Handelingen

Assen, Kerkplein 1 - Jozefkerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Jozefkerk of Grote Kerk
Genootschap: PKN Ned. Hervormde Kerk
Provincie: Drenthe
Gemeente: Assen
Plaats: Assen
Adres: Kerkplein 1
Postcode: 9401GZ
Inventarisatienummer: 13800
Jaar ingebruikname: 1848
Architect: Spaan, C.J.; Huurman, P.M.A. (herbouw)
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 8411


Geschiedenis

Nieuwe Nederlandse Hervormde kerk van Assen uit 1848. Toren na brand in 1910 gewijzigd herbouwd. Midden jaren 1980 is het interieur van de kerk drastisch heringericht.

Geschiedenis. Bron: jozefkerk-assen.nl

Geschiedenis Jozefkerk (voorheen Grote Kerk)

De Hervormde Gemeente Assen kerkte al vanaf het begin van de 17e eeuw in de (voormalige) Kloosterkerk, Mariakerk of Abdijkerk, het vroegere bedehuis van het verdwenen klooster Mariencamp aan de Brink, toentertijd in de volksmond ‘De Oude Kerk’ genoemd. Door de jaren heen bleef de gemeente groeien, waardoor de Abdijkerk op een gegeven moment te klein werd. Nadat de Abdijkerk in de 18e eeuw al een aantal malen was vergroot ging men vanaf 1840 daadwerkelijk aan de slag met de realisatie van een nieuwe, grotere kerk. Met de gemeente Assen werd onderhandeld over de verkoop van de Abdijkerk en iedere zon­dag ging de collectezak twee keer rond. De toenmalige koning Willem II ontving in decem­ber 1841 op zijn verjaardag een brief waarin werd gesteld dat door het te klein worden van de Abdijkerk “veel mensen de openbare godsdienst niet meer bijwonen. Ze worden daardoor een prooi van verwildering en toeneming in zedeloosheid”.

Na vier jaar had de Hervormde Gemeente de financiën voor de nieuwe kerk, die was begroot op f 44.000,--, op orde: de gemeente Assen betaalde f 10.000,-- voor de Abdijkerk, de Hervormde gemeente moest zelf f 10.000,-- bijdragen en de resterende f 24.000,-- kreeg men van het rijk. Deze royale bijdrage van het rijk was waarschijnlijk mede te danken aan de grote inzet van de Commissaris der Konings mr. L.N. van Randwijk. Het terrein waarop de kerk werd gebouwd lag aan de “Groote Broeklaan”, langs de laan van mevrouw Collard en de Beilerweg. 

Het Classicistische gebouw werd ontworpen door hoofdingenieur C.J. Spaan van Waterstaat en Publieke Werken. Bij kerken die in die tijd werden gebouwd was het Ministerie van Waterstaat en Publieke Werken namelijk verantwoordelijk voor de bouw. Het ontwerp van de kerk is dan ook wat we tegenwoordig een “Waterstaatskerk” noemen, gebouwd in de zogenaamde water­staatsstijl. Deze kerken worden gekenmerkt door het streven naar symmetrie, het gebruik van boogramen van ongekleurd glas, een zuilenfront, pilasters, een toren en witgepleisterde binnen­muren.

Aannemer Wouda, die de bouw van de kerk voor f 41.000,-- kon realiseren, begon in 1846 met de werkzaamheden. De officiële opening van de “Grote Kerk” vond plaats op 30 april 1848. Het was een sobere plechtigheid waarbij zelfs het verzoek om de inwijding met hoornmuziek en een zangkoor te mogen opluisteren, werd afgewezen.

Met de bouw van de kerk was Assen een markant herkenningspunt rijker geworden. De Beilerstraat werd vanaf de Markt tot aan de kerk voortaan Kerkstraat genoemd, de toentertijd nog onbebouwde straat naar de Brink werd Torenlaan en het plein voor de kerk heette van nu af Kerkplein.

Op 13 juni 1910 sloeg het noodlot echter toe: tijdens een hevig noodweer werd de toren van de kerk door de bliksem getroffen. De brand die volgde was, vanwege de grote hoogte, moeilijk te bestrijden. Door de brand werden de toren en de klok dusdanig beschadigd dat ze moesten worden vervangen Het kostbare Van Dam-orgel, dat in 1896 het oude “van Oeckelen” orgel dat was meegeko­men uit de Abdijkerk verving, liep waterschade op. Architect Huurman uit Groningen maakte uiteindelijk een ontwerp voor de herbouw van de toren. Deze werd groter dan de oorspronkelijke toren en ook het front van de kerk werd op zijn advies in 1911 door uitvoerder Dieters uit Assen aangepast.    De 340 kilo zware door de brand gebarsten klok wordt door de firma Van Bergen te Midwolda hergoten en opnieuw geplaatst. Tevens werd kort na de brand een actiecomité opgericht om in de nieuwe toren een uurwerk geplaatst te krijgen. De inspanningen werden beloond zodat sinds 1911 de burgerij op de toren kon zien hoe laat het was.

De afgelopen eeuw is de kerk een aantal malen verbouwd. Een ingrijpende verbouwing vond plaats in de jaren ’30 van de 20e eeuw. Hierbij werd het interieur een kwartslag gedraaid waar­door de preekstoel aan de kant van de Collardslaan kwam te staan. De twee boogvensters in de westelijke gevel werden dichtgemetseld en in de noordgevel werden 4 kleine boogvensters bijgeplaatst. Verder werd er een door 12 pilaren ondersteund, verlaagd gewelf aangebracht, waardoor er binnen in de kerk een kruis­vorm ontstond. 

In de jaren ’70 bleek de na de brand van 1911 uitgevoerde torenrestauratie minder deugdelijk uitgevoerd dan gedacht. De toren ging steeds meer uit het lood staan waardoor instortingsge­vaar dreigde. Het gevaar werd zo groot dat de toren in 1979 naast de kerk werd gezet.

Aangezien inmiddels ook de nodige mankementen aan de kerk werden ontdekt, werd in 1981 een zeer ingrijpende nieuwe verbouwing noodzakelijk. Door het houden van acties, bazaars, royale giften van gemeenteleden en verkoop van het Julianagebouw en voormalige pastorie aan de Nobellaan, kwam een be­drag van anderhalf miljoen gulden uit de kerkelijke gemeente beschikbaar. Verder werd door de overheid een bedrag van 1,8 miljoen gulden beschikbaar gesteld en ontving men van het Prins Bernhardfonds een bedrag van f 179.000,--. Hiermee was de totale begroting gedekt. 

Het Asser architectenbureau Niemann, Steeneken en Tangerman maakte het ontwerp voor de nieuwe inrichting van de kerk. In de kerkzaal werd de oorspronkelijke opstelling van het interieur weer hersteld. De preekstoel verhuisde weer naar de noordgevel en de boogvensters aan de Collardslaanzijde werden weer opengebroken. Het derde raam aan de Kerkstraatzijde en het verlaagde gewelf bleven in verband met de kosten en energiebesparing gehandhaafd.

De entrees aan de Kerkstraat verdwenen en een groot deel van de ruimte tussen de kerk en het voormalig catechisatielokaal werd benut voor een houten aanbouw ten behoeve van een extra (vergader)zaal. Tevens konden de toiletten worden vergroot door een uitbreiding aan de noord­zijde van de bestaande toiletgroep. Op zondag 4 juli 1982 werd in de gerestaureerde kerk de eerste dienst gehouden.

Het monumentale kerkorgel werd tijdens deze renovatie tevens grondig gerestaureerd, waarbij o.a. ter completering van een aantal verdwenen registers pijpwerk beschikbaar kwam van het voormalige Van Dam-orgel van de Oosterkerk te Leiden. Het van Dam-orgel kreeg zijn monumentale waarde terug. Dankzij de inzet van de toenmalige “De activiteiten-commissie Jozefkerk,o.l.v. Lou Kuil kwamen financiën beschikbaar  om de Dulciaan, die op de plaats zat van de Clarinet, te vervangen door een Clarinet verkregen uit het orgel in de kerk te Bathmen. Hierdoor is het orgel weer teruggebracht in zijn originele staat. De Dispositie bestaat nu uit een hoofdwerk met elf registers, een bovenwerk met negen en een paneel met zes registers.

Begin 21e eeuw werden in het fronton boven de hoofdingang de Romeinse cijfers MDCCCXLVIII aangebracht.

Het laatste groot onderhoud van de kerk dateert uit 2008. Hierbij werdt de verouderde toilet­groep in de centrale hal/ontmoetingsruimte gemoderniseerd en uitgebreid en verbouwd tot herentoilet. Op de naastgelegen binnenplaats (noordzijde) werd een aanbouw gerealiseerd ten behoeve van een dames, - invaliden toilet die vanuit de centrale hal bereikbaar zijn.

Presentatie Jozefkerk tbv Open Monumentendag - Henk Nijland

Monumentomschrijving Rijksdienst

Hervormde KERK. Neoclassicistisch gebouw uit 1848 op rechthoekige grondslag. Vooruitspringende middenpartij met zuilenportiek en fronton waarboven een open koepeltorentje. Inventaris: orgel met Hoofdwerk, Bovenwerk en vrij Pedaal, in 1896 gemaakt door L. van Dam en Zonen. In 1986 gerestaureerd. Voor completering van een aantal verdwenen registers kwam pijpwerk beschikbaar van het voormalige Van Dam-orgel uit de Oosterkerk te Leiden. Klokkenstoel, profielstaal met twee jukken, ca. 1910. Mechanisch torenuurwerk, Bernhard Zeekarie Thurmuhren Fabriek, nr. 8748.

In de media

Uit Het Nieuws van den Dag, 15 Juni 1910.

Omtrent den brand in den toren der Hervormde kerk te Assen, meldt de „Asser Ct." nog eenige bijzonderheden. „De kerkelijke autoriteiten waren reeds dadelijk bedacht op redding van de kostbare stukken. Zoo werd het orgel zoo spoedig mogelijk afgedekt met zeilen. Aldus bleef het waarschijnlijk vrij goed behouden, al heeft het eenige waterschade bekomen. „Het avondmaalzilver en de trouwstoel werden nog in veiligheid gebracht, maar spoedig bleek verdere berging van goederen onnoodig. „De brandweer had een drietal slangen naar boven geheschen en van de breede gootlijst der kerk uit werd het vuur bekampt. Men moest zich hoofdzakelijk bepalen, tot het behoud van kerk en onderbouw van den toren. De bovenbouw was, ondanks de hardnekkige pogingen, nagenoeg niet met water te bereiken. „Het vuur zakte steeds verder naar beneden, er bestond groot gevaar dat de klok zou vallen. Een hoeveelheid verbrande balken steken nu nog als torenspits omhoog, maar de klok is er tusschen blijven hangen. Gelukkig, anders was ze op het orgel terecht gekomen." Een nader bericht meldt: „De schade, gisteren door vuur en water in het kerkgebouw aangericht is per slot van rekening toch ernstiger dan eerst gedacht werd. Gebleken is, dat de klok door de groote hitte van het vuur gebarsten en dus niet meer bruikbaar is, terwijl ook het orgel heel wat van het water geleden heeft. Wel is het hoofdwerk behoudens enkele kleinigheden zoo goed als ongeschonden, maar daartegenover staat dat het pedaalwerk door het doorgelekte water geheel bedorven is. „Heden was de bouwheer van het orgel, de heer Van Dam uit Leeuwarden, reeds ijverig bezig met het opnemen van de schade, die, zoo globaal geschat, een zeshonderd gulden zal bedragen. Het leerwerk van de kleppen is nat geworden, waardoor het leer hard wordt en de opening niet meer voldoende, sluit, zoodat verschillende pijpen steeds door spelen. Enkele registers zijn door het vocht geheel stopgezet, enz. Alles bij elkaar genomen is het een leelijk tegenvallertje, waarbij alleen als lichtpunt moet gerekend worden, dat het klavier Zondag misschien zal kunnen bespeeld worden, wanneer alles meeloopt."

Externe link

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur