veld in baksteen. Middenin de gevel steekt de uit drie portalen bestaande ingangspartij zowel naar binnen als naar buiten uit. Hierboven een eenvoudig kruis. De linker en rechter zijgevel bestaan uit velden gevuld met baksteen tussen betonkolommen en tegen de gootrand raamstroken. In beide gevels een uitbouwtje voor de biechtstoelen. De zijgevels van het priesterkoor bestaan uit ramen tussen diepe betonschermen over de gehele hoogte; de achterwand uit hoge baksteenvelden tussen betonkolommen waarop kappen rusten. Het priesterkoor vormt hierdoor een expressief bouwdeel. Hieraan vast het smeedijzeren toegangshek naar de begraafplaats. De onderkelderde uit één bouwlaag bestaande uitgebouwde sacristie is plat afgedekt en heeft grote vensters en een betondecoratie op de achtergevel. De schoorsteen tegen de kerk is door toevoeging van een betonconstructie uitgewerkt tot klokkentorentje voorzien van een eenvoudig kruis. In het interieur dragen twee maal twee rijen ranke, enigszins bolle kolommen de dakconstructie. Ze vormen in de visie van de architect tevens visueel een lichte afscheiding van de zijbeuken met het middenschip; zo was er ruimte voor vieringen in kleinere kring terwijl toch de eenheid met het middenschip bleef bestaan. Vanaf alle zitplaatsen heeft men goed zicht op het altaar. Door de lichtinval aan de zijkanten van de dwarskappen, de raamstroken aan de bovenzijde van de zijwanden, de voorzijde van de kappen van het priesterkoor, de zijwanden van het priesterkoor en claustrawand aan de zuidwestzijde, waarin overal helder glas is toegepast, is een bijzondere lichtwerking ontstaan. Samen met de ongekleurde betonnen constructiedelen, schuimbetonblokken die voor de binnenwanden zijn toegepast en dakplaten met zeer beperkte verdere kleuraccenten verleent deze het interieur een bijzondere en serene sfeer. Door verschillende (standaard)formaten schuimbetonblokken toe te passen en een deel van het voegwerk iets donkerder te kleuren en toepassing van randen schoonmetselwerk in gele baksteen zijn de wanden decoratief bewerkt. De vloer is bedekt met grijsgele tegels. Het uit natuursteen bestaande altaar is naar voren verplaatst op het priesterkoor, dat twee (gebogen) treden hoger ligt dan de kerkruimte. De altaarverhoging zelf en de smeedijzeren communiebanken zijn verdwenen. Van de twee claustrawanden die oorspronkelijk aan de zijde van het priesterkoor de zijbeuken afsloten achter zijaltaren, is de linker vervangen door een orgel dat niet van waarde is vanuit het oogpunt van monumentenzorg; op het zijaltaar rechts staat nu (2009) het tabernakel, ontworpen door Koldeweij; ernaast de godslamp van siersmeedwerk. Tegen een kolom aan de linker zijde staat de houten preekstoel op voet met trap met houtsnijwerk uit 1843. Aan de zuidwestkant links van de ingang de ovaalvormige verdiepte doopruimte, afgescheiden door een hek van siersmeedwerk. Daarin een natuurstenen doopvont met bronzen deksel. Rechts van de ingang is door een hekwerk van siersmeedwerk een Mariakapel afgescheiden. Aan weerszijden van de ingang vrijstaande natuurstenen wijwatervaten. Het kunstlicht wordt verzorgd door de oorspronkelijke spots, bevestigd op de betonbalken die de dwarskappen dragen en de eveneens oorspronkelijke glazen bolarmaturen langs de beide zijgevels. Het bankenblok in de linker zijbeuk is afkomstig uit de oude kerk. De banken in middenschip en rechter zijbeuk zijn gelijk met de kerk ontworpen. In de kerk bevinden zich een houten KRUISBEELD uit omstreeks 1500, met een JOHANNES en MARIA uit de XVe eeuw; een XVIIe eeuwse PIËTA; een grote XVIIIe eeuwse groep van ST. MAARTEN te paard met bedelaar; een XVIIe eeuwse MADONNA, XVIe eeuwse JOHANNES DE DOPER en voorts een beeld van ST. ELIZABETH (XVIe ?).

Waardering

R.K. KERK van algemeen cultuur- en architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang als evident toonbeeld van de wederopbouwperiode:

  • als voorbeeld van de voor de in de wederopbouwperiode vernieuwende vrijheid die de architect kreeg om een eigentijds ontwerp te maken;
  • als voorbeeld van het voor de periode in de kerkarchitectuur vernieuwend materiaalgebruik (beton en schuimbeton, mevriet); - vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten die met vernieuwende sobere materialen en zorgvuldige eenvoudige vormgeving zijn gerealiseerd;
  • vanwege de bijzondere serene sfeer die wordt gecreëerd door het samengaan van daglicht door helder glas en materiaalgebruik; - vanwege de ruimtelijke inpassing van de kerk waardoor deze, vrijstaand naast de 15de eeuwse toren, een geheel eigen karakter en eigentijdsheid heeft gekregen.

Cultuur Historische Waardekaart van de nieuwe Martinus

Rooms-katholieke kerk.

  • Plattegrond: rechthoek met driehoekige absis
  • Bijgebouwen: oudere pastorie, consistorie/ sacristie met kelder
  • Toren: losstaande oude toren, klokkenstoel achterzijde met 2 klokken
  • Materiaalgebruik: baksteen, betonnen skelet
  • Dak: zaagdak en overhellend dakrand
  • Bouwperiode: 1957
  • Bouwstijl: Naoorlogs modernisme
  • Bijzonderheden: voorgevel en absis met heel veel glas, tochtkast met openslaande glasdeuren

Externe links

Afbeeldingen