Handelingen

Bakhuizen, Sint Odulphusstraat 67 - Odulphus

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Odulphus
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Friesland
Gemeente: De Friese Meren
Plaats: Bakhuizen
Adres: Sint Odulphusstraat 67
Postcode: 8574SV
Inventarisatienummer: 08699
Jaar ingebruikname: 1914
Architect: Wolter te Riele (1867 - 1937)
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Beschermd dorpsgezicht

Geschiedenis

Driebeukige neogotische pseudobasiliek met westtoren, gebouwd in 1913-1914 naar een ontwerp van W.A.M. te Riele. Hoofdaltaar van F.W. Mengelberg met beschilderde luiken door Jacob Ydema. Kruiswegstaties (schilderijen van M.C. Schenk) nog door Mengelberg in 1880 geleverd voor de vorige kerk. Eenklaviers orgel uit 1923 van de Gebr. Adema (Leeuwarden), het laatste door hen vervaardigde orgel met mechanische sleepladen. De kerk is gewijd aan Odulphus

Beschrijving

Bovenin de gebrandschilderde ramen bevinden zich klavertjes, in het ene raam een klavertje drie en in het andere een klavertje vier, geen enkel raam uitgezonderd. Ook in de rooms-katholieke kerk van Sint Nicolaasga is dit zo. De ramen zijn in 1914 aangebracht. Ze zijn afkomstig uit het atelier van Frans Nicolas in Roermond. Kleuren en vorm zijn symbolisch voor de gotische stijl. De ramen in het hoofdkoor laten afbeeldingen zien van Antonius en Gerardus, Jezus en Maria, Petrus en Paulus. In de zijkapellen lijken de taferelen op schilderijen. Ze laten de Verschijning van Maria in Lourdes zien en de dood van Jozef.

Aan weerszijden zijn veertien kruiswegstaties te vinden, waarop het lijden en sterven van Jezus Christus is afgebeeld. De panelen zijn afkomstig uit de oude kerk, waarin ze in 1880 werden aangebracht. Bij de bouw van de nieuwe kerk zijn ze mee overgegaan. Atelier Mengelberg uit Utrecht vervaardigde de panelen. De schilder was vermoedelijk M.C. Schenk uit Amsterdam. Geen onbekende in deze contreien destijds. Voor de Sint Werenfriduskerk in Workum schilderde hij de luiken van het hoofdaltaar. De beschildering werd pas tegen het begin van de Tweede Wereldoorlog gerealiseerd. J.M. Ydema uit Groenterp was de schilder die het werk uitvoerde. In Balk, Woudsend en Sloten bevindt zich ook werk van hem.

Priesterkoor

In het hoofdkoor is een medaillon aangebracht, omringd door een aantal vakken waarin de heilsgeschiedenis is weergeven in de thema's Zonde, Dood, Verlossing en Overwinning. In het medaillon is een afbeelding van het Lam Gods op de troon geschilderd. In de omringende vakken zijn onder meer de verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs en de kruisiging van Jezus Christus afgebeeld. De zijwanden van het priesterkoor zijn beschilderd met musicerende engelen. Verder is in de voormalige Mariakapel de voorstelling de kroning van Maria met alle heiligen in de hemel. De rechter zijkapel toont Jozef die, als beschermer van de kerk, zijn hand uitstrekt over een kerkmodel dat de paus hem voorhoudt.

Het in neogotische stijl vervaardigde altaar werd geplaatst in 1915 en is gemaakt in het atelier van Mengelberg in Utrecht.

De houten opstand met vleugels rust op een zandstenen tombe. Daarop zijn gegraveerde platen aangebracht. Hierop zijn het Lam Gods, profeten en evangelistensymbolen afgebeeld. Het houtwerk op de tombe bestaat uit verschillende delen, waarvan de buitenste kunnen worden opengedraaid. In het midden bevindt zich het tabernakel, waarin geconsacreerde hosties kunnen worden bewaard. Daarboven staat een expositietroon, waarin op Sacramentsdag een monstrans met een grote hostie wordt geplaatst. De zijpanelen aan weerskanten van het altaar zijn beschilderd met afbeeldingen van de heiligen Odulphus en Bonifatius, de vroege apostelen van Friesland. Op de draaibare zijpanelen zijn Radboud en Willibrordus geschilderd. De achterkanten van de zijpanelen zijn geschilderd in 1941 door J.M. Ydema uit Groenterp. Ook hij maakte enkele wandbeschilderingen. Voor het altaar staat de altaartafel, waarop afgebeeld de vier evangelisten: Marcus, Lucas, Johannes en Mattheus. In de lezenaar zijn ook delen van de oude preekstoel gebruikt.

