Handelingen

Rotterdam, Gedempte Glashaven - Zuiderkerk (1849 - 1940)

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Zuiderkerk
Genootschap: Ned. Hervormde Kerk
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: Rotterdam
Plaats: Rotterdam
Adres: Gedempte Glashaven
Postcode:
Inventarisatienummer: 03024
Jaar ingebruikname: 1849
Architect: Dam, A.W. van
Huidige bestemming: door oorlogshandelingen verwoest
Monument status: geen

Geschiedenis

Dit was een grote neogotische centraalbouw met veelhoekig gesloten kapellen tegen de diagonale zijden, pinakels en balustraden. De achthoekige middenruimte droeg een tentdak met toren. Inwendig galerijen.

Monumentaal, vernieuwend orgel met drie manualen en vrij pedaal uit 1850 van C.G.F. Witte (firma J. Bätz & Co.), Utrecht.

Dit kerkgebouw is bij het bombardement op 14 mei 1940 volledig verwoest en niet herbouwd. De bebouwing rond de Glashaven is bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 verloren gegaan; alleen de Regentessebrug bleef gespaard. De oostkant van de Glashaven is in de jaren 1950 bebouwd met kantoorpanden.

De locatie van dit voormalige kerkgebouw is sindsdien onherkenbaar veranderd.

De schetstekeningen van gebrandschilderde ramen zijn na de dood van Marius Richters met nog wat andere attributen en kunstwerken door zijn kinderen overgedragen aan het Museum Rotterdam.

In de media

Uit Rotterdamsche Courant, 1 Januari 1848.

Met genoegen hebben wij vernomen, dat door heeren Gecommitteerden der Nederduitsche Gereformeerde Gemeente alhier, aan de firma Bätz en Comp., orgelmakers van Z.M. den Koning, de vervaardiging is opgedragen van een nieuw orgel voor de in aanbouw zijnde nieuwe Zuiderkerk. Het zal zijn een 16 voets werk , en moeten hebben 40 sprekende registers op drie handklavieren en een vrij pedaal. De windaanvoering zal geschieden naar een nieuw sijstema, zoo als tot hiertoe in geen orgel hier te Lande nog aanwezig is. Ook zal het zich door zijne mechaniek, en uitvindingen van lateren tijd, van alle andere werken onderscheiden. De bekende bekwaamheden van bovengenoemde firma doen ons met grond een orgel verwachten, hetwelk theoretisch en practisch voortreffelijk zal zijn.

Uit Algemeen Handelsblad, 9 Februari 1849.

Men verneemt, dat de nagenoeg geheel voltooide nieuwe Zuiderkerk alhier, op Zondag den 22sten April aanstaande, in eene buitengewone predikbeurt, des morgens ten 10 ure, plegtig aan hare bestemming zal worden toegeweid, en dat de leiding der godsdienstoefening bij die gelegenheid aan den oudsten leeraar der gemeente, den Wel-Eerw. Heer H. Oort is opgedragen. Daar dit kerkgebouw eerst geruimen tijd later van een orgel voorzien zal worden, zal, bij deze eerste daarin te houden godsdienstoefening, het gemis daaraan door een Zangkoor worden vergoed.

Uit Het Vaderland, 23 October 1939.

Nieuwe ramen in Rotterdams Zuiderkerk

Zondagochtend heeft in de Zuiderkerk aan de Gedempte Glashaven te Rotterdam de overdracht plaats gehad van de gebrandschilderde ramen, welke Marius Richters heeft vervaardigd. In de geheel gevulde kerk ging ds J.A. Kwint eerst in den Liturgischen Dienst voor.

Nadat het Hervormd Zangkoor Paul Pul een lied na dezen dienst ten gehoore had gebracht betrad prof. dr J.R. Slotemaker de Bruïne den kansel en bepaalde het gehoor bij den tekst van Joh. 10 : 22, En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem en het was winter.

De predikant wees op de opvallende overeenkomst tusschen dezen tekst en den toestand, waarin de wereld thans verkeert. De internationale spanning der volkeren, het innerlijk, medeleven met al de smarten van den oorlog, voor Rotterdam de slag van de stilliggende havens en de werkloosheld, het zijn al teekenen van "Het wintert" en hier zijn wij bij elkaar omdat van een bedehuis, dat gesierd is, de siering voltooid is.

Echt Protestantsche kunst bracht voor een kunstenaar de mogelijkheid om in een Protestantsch milieu zijn kunst te verwezenlijken. Wij zijn opgegaan naar het Bedehuis om God te aanbidden. Indien God God is, moeten alle afgoden verdwijnen. Er is kunst en door die kunstvormenwing brengt de kunstenaar zijn eigen visie, ontheven aan het vlakke en alledaagsche leven, door zich in kleur en in lijn, in klank en in toon zichtbaar en hoorbaar te maken. Voor menschen uit een werkstad als Rotterdam is het een bijzonder voorrecht ook kunst te hebben en daardoor los gemaakt te worden uit de dagelijksche vermaterialiseering. Het gevaar is er zeker, dat de kunst zich schuift in de plaats van den godsdienst. Indien gij met uw kunst niet zoo hoog stijgt dat gij God vindt, dan is het winter. Niemand wordt vernieuwd door eenige kunst. Waarachtige vernieuwing in het binnenste komt alleen door God.

Nadat de gemeente Gezang 31 : 2 en 3 had gezongen, betrad ds W.A. Zeijdner het preekgestoelte en richtte zich tot den kunstenaar Marius Richters, God dankend, dat Hij ons waardig heeft betoond dit werk te voltooien en wel door een lidmaat der gemeente, waarvan Marius Richters het oog is geweest. De schilder is tevens de hand, die aan de visie van het oog gestalte heeft gegeven. Als middenpunt van een enthousiast jeugdréveil zette Marius Richters, terwijl iedereen denkt aan afbraak, zijn laatste raam aan deze kerk. Met dank aan God, die hem waardig had gekeurd dit werk te voltooien, droeg ds Zeydner de ramen aan de gemeente over met de bede, dat God door dit werk spreke tot in lengte van dagen.

Na het einde van den dienst vond in de consistoriekamer nog de officieele overdracht bij monde van mr Abm. van der Hoeven plaats, waarop prof. mr F. de Vries namens het college van gecommitteerden zijn dank bij de aanvaarding uitsprak.

Uit Het Vaderland, 6 Juni 1940.

Verschillende kerken in Rotterdam hebben het verlies van een of meer van haar gebouwen te betreuren, schrijft „De Standaard".

(....)

Ernstiger is het verlies van de Zuiderkerk, (die) voor de gemeente tegenwoordig wel wat excentrisch gelegen was, doch die door wijlen dr H.T. Oberman toch weer in eere hersteld werd, toen deze een aanvang maakte met de jeugddiensten. Belangrijke kunstwerken zijn hier verloren gegaan, n.l. de gebrandschilderde ramen, die het levenswerk zijn geworden van den kunstenaar Marius Richters, die daaraan 15 jaren heeft besteed. Als randschrift stond onder het laatste raam, dat Zondag 22 October 1939 aan het college van gecommitteerden werd overgedragen, vermeld: „Wij danken God. dat wij waardig zijn bevonden dit werk te volbrengen."

Externe link

Afbeeldingen