Handelingen

Amersfoort, Zuidsingel 40 - Kloosterkapel Zusters O.L. Vrouw

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Kloosterkapel complex Zusters O.L. Vrouw
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Utrecht
Gemeente: Amersfoort
Plaats: Amersfoort
Adres: Zuidsingel 40
Postcode: 3811HA
Inventarisatienummer: 03897
Jaar ingebruikname: 1894
Architect: Kroes, H.
Huidige bestemming: kapel
Monument status: Rijksmonument 517743

Geschiedenis

Buitengewoon belangrijke kapel en kloostercomplex.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Klooster

KLOOSTERGEBOUW, van de congregatie van Augustijnen, gelegen aan de zuidoostzijde van de Zuidsingel. In 1900 werd in opdracht van de congregatie van Onze Lieve Vrouwe te Amersfoort door H. Kroes de eerste fase van een, toen voor Amersfoortse begrippen grootschalig, kloostergebouw ontworpen. Het betrof een uitbreiding van een complex dat zijn aanvang vond in het betrekken door de congregatie van het voorname achttiende-eeuwse huis van de familie Cohen 'Huis met de paarse ruiten'(Zuidsingel 38). In 1847 werd ter linker zijde, op de plaats van het oude koetshuis, naar ontwerp van Th. Molkenboer een eerste uitbreiding gerealiseerd, waarbij onderdelen van het koetshuis werden behouden. In 1889 werd naar ontwerp van C.L.M. Robbers aan de achterzijde een kapel gebouwd. Het ontwerp van H. Kroes is gesitueerd in het verlengde van het ontwerp van Molkenboer aan de Zuidsingel, maar is echter in stijl meer verwant met de kapel van Robbers. In 1918 werd in een tweede bouwfase de gevellengte - geheel in dezelfde stijl als de eerste fase - meer dan verdubbeld. Was er na de eerste bouwfase sprake van vijftien traveeën aan de Zuidsingel, na 1918 waren het er twee-en-dertig. De bouwstijl is een combinatie van invloeden uit de neogotiek en de neorenaissance.

Het gebouw is nog steeds als klooster in gebruik. Het interieur is aan het begin van de jaren negentig ingrijpend gerenoveerd, overigens met zoveel mogelijk behoud van de ruimtelijke en constructieve structuur van het pand. Naast de bijzondere trappartijen zijn slechts enkele segmentbogen in steen en houten kozijnen bewaard. Van ondergeschikt belang is het meest rechtse deel van het exterieur van de achterzijde, dat geheel is vernieuwd.

Omschrijving

Het kloostergebouw is evenwijdig aan de Zuidsingel gesitueerd. Een siersmeedijzeren hekwerk met spijlen en kruisbloemen staat op enkele geringe afstand voor de gehele gevel. Het pand bezit een rechthoekige plattegrond met op de hoek Zuidsingel/Herenstraat een afgeschuinde hoekoplossing. Het pand bezit drie bouwlagen en een zolderverdieping met afgeplat schilddak, bedekt met blauwe kruispannen. De gevel aan de Zuidsingel kan worden onderverdeeld in 32 traveeën, de afgeschuinde hoekoplossing is één travee breed en aan de Herenstraat bevinden zich nog eens twee traveeën. De gevel aan de Zuidsingel kan als voorgevel worden opgevat. De zeslichts-vensters bevinden zich in door oranje baksteen voorzien van een kraal omgeven, verdiepte spaarvelden, die in de eerste bouwlaag overspannen worden door een gedrukte boog, in de tweede bouwlaag door een rondboog en in de derde bouwlaag door een gedrukte spitsboog. In de spaarboogvelden bevindt zich siermetselwerk. De loodlagen tussen de kozijnen en het schoon metselwerk in de spaarvelden zijn decoratief gekruld.

