Handelingen

Beverwijk, Arendsweg 59 - O.L. Vrouw van Goede Raad

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Onze Lieve Vrouw van Goede Raad
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Holland
Gemeente: Beverwijk
Plaats: Beverwijk
Adres: Arendsweg 59
Postcode: 1944JA
Inventarisatienummer: 00594
Jaar ingebruikname: 1914
Architect: Kropholler, A.J.
Huidige bestemming: buiten gebruik
Monument status: Rijksmonument 515946

Geschiedenis

Zeer belangrijke kerk in het oeuvre van architect Kropholler. Uitbreiding met drie traveeën 1927-1928. Plan buitengebruikstelling en verkoop 2008. Tegen dit plan is/wordt actie gevoerd door een kern van trouwe parochianen.

In oktober 2010 is deze kerk "officieel aan de eredienst onttrokken". In principe wil het Bisdom Haarlem medewerking verlenen aan handhaving van (een deel van) de kerk als devotieruimte. In dit belangrijke kerkgebouw worden, door de "Geloofsgemeenschap O.L. Vrouw van Goede Raad", anno 2012 nog steeds wekelijkse zondagsvieringen gehouden.

Zie ook "In de media" hieronder voor meer berichten over de acties voor behoud van deze kerk.

  • 2017 Kerk is verkocht aan een projectontwikkelaar.
  • 2018 Er zijn (concrete) plannen tot inbouw van appartementen, temidden van restauratie van kerk en bijgebouwen.

Monumentomschrijving Rijksdienst

KERKGEBOUW ""O.L.V. van Goede Raad"" uit 1914-1915/1927, hoofdonderdeel van het gelijknamige rooms-katholiek kerkcomplex. De kerk biedt plaats aan 1000 gelovigen die allen een onbelemmerd uitzicht hebben op het hoog gelegen priesterkoor doordat de brede kerkruimte in een keer wordt overspannen. Vanwege geldgebrek werd de bouw in twee fasen uitgevoerd. Oorspronkelijk was een vierkante fronttoren gepland met een ingesnoerde vierzijdige spits. De gerealiseerde toren wijkt met zijn rechthoekige doorsnede en zadeldak sterk hiervan af en past door zijn brede volume beter bij de reeds gerealiseerde gebouwen. In de jaren veertig en vijftig van de twintigste eeuw is de kerk verfraaid met diverse kunstwerken en gebrandschilderde ramen. Verschillende kunstenaars hebben hieraan gewerkt waaronder J.M.T. Arnold, H.J.L. Schoonbrood, Charles Eyck, Han Bijvoet, Nico Witteman en Charles Vos.

Omschrijving

Breed eenbeukig kerkgebouw bestaande uit een door een toren bekroonde voorbouw waarachter een rechthoekig schip dat zich na vijf traveeën over drie traveeën verbreed met zijruimten voor de biechtstoelen en eindigt in een ondiep rechthoekig koor. Het koor heeft een rechthoekige absis geflankeerd door nevenruimten waaronder een sacristie rechts (ZO) van de absis. Deze één bouwlaag hoge nevenruimten vormen tesamen met het brede schipgedeelte een rechthoekige plattegrond. Het schip en het koor worden in een keer overspannen door een groot zadeldak. De absis heeft een driezijdig lessenaarsdak, de naastgelegen rechthoekige sacristie een zadeldak met achterschild en de nokrichting haaks op het hoofddak. De genoemde daken worden gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen. De overige nevenruimten rond het koor hebben evenals de biechtstoeluitbouwen een plat dak. De buitengevels zijn gemetseld in deels gesinterde bruine klinkers (formaat circa 20 x 5 cm) in kruisverband met verdiepte voeg. Naast baksteen is zandsteen en crèmekleurige kalksteen toegepast voor constructieve onderdelen als aanzetstenen, lekdorpels, kraagstenen en dekstenen. De voorgevel (ZW) ligt ingeklemd tussen het voormalige schoolgebouw links en de laagbouw van de St. Jozefzaal rechts. De toren die in het gevelvlak is opgenomen bevat de ingang, een terugliggende getoogde dubbele deur van zware opgeklampte staande delen. Boven de deur is een rond mozaïek van Maria met Kind ingemetseld. Vóór de ingang bevindt zich een afdak in de vorm van een met rode verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak waaronder een zware houtconstructie rustend op met blokken zandsteen afgedekte zijmuren. De voorgevel heeft links van de ingang een klein spitsboogvenster en rechts een opgeklampte spitsboogdeur die evenals de dubbele deur afgehangen is aan zware duimgehengen. De rechthoekige toren zwenkt halverwege opzij in. In het bovenste gedeelte bevindt zich in alle vier kanten een verdiept muurvlak van lichtrode en gesmoorde baksteen waartegen een wijzerplaat en waaronder in de kopse zijkanten één spitsboogvormig galmgat en in de brede voor- en achterzijde twee dito gekoppelde galmgaten. Het tussen tuitgevels gevatte zadeldak van de toren is gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen en wordt bekroond door een kruis halverwege de nok. De onderste helft van de toren is opzij in tegenstelling tot de gesloten voorzijde voorzien van vensters: onderaan drie lage spitsboogvensters, hoger twee gekoppelde spitsboogvensters en hierboven een klein rondvenster. De linkerzijgevel (NW) sluit met een zij-ingang aan op het schoolgebouw. In dit door kantelen en een kruis bekroonde spitsboogportiek bevindt zich een vloer van rode tegels en een zware opgeklampte dubbele deur. Beide zijgevels worden geleed door zware steunberen die halverwege inspringen en met een ezelsrug boven de dakvoet uitsteken. De eerste vijf traveeën tellen elk drie gekoppelde spitsboogvensters van gelijke hoogte. De uitgebouwde drie laatste traveeën hebben bovenin een drietal kleine spitsboogvensters en hieronder een klein vierruits venster (met zandstenen lekdorpel) of, bij de laatste travee, een getoogde dubbele deur. In de rechterzijgevel is rechts van deze deur een gedenksteen ingemetseld met het opschrift ""IN ANCUSTIA TEMPORUM 1 AUG 5 OCT 1914."" In de borstwering boven de biechtstoeluitbouwen zijn kruismotieven uitgespaard. De lage nevenruimten ter weerszijden van het koor zijn voorzien van een dito borstwering en een opgeklampte deur: in de linker nevenruimte een eenvoudige deur met bovenlicht, in de rechter een via een gemetseld bordes met borstwering bereikbare deur waarin een vierruits raam. De steunbeer tussen de nevenruimten en de biechtstoeluitbouwen wordt boven de goot een muurschaal die de spatkrachten van de inwendige boog tussen schip en koor opvangt. In het verhoogde voorste gedeelte van beide muurschalen is een spitsboogopening uitgespaard waarin de boven het zuidoostelijke dakvlak uitstekende muurschaal een angelusklok heeft hangen. Beide koortraveeën zijn evenals de zijgevels van de koorabsis voorzien van drie gekoppelde spitsboogvensters. De achtergevel (NO) is uitgevoerd als blinde tuitgevel. In de noordoostgevel van de absis bevindt zich een dichtgezet rondvenster. De aansluitende langsgevel van de sacristie telt twee hoog aangebrachte vierruits vensters waarvoor traliewerk. In de als tuitgevel uitgevoerde zuidoostgevel van de sacristie bevindt zich links een dito venster, rechts een klein vierruits venster (eveneens met traliewerk) en bovenin een klein zoldervenster. Het interieur is nog nagenoeg oorspronkelijk. Het brede schip heeft een met brede delen beschoten ziende kap waarvan de zware en met ijzeren stroppen verstevigde kapspanten gedragen worden door korte wandstijlen die voorzien zijn van korbelen en rusten op in de zijmuur aangebrachte consoles van crèmekleurige kalksteen. Bovenin de kap bevindt zich een houten loopbrug die toegankelijk is vanuit de toren. De in kruisverband met verdiept voegwerk gemetselde binnenmuren zijn tot circa 1,60 m hoogte uitgevoerd in roomkleurige verblendsteen met een bovenrand van bruingeglazuurde verblendsteen en daarboven in grijze kalkzandsteen. In de kerkruimte staan vier door tussenpaden gescheiden blokken sobere banken van Amerikaans grenen. Op de vloer liggen kleine bruinrode plavuizen met rondom een tweekleurige bies van grijze en zwarte plavuizen en rond elk bankenblok een rand van zwarte plavuizen. Vooraan staan twee sober vormgegeven communiebanken van beigegevlekt wit marmer. De gebrandschilderde ramen in het schip, voornamelijk Mariavoorstellingen, dateren uit de jaren '40 en '50 en zijn merendeels van de hand van de Maastrichtse kunstenaar H.J.L. Schoonbrood. De zijruimten waarin zich de biechstoelen bevinden hebben een balkenplafond en openen naar het schip met drie kleine spitsbogen rustend op twee zuilen van crèmekleurig kalksteen voorzien van een teerlingkapiteel en een hardstenen voet. De biechtstoelen zijn toegankelijk via paneeldeuren met bovenin een vierruits raam waarin geel kathedraalglas. Nabij de genoemde dubbele deur in de linker zijruimte bevindt zich het oorspronkelijke doopvont. Het koor en de absis openen beide met een gedrukte spitsboog naar de kerkruimte. De via vijf treden van gepolijst hardsteen bereikbare koorvloer is bekleed met bruinrood marmer (rouge royal). Tegen de achterwand van het koor staat links en rechts op een podium een sober zijaltaar van wit marmer met een groengrijze adering. Boven het linker zijaltaar bevindt zich een terracotta Heilig-Hartbeeld van Charles Vos, boven het rechter een meerkleurige tegel-tondo uit 1943 van Nico Witteman voorstellend Madonna met Kind. Links naast het Maria-altaar is een witmarmeren eerste steen ingemetseld waarop in grijze geverfde letters het opschrift: ""EERSTE STEEN/ GELEGD DOOR/ A. WAARE/ DEKEN VAN BEVERWIJK/ 21 OCTOBER 1914/ St URSULA EN GEZ."" Tegen de smalle triomfboog links naast de ingang van de gang naar de sacristie bevindt zich een Jozefbeeld van Charles Vos uit 1944. Boven de spitsboog naar de absis heeft de achterwand van het koor een uit 1959 daterende muurschildering met als thema de Kroning van Maria. Ook deze is evenals de gebrandschilderde ramen in de zijmuren van het koor van Schoonbrood. De absis heeft een plafond van moerbalken en kinderbinten. Het sobere zandstenen hoofdaltaar is voorzien van een blad van gepolijst hardsteen en geplaatst op een via drie dito treden toegankelijk podium. Het glasappliqué tegen de achterwand van de absis, een zevendelige polytiek met een gekruisigde Christus en de vier evangelisten, is gemaakt door Charles Eyck in 1941. De gebrandschilderde ramen in de absis zijn naar ontwerp van J.M.T. Arnold vervaardigd in atelier G. Broere te Velsen. In beide zijmuren van de absis bevindt zich een zware opgeklampte spitsboogdeur van eikenhout. Achter de deur links bevindt zich een bergruimte; de door een luik geflankeerde deur in de rechter zijmuur geeft toegang tot de sacristie. De laatste heeft een enkelvoudig balkenplafond waarbij de balken rusten op getrapt uitgemetselde consoles. De muren van de sacristie zijn tot circa 1,75 m uitgevoerd in roomkleurig verblendsteen en daarboven gepleisterd. Grijze kalkzandsteen is toegepast als deuromlijsting en voor een rookkanaal in de hoek. Achterin de sacristie bevindt zich een toilet waarboven een bordestrap naar de sacristie-zolder waarvan de kap beschoten is. Een deur in de zuidwestmuur van de sacristie leidt via een L-vormige gang (zelfde vloer- en wandafwerking) naar een buitendeur en naar de zijgang rechts in de rechterzijgevel van de kerk. In de achterwand van het schip bevindt zich van links naar rechts een spitsboogvormige doorgang waarin een dubbel smeedijzeren hek naar de achterliggende Mariakapel (nu tevens doopkapel), een deur naar het zijportaal waarin een dubbele tochtdeur, een tot het hoofdportaal toegang gevende dubbele deur onder een segmentboog, een deur waarachter een bordestrap naar de orgelzolder, en een dubbele deur naar de ingang aan de Galgenweg. Alle deuren zijn uitgevoerd als zware opgeklampte deuren van eikenhout. De ontlastingsbogen boven de deuren hebben aanzetstenen van crèmekleurig kalksteen. De genoemde portalen en kapellen hebben een balkenplafond en een vloer- en wandafwerking als in het schip. De Mariakapel, die tevens de verbinding vormt met de (gemoderniseerde) patronaatszaal, is verfraaid met een wandplastiek en muurschilderingen. Boven de deuren naar de portalen bevindt zich een houten balkon waarachter een spitsboog opent naar de onderste torenzolder die voorzien is van een plafond van moerbalken en kinderbinten. Hier staat een tweeklaviers orgel vervaardigd in 1914-1915 door J.J. v.d. Bijlaardt te Dordrecht en in 1927 verplaatst en uitgebreid door Vermeulen. De orgelkas van dit 20 registers tellende pneumatische orgel met open opstelling is gezien de vormgeving ontworpen door Kropholler. N.B. Dit orgel wordt uitgesloten van de bescherming van rijkswege

Waardering

Het kerkgebouw 'O.L.V. van Goede Raad' is van algemeen belang vanwege de architectuur- en cultuurhistorische waarden als hoofdonderdeel van het rooms-katholiek kerkcomplex 'O.L.V. van Goede Raad' en als gaaf (exterieur en interieur) bewaard voorbeeld van kerkelijke bouwkunst uit het eerste en tweede kwart van de twintigste eeuw, opgetrokken in de voor Kropholler kenmerkende robuuste traditionalistische baksteenarchitectuur.

In de media

  • Uit Noordhollands Dagblad, 29 december 2018

De geloofsgemeenschap van de Goede Raadkerk kan over enige tijd weer terug naar het geliefde kerkgebouw aan de Arendsweg. Dat belooft de eigenaar van de kerk, projectontwikkelaar Kees Nelis. Journalist Jan Butter heeft Nelis geïnterviewd voor zijn boek ‘Lang leve de klompenkerk’, over de 103-jarige geschiedenis van het monumentale gebouw. De projectontwikkelaar is al vanaf de dag van de aankoop in gesprek met de vertegenwoordigers van de geloofsgemeenschap. Die is per 1 maart 2015 via een gerechtelijk bevel uit het gebouw gezet. Sindsdien gaat de parochie ter kerke in het naburige kloostertje Sancta Maria.

Een kanttekening meldt Nelis wel: ,,Ik wil geen voorziening voor drie à vijf jaar. Het moet voor de langere termijn zijn.” De kerkzaal kan voor een groot deel weer in gebruik worden genomen, maar de kerkfunctie wordt dan wel gecombineerd met veel andere gemeenschapsfuncties. Er is ook ruimte voor een bedrijf of een andere voorziening. Genoemd worden in het boek: een bibliotheek, huisartsenpost, kinderdagverblijf, uitvaartcentrum of expositieruimte. Nelis in het boek: ,,Ik ben al een tijdje met een paar partijen in gesprek. Ook ik hoor het liever vandaag dan morgen. Maar ik begrijp dat zij het ook voor zichzelf rond moeten zien te krijgen.” Voor zo’n kantoor of maatschappelijke functie bouwt Nelis een ’doos’ in de kerk, een gebouw in het gebouw, los van de constructie. Het daglicht kan worden binnengehaald via een opening in het dak.

Appartementen komen er wel in de pastorie en de bijgebouwen, maar niet in de kerk zelf. Nelis, weer in het boek: ,,Het kan wel, en het mag ook wel, maar ik ben er zelf geen voorstander van. Ik vind dat de kerk grotendeels publiekelijk toegankelijk moet blijven. Met een woonfunctie lukt dat niet. Dat is voor mij de voornaamste reden. Wonen vergt daarbij forse investeringen. Indien het op den duur niet lukt om tot een goede invulling te komen, kan ik altijd nog overschakelen op wonen. Maar het heeft niet mijn voorkeur.”

Nelis: ,,We hebben al meer monumentenpanden gedaan. Ik zie het als interessante uitdaging om aan de kerk een mooie invulling te geven.”

  • Uit Het Centrum, 10 Juni 1916.

Over deze kerk van den architect Kropholler te Scheveningen schreef het vorig jaar K. te Rinngeom een artikel, waaraan wij het volgende ontlenen: Ons Kennemerland is de laatste maanden, terwijl bij naburige volken heele steden en dorpen verwoest worden, een ongemeen en mooi bouwwerk rijker geworden, nl. de nieuwe kerk van Onze Lieve Vrouw-van-goeden-Raad te Beverwijk. Ik noemde het een “ongemeen” gebouw. Wie er bij, maar vooral wie er in komt, zal het op het eerste gezicht ongewoon, vreemd vinden. Men dient zich eerst de oogen en vooral den geest wat te gewennen aan het werk en den bedoeling van den bouwmeester. Als iets op ons den indruk maakt van vreemd te zijn, dan kan dit liggen aan hetgeen we zien, maar ook aan ons zelf. Een huis, meubel, mensch, of wat den ook, kan iets hebben, waardoor het van het normale, redelijke afwijkt, en dat afwijkende zal ons bevreemden. Maar we kunnen er zelf ook onredelijke opvattingen op na houden, en wij kunnen aan het abnormale zóó gewend zijn, dat het goede ons raar voorkomt. We zouden heel erg onvoorzichtig en onbillijk handelen, zoo we alles, wat ons op het eerste gezicht wat bevreemdt, meteen maar veroordelen. We dienen ons altijd af te vragen: aan wie ligt het, dat ik het ongewoon vind: aan mij of aan het andere? Wie tegenover het werk van den architect Kropholler (hetzelfde geldt van Berlage, die den beurs te Amsterdam bouwde) zich die vraag niet stelt, komt beslist verkeerd uit. Het bouwwerk van Kropholler te Beverwijk (gedeeltelijke kerk en pastorie) lijken niet vreemd, doordat er in gezocht is naar rarigheden, nieuwe snufjes, naar grillige, onverwachte steenblokken, lijnen of strepen; och neen, de manier van bouwen is heel rustig, heel eenvoudig en heel redelijk. Maar hoe komt het dan, dat die kerk en pastorie toch een bevreemdenden indruk maken, zoodat we direct zeggen: Hé, dit is anders dan gewoon? Het komt juist, doordat het bouwwerk rustig, eenvoudig en redelijk is. Onze oogen zijn daaraan niet gewend. Ieder gebouw, dat men eenigszins tot een publiek sieraad, dus “mooi" heeft willen maken — kerken, gestichten, villa's enz. — hebben de bouwers, om het mooi te maken, „ongewoon" raar in mekaar gezet, er veel steenten en streepen en andere overtolligheden in aangebracht. Hoe meer er teveel aan was, hoe en waar ook aangebracht, des to meer gold het als “mooi". Deze manier van doen is vrijwel algemeen, zóó algemeen, dat wie er niet aan meedoet, een zonderling geldt. Maar zoo zijn de begrippen verward geraakt. Het overdadige, al blijkt het bij nadere beschouwing dwaas te zijn, heet nu eenmaal mooi, het eenvoudige noemt men niet mooi.

Het spreekt vanzelf dat deze benamingen verkeerd zijn: als een huis vijf daken heeft in plaats van één, als een kerk in muren of pilaren een aantal raargebakken steenen, of andere stukken duur materiaal heeft, dan worden de gebouwen daarmee niet mooi, maar duur (wat verschillende begrippen zijn). Een huis of kerk kan eenvoudig en mooi zijn; wie er aan twijfelt, moet maar eens in Beverwijk gaan kijken. De bouw van kerk en pastorie is eenvoudig. Dit wil niet zeggen, dat ze er beide uitzien als de boet bij een boerderij. Neen, de kerk moest een kerk, de pastorie moest een pastorie wezen, geen boet; maar ze zijn eenvoudig, zonder noodelooze omslachtigheid of overdaad gemaakt, zoo als ze zijn moesten, om aan hun doel te beantwoorden. Beide gebouwen zijn in alle onderdeelen nauwkeurig overwogen en alles zoo goed mogelijk ingericht op het practische nut. Alle aanwezigen kunnen in de kerk op de drie altaren zien. Het oog wordt niet afgeleid door allerlei zinlooze gekleurde figuren in de muren; het altaar is geen stellage voor tentoonstelling van vele, niet te onderscheiden beeldjes, torentjes, puntjes en zoo; het is gemaakt voor de H. Mis en voor de uitstelling van het H. Sacrament. Het altaar staat in het volle licht, terwijl de groote muurvlakte er voor duisterder is; de wanden zijn rustig en forsch; het geheel is groot en sterk: de bankten zijn gemakkelijk in het gebruik; geld uitgeven, om er opzij, of waar dan ook zonder dat het iets beduidt, stukjes uit te laten snijden of schaven is niet noodig geoordeeld. Om deze kerk en pastorie te begrijpen, om er de eenvoud en redeliikheid van in te zien, dient men de onderdeelen er van terdege te bekijken en zich bij alles af te vragen: waartoe is dit of dat bestemd, waarom heeft de architect het zoo en niet anders gemaakt ? Ge kunt er van overtuigd zijn, dat de architect Kropholler niet zoo maar wat doet, maar zich van alles rekenschap gevraagd heeft en alles kan verantwoorden. Hierin ligt het bevreemdende in zijn werk; we zijn daaraan niet gewend.

  • Uit Reformatorisch Dagblad, 1 april 2010.

Vrijwilligers hebben donderdag de bijgebouwen van de Goede Raadkerk in Beverwijk gekraakt. Dat heeft de rooms-katholieke parochie Sint-Eloy, eigenaar van de kerk, bevestigd.

De gebouwen zijn sinds donderdag gesloten, omdat de kerk ze niet meer gebruikt. Volgens vicevoorzitter Cor Hienkens van het parochiebestuur was dit bij de vrijwilligers bekend. Hij begrijpt niet dat ze raar opkeken toen ze donderdagochtend ontdekten dat de deuren waren vergrendeld.

De parochie wil de bijgebouwen een passende andere bestemming geven, omdat de positie van de kerk al tijden wankelt door het teruglopende aantal bezoekers. De Goede Raadkerk wordt met sluiting bedreigd. De parochie is eigenaar van nog een kerk in de nabije omgeving. Het ontbreekt haar echter aan geld om beide kerken open te houden.

  • Uit Nederlands Dagblad, 22 september 2010.

De kerk Onze Lieve Vrouw van Goede Raad in Beverwijk gaat definitief dicht. Bisschop Jos Punt van het bisdom Haarlem-Amsterdam sluit het gebouw per 1 oktober. Dat heeft de parochie woensdag laten weten. Parochianen kraakten het bijgebouw van de kerk in april, omdat ze het niet eens waren met het besluit van het kerkbestuur Sint Eloy om de bijgebouwen, zoals het parochiecentrum, te vergrendelen. Sindsdien is de sluiting van kerk en bijgebouwen onderwerp van discussie en geruzie.

De kerk is een rijksmonument. De parochie kan de kosten van het gebouw niet meer betalen. In het weekeinde bezoeken 450 mensen in Beverwijk de mis. In de Noord-Hollandse plaats staat nog een rooms-katholieke kerk en rijksmonument, de Heilige Agathakerk.

Voorzitter R. Putman van het kerkbestuur schrijft woensdag in een brief aan de parochianen dat ,,de pastorale en financiële situatie geen ruimte meer overlaat om de kerk alsnog voor de eredienst te behouden. Op woensdag 29 september wordt de laatste vesperdienst gehouden en neemt de parochie afscheid van de kerk.

Parochiaan Cor Bart van het Comité tot behoud van de Onze Lieve Vrouw van Goede Raadkerk heeft laten weten dat het comité het er niet bij laat zitten. Zodra het 'decreet tot onttrekking aan de eredienst' is uitgevaardigd, tekent het comité bezwaar aan bij de bisschop.

  • Uit Reformatorisch Dagblad, 28 september 2010.

Parochianen van de kerk Onze Lieve Vrouw van Goede Raad in Beverwijk doen bij het bisdom Haarlem-Amsterdam een bod van 100.000 euro op de kerkzaal van het gebouw. Dat heeft parochiaan Cor Bart van het Comité tot behoud van de Onze Lieve Vrouw van Goede Raadkerk dinsdag laten weten.

Bisschop Jos Punt sluit de kerk definitief per 1 oktober. Toen de bisschop zijn besluit bekendmaakte, begon het actiecomité een inzamelingsactie om de kerk te kopen. Volgens Bart is dat geld nu al bij elkaar. „Binnen onze geloofsgemeenschap heeft een persoon zich garant gesteld voor een ton”, aldus de parochiaan. „Daarnaast zijn er tal van toezeggingen gedaan.”

Het actiecomité van de kerk vraagt de bisschop het bod in overweging te nemen. Het wil dat Punt het bod voorlegt aan de makelaar, die in dienst is van het bisdom. Parochianen kraakten het bijgebouw van de kerk in april, omdat ze het niet eens waren met het besluit van het kerkbestuur Sint Eloy om de bijgebouwen, zoals het parochiecentrum, te vergrendelen. Sindsdien is de sluiting van kerk en bijgebouwen onderwerp van discussie en geruzie.

De kerk is een rijksmonument. De parochie kan de kosten van het gebouw niet meer betalen. Volgens parochiaan Bart bezoeken elke dag ongeveer vijftien tot twintig parochianen de kerk. In de Noord-Hollandse plaats staat nog een rooms-katholieke kerk en rijksmonument, de Heilige Agathakerk.

  • Uit Noordhollands Dagblad, 22 juni 2015

Het gemeentebestuur van Beverwijk, dat verantwoordelijk is voor het toezicht op het onderhoud van rijksmonumenten, heeft het bestuur van parochie St. Eloy gesproken over de staat van de Goede Raadkerk. Ook is contact opgenomen met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Aanleiding zijn de chaos en vernielingen in de onlangs gesloten kerk.

  • Uit NHnieuws' , 24 augustus 2017

BEVERWIJK - De Goede Raadkerk in Beverwijk heeft in de Heemskerkse projectontwikkelaar Kees Nelis een nieuwe eigenaar gevonden. Die zou 600.000 euro betalen voor de kerk, schrijft het Noordhollands Dagblad. Volgens de krant is niet duidelijk wat de projectontwikkelaar met de Goede Raadkerk van plan is. Gisteravond was er een hoorzitting over de kerk in het gemeentehuis van Beverwijk. De avond kreeg een verrassende wending toen de eigenaar van het kerkgebouw parochie St. Eloy meldde dat er een koper is. Daar werden de nodige vraagtekens bij geplaatst, want de opgelegde dwangsom voor achterstallig onderhoud wordt hiermee geparkeerd. Het behoud van de kerk is een heet hangijzer voor de stad. Kozijnen rotten weg, ramen en muren scheuren. Het bisdom St. Eloy wil er al geruime tijd vanaf, maar dat lukte tot nu toe niet.

Externe link

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur