Handelingen

Rijswijk, Herenstraat 62b - Oude Kerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Oude Kerk
Genootschap: PKN Ned. Hervormd
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: Rijswijk
Plaats: Rijswijk
Adres: Herenstraat 62b
Postcode: 2282BT
Inventarisatienummer: 03346
Jaar ingebruikname: 15 e
Architect:
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
20047

Geschiedenis

Historische dorpskerk met toren. Vroeger gewijd aan St. Bonifatius.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Hervormde kerk. Driebeukig schip, koor XV. Westtoren met hoge spits (1681) in beginsel 15de eeuw; aan noord- en zuidzijde tegen de kerkkapel aangebouwd. N. zijde sacristie. Boven beide ingangen en deur consistoriekamer, beeldhouwwerk. Inwendig 17de eeuws meubilair. Eikenhouten klokkenstoel met gelui bestaande uit twee klokken van M. en C. Fremy, 1681, diam. resp. 98,8 cm en 74,2 cm. In de torenomgang mechanisch smeedijzeren torenuurwerk van Libertus v.d. Burg, 1682. Op de toren is een iets oost-afwijkende metalen zonnewijzer bevestigd.

Orgels

Hoofdorgel

Het hoofdorgel is gebouwd door J. Reichner in 1786. Oorspronkelijk had het orgel alleen een hoofd- en rugwerk. In 2011 / 2012 heeft firma Flentrop het orgel uitgebreid met een zelfstandig pedaal. Het pedaal is geplaatst in een vrije ruimte boven het orgel.

Koororgel

Het koororgel is gebouwd door H. Winkelman in 1968 voor de Verzoeningskerk in Rijswijk. Hierbij werd gebruik gemaakt van oud pijpwerk, men vermoed dat het pijpwerk afkomstig is van de orgelbouwer Hess. Sinds 1974 staat het koororgel in de Oude Kerk van Rijswijk.

In de media

Uit Het Vaderland, 5 Juni 1926.

Zooals men weet, is architect van der Kloot Meyburg wederom met de restauratie van het Rijswijksche kerkje begonnen In 1919/20 restaureerde hij het schip, thans zijn consistorie, koor, kapellen en het stuk om den toren aan de beurt.

De secretaris-kerkvoogd vertelt in Ons Kringorgaan de volgende belangwekkende bijzonderheden over het zeer oude heiligdom:

Het stichtingsjaar der Rijswijksche kerk ligt in het duister. Bij de restauratie in 1919/1920 is echter aan het licht gekomen, dat het oorspronkelijk bouwwerk een lage Romaanscbe kapel is geweest, welker oorsprong in de vroege middeleeuwen moet warden gezocht, laten wij zeggen omstreeks het jaar 1000. Later, waarschijnlijk in de 14e of 15e eeuw, heeft men die kapel ombouwd en vergroot, waardoor de tegenwoordige kerk haar aanzijn verkreeg. Hoe de kapel vergroot werd, kan men goed waarnemen aan eene nog bestaande opening in den ouden kapelmuur, die onder een laag witkalk voor den dag kwam. Die opening is vierkant, met een ijzeren kruis gesloten, en aan den binnenkant voorzien van een eikenhouten luikje. Oudtijds diende zij om aan behoeftige voorbijgangers een aalmoes te kunnen reiken, zonder dat de dienstdoende priester daartoe de kapel behoefde te verlaten. Toen tegen den kapelmuur aan een nieuwe buitenmuur werd opgetrokken, hebben de middeleeuwsche ambachtslieden de opening in den kapelmuur laten bestaan, die daardoor een nis werd en nog is.

Als plaats van aanbidding is de lage heuvel waarop de Rijswijksche kerk staatvermoedelijk veel ouder dan het jaar 1000. Toen de eerste Christen-apostelen in deze lagen landen aan de zee kwamen, plachten zij, na de bevolking bekeerd te hebben, om voor de hand liggende renenen de eerste nederige bedehuizen te stichten op de aloude heidensche offerplaatsen en er is geen reden te bedenken, waarom de oude Romaansche kapel te Rijswijk eene uitzondering daarop zou zijn geweest. Men mag dus met eenige mate van zekerheid aannemen, dat eertijds op de plek waar nu de kerk staat, de brandoffers aan Wodan, Thor en Donar hebben gerookt, en de blondgelokte Neder-saksische meisjes en vrouwen aan Freya en Hulda, de liefelijke godinnen van de liefde en van de vruchtbaarheid, om liefdesgeluk en kinderzegen hebben gesmeekt.

Kon men den kerkeheuvel onderzoeken, wie weet welke interessante vondsten uit die verre dagen zouden worden gedaan. Uit de middeleeuwen is weinig tot ons gekomen. Aan den viersprong, waar nu het café Kuys-Witsenburg staat, was toen een klooster gelegen, dat den naam Witsenburg droeg en de kloosterlingen zullen de zich op korten afstand bevindende Rijswijksche kerk wel als bedehuis hebben gebruikt.

In het begin der zestiende eeuw heeft Maarten van Rossum met zijn Gelderscbe stroopers ook Rijswijk bezocht. Zijn kwartier had bij opgeslagen ter plaatse waar nu de herberg Nieuw Petersburg aan de Geestbrug staat. Dat wereldlijke en geestelijke overheid met geld over de brug zijn moeten komen om het brandschatten van kerk of dorp te voorkomen, leert ons onderstaand rijmpje op een thans nog in de kerk voorhanden houten wandbord:

Anno duijsent vijfhondert twintigh en acht den 5 Maart / Als de Geldersse met cleijne maght vergaert / Dees kerck en dorpe wilden branden / Gaff hem Claes Meesz Boutesteijn in handen / Van de Geldersse tot een rantsoen / Waerdoor sij lieten alzulcx te doen / Ten versoeke van schout, regenten en pastoor / Lach hij den heelen someren wintertijt als 't vroor / t'Uijtrecht diep onder d'aard met sober tractement, / Of hij wel is voldaen, dat is de Heer bekent.

In den tijd van Prins Maurits, die veel te Rijswijk vertoefde, werd reeds een herberg gehouden op de plaats van het vroegere klooster Witsenburg. Op de bekende schilderij „Prins Maurits bezoekt de kermis te Rijswijk", ziet men den toren geheel zooals men dien thans nog waarneemt.

In de vorige eeuw is de kerk zoetjes aan door ouderdom in verval geraakt, terwijl de middelen voor herstel en zelfs voor behoorlijk onderhoud ontbraken. Aan den kerkvoogd, wijlen den heer W.A.G. Whitlau, aan wiens nagedachtenis deswege groote dankbaarheid is verschuldigd, gelukte het een 10 of 12 jaren geleden de Rijswijksche kerk geplaatst te krijgen op de lijst der „Monumenten van Geschiedenis en Kunst", en was daarmede de weg gebaand tot restauratie met behulp van subsidies door Rijk en Provincie. Na het helaas ontijdig overlijden van den heer Whitlau, werd diens streven voortgezet door den heer E. van Everdingen, een bekend oud-schoolhoofd uit Delft, die, na gepensionneerd te zijn, te Rijswijk was komen wonen en al spoedig tot kerkvoogd was verkozen. Van Everdingen is de man geweest, die het moeilijke pionierswerk, dat aan de restauratie voorafging, vrijwel alleen heeft verricht, en het is den schrijver van dit opstel een plicht en een genoegen dankbaar te gewagen van de stalen energie en het doorzettingsvermogen, die dezen man, die reeds een eind over de zeventig was, hebben gekenmerkt. Jammer genoeg heeft hij het resultaat van zijn arbeid niet mogen aanschouwen. Hij stierf in Januari 1921, toen de restauratie nog aan den gang was.

Toen eenmaal de muren der kerk van de beschuttende pleisterlaag waren ontdaan en de architecten den werkelijken toestand van het gebouw konden vaststellen, bleek deze veel slechter te zijn dan tevoren had kunnen worden vermoed. Het gevolg was dan ook, dat veel meer geld noodig was dan men had begroot en schulden door de kerkvoogdij moesten worden aangegaan. Ten slotte kwam de restauratie van het schip, op twee vensters na, tot een goed einde.

Uit Het Vaderland, 3 Februari 1936.

De Ned. Herv. kerk te Rijswijk (Z.H.) dateert naar vermoed wordt, van ongeveer het jaar 1000. Geen wonder, dat het kerkgebouw in den loop der tijden herstel behoefde. Het werd eenige jaren geleden met steun van rijk, provincie en gemeente gerestaureerd, nadat de monumentencommissie besloten had, het op de lijst van monumenten te plaatsen. Thans vereischt ook het inwendige een noodige restauratie. Het meubilair zal worden verbeterd en een nieuw systeem van centrale verwarming aangebracht. Het oude systeem is de oorzaak geweest dat aan het uit de 16e eeuw dateerende bijzonder mooie orgel, belangrijke schade werd toegebracht. Ook voor de restauratie van dit kostbare orgel wil men de noodige gelden bijeenbrengen. Als middel daartoe wordt, zooals gemeld is, van 4—8 dezer een bazar gehouden, waarvoor een samenwerking tusschen orthodoxen en vrijzinnigen is tot stand gekomen. Tot voorbereiding van dien bazar heeft de Vereeniging van Vrijz. Hervormden den heer A. Brom, lid van den Nederlandschen Klokken- en orgelraad te Utrecht, uitgenoodigd een lezing te houden met het onderwerp: „Ontwikkeling van het Kerkorgel". Deze lezing had gisteravond in het kerkgebouw aan de Heerenstraat plaats. Bij een groot aantal lichtbeelden ging de heer Brom de geschiedenis van het kerkorgel na.

Externe link

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Orgels