De langgerekte horizontale op een bakstenen uitgemetselde plint geplaatste voorgevel bezit 32 traveeën en wordt verticaal geleed door elf risalieten, die als Vlaamse gevel in het dakschild eindigen met aangekapt zadeldak. Van links af gezien zijn de tweede en de negende risaliet breder en hoger. Deze risalieten liggen telkens twee traveeën van elkaar, waardoor een sterk ritme wordt gecreëerd, dat door de geprofileerde, oranje vensteromlijstingen nog wordt benadrukt. In de vierde bouwlaag bevindt zich per risaliet een zeslichts schuifvenster verdiept gelegen in een spaarveld, overspannen door een spitse boog. De grotere risalieten bevatten de entree met geprofileerde vleugeldeuren met tweelichts bovenlicht.

De negende risaliet wordt door overhoeks geplaatste pinakels en een kruisbloem bekroond. De gevel wordt horizontaal geleed door waterlijsten op elke verdieping, een gevel beëindigende spitsboogfries en een uitkragende bakstenen gootlijst, alles uitgevoerd in oranje baksteen. De linker zijgevel heeft twee traveeën en de afgeschuinde hoekoplossing van één travee kennen eenzelfde gevelopbouw, echter zonder risalieten.

De achtergevel is sober vormgegeven en wordt deels aan het oog onttrokken door de kapel. Het rechterdeel van de gevel is tijdens de verbouwing begin jaren negentig ingrijpend gewijzigd. De achtergevel is van ondergeschikt belang.

Waardering

Het deel van het kloostercomplex van de zusters van Onze Lieve Vrouwe, dat gelegen is aan Zuidsingel 40-41, is van van algemeen belang vanwege zijn architectuurhistorische waarde als zeer gaaf voorbeeld van een binnenstedelijk kloostergebouw, uitgevoerd in een rijk gedetailleerde bouwstijl met invloeden van de neorenaissance en de neogotiek. Het pand is tevens van cultuurhistorische belang als uitdrukking van het zich herstellend katholicisme in de tweede helft van de 19de eeuw in de stad Amersfoort. In het oeuvre van de architect H. Kroes neemt het ontwerp een belangrijke plaats in. Het pand is van ensemblewaarde in relatie tot de overige, reeds beschermde delen van het kloostercomplex.

Zaalkerk

De ZAALKERK van het complex van de congregatie van Onze Lieve Vrouw is in hoofdzaak in twee fasen totstand gekomen. In 1889-1890 werd naar ontwerp van C.L.M. Robbers een neogotische kapel gebouwd, een eenbeukig schip, bestaande uit zes traveeën met op de noordwesthoek een traptoren, met spitsvormige bekroning. Aan de zuidzijde bevond zich een relatief klein priesterkoor, geflankeerd door een opbergkamer en een sacristie. Het te kleine priesterkoor gaf in 1934-1935 aanleiding om B.J. Koldewey te vragen een breder priesterkoor te ontwerpen. Aangezien het beschikbare terrein slechts een kleine uitbreiding in de lengterichting toeliet, koos de architect voor een ontwerp waarin meer de breedte van de locatie werd benut. Bovendien maakte hij de uitbreiding hoger dan de bestaande kapel. Hij ontwierp in de bouwstijl van het traditionalisme een hoge rechthoekige ruimte, overspannen met een houten kap, met daaromheen symmetrisch gerangschikt een aantal kleinere ruimten, zoals een berging en een sacristie.

Omschrijving

De kloosterkapel is op het binnenterrein van het kloostercomplex aan de Zuidsingel gelegen. De oriëntatie is noord/west-zuid/oost. De noordoostzijde grenst aan de refter van het kloostergebouw. De symmetrische plattegrond heeft een T-vorm, waarbij de brede stam wordt gevormd door het schip uit 1890 en de kop de uitbreiding met het priesterkoor van 1935.

Het schip bezit een zadeldak, bedekt met leien. De plattegrond van het schip heeft een verhouding van zes staat tot drie. De lange zijden - oost- en westgevel- zijn onderverdeeld in zes traveeën, die aan de buitenzijde gemarkeerd worden door steunberen en aan de binnenzijde door pilasters en spitsbogen. De overgang van pilaster naar spitsboog bevindt zich precies op de helft van de hoogte van het gewelf. De ribben lopen niet door in de pilasters.

De buitenmuren zijn opgetrokken uit donkerrode baksteen. In de vijf zuidelijke traveeën bevinden zich spitsboogvensters met lancettracering, waarvan de waterlijsten zich op een kwart der totale hoogte van het gewelf bevinden. De traceringen zijn uit fel-rode baksteen vervaardigd. De overgang van muur naar dak wordt gemarkeerd door een muizentandlijst, waarboven in baksteen een spitsboogfries is aangebracht. Onder de vensters van de meest zuidelijke travee bevinden zich in beide gevels de toegangen tot de biechtstoelen, die naar ontwerp van Koldewey in 1935 als een lage uitbouw met lessenaarsdak zijn toegevoegd. De muren van de meest noordelijk travee zijn gesloten, wat samenhangt met de indeling van het interieur; op één-derde hoogte is een balkon aangebracht, ondersteund door drie spitsbogen, die daarmee een voorportaal afscheiden van de eigenlijke zaal. Op de noordwesthoek bevindt zich een achthoekige traptoren met spits en smeedijzeren kruis. Het uiterlijk van de symmetrische noordgevel is na de bouw van het kloostercomplex in 1900 grotendeels aan het oog onttrokken door een venster, dat in het midden van een met spitsboogspaarvelden voorziene topgevel is geplaatst. Vanuit de refter van het hoofdgebouw bereikt men de kapel via geprofileerde deuren uit 1935.

Het priesterkoor uit 1935 heeft een rechthoekige plattegrond, die iets breder is dan het schip. Aan de noord- en zuidzijden van het hoge priesterkoor bevinden zich lagere rechthoekige ruimten voor de sacristie en de berging. Deze ruimten hebben evenals het priesterkoor een zadeldak evenwijdig aan het schip, bedekt met leien. De licht uitkragende absis is lager en wordt aan de buitenzijde door forse steunberen geaccentueerd met in de zijvlakken spitsboogvormige openingen. Op de overgang van schip naar koor is een vierzijdig torentje met zadeldak geplaatst. Dragende elementen als aanzetstenen zijn van natuursteen. De bovenste delen van de gekoppelde spitsboogvensters, die zich bevinden in de zijgevels van het priesterkoor, zijn eveneens van natuursteen. Een segmentboogfries vormt de beëindiging van alle gevels van het koor. Kleinere rondboogvensters zijn rondom in de muurvlakken van de lagere ruimten geplaatst.

In 1935 werd tevens een nieuwe gang aan de voorzijde van de kapel aangebracht, eveneens naar ontwerp van Koldewey. Zowel interieur als exterieur zijn bewaard, zoals de stalen spitsboogkozijnen met roedenverdeling en vensters met glas-in-lood.

Het interieur van de kapel wordt bepaald door het schoon metselwerk van de gewelven in het schip, het hoge stenen kruisgewelf van het priesterkoor en de rijk gedetailleerde deuren met hang- en sluitwerk.

Waardering

De kapel, die onderdeel uitmaakt van het kloostercomplex van de congregatie van Onze Lieve Vrouw aan de Zuidsingel, is van algemeen belang vanwege haar architectuurhistorische en cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een kapel, waarin een grote samenhang is ontstaan tussen het oorspronkelijke neogotische schip uit 1889-90 en het in 1935 vernieuwde, traditionalistische priesterkoor. De kapel is van ensemblewaarde in relatie met de overige delen van het kloostercomplex.

Binnen de ontwikkeling van de congregatie van de Zusters van Onze Lieve Vrouw vormt deze kapel een belangrijke schakel.

Afbeeldingen



Interieur