Handelingen

,s-Gravenhage, Reitzstraat - Nieuwe Zuiderkerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Nieuwe Zuiderkerk
Genootschap: Gereformeerde Kerken in Nederland
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: 's-Gravenhage
Plaats: 's-Gravenhage
Adres: Reitzstraat
Postcode:
Inventarisatienummer: 02018
Jaar ingebruikname: 1914
Architect: Anema, Th.
Huidige bestemming: door brand verwoest
Monument status: geen

Geschiedenis kort

Monumentale ouderwets Gereformeerde kerk, met hoge toren, buiten gebruik 1974, door brand verwoest 1975. Architectonisch vergelijkbaar met vele Gereformeerde kerkgebouwen van de Gebroeders Kuipers en Nauta. Ook door architect Anema ontworpen is de vroegere Prins Willemkerk in Scheveningen.

Gebouwd in de vorm van een latijns kruis met hoge topgevels als beëindiging van de kruisarmen. Een forse ruimte voor 1500 kerkgangers; beneden 900 plaatsen en op drie galerijen nog eens 600. Onder de galerijen liepen de achterste banken enigszins op. Zes uitgangen en drie nooduitgangen maakten zonodig een snelle ontruiming mogelijk. Door drie grote boogvensters met kathedraalglas in lood een lichte kerkruimte. Boven de schelpvormige preekstoel een orgelgalerij. De bouw stond onder leiding van aannemer P. Sipkes. Hij en architect Anema waren lidmaat van de Gereformeerde Kerk van 's-Gravenhage.

Ook de andere grote kerkgenootschappen lieten zich in Transvaal niet onbetuigd. Voor de R.K.-parochie van de H.H. Engelbewaarders werd in 1916 aan de Brandtstraat een kapitale kerk ingewijd. Een vijfbeukige hallenkerk met dwarsschip in neogotische stijl, naar een ontwerp van architect Nicolaas Molenaar (1850-1930), leerling van Pierre Cuypers (1827 - 1921). Buiten gebruik en gesloopt in 1981. De Hervormde gemeente volgde wat later, in 1926, met de Julianakerk aan de Kempstraat. Een kruisvormig gebouw met invloeden van de zgn. Haagsche school en een 60 meter hoge toren, naar een ontwerp van architect G. Hoogevest. In 1997 aan de eredienst onttrokken en door de gemeente 's-Gravenhage omgevormd tot een cultureel- en wijkcentrum.

Geschiedenis uitgebreid

Een periode van zestig jaar: 1914 - 1974

Na de buitengebruikstelling van de Nieuwe Zuiderkerk in januari 1974 is een jaar later een herdenkingsboekje verschenen getiteld ‘In dankbare herinnering’. Het boekje biedt een stukje geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van ’s-Gravenhage en over de stichting en de gebruiksperiode van dit kerkgebouw. Hierna fragmenten uit dit boekwerkje aangevuld met eigen kennis van auteur Laurens (feb. 2012). Ook zijn enkele gegevens ontleend aan een artikel van dhr. H.J.Ph.G. Kaajan in het tijdschrift 'De Hoeksteen' van april 1988, getiteld: 'De Kathedraal van West'.

Vroegste periode

De kerk besloeg een terrein gelegen tussen de Reitzstraat (de torenzijde van het gebouw) en de Kockstraat. Zijstraten van de Paul Krugerlaan. Aan beide straten kon men voor het bijwonen van de kerkdiensten het gebouw in. Aan de Kockstraat 134 was de ingang voor het ‘doordeweekse’ werk en daar was ook de kosterswoning gelegen, boven de nevenlokalen. Het was het grootste kerkgebouw ooit, dat in opdracht van Haagse Gereformeerde Kerk werd gesticht.

Lange tijd vóór de ingebruikneming van de Nieuwe Zuiderkerk, vlak voor de jaarwisseling 1913/1914, waren er in groot Den Haag vier Gereformeerde kerkgebouwen, n.l. de Westerkerk, Lange Beestenmarkt (1888-1974); de Nobelstraatkerk (1850-1911); de Oosterkerk, Oranjebuitensingel (1896-1962). Na buitengebruikstelling als kerk heeft het gebouw tot 1988 onderdak geboden aan het Haags Ontmoetingscentrum Theaterkunsten (H.O.T.-theater in het spraakgebruik). Voor de Oosterkerk kwam in 1962 de Christus Triumfatorkerk in de plaats met haar opvallend slanke klokkentoren, op een markante plek in de stadswijk Bezuidenhout aan de Juliana van Stolberglaan/hoek Laan van Nieuw Oost-Indië. In gebruik is nog steeds de Noorderkerk uit 1906 (1e Schuytstraat) voor de stadswijk Duinoord en omgeving. In die tijd was er ook nog een kerkzaaltje in gebruik in de Bazarlaan. Hieruit blijkt dat de kerkleden zeer verspreid woonden op het grondgebied van de burgerlijke gemeente van Den Haag. Voor de financiering van de nieuw te bouwen kerk werd het gebouw aan de Nobelstraat in 1911 verkocht aan de Vereeniging van de Haagsche Geld- & Effectenhandel (in bankkringen bekend als 'de Haagse beurs'). Zogezegd van de dominee naar de koopman.

Toen de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 uitbrak waren er in Den Haag al enige nieuwe stadswijken in ontwikkeling, waaronder het Transvaalkwartier met een snel groeiende bevolking. In deze wijk gingen veel woningbouwverenigingen aan de slag, opgericht door de vakorganisaties, zoals het prot. Chr. Patrimonium. In sommige straten woonden 'de gereformeerden' bij wijze van spreken 'huis-aan-huis'. Ook in de sociale woningbouw was de verzuiling merkbaar. Zo ontstond een wijk, die voor driekwart deel werd bevolkt door zgn. ‘handarbeiders’ en veel winkeltjes en andere kleine bedrijven en neringdoenden.

Uit de kerkenraad kwam het initiatief in deze dichtbevolkte wijk een kerk te bouwen. En dat was goed gezien, want na de ingebruikneming op 10 december 1913 zijn talloze malen alle 1500 plaatsen bezet en vaak moesten alle beschikbare extra stoelen en uitschuifbankjes nog worden bijgezet. Vele tientallen jaren speelde zich rond de 'Nieuwe Zuider' een bloeiend verenigingsleven af, niet alleen van jeugd en jongeren, maar ook van mannen- en vrouwenverenigingen.

In de jaren 1916 en 1917 vonden twee belangrijke gebeurtenissen plaats voor de kerkelijke gemeente:

1. Dr. K. Dijk (1885-1968) deed op 7 juni 1916 zijn intrede als predikant bij deze gemeente. In zijn intredepreek zegde hij toe, zich in het bijzonder, naast zijn ambtswerk, te willen inzetten voor het jeugdwerk. Later heeft 'jong gereformeerd' de resultaten van Dijks toezegging gezien, want deze predikant zou van 1935 tot 1948 de voorzitter zijn van de Nederlandsche Bond van Jongelingsvereenigingen op Gereformeerden Grondslag (statutaire benaming bij de oprichting in 1988). Rond 1923-1925 verruilde deze predikant de wijkgemeente van de Nieuwe Zuiderkerk voor de wijkgemeente rond de te bouwen Westduinkerk, waarvan hij de 'bouwpastor' werd. In 1937 vertrok hij uit Den Haag om hoogleraar te worden aan de Theologische Hogeschool te Kampen.

2. Het orgel van orgelbouwer Mart Vermeulen uit Woerden werd op 23 mei 1917 in gebruik genomen. De oplevering werd vertraagd door materiaalschaarste als gevolg van de oorlog. De oud-organist van de Grote- of St. Jacobskerk, dhr. A.N. Koopman, verzorgde de inspeling. Het orgelfront van 7,5m hoog en 6m breed is een ontwerp van de architect. Voor de dispositie en overige bijzonderheden over dit orgel: zie onder het kopje 'kerkorgel'.

Latere tijd

De grens tussen ‘bebouwd’ en ‘onbebouwd’ werd jarenlang gevormd door De La Reyweg en de Soestdijksekade (Laakkanaal). De eerste wereldoorlog (1914-1918), bracht overigens wel vertraging in de geplande stadsuitbreiding. Hoewel een groot gebouw, bleek al heel spoedig, dat de steeds dichter bevolkte nieuwe wijken het noodzakelijk maakten nieuwe kerkruimte te scheppen. Maar er was ook nog een ander probleem dat om oplossing vroeg: Gereformeerd Den Haag werd te groot voor een goede pastorale bearbeiding. Daarom werd per 1 januari 1925 besloten tot splitsing over te gaan in een Gereformeerde kerk van ‘s-Gravenhage-Oost en ’s-Gravenhage-West. De grenslijn werd -globaal- het spoor van tramlijn 11 en het Verversingskanaal. De Nieuwe Zuiderkerk was dus het oudste en enige kerkgebouw van het westelijk deel. Maar dat was van korte duur, want begin 1925 werd aan de Fahrenheitstraat/hoek Hanenburglaan, waar ook al een grote stadsuitbreiding was ontstaan, de Westduinkerk in gebruik genomen. Ook een groot kerkgebouw met 1200 plaatsen en drie galerijen en een afzonderlijke koor- en orgelgalerij. In de Nieuwe Zuiderkerk kon men er maar weinig van zien dat er een nieuwe kerk was bijgekomen, want de kerkdiensten waren nog steeds overvol. Daarom werd er een jaar later de houten hulpkerk, die op de plaats waar de Westduinkerk had gestaan, overgebracht naar het Kaapseplein. Slechts ruim een jaar heeft de hulpkerk daar dienst gedaan, want begin 1927 werden in de Nieuwe Zuiderkerk dubbele diensten 's morgens en 's avonds ingevoerd, waardoor de toeloop van het grote aantal kerkgangers voorlopig kon worden opgevangen.

Maar met de in aanbouw zijnde huizencomplexen in het stadsdeel Rustenburg-Oostbroek konden zelfs de dubbele diensten in de Nieuwe Zuiderkerk op de duur geen voldoende ruimte meer bieden aan de toenemende stroom van het kerkvolk. Daarom besloot de kerkenraad nog een kerk te bouwen. Dat resulteerde in een plan voor de totstandkoming van een kerkgebouw op hoek van de Zuiderparklaan/hoek Loosduinsekade. Dat werd de Valkenboskerk (eind 1929) met circa 1000 plaatsen, die ook al heel spoedig en gedurende lange tijd dubbele diensten moest houden. Het kerkgebouw lag op een mooie zichtlokatie en viel mede op door de 30 m hoge toren. Het interieur bood een mooie ruimtelijke werking en had één middengalerij en een orgelgalerij boven de imposante met marmer afgewerkte preekstoel, waarboven een groot schelpvorming klankbord. Bij dit complex behoorde, naast ruime bijlokalen, een kosterswoning en een kerkelijk bureau. Tot de Valkenboskerk behoorde ook een deel van de stadwijk Valkenbos, maar anderzijds bleef een deel van de wijk Rustenburg-Oostbroek tot het verzorgingsgebied van de Nieuwe Zuiderkerk behoren. In deze nieuwe stadswijk woonden veel lagere en middelbare ambtenaren, bankbedienden, onderwijzers enz. Een middenstandswijk; de opwaartse sociale mobiliteit ging de gereformeerden niet voorbij.

Niet lang na de 2e wereldoorlog (1940-1945) werd een plan tot bouw van een vierde kerk (Mirtekerk) in de Vier-Heemskinderenstraat tot uitvoering gebracht en een paar jaar later kwam een zelfstandige Gereformeerde kerk van ’s-Gravenhage-Moerwijk van de grond. Daarmee raakte de Nieuwe Zuider een deel van zijn vaste kerkgangers kwijt aan die nieuwe stadswijk.

Nog eenmaal mocht de kerk van 's-Gravenhage West de vreugde beleven van de totstandkoming van een nieuwe kerk in de wijk Bohemen/Waldeck. Na een lange voorbereiding werd namelijk de Opstandingskerk in 1965 aan de Daal- & Bergselaan in gebruik genomen; nu Bergkerk geheten. Maar de geschiedenis herhaalt zich: de Westduinkerk raakte daarmee een deel van zijn vaste bezoekers kwijt.

Een belangrijke oorzaak van afnemend ledental en kerkgangers was o.a. de ontvolking en ook verpaupering van de dichtbevolkte oudere woonwijken. Veel jonge gezinnen, die door de grote woningnood soms jaren hadden ingewoond, vonden een zelfstandige huisvesting, aanvankelijk in de Haagse nieuwbouw en later ook in de randgemeenten. De bouw van nieuwe stadswijken ging door: Mariahoeve in het oosten van de stad; Leyenburg, Morgenstond, Bouwlust in het meest westelijk deel, waar de Gereformeerde kerk van ’s-Gravenhage-Escamp ontstond met bijbehorende kerkgebouwen. Nabij Loosduinen ontstond de stadswijk Nieuw Waldeck. Ook waren de gezinnen van de jongere generaties minder kinderrijk. Naast de ontkerkelijking waren dit aspecten die bijdroegen aan de kerkelijke ontvolking, eerst -zoals gezegd- rond de Nieuwe Zuiderkerk, maar ook de stadswijken rondom Westduin- en Valkenboskerk kregen daar mee te maken. Uiteraard geldt dit ook voor andere kerkelijke denominaties.

Het einde komt in zicht

De kerkenraad heeft getracht in de jaren 1956/1958 het kerkgebouw door een ingrijpende en kostbare restauratie (kosten ca 165.000 gulden ofwel 75.000 euro nu) van de bouwvalligheid te redden. Doordat tijdens de bouw in 2013 een nieuwe maar achteraf gebrekkige wijze van voegen was toegepast, moest dat allemaal nu worden hersteld. Om de vochtdoorslag van de buitenmuren te verhelpen werd om de voet (33 cm) een pijpje met een roostertje aangebracht en ook de balken onder vloer, daar waar deze aan de buitenmuren waren bevestigd, moesten gerepareerd en verstevigd, o.a. door het aanleggen van en betonnen bodem onder de (houten) vloer. De torenspits werd met nieuwe leien bekleed. Het interieur werd onder handen genomen met nieuwe verlichting, het doophek verdween en alles werd fris opgeschilderd. Dit alles maakte het werk, waarvoor eerder ca 60.000 gulden was begroot, opliep tot het genoemde eindbedrag.

Het kerkbezoek bleef echter teruglopen, waar nog bijkwam, dat het kerkgebouw ondanks de restauratie toch te duur in onderhoud werd. In de loop van de jaren 1960 werden de zijgalerijen voor kerkgangers gesloten en de daar geplaatste banken opgeruimd. Dit moest, hoe pijnlijk ook, tot consequenties leiden. Uiteindelijk moest men zich in het onvermijdelijke schikken.

Op vrijdagavond 4 januari 1974 vond de ceremonie van buitengebruikstelling plaats. De oud-predikant ds. S. Eringa, die 15 jaar aan deze wijkgemeente verbonden was, "keek terug op wat ons en de generaties voor ons heeft verbonden aan dit gebouw en deze gemeente." Ds. A.C. van Beek, de laatste predikant van de Nieuwe Zuiderkerk, keek vooruit. Hij constateerde de gegroeide samenwerking met de Hervormde gemeente van de Julianakerk aan de Kempstraat. Wij horen bij elkaar! De feitelijke buitengebruikstelling voor de eredienst vond plaats door het sluiten van de kanselbijbel en de overhandiging daarvan aan de preses van de Kerkeraad Algemene Zaken. Gezang 304 kreeg een plaats in deze dienst God is getrouw zijn plannen falen niet en Gezang 397, beide uit het Liedboek voor de Kerken (1973) werd gezongen, waarvan het laatste couplet luidt: O God, die droeg ons voorgeslacht in tegenspoed en kruis, wees ons een gids in storm en nacht en eeuwig ons tehuis! Organist Ben van Oosten speelde bij het verlaten van de kerk de Finale uit de 1e Symphonie van Louis Vierne.

Zestig jaar moest worden bijgeschreven in de geschiedenis. Nog voor de laatste dienst werd eind 1973 het gebouw met alles erop en eraan, ook het woonhuis aan de Kockstraat, te koop aangeboden. Een makelaar kocht het complex in het voorjaar van 1974. Mede doordat nieuwbouwplannen (woningen) op zich lieten wachten, versnelde brandstichting op 29 maart 1975 het proces van totale sloop. Een grote brand, waarbij circa 60 gezinnen tijdelijk hun woningen moesten verlaten. Vanwege instortingsgevaar werd nog dezelfde dag begonnen met het omhalen van de muren.

Ondanks de samenwerking van gereformeerden en hervormden binnen één kerkgebouw kon een zelfstandige protestantse wijkgemeente in de Transvaalwijk geen stand houden. In januari 1997 werd de Julianakerk aan de eredienst onttrokken. De kerk werd omgebouwd tot een multifunctioneel wijkcentrum, passend bij de sterk veranderde bevolkingssamenstelling in dat stadsdeel. De toren bleef als 'landmark' behouden. De protestantse wijkgemeente werd samengevoegd met de wijkgemeente rond de Valkenboskerk aan de Zuiderparklaan/hoek Loosduinsekade. Maar voor hoe lang zal dit kerkgebouw nog als zodanig functioneren? En inderdaad, in december 2013 werd dit kerkgebouw voor de eredienst gesloten. Herverkaveling van de wijkindeling moest plaatsvinden, maar het resultaat was wel, dat de met deze kerk verbonden leden min of meer in de diaspora (=verstrooiing) raakten. Andere kerkgebouwen lagen op grote afstand.

Kerkorgel

De eerste jaren moest men zich behelpen met een huisorgel, bespeeld door dhr. Elshove met ondersteuning van twee trompettisten. In 1917 was dit leed geleden, want het nieuwe grote orgel was klaar. In de praktijk bleek het orgel reeds na enkele jaren minder te voldoen. De fagot, het 16-voetspedaalregister bleek een zorgenkindje en ook de grootste 16-voetspijpen van het 1e manuaal gaven geen geluid meer door uitzetting en wijken. Ook was voor het orgel te jong en dus niet voldoende droog hout gebruikt. Dat alles werd gerepareerd. Orgelbouwer van Leeuwen uit Leiderdorp, die eerder de orgels had geleverd voor de Westduinkerk en de Valkenboskerk, moest in de tweede helft van de dertiger jaren met succes een grondige opknapbeurt verzorgen. Ook in 1959, o.a. reviseren van de speeltafel, het opknappen -maar weer eens- van de fagot met nieuwe bekers en het grondig reinigen na de renovatie van het gebouw in 1956/58 en vervolgens in 1960 en 1969 vernieuwing en onderhoud aan de windmachine werd allemaal aan Van Leeuwen toevertrouwd.

Een halve eeuw was dhr. C. Vos de vaste en bekwame (niet-beroeps)organist van dit orgel. Begonnen in 1914 als hulporganist werd hij begin 1916 aangesteld als 1e organist. Op 14 januari 1966 nam hij op 80-jarige leeftijd afscheid van 'zijn' orgel. Na zijn vertrek kwam dhr. J. van der Kemp. In de nadagen van het kerkgebouw werd Ben van Oosten in 1970 op 15-jarige leeftijd benoemd tot organist. Muzikaal veerde de zaak wat op door het organiseren van orgelconcerten en zangavonden. Eén zo'n avond met Ben van Oosten werd op een langspeelplaatplaat vastgelegd. De actieve commissie wist de in kerkelijke kringen geliefde organist Feike Asma enkele keren op de orgelbank te krijgen. Ruim twee jaar hield deze activiteit stand.

Gegevens en dispositie:

Orgelbouwer Mart Vermeulen, Woerden; bouwjaar 1916/1917

Dispositie: 26 stemmen

Manuaal I Prestant 16’ ~ Bourdon 16’ ~ Prestant 8’ ~ Roerfluit 8’ ~ Open fluit 8’ ~ Violoncel 8’~ Octaaf 4’ ~ Fluit 4’ ~ Quint 3’~ Octaaf 2’ ~ Cornet Vst ~ Mixtuur IV-VIst ~ Trompet 8’

Manuaal II (in zwelkast) Prestant 8’ ~ Viool 8’ ~ Vox Celeste 8’ ~ Holpijp 8’ ~ Prestant 4’~ Flute Harmonique 4’ ~ Woudfluit 2’ ~ Vox Humana 8’ ~ tremulant

Pedaal Subbas 16’~ Open bas 8’ ~ Bourdon 8’ ~ Violoncel 8’ ~ Fagot 16’

Overige gegevens: Pneumatische tractuur; Manualen C-f "' pedaal C-d' Koppelingen: I + II, P + I, P + II Speelhulpen: autom. pedaal, P, Mf, F, T en een vrije combinatie. Trede voor generaal-crescendo.


Meer foto's:

Van dit kerkgebouw -en de andere in dit artikel genoemde gebouwen- zijn foto’s te vinden in de digitale beeldbank van het gemeentearchief van Den Haag. Zie [1]

In de media

Uit Het Vaderland, 12 december 1926.

Het afscheid van ds. M. Schuurman (ingekort)

"In de overvolle Nieuwe Zuiderkerk heeft ds. M. Schuurman gisteravond, op den dag van zijn 44-jarige ambtsbediening afscheid genomen van de Geref. Kerk van ‘s-Gravenhage-West, wier oudste dienaar hij was. In de toespraken die hij op zijn prediking volgen deed, richtte ds. Schuurman zich eerst tot de beide kerken van Oost en West en dankte haar voor de warme toegenegenheid en liefde, steeds ondervonden. Vervolgens richtte hij zich tot zijn collega’s van beide kerken. Voorts richtte ds. Schuurman woorden van dank en heilwensch tot de opzieners en diakenen, bijzonder van zijn wijk; de commissie van beheer; verenigingen, scholen, en tot allen die in eenig opzicht het kerkelijk leven dienen, waarna na hij ten laatste allen verzocht staande met hem de beide verzen uit den Avondzang aan te heffen. Na de predicatie richtte dr. K. Dijk namens kerkeraad en gemeente zich tot ds. Schuurman, hem in een hartelijke toespraak dankende voor al zijn toegewijden arbeid. Ten slotte zong de gemeente op verzoek van dr. Dijk aan ds. Schuurman toe: Psalm 121 verzen 2, 3 en 4. Met een enkel woord dankte ds. Schuurman voor deze bewijzen van toegenegenheid."

Noten bij dit krantenbericht:

1. De avondzang “ ’k Wil u, God! Mijn dank betalen, U prijzen in mijn avondlied enz…” is nummer 28 van de 29 ‘Enige gezangen’ van de Geref. Kerken in Nederland en kende slechts 2 coupletten. Thans gezang 390 in het ‘Liedboek voor de Kerken’(1973) met coupletten. In de Hervormde bundel van 1938 kende dit gezang 5 coupletten.

2. Ds. Schuurman (1859-1933) werd predikant in Leek (1882) en kwam via Enschede, Alphen aan den Rijn en Kampen in 1909 naar Den Haag. Hij was dus 67 jaar (!) toen hij met emeritaat ging. Over langer doorwerken gesproken.


Uit Het Vaderland, 27 december 1932.

Kerstconcerten

“Het heeft ook op de jongste Kerstdagen niet in onze stad ontbroken aan orgelbespelingen, zangdiensten en Kerstconcerten. Het begon in den vroegen morgen van den Eersten Kerstdag. Den Tweeden Kerstdag waren de concerten uiteraard talrijker” Dan een lange lijst van beknopte vermeldingen van deze evenementen op beide dagen, waaronder ook deze: "Gisteravond gaf de heer C. Vos, de bekende organist van de (Ger.) Nieuwe Zuiderkerk zijn traditioneele orgelbespeling; die zich altijd in groote belangstelling verheugen mag. Thans verleenden mevrouw T. de Groot-Eysackers (sopraan) en de heer J. Middendorp (hobo), verbonden aan de Kon. Mil. Kapel, hun vriendelijke medewerking. De wijkpredikant, ds. W v. ’t Sant, had van het geheel de leiding."


Uit Het Vaderland, 15 oktober 1934.

Herdenking van de Afscheiding

"In de kerken van Geref. confessie in onze stad is ingevolge een besluit van de Generale Synode der Geref. Kerken van Middelburg en der Chr. Geref. Kerk van Zwolle herdacht hoe voor 100 jaar te Ulrum onder leiding van ds H. de Cock de Afscheiding tot stand kwam van de Nederlandsche Hervormde Kerk. In de Nieuwe Zuiderkerk, die tot de nok toe gevuld was, ging gistermorgen voor dr. K. Dijk, die een predicatie hield naar aanleiding van Ezechiël 33 : 7a, een tekst waarover ook eenmaal ds. De Cock preekte."

Noot: Ezechiël 33 vers 7a luidt (in de Statenvertaling):”Gij nu, o menschenkind, Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israëls”.


Uit Utrechts Nieuwsblad, 18 juni 1956.

Intrede ds. J.Kremer

"Ds. J. Kremer, tot zijn komst naar Den Haag predikant bj de Gereformeerde kerk te Utrecht-west (Pniëlkerk) werd zondagochtend in de Nieuwe Zuiderkerk te Den Haag -zijn wijkkerk- tot zijn arbeid in deze stad ingeleid door zijn collega ds. S. Eringa, die de aandacht van de gemeente bepaalde bij het woord uit 1 Cor. 3:10-14. Na de bevestiging zong de gemeente ds. Kremer staande toe gezang 29 (gewijzigd). Zondagavond deed ds. Kremer in de Valkenboskerk zijn intrede. De kerk was stampvol. Onder de talrijke aanwezigen waren aanwezig afgevaardigden van Utrecht-west, alsook een dertigtal gemeenteleden uit Utrecht. Ds. Kremer preekte over Hand. 8:26-40 de geschiedenis van de kamerling uit Morenland. Sprekende over een bladzijde uit het levensreisboek van de lifter Filippus wilde spr. wat deze beleefde, samenvatten in drie woorden: Opstappen, Instappen en Uitstappen. In het geloof stapt Filippus op als de engel hem gebiedt de weg te gaan naar Gaza, waar hij de kamerheer van Candacé zal ontmoeten. Filippus vraagt hem om een lift door aan de kamerheer te vragen of hij ook doorziet wat hij voor zich heeft, toen hij uit de profeet Jesaja las. Deze verzocht Filippus naast hem te komen zitten en dan vraagt hij hem uitlegging van wat hij las. Filippus predikt Jezus en het gevolg is dat de Moorman zijn geloof belijdt, uit de wagen stapt en gedoopt wordt. Dan reist hij zijn weg met blijdschap en dat moeten wij, aldus spr. ook doen."

Noten bij dit krantenbericht:

1. Gezang 29 is de slotzang van de ‘Enige Gezangen’ die toentertijd bij de Gereformeerde Kerken in gebruik waren. Thans gezang 257 in het ‘Liedboek voor de Kerken’(1973). De wijziging betreft de omzetting van ‘ons’ naar ‘hem of ‘zijn’ in het tweede deel van dit lied, waarvan de laatste regels zijn: "Vader! Sla hem steeds in liefde gade; Zoon des Vaders! Schenk hem uw genade, uw gemeenschap, Geest van God! Amen! zij zijn eeuwig lot.”

2. Ds. Kremer ging op 1 juni 1971 met emeritaat.

Afbeeldingen