Handelingen

Beltrum, Mariaplein 2 - O.L. Vrouw ten Hemelopneming

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Maria Hemelvaart
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Gelderland
Gemeente: Berkelland
Plaats: Beltrum
Adres: Mariaplein 2
Postcode: 7156MG
Inventarisatienummer:
Jaar ingebruikname: 1894
Architect: Tepe, W.V.A.; Kort. G.A.P. de
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 509423

Geschiedenis

De huidige parochiekerk Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming van Beltrum is ontstaan na een periode van verbouwingen en uitbreidingen. Begin negentiende eeuw stond hier een waterstaatskerk, die in 1862-1864 werd vergroot naar ontwerp van H.J. Wennekers. In 1894 werd de kerk wederom verbouwd door W.V.A. Tepe; toen ontstond de huidige neogotische toren. De laatste grote uitbreiding vond plaats in 1929-'30 onder leiding van architect G.A.P. de Kort. Op de plaats van het vroegere schip verrezen het huidige schip en dwarsschip onder lichte invloed van het baksteenexpressionisme uit de jaren 1920.

Schilderingen

In 1929 zijn door de Groningse schilder Franciscus_Hermanus_Bach (1865 - 1956) schilderingen aangebracht in het priesterkoor van deze kerk. Wegens ziekte werd dit werk afgemaakt door kunstschilder Wenzel. In 1962 verdwenen deze schilderingen gedeeltelijk achter bruine verf. Tevens werden de schilderingen van Wenzel op de zijmuren en biechtstoeldeuren overgeschlilderd. Deze schilderingen zijn in ere hersteld, toen de financiering rond was.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Rooms-katholieke kerk 'Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart' van het type PSEUDOBASILIEK gelegen binnen de bebouwde kom van het kerkdorp Beltrum, aan de noordzijde van de Dorpsstraat op de hoek met het Mariaplein in de gemeente Berkelland (voorheen Eibergen). De kerk bevindt zich tussen twee beeldbepalende panden. Links van de kerk het gebouw van de H. Gerardus Majella Stichting en rechts de oorspronkelijke pastorie uit 1853. De huidige kerk is het resultaat van een vernieuwing en een uitbreiding van het eerste kerkgebouw, een filiaalkerk van de Calixtus-parochie van Groenlo uit 1846. In 1864 werd de filiaalkerk voorzien van een priesterkoor, stenen kolommen en (gestucte) gewelven door de architect H.J. Wennekers. Architect A. Tepe (1840-1920) ontwierp de toren en de ontmanteling van het schip in 1894. Binnen de buitenmuren, met behoud van de toren, is de kerk in 1929 vernieuwd en uitgebreid door de bouwkundig ingenieur G.A.P. de Kort. In het interieur heeft hij gebruik gemaakt van expressieve baksteenarchitectuur met decoratieve glas-in-loodramen van de kunstenaar Kocken uit Utrecht. De schilder F. Bach kreeg de opdracht schilderingen aan te brengen in het priesterkoor, waarna de schilder K.W. Wenzel uit Kevelaar de rest van de kerk heeft beschilderd. De pastorie komt niet in aanmerking voor bescherming vanwege het sterk aangetaste interieur.

Omschrijving

De r.-k. kerk, opgetrokken in rode baksteen in kruisverband, bestaat uit een neogotische toren uit 1894, een driebeukige schip onder een zadeldak met transept en priesterkoor uit 1929. De profileringen van de delen door Tepe ontworpen zijn uitgevoerd in een felrode profielstenen, evenals de afdekking van de uitspringende plint van de toren en het schip. Dat deel daterend uit 1929 bezit een donkerrood trasraam met rollaag. ALle daken zijn gedekt met Leien in maasdekking. De houten bakgoot is gelegen op uitkragend metselwerk. De Lengte-as van de kerk is noord-zuid gericht met het koor op het noorden. Achter de toren bevindt zich het schip afgesloten door een zadeldak gedekt met Leien in maasdekking. Op de kruising van het schip en het transept bevindt zich een open dakruiter met vierzijdige spits en kruis. De VOORGEVEL wordt gevormd door de centraal geplaatste toren met vierkante plattegrond met aan de linkerzijde een terug gelegen doopkapel met een in de hoek geplaatste traptoren. Aan de rechterzijde bevindt zich een terug gelegen catechismuskamer. De toren heeft vier geledingen, van elkaar gescheiden door een profielstenen waterslaglijst. De eerste geleding reikt tot de bovendorpel van de rechthoekige houten dubbele deuren met siersmeedwerk. De entree bevindt zich in het portaal dat onderdeel is van een door een spitsboogvenster bekroond spaarveld. Boven de bovendorpel bevindt zich een blind veld met vierdelige spitsboogtracering, waarboven het spitsboogvenster met drie bakstenen traceringen die overgaan in een fantasievolle tracering in baksteen. Centraal in de derde en vierde geleding bevindt zich een spitsboogvormig spaarveld met in de derde geleding een tripletvenster met een blind muurveld. In de vierde geleding bevindt zich het galmgat met de galmborden onderverdeeld door twee montanten die overgaan in een bakstenen vorktracering. Aan weerszijden van het centrale spaarveld bevindt zich in beide geledingen een hoge, smalle blindnis met rondboog respectievelijk spitsboog voorzien van een driepas. De gevels van de toren eindigen in een spitsboogfries met een ingesnoerde naaldspits aan vier zijden voorzien van een uurwerk. De vijfzijdige traptoren met spits bestaat uit drie geledingen voorzien van blinde spaarvelden met lichtspleten. De catechismuskamer en doopkapel zijn voorzien van met Leien gedekte steunberen met een rond omlopende waterlijst onder de spitsboogvensters met bakstenen vorktracering. Aan de voorzijde bevindt zich links en rechts van de toren een dakluik met klein tentdak, evenals nokeinden afgesloten door een zinken piron. Architect De Kort heeft in 1929 de muuropeningen in LINKERZIJGEVEL (westgevel) gewijzigd in brede gedrukte spitsboogvensters. De steunberen op de scheiding van de vensterassen zijn gehandhaafd. Vier montanten geven de glas-in-loodramen met geometrisch patroon een verticale indeling, drie loodlijnen zorgen voor de horizontale indeling. De topgevel van het transept eindigt in een klimmend getrapt, uitspringend muurwerk met in de geveltop een spitsboogvormig luik. Op de begane grond bevindt zich uiterts links en rechts een steunbeer waartussen twee regelmatig verdeelde vensters als in de schipzijde, met een figuratieve glas-in-loodvulling. In de zijgevels van het tweedelig koor bevinden zich tweemaal twee gekoppelde kleine spitsboogvensters. De blinde ACHTERGEVEL (noordgevel) van het koor en het uitgebouwde koor eindigen in een topgevel met klimmend, getrapt, uitspringend metselwerk met op de top respectievelijk een schoorsteenschacht en een kruis. Het blinde gevelvlak van het uitgebouwde koor is gevuld met een bakstenen kruis op een voetstuk. De RECHTERZIJGEVEL (oostgevel) kent dezelfde opbouw als de linkerzijgevel met onder de vensters platte uitbouwsels in gebruik als biechtruimten. Het zicht hierop wordt ontnomen door de pastorie en het tussenlid dat de kerk met pastorie verbindt. Het INTERIEUR geeft de kerk een meerwaarde vanwege de uitzonderlijk fraaie toepassing van baksteenarchitectuur door de bouwkundig ingenieur G.A.P. de Kort in combinatie met het schilderwerk van Bach en Wenzel, eveneens toegepast in de kerk te Mariënvelde uit 1932. In het interieur is gebruik gemaakt van schoon metselwerk, geglazuurde baksteen en glas-in-loodramen. De middenbeuk bestaat uit drie traveeën met een dubbel aantal traveeën in de zijbeuken. Op de scheiding van de midden- en zijbeuk bevinden zich twee gedrukte spitsvormige scheibogen ter plaatse van een kruisgewelf in het middenschip. Het spaarveld tussen de spitsbogen is beschilderd door de kunstenaar Wenzel. De dubbele traveeën worden gescheiden door gedrukte spitsboog gordelbogen overwelfd met een dwars spitsbooggewelf. Voor de spitsboogvormige gordelbogen is gebruik gemaakt van een donkerrode baksteen. Langs de spitsboogvormige gordel- en muraalbogen, bij de geboorte van de gewelven en bij de graatkruising is op een decoratieve wijze gebruik gemaakt van geglazuurde baksteen. De vensters beslaan een groot deel van de zijmuren. De overgebleven muurvlakken zijn wit gepleisterd. De kerkbanken en de tegelvloer zijn waarschijnlijk afkomstig uit de voormalige kerk uit 1864. In de transepten bevinden zich de figuratieve glas-in-loodramen van Kocken, in het schip zijn deze glas-in-loodramen ingevuld met een geometrisch patroon. Het tweedelige koor bestaat uit twee ondiepe traveeën. De koorzijde met verdiept koor is beschilderd door de kunstenaar Bach. Tenslotte zijn vermeldenswaardig de segmentboogvormige deuren met geometrisch glas-in-lood, het houtsnijwerk van een voormalige preekstoel hergebruikt voor het onderstel van het altaar. De doorgang naar de sacristie met gedrukte keperboog is qua vorm geïnspireerd op de Amsterdamse school. Het orgel van de gebr. Gradussen uit 1905 geplaatst tegen de noordwand van het westelijk transept is niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg. Een zwart, rood en groen marmeren hek in het koor uit 1929, onderdeel geweest van de oude communiebank. Fraaie banken in het schip, daterend nog van voor de vernieuwing van 1929 en mogelijk afkomstig van het atelier van Mengelberg. Een stenen doopvont met messing deksel, daterend van 1896. In hout gesneden beelden op panelen afkomstig uit de preekstoel uit 1917 nu gebruikt als ondersteuning van het altaar.

Waardering

Rooms-katholieke kerk van het type PSEUDOBASILIEK bestaande uit een toren van de architect A. TEPE uit 1894, interieur van het schip, transept en koor van de bouwkundig ingenieur DE KORT uit 1929 en schildering van BACH en WENZEL uit 1929-1932.

- Van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een historisch gegroeide kerk waaraan meerdere landelijk bekende architecten een waardevolle bijdrage hebben geleverd. De neogotische toren als goed voorbeeld van het werk van de architect A. Tepe. De uitbreiding van G.A.P. de Kort met expressief, kleurrijk gebruik van baksteen en glas-in-lood.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging van de rooms-katholieke kerk in een historische kern.

- Van cultuurhistorische waarde vanwege de kunsthistorische waarde van het interieur in samenhang met de architectuur. De zeldzame schilderingen van de landelijk opererende kunstschilders F. Bach en K.W. Wenzel, die beiden een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het interieur.

Externe links

Afbeeldingen