Roosendaal, Kade 21 - O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand

Uit Reliwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

laat alleen artikel objecten zien
laat overige objecten op deze kaart zien


Algemene gegevens
Genootschap : Rooms Katholieke Kerk
Gemeente : Roosendaal
Plaats : Roosendaal
Adres : Kade 21
Provincie : Noord-Brabant
Jaar ingebruikname : 1868
Huidige bestemming: kerk
Naam kerk : O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand
Architect : Asseler, Th.
Monument-status: Rijksmonument
200px-Distinctive emblem for cultural property.svg.png
517267 (Kerk)
200px-Distinctive emblem for cultural property.svg.png
526035 (Tuin)
Inventarisatienummer: 08138

Inhoud

Geschiedenis

Plattegrond. Bron: Kerken in het Bisdom Breda, Auteur: Ton van Nijnatten. Uitgeverij: Buijten en Schipperheijn B.V. juni 2004.


Roosendaal telde tot de 2e helft van de 19e eeuw één R.K. kerkgebouw: de St. Jan. Door de aanleg van de spoorlijn in 1854 zochten de Redemptoristen een plek om hun kerk en klooster te laten bouwen. In 1866 kwam er een noodkerk, die vrij groot was, nl. 27 bij 14 m., en plaats bood op 200 klap- en 400 knielstoelen, en 2 zijataren en 4 biechtstoelen bevatte. Op 29 oktober 1866 werd deze noodkerk in gebruik genomen. Na 2 jaar wilde men toch de huidige kerk gaan bouwen, de inzegening was op 19 oktober 1874. De uitbreiding werd op 25 maart 1909 in gebruik genomen. De grote restauratie was in 1966, in oktober 1966 was het weer als nieuw. De boog boven de voordeur is het wapenschild Beatae Mariae Virgini de Perpetuo Succursoo oftewel de H. Maagd Maria van Altijddurende Bijstand. Op het tabernakel in het koor staan de 4 kerkvaders. Aan weerszijden van het tabernakel knielen 2 houten engelfiguren, afkomstig uit een Redemtoristenkerk in Rotterdam. In de zijbeuken zijn 8 biechtstoelen geplaatst.


Kapellen en altaren in de kerk

  • De Mariakapel is ingewijd 2 februari 1880.
  • H. Familie altaar is opgericht in 1882.
  • H. Hart altaar dateert uit 1909.
  • St. Joseph altaar is ook uit 1909.
  • St. Alfonsus altaar ook 1909.
  • Jaartal St. Gerarduskapel niet duidelijk.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Kerk

R.K. KERK Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand, in 1874 ontworpen door Th. Asseler in een Neo-Romaanse stijl voor de paters Redemptoristen. De kerk werd tussen 1907 en 1909 verbouwd door A. de Bruin, onder toezicht van P.J.H. Cuypers. Bij deze verbouwing werd de kerk met drie en een halve travee verlengd en voorzien van een vieringtoren, de kooromgang verdween. Tussen 1963 en 1968 werd de kerk gerestaureerd onder leiding van J. Hurks.

Het ernaast gelegen Redemptoristenklooster valt buiten de bescherming.


Omschrijving

Langgerekte basilicale kruiskerk, tien traveeen lang met dubbeltorenfront en halfronde absis, uitgevoerd in handgevormde baksteen onder een samengesteld zadel- en schilddak gedekt met kunstlei. Achtkantige koepel met spits. Het front met topgevel is versierd met lisenen en een klimmend rondboogfries. Daaronder een groot roosvenster. Op de begane grond is de ingang in een trapsgewijs verspringend rondboogportaal met bewerkte natuurstenen bogen op zuilen met dobbelsteenkapitelen geplaatst. De dubbele deur wordt omlijst door zuilen en een boogveld. Dit boogveld bevat een relief met ranken en schild met opschrift: "BEATA MARIA /VIRGINI/DE PERPETUO/SUCCURSU". Het portaal wordt bekroond door een topgevel op natuurstenen bladconsoles en is afgewerkt met een natuurstenen lijst en kruis. Daarboven een galerij van rondbogen in wisselende kleuren baksteen op zuilen, verdiept liggende velden met smalle glas-in-loodramen en natuurstenen afzaten daartussen. Aan weerszijden vierkante torens, elk vier geledingen, bekroond door een spits. De geledingen worden van elkaar gescheiden door natuurstenen cordonlijsten. De onderste twee geledingen hebben kleine raampjes, daarboven zijn blindnissen en een rondboogfries aangebracht. De bovenste geleding is achthoekig en heeft galmgaten aan iedere kant, van elkaar gescheiden door zuiltjes, boven elke opening een topgevel. De rechterzijgevel van de kerk grenst aan het klooster. De linkerzijgevel heeft vlak voor het transept een halfronde kapel, achter het een travee tellende transept bevindt zich een rechthoekige bouwmassa onder schilddak. Midden- en zijschip zijn aan de bovenkant evenals de aanbouwen van een rondboogfries met gekleurde bakstenen voorzien. Ook in de ontlastingsbogen boven de tripletten zijn gekleurde bakstenen toegepast. De kopse gevels van de transepten hebben een topgevel onder zadeldak, de grote rondboogvensters zijn gevuld met glas-in-lood. De koorpartij heeft een halfronde absis, links en rechts daarvan absiden, geleed door lisenen, met hoge smalle glas-in-loodramen en een rondboogfries. De viering heeft een grote achthoekige tamboer met ronde ramen. In het interieur worden midden- en zijbeuken overwelfd door gepleisterde kruisribgewelven. De scheibogen rusten op natuurstenen zuilen met dobbelsteenkapitelen. De wand kent een drieledige opstand met bogen, schijntriforium en lichtbeuk met tripletten gevuld met glas-in-lood, per travee gescheiden door pilasters. Tot de inventaris behoren onder meer enkele altaren: Het hoofdaltaar van Camille Esser te Weert (1910), een drietal zijaltaren van atelier Peeters uit Antwerpen uit 1909, allen in neo-romaanse vormgeving.

Waardering

De kerk is van algemeen belang. Het gebouw is van cultuurhistorisch belang als uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling en als specimen van de typologische ontwikkeling van de driebeukige kruiskerk. Het heeft architectuurhistorische waarde gezien de plaats die het ontwerp inneemt in de oeuvres van de architecten Asseler en Cuypers. Het is van belang wegens de betrekkelijk zeldzame neo-romaanse vormentaal, die tot uiting komt in de compositie van de dubbeltorengevel, de vieringkoepel en de verzorgde ornamentiek en het materiaalgebruik. Het object is gaaf bewaard gebleven.


Tuin van het Redemptoristenklooster

De tuin achter het redemptoristenklooster is aangelegd sedert de stichting van het klooster in 1868 en bestaat uit utilitaire, devotionele en recreatieve onderdelen.

Omschrijving

De tuin bestaat uit een globaal L-vormig, grotendeels ommuurd terrein achter het klooster. De muren zijn opgetrokken in baksteen en voorzien van steunberen en ezelsruggen. Ter hoogte van de Molenbeek, die de zuidelijke begrenzing van het terrein vormt, is de muur gedeeltelijk incompleet.

Achter het klooster bevindt zich een relatief open gedeelte met (op de binnenplaats) een Mariabeeld en meer naar achteren, aan het gazon, een calvarieberg tegen een achtergrond van bomen. Direct achter de kerk bevindt zich de voormalige moestuin met een gemetselde koude bak en een kas.

Het belangrijkste gedeelte van de tuin wordt gevormd door de oostelijke zone die bestaat uit bosschages met onder andere bruine beuken (noordoostelijke hoek) en kastanjes (zuidoostelijke hoek) waardoor een slingerend pad loopt. Globaal in het centrum bevindt zich een slingerende vijver waarbij onder andere wilg, cypres en ceder. Vlak daarbij een verhoging waarop ooit een prieel stond ter verpozing van de kloosterlingen.

Waardering

De tuin van het redemptoristenklooster is van algemeen belang vanwege:

- de voor kloosters typerende aanleg bestaande uit componenten voor devotie (beeld, calvarie), economie (moestuin met kas en koude bak) en recreatie (wandeling tussen bosschages en vijver, verhoging ten behoeve van (verdwenen) prieel);

- de ommuring van het geheel;

- de landschappelijke aanleg, slingerend vijver- en padenbeloop en een afwisseling van relatief gewone bomen met bijzondere exemplaren (cypres, ceder, bruine beuk);

- de functionele, visuele en historische samenhang met het klooster en met de Molenbeek;

- de zeldzaamheid van kloostertuinen waar nog alle componenten aanwezig zijn.



Orgel

Het 1e orgel is gebouwd in 1894 en is diverse keren gerestaureerd, de 1e keer was in 1909. De eikenhouten balustrade stamt uit 1910-1912. In 1922 werd de zangtribune vergroot. In 1937 kreeg het orgel een nieuwere omlijsting. Het aantal pijpen bedraagt 1104. De speeltafel staat los van het pijpenfront.


In de media

Uit de folder Restauratie O.L.V.Kerk, help de O.L.Vrouwekerk met de restauratie!, 13-09-2009.

Het dak van de O.L. Vrouwekerk aan de Kade 21 is door de jaren heen ernstig aangetast door vocht en zwammen. Een belangrijk deel van de dragende constructie dient te worden vervangen. Daartoe is een restauratieplan opgezet in samenwerking met het bisdom Breda en de aannemer De Bonth van Hulten.

Uit Open Monumentendag 2011, Roosendaal 10-09-2011. Het voorste gedeelte van O.L.Vrouwekerk werd in 1874 naar een ontwerp van Th.Asseler gebouwd in opdracht van de paters redemptoristen. Het achterste gedeelte met de achtzijdige vieringtoren dateert uit 1909. Deze uitbreiding van architect A.J.de Bruijn vond plaats onder toezicht van Pierre Cuypers. Heel bijzonder is de neoromaanse stijl waarvoor men destijds heeft gekozen. Bij de meeste kerken uit deze periode werd steevast gekozen voor neogotiek. De volksmond spreekt nog regelmatig van 'de paterskerk', ook nu het gebouw alweer geruime tijd in gebruik is als parochiekerk. Inmiddels worden de resultaten van de restauratie steeds meer zichtbaar.


Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Hulpmiddelen
Hulpmiddelen