Artikel over de kunstenaar Jacob Ydema

Jacob Ydema

In Blauwhuis leidde Jacob Ydema (*5 oktober 1901 te Groeterp) een teruggetrokken en bescheiden bestaan. Zijn ouders voorzagen een toekomst voor hem als arts, maar de cultuur trok hem meer aan. Nadat hij een jaar medicijnen had gestudeerd in Groningen begon hij aldaar opnieuw met de studie Duits, welke studie hij drie jaar later in Amsterdam zou gaan voltooien. Ook een carrière als Germanist was echter niet voor hem weggelegd, want eenmaal in Amsterdam aangekomen schreef hij zich in bij de tekenschool, een school voor ontwerpers in de tuin van het Rijksmuseum. Daar werd zijn talent ontdekt. Bij hoge uitzondering mocht Ydema tussentijds overstappen naar de nabijgelegen Rijksacademie. Onder leiding van de hoogleraren Jurres en Bronner bekwaamde de jonge student zich de komende jaren in de schilder- en de beeldhouwkunst. De keus om terug te gaan naar Friesland lijkt onlogisch. In de provincie lijken immers minder opdrachtgevers om een redelijk bestaan op te bouwen. Zelf motiveerde hij zijn terugkeer naar huis als zelfbescherming; als een ontsnapping aan de verlokkingen van de grote stad. Feit is dat de volgende periode moeilijk was. De schilder huurde een kamer in het dorp, waarin hij leefde en schilderde. Opdrachten waren er niet of nauwelijks en als hij las hoe Vincent van Gogh in diens arme periode rondkwam verzuchtte hij wel dat Van Gogh het toen aanzienlijk beter had dan hij. Zonder de zondagse maaltijden bij zijn ouders op de pleats in Greonterp en ongetwijfeld het krediet dat hij via hen kreeg bij zijn verhuurder en bij de plaatselijke bakker - had hij het niet gered. Zijn verloving moest hij opgeven hij zou als kunstschilder geen echtgenote kunnen onderhouden en een baan als leraar Duits ambieerde hij niet. Toen hij in 1933 verliefd werd op een meisje van 16 moest hij voor zichzelf erkennen dat zijn keus voor schilderkunst weinig perspectieven op een huwelijk opende. De omslag kwam in 1936. Middels zijn jongere priesterbroer Michiel verwierf hij de opdracht voor grote wandschilderingen in de St. Michaëlskerk te Woudsend. Helaas liet het kerkbestuur Ydema voor zijn werk onbetaald bij gebrek aan middelen, maar zijn reputatie als kunstschilder was gezet. Dit kwam mede doordat een vriend van Jacob en Michiel Ydema, de kunsthistoricus priester Frits van der Meer, een jubelende kritiek schreef over de schilderingen in Woudsend. Vanaf dat moment stroomden de opdrachten binnen en uiteindelijk zijn een dertigtal kerken in Nederland van wandschilderingen of gebrandschilderde ramen voorzien.

Het betreft dan vooral kerken in het Noorden van het land, zoals Bakhuizen en St. Nicolaasga, maar ook elders zoals in Doetinchem, Apeldoorn en Breda. Zelfs een kerk in Jennings (Louisiana, USA) werd door Ydema van schilderingen en ramen voorzien, in 1957. Dat was ook de laatste opdracht die hij accepteerde. De schilder was een diep religieus en belezen man, en de crisis die de Rooms-katholieke kerk trof en de sfeer van die periode brachten mee dat Ydema zijn palet neerlegde. Zelfs voor schilderijen op doek had hij geen inspiratie meer. In overleg met zijn echtgenote Hetty Dellemijn, het meisje waar hij eertijds verliefd op werd, en die als schoolarts een duurzaam gezinsinkomen garandeerde, ging hij terug naar de universiteit. In Nijmegen en Leiden studeerde hij culturele antropologie, waarbij hij zich ontwikkelde tot een internationaal erkend specialist voor de kunst en cultuur van de Bataks op Sumatra. De schoolartsenwoning in Etten-Leur en later het verbouwde boerderijtje in Winterswijk leken welhaast een museum van primitieve kunst, gefrequenteerd door kunsthandelaren die werken aanboden of ter beoordeling aan Ydema voorlegden. Rond 1975 nam hij het penseel weer op, en tegen Prof. van der Meer voormeld zou hij opmerken dat zijn stijl in de voorbije jaren verder was gerijpt. Lange dagen bracht hij door in zijn atelier, waarbij hij zijn ideale model had gevonden zijn eigen aangezicht in de spiegel, het enige model dat evenveel geduld had als hijzelf. Een groot aantal zelfportretten zag in de daaropvolgende jaren het licht, totdat zijn ogen het in 1988 grotendeels begaven. Voor de 87-jarige schilder/cultureel antropoloog was dat aanleiding om zijn studie weer op te vatten. Ondanks het feit dat zijn gezondheid hem nauwelijks meer bewegingsruimte toeliet, begon hij aan een artikel over de iconografie van vroeg-Chinese bronzen en andere kunstvoorwerpen, waarin hij parallellen zag met de iconografie van de Batak. Tot publicatie is het niet meer gekomen; op 15 oktober 1990 overleed hij in zijn studeerkamer.

Prof. dr mr. O. I. M. Ydema

19062003 MF

Dit artikel is geschreven door de dhr. M. F. de Vreeze (us heit) Met toestemming geplaatst.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur