Handelingen

Berkel-Enschot, Raadhuisstraat 26 - O.L. Vrouw Koningsoord

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object:
Genootschap:
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Tilburg
Plaats: Berkel-Enschot
Adres: Raadhuisstraat 26
Postcode:
Inventarisatienummer: 07061
Jaar ingebruikname:
Architect: J. van Dijk
Huidige bestemming: plan voor herontwikkeling
Monument status: rijksmonument 521132



Geschiedenis

Abdij, Trappistinnen/Cistercienzers.

Berkel-Enschot is sinds 1 januari 1997 gemeente Tilburg en het gebied van het klooster is aangewezen als Vinexwijk. Op 8 mei 2009 zijn de zusters verhuisd naar een gloednieuw klooster in Arnhem. De oude abdij Koningsoord wordt herontwikkeld tot nieuw dorpscentrum van Berkel-Enschot (en wordt dus niet afgebroken).

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Complex

Rijksmonument 521130

Inleiding

Het R.K. KLOOSTER Onze Lieve Vrouwe van Koningsoord bestaat uit een viertal onderdelen: POORTGEBOUW (I), RECTORAAT (II), KLOOSTERGEBOUW (III) met onder meer gastenverblijf, kapel, eetzaal, scriptorium en kloosterhof en KERKHOFKAPEL (IV). Het geheel werd van 1933-1937 in sobere Neo-Gotische stijl gebouwd naar plannen van architect J. van Dijk. Het klooster is vanuit Chimay gesticht voor de zusters Trappistinnen en werd grotendeels betaald door het eveneens in Berkel-Enschot gesitueerde trappistenklooster Koninghoeven.

Omschrijving

Globaal heeft het gebouwencomplex dezelfde opzet als Koningshoeven. Op enige afstand van het hoofdgebouw en direct aan de openbare weg, staat het poortgebouw. De sobere hoofdgebouwen hebben een schematische, voor de trappistinnen typische opzet. Rond de centrale kruisgang met tuin en beeld is aan de noordelijke zijde de kerk gesitueerd, waarachter ten noorden het gastenverblijf, terwijl het eigenlijke klooster direct aan de kloosterhof ligt, met in het oosten het refectorium, en ten zuiden onder meer op de verdieping het scriptorium. Aan de westelijke zijde van het kerkhof, gesitueerd nabij De Kraan, staat een eenvoudige bakstenen kerkhofkapel.

Waardering
  • Het complex is van algemeen belang.
  • Het heeft cultuurhistorische waarden als uitdrukking van een culturele en geestelijke ontwikkeling, namelijk de stichting van nieuwe kloostervestigingen in de negentiende en twintigste eeuw, het is van belang als uitdrukking van de typologische ontwikkeling van het contemplatieve vrouwenklooster.
  • Het heeft architectuurhistorisch belang als laat voorbeeld van traditionale toepassing van Neo-Gotische vormen voor kerkelijke gebouwen.
  • Het is van belang wegens de ornamentiek.
  • Het is van belang wegens de bijzondere samenhang tussen delen van het exterieur en het interieur.
  • Het heeft ensemblewaarden wegens de wijze van verkaveling en inrichting van het gehele terrein.
  • Het is van belang wegens de architectonische gaafheid van het ex- en interieur.

Kloostergebouw

Rijksmonument 52132

Inleiding

Het KLOOSTERGEBOUW van het klooster Onze Lieve Vrouwe van Koningsoord werd van 1933-'37 in sobere Neo-Gotische stijl gebouwd naar plannen van architect J. van Dijk. Het klooster is vanuit Chimay gesticht voor de zusters Trappistinnen en werd grotendeels betaald door het eveneens in Berkel-Enschot gesitueerde trappistenklooster Koningshoeven.

Omschrijving

Het klooster bestaat uit een ca. 100 meter lang noord-zuid gericht gebouw, dat van noord naar zuid bestaat uit een gastenverblijf, een kloosterkapel, waaraan het eigenlijke kloostergebouw met hof, refectorium, scriptorium en andere verblijfsruimten. Het klooster is niet geheel opgetrokken volgens het oorspronkelijke plan. In dat plan was onder meer een grote refter aan de zuidelijke zijde van het gebouw voorzien. Deze is niet gerealiseerd.

Het gebouwencomplex is tweelaags met kap, heeft een P-vormige plattegrond en wordt gedekt door zadel- en schilddaken, voorzien van eternitleien. Het bakstenen gebouw heeft een betonnen fundering en is wat betreft de constructie gedeeltelijk in beton uitgevoerd. De sobere gevels zijn verlevendigd met betonnen lijsten, dan wel een bakstenen rondboogfries. Daar waar boven de gangen kruisgewelven zijn toegepast, is dit aan de buitenzijde van het gebouw af te lezen aan de toepassing van gemetselde beren met kunststenen afzaten. Alle vensters van dergelijke gangen hebben een natuurstenen harnas met maaswerk, bestaande uit twee lancetten en een oculus. In de voorgevel van het gastenverblijf is een forse ingangsrisaliet, met een indeling overeenkomstig de risaliet van het rectoraat, waarachter een betegeld portaal, dito gangen met kruisgewelven, waaraan spreekkamers. Zowel de voorgevel als de achtergevel hebben op begane grond en etage spitsboogvensters, die alle voorzien zijn van vorktraceringen. De in plattegrond kruisvormige kloosterkapel heeft een eenbeukig schip van vier traveeën, een dwarsbeuk met in elke transeptarm een oostelijke kapel en een driezijdig gesloten koor van één travee. Het eenvoudige bakstenen gebouw heeft op de viering een open klokkenstoel met naaldspits. In de westelijkegevel een sober gemetseld ingangsportaal, waarboven een roosvenster. De kapel wordt overkluisd door gemetselde vierdelige kruisribgewelven, gescheiden door geprofileerde betonnen gordelbogen. De wit gepleisterde wanden worden doorbroken door eenvoudige spitsboogvensters, in het koor voorzien van een harnas met gekoppelde lancetten, bekroond door een oculus. In het centrale deel van de sluitmuur van de apsis is een uitgemetselde, aan de buitenzijde van de kerk duidelijk zichtbare nis met bovenlicht, bestemd voor een Mariabeeld. De kerk wordt op dezelfde wijze als te Koningshoeven aan beide zijden begrensd door de overwelfde kruisgang.

De kapittelzaal, thans refter, bestaat uit een sobere en hoge eenbeukige, in plattegrond rechthoekige ruimte, die wordt overkluisd door op schalken en consoles gestelde vierdelige kruisribgewelven. In de oostelijke gevel een samengesteld venster met tweemaal een gekoppelde lancet plus oculus, waarboven een tienlobbige roos. In de zijgevels vensters met harnassen als in de koorsluiting van de kapel, waarboven bakstenen puntgevels.

De uit vier armen bestaande kloostergang heeft een betegelde vloer, witgepleisterde wanden en vierdelige bakstenen kruisribgewelven op consoles. Aan de zuidelijke zijde een kleine uitbouw. In de kloosterhof een waterbassin.

De overige gebouwen aan de hof zijn tweelaags en hebben eenzelfde detaillering als het gastenverblijf. Ze bevatten eenvoudig gedetailleerde verblijftruimten en kloostercellen. Op de zuidelijke vleugel een kleine nokruiter. In de westelijke achtergevel een tweetal ingangsrisalieten.

Waardering
  • Het kloostergebouw is van algemeen belang.
  • Het heeft cultuurhistorische waarden als uitdrukking van een culturele en geestelijke ontwikkeling, namelijk de stichting van nieuwe kloostervestigingen in de negentiende en twintigste eeuw.
  • Het is van belang als uitdrukking van de typologische ontwikkeling van het contemplatieve vrouwenklooster.
  • Het heeft architectuurhistorisch belang als laat voorbeeld van traditionale toepassing van Neo-Gotische vormen voor kerkelijke gebouwen.
  • Het is van belang wegens de ornamentiek
  • Het is van belang wegens de bijzondere samenhang tussen delen van het exterieur en het interieur.
  • Het heeft ensemblewaarden als onderdeel van een complex dat van belang is wegens de wijze van verkaveling en inrichting van het gehele terrein.
  • Het is van belang wegens de architectonische gaafheid van het ex- en interieur.

CultuurHistorische Waardekaart

Kerkgebouw

  • Bouwperiode: 1933-1937
  • Bouwstijl: Neo-Gotiek
  • Architect: Dijk, J. van
  • Gevels en Materialen: Baksteen. Bakstenen rondboogfries langs dakrand. Betonnen cordonlijsten afdekkingen steunberen.
  • Vensters en Deuren: Eenvoudige gekoppelde lancetten met oculus in de vensters. Roosvensters met betonnen maaswerk in westgevel en noordelijke transeptgevel.
  • Dak en Bedekking: Zadeldaken, shingels. Doorstekende eindgevels met afdeklijsten en pirons. Op viering zeer steile spits met klokkenstoel.
  • Constructie: Bakstenen vierdelige kruisribgewelven. Tegen interieur koorapsis aan bovenzijde uitkragende apsidiale uitbouw met Mariabeeld.
  • Bijgebouwen: De kerk wordt op dezelfde manier als in Koningshoeve aan de westelijke zijde doorgesneden door de kruisgang. In westgevel heiligenbeeld.
  • Interieur: Parketvloer. Houten koorbanken. Centraal in apsis is bovenvermeld Mariabe eld zichtbaar.
  • Bijzonderheden: Aangrenzend de kloosterhof met centraal geplaatst op een waterbassin een beeld van de H. Jozef met kind.

1933 betonnen fundering, 1936 eerste steen, 1937 voltooid.

MIP omschrijving

  • Naam monument: Onze Lieve Vrouwe van Koningsoord
  • Bouwstijl: Neo-Gotiek
  • Bouwperiode: 1933 tot: 1937
  • Gevels en materialen: Imitatie handvorm baksteen, betonnen cordonlijsten en afdekkingen steunberen. Langs dakranden keperboogfriezen en tandlijsten. Opgemetselde wimbergen boven vensters en refter.
  • Vensters en deuren:Vensters met eenvoudig maaswerk, deels in beton, deels in ijzer.
  • Dak en bedekking: Schilddaken, shingels. Dakruiters met klok. Plat dak op kloostergang.
  • Constructie:Vierdelig kruisribgewelven in refter en kloostergang, ribben en schalken op consoles.
  • Interieur: Bidkapel in kloostergang. Scriptorium met lessenaars. In refter neo-gotische paneeldeur, spreekgestoelte en banken.
  • Bijzonderheden: In het klooster is ook een naaiatelier en een boekbinderij gehuisvest.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Exterieur

Planontwikkeling