Handelingen

,s-Gravenhage, Noordeinde opv 10 - Gasthuiskapel of Engelse Kerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Gasthuiskapel
Genootschap: Church of England
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: 's-Gravenhage
Plaats: 's-Gravenhage
Adres: Noordeinde opv 10
Postcode: 2514GH
Inventarisatienummer: 19448
Jaar ingebruikname: 1450
Architect:
Huidige bestemming: Gesloopt 1998

Geschiedenis

  • 1586-1840 Engelse kerk,
  • 1627-1818 ook Hoogduits.

In de kerk vonden lange tijd, tot 1838, ook de halfjaarlijkse promotieplechtigheden van de nabijgelegen Latijnse School plaats.

In de media

Uit Nieuwe Rotterdamsche Courant, 7 October 1929.

Een boek over ontstaan en lotgevallen der Engelsche kerk te s-Gravenhage.

De Engelsche Kerk, die in de 1e van den Boschstraat een permanente huisvesting kreeg, heeft een zeer stormachtige voorgeschiedenis gehad aleer het zoover was. Wij moeten daarvoor ruim drie eeuwen teruggaan, naar het stormachtige tydperk van den tachtigjarigen oorlog, in welk tijdperk de eerste Engelsche Kerk te 's-Gravenhage gesticht werd, in den tijd toen Elizabeth haar gunsteling Leicester met troepen herwaarts zond om onze voorvaderen bij te staan in den strijd tegen Philips II. Een heldere en op geschiedkundige documenten gebaseerde uiteenzetting van de gebeurtenissen die ertoe leidden om de eerste Engelsche Kerk in den Haag op te richten, haar moeitevol bestaan en uiteindelijke verdwijning in de vorige eeuw, haar wedergeboorte eenige jaren later en ten slotte haar definitieve vestiging in het Bezuidenhoutkwartier heeft F. Oudschans Dentz gegeven in: History of the English Church at The Hague (1586—1929), uitgegeven door W.D. Meinema, Delft.

In de voorrede noemt de schrijver verschillende bronnen waaruit hij geput heeft om dit geschiedkundig overzicht samen te stellen, terwijl in een woord vooraf de heer F. Bate, secretaris van de „Colonial and Continental Church Society" (een vereeniging welke een werkzaam aandeel heeft in de Engelsche kerken buiten het Vereenigd Koninkrijk) in het kort opsomt welke de meest kenmerkende mijlpalen zijn in de geschiedenis van den Engelschen kerkdienst in ons land.

Wanneer wij nu de geschiedenis van de Engelsche kerk in Den Haag nagaan, dan kan zij in vier tijdperken ingedeeld worden: van 1586 tot 1840 gevestigd aan het Noordeinde; van 1844—46 in de Kleine Houtstraat (thans Korte Houtstraat); van 1846—1873 in de Kazernestraat; van heden in het Bezuidenhoutkwartier.

Het eerste tijdvak is wel het rumoerigste geweest en rijk aan wisselvallige incidenten; in 1585 kreeg de Engelsche gezant toestemming om de voormalige kapel van het R.K. Sacramentshospitaal aan het Noordeinde te bestemmen voor de godsdienstoefeningen der troepen van Leicester en in 1595 mochten ook alle leden van de Engelsche kolonie daaraan deelnemen. De gemeente 's-Gravenhage was eigenaresse van het gebouw en het gold hier slechts een gunst. Het Engelsche gouvernement steunde de instelling door een jaarlijksche subsidie van 30 pond. Ook de Staten van Holland gaven een subsidie welke in 1610 zeshonderd gulden bedroeg; daar stond tegenover, dat de contra-Remonstranten in 1616 van de Staten toestemming kregen om het kerkgebouw eveneens te gebruiken. Bijzonderen steun ontving de kerk van de Koningin van Bohème (gemalin van den „winterkoning") en van den Koning Stadhouder en zijn gemalin Mary. Na zijn dood kreeg de kerk het zwaar te verantwoorden, zij stond onder toezicht van de Gereformeerden in ons land en dezen verdachten den Engelschen prediker van Socianisme en zij dreven verschillende bepalingen door, welke de bevoegdheden van deze kerk besnoeiden, o.a. mochten van 1697 af slechts Engelschen in die kerk in den echt verbonden worden. In 1626 was een overeenkomst gesloten waarbij ook Duitschers de kerk voor hun godsdienstoefeningen mochten gebruiken. In 1780 brak een zware brand uit in de kerk aan het Noordeinde en hoe onze voorvaderen in dien tijd over de Engelschen en hun kerk dachten komt uit in een spotvers:

De Duivel plaatst de Hel In de Engelsche Kapel; Dat zal geen mensch verhinderen De Britten zyn zyn Kinderen.

Omstreeks 1820 was de gemeente der Engelsche kerk geslonken tot 100, waarvan er slechts 20 waren die Engelsch verstonden en onder die omstandigheden vond onze minister van eeredienst het niet gewettigd om 1600 gulden per jaar uit te trekken voor de bezoldiging van een Engelsch predikant. Daarby kwant, dat het Nederlandsche Hof een jaar in de residentie vertoefde en het volgende jaar weer in Brussel en daar de Engelsche gezant zijn eigen predikant had, meende men, dat er geen bepaalde behoefte bestond aan het aanstellen van een Engelschen dominee. Op 8 Januari 1822 kwam een Kon. besluit waarin Koning Willem I heeft goedgevonden en verstaan om "de Engelsche Hervormde Gemeente te 's-Gravenhage te supprimeeren". Op 8 April volgde een tweede Kon. B. waarbij de bezittingen van die gemeente als bijbels, documenten en het zilver gedeponeerd moesten worden in de St. Jacobskerk aan den Groenmarkt (de Nederduitsch Hervormde Kerk ontving ze in bewaargeving alsook de fondsen, waarvan zij de rente trok) en verschillende pensioenen werden vastgesteld, welke door den Staat werden uitbetaald. Op 3 Februari 1822 hield de rev. Mackay zijn laatste preek in het kerkgebouw aan het Noordeinde en de Gemeente liet in 1840 het gebouw verkoopen en sloopen. Het heeft twee-en-twintig jaar geduurd, aleer de Engelschen weer een eigen kerkgebouw hadden, eerst in de Korte Houtstraat en later in de Kazernestraat; ten slotte is dan door den krachtdadiger, steun en financieele hulp van Philip Frederic Tinne het kerkgebouw aan de 1e van den Boschstraat ontstaan, waar in 1873 de eerste kerkdienst gehouden werd in een eigen gebouw op eigen grond (de grond van het tijdelijke houten kerkje in de Kazernestraat behoorde aan de Gemeente, maar was gratis in bruikleen afgestaan; het kerkje stond in den tuin van de Kon, Bibliotheek). Als merkwaardigheid moge nog vermeld worden dat de kerkklok in 1671 in Amsterdam gegoten was, eerst dienst deed in de Engelsche kerk te Rotterdam en toen de toren daarvan wankel begon te worden en werd afgebroken, kwam deze klok in handen van een Joodschen uitdrager, bij wien zij werd opgespoord en ten slotte aangekocht en geplaatst in de nieuwe kerk. Het kostbaar zilver dat de Nederduitsch Hervormde Gemeente in bewaargeving ontving (de waarde ervan wordt getaxeerd op byna twee ton gouds) werd bij Kon. besluit van 8 April 1905 aan den Engelschen gezant ter hand gesteld. Hoewel het gezantschap meermalen stappen heeft gedaan om het zilver aan de huidige kerk over te dragen, is dit nooit geschied, waarschijnlijk omdat de predikant niet de verantwoordelijkheid wilde dragen voor dezen kostbaren schat en zoo is dit zilver, nadat het 23 jaar lang in het gezantschapsgebouw bewaard is gebleven, in 1928 naar Londen verhuisd, waar het een plaats heeft gevonden in het Victoria en Albertmuseum. Wij hebben hierboven slechts de meest treffende bijzonderheden aangestipt, het boek is rijk aan geschiedkundig materiaal, bevat voorts nog een biografie over de familie Tinne, fraaie portretten en illustraties en in een appendix zyn de verschillende gewichtige besluiten afgedrukt, die op de lotgevallen van de Engelsche kerk invloed hebben geoefend.

Afbeeldingen