Handelingen

Benschop, Dorp 149 - Victor

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Victor
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Utrecht
Gemeente: Lopik
Plaats: Benschop
Adres: Dorp 149
Postcode: 3405BA
Inventarisatienummer: 03940
Jaar ingebruikname: 1888
Architect: Tepe, W.V.A.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 512117 (kerk); 512118(pastorie)


© André van Dijk Veenendaal


Geschiedenis

Neogotische kerk met toren. Verving een oudere kerk uit 1810. Links van de georiënteerde kerk staat een monumentale pastorie.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Kerk

De evenwijdig aan het Dorp en de Benschopper Wetering gelegen, door W.V.A. Tepe ontworpen en in 1886-1888 in neogotische stijl gebouwde, rooms-katholieke KERK is een driebeukige kruisbasiliek, opgetrokken in grauwe baksteen op een bakstenen plint en aan de buitenzijde voorzien van zich verjongende steunberen met afzaten. De met leien in maasdekking gedekte dakschilden worden hier en daar doorbroken door kleine dakkapellen onder steekkapjes. De meeste vensters hebben een spitsboogvormige beëindiging en zijn voorzien van traceringen; sommige, waaronder de blindnissen worden gedekt door een rond- of tudorboog. Het schip telt drie traveeën. De transepten hebben afgeschuinde zijden. Het koor aan de oostzijde heeft een travee en een driezijdige koorsluiting. Tegen de westzijde van het middenschip is een toren gezet op een vierkante plattegrond van vier geledingen met zich verjongende steunberen, galmgaten en een ingesnoerde, leien gedekte achthoekige spits. De spits heeft een bekroning in de vorm van een kruis met een torenhaan. Aan de westzijde van de toren bevindt zich hoofdingang waarboven in 1895 een groot gebrandschilderd venster is aangebracht. Tegen de zuidzijde van de toren is een traptorentje geplaatst, dat reikt tot de derde geleding. Aan de noordzijde is tegen de toren, ter zijde van het de zijbeuk een aanbouw gezet van één bouwlaag onder een tentdak (doopkapel). Aan de noordoostzijde is in de oksel tussen het transept en het koor een veelhoekig bouwdeel gezet onder een spits dak, dat de sacristie en de zangtribune herbergt. Deze tribune is toegankelijk via een tussen de aanbouw en het transept geplaatste zeshoekige traptoren met leien gedekte spits. Het interieur van de kerk is bepleisterd en heeft kleurrijke ronde pijlers, gedecoreerde scheibogen en kruisribgewelven. Een deel van de viering, alsmede het koor, is uitgevoerd met in de jaren twintig aangebrachte gewelfschilderingen. De banken en biechtstoel stammen uit de bouwperiode. Alle vensters zijn voorzien van gebrandschilderde ramen. Het koor is enigszins hoger gelegen en wordt gescheiden van de viering door een smeedijzeren koorhek met de tekst:`domus dei porta coeli' (het huis van de Heer is de poort naar de hemel). Aan de scheidingsboog boven het koorhek hangt een voorstelling van Christus aan het kruis. Het zeshoekige eikenhouten preekgestoelte met neogotische traceringen staat thans links voor het koorhek en is voorzien van een trap met smeedijzeren leuning. Het hoofdaltaar wordt omgeven door een beschilderde houten baldakijn met pinakels. Het altaar en het tabernakel hebben een vergulde achtergrond en zijn beschilderd met heiligen. De vensters in het koor zijn bevatten de namen van de schenkers. Het grootste venster van het koor, aan de zuidzijde tegenover de zangtribune, is gewijd aan Cecilia. De balustrade van de zangtribune is uitgevoerd met schilderingen in spitsbogige spaarvelden. Eronder bevindt zich de doorgang naar de sacristie. Deze wordt overkluisd door een stergewelf. In de sacristie zijn twee gebrandschilderde vensters geplaatst die afkomstig zijn uit de oude kerk. Ook bevindt zich hier de doorgang naar de pastorie. In het zuidertransept staat een uit koper vervaardigd altaar, gewijd aan St. Victor. Het altaar in het noordertransept is uitgevoerd in hout en gewijd aan de H. Familie. Het bevat drie beelden en twee panelen met schilderingen van heiligen. De vensters in het noordertransept zijn gewijd aan Maria, die in het zuidertransept aan de H. Jozef. De vensters in de zijschepen symboliseren de zeven sacramenten door middel van voorstellingen uit de bijbelse geschiedenis. Een bakstenen balkonafscheiding bevindt zich boven het portaal aan de westzijde.

Waardering

De kerk is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van een neogotische, door Alfred Tepe ontworpen, rooms-katholieke kruisbasliek uit het laatste kwart van de 19de eeuw met diverse oorspronkelijke interieuronderdelen, eveneens met een rijke neogotische detaillering. Als zodanig is de kerk van belang voor het oeuvre van de architect Alfrede Tepe. Tevens heeft de kerk ensemblewaarde vanwege de ligging in de kern van Benschop, in combinatie met het kerkhof, de processietuin en de uit dezelfde periode stammende pastorie.

Pastorie

De evenwijdig aan het dorp, ten noordoosten van de kerk gelegen PASTORIE van de parochiekerk St. Victor is in 1896 in neogotische stijl gebouwd naar ontwerp van G.A. Ebbers en telt twee bouwlagen op een in hoofdvorm rechthoekige plattegrond. Het pand is gedekt met een leien afgeplat schilddak. De gevelopzet is met uitzondering van de voorgevel asymmetrisch. De gevels zijn horizontaal geleed met bakstenen zaag- en muizetandlijsten en verticaal door spaarvelden die meestal vensters bevatten. De spaarvelden en boogvelden zijn voorzien van spitsboogvormige, danwel segmentboogvormige ontlastingsbogen. De goot is bekleed met leien en rust op een uitgekraagde bakstenen rand. De voorgevel heeft een middenrisaliet met tuitgevel, die door de daklijst heen steekt en is voorzien van een steekkap. De topgevel is vanaf de tweede bouwlaag voorzien van lisenen met een driepasvormige beëindiging van het spaarveld. De tuitgevel heeft een pinakel als bekroning en is afgedekt met een ezelsrug. In de eerste bouwlaag van het risaliet bevindt zich in een rondboognis de hoofdentree met een houten paneeldeur waarboven op het kalf de tekst:`pax intrantibus'(vrede aan hen die hier binnengaan) is aangebracht. Het drieruitsbovenlicht erboven heeft rondboogtraceringen. In de tweede bouwlaag bevindt zich een tweelichtsvenster en in de top een T-venster. Ter weerszijden van het risaliet bevindt zich in de eerste bouwlaag een drielichtskozijn en in de tweede bouwlaag drie vensters, gescheiden door muurdammen. De linkerzijgevel heeft links een uitspringend bouwdeel met trapgevel, voorzien van bakstenen pinakels. In de eerste bouwlaag bevat de gevel een samengesteld venster, in de tweede bouwlaag drie vensters, gescheiden door muurdammen. De topgevel bevat een kruiskozijn. Het terugliggende rechterdeel van de gevel bevat links een openslaande deur en in beide bouwlagen een aantal spaarvelden alsmede een aantal vensters. In de oksel is een houten driezijdige veranda met gebrandschilderd glas-in-lood geplaatst. De rechterzijgevel heeft een asymmetrisch geplaatst risalerend geveldeel onder een steekkap. In het risaliet is in beide bouwlagen een drielichtsvenster gezet. Links van het risaliet heeft de tweede bouwlaag een rechthoekige houten erker op stenen schoren met segmentbogen geplaatst. Deze is gedetailleerd uitgevoerd met briefpanelen, zinken waterspuwers in de vorm van draken en vensters met glas-in-lood. Rechts van deze gevel is de doorgang naar de sacristie. Hierin bevindt zich een houten segmentboogvormige deur. Tegen de achtergevel is een asymmetrisch geplaatst bouwdeel gezet met een iets lagere goothoogte, dat is gedekt met een steekkap. Dit bouwdeel is voorzien van een in het midden geplaatst risaliet die hoger is opgetrokken en wordt afgedekt door een schilddak. Het risaliet bevat in de eerste bouwlaag een dubbele deur met glas-in-lood bovenlicht, in de tweede bouwlaag een drielichtsvenster met bovenlicht en daarboven een drielichtsvenster zonder bovenlichten. Terzijde zijn enkele smalle vensters in spaarvelden gezet. Tegen de achtergevel is links een aanbouw onder leien gedekt lessenaardak geplaatst en rechts een serre, die voor bescherming van ondergeschikt belang is. De gevel erachter bevat ter plaatse openslaande deuren. In de tweede bouwlaag zijn diverse spaarvelden voor, deels voorzien van vensters.

De oorspronkelijke plattegrondindeling en de detailleringen van de interieuronderdelen als paneeldeuren, tochtdeur met glas-in-loodbovenlichten zijn grotendeels gehandhaafd. In het midden bevindt zich een gang met vloertegels in een geometrisch patroon en kruisribgewelven op consoles. Halverwege de gang bevindt zich de trap naar de verdieping, die is geaccentueerd door bewerkte houten trappalen. De gang naar de sacristie is eveneens van kruisgewelven voorzien. Enkele vertrekken bevatten schouwen. De zit- en eetkamer worden van elkaar gescheiden door schuifdeuren. De eetkamer heeft een houten wandbetimmering waarin een buffet is opgenomen. De schouwbalk bevat een reliëf met portretbuste van dr. Schaepman; de achterwand bekleed met polychrome en Delfts blauwe tegels.

Waardering

De door G.A. Ebbers ontworpen pastorie is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een pastorie in neogotische stijl uit het laatste kwart van de 19de eeuw. Het pand is gaaf wat betreft de hoofdvorm, het materiaalgebruik en de detaillering van zowel het exterieur als het interieur met de bijbehorende interieuronderdelen. Tevens heeft het cultuurhistorische waarde vanwege zijn ontstaansgeschiedenis en heeft het ensemblewaarde vanwege de ruimtelijke, functionele en stilistische relatie met de naastgelegen parochiekerk St. Victor.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur