Handelingen

De Mortel, Sint Antoniusstraat 32 - Antonius Abt

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Antonius Abt
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Gemert-Bakel
Plaats: De Mortel
Adres: Sint Antoniusstraat 32
Postcode: 5425VE
Inventarisatienummer: 07935
Jaar ingebruikname: 1904
Architect: Franssen, C.J.H.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
518089


Geschiedenis

Grote neogotische dorpskerk met toren.

In 1904 werd de waterstaatskerk gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe neogotische kerk die even ten noorden van de waterstaatskerk was opgetrokken. Deze kerk is ontworpen door Caspar Franssen. Het is een neogotische kruisbasiliek met vieringtorentje en een hoge ingangstoren met vier geledingen. Het kleurige neogotische interieur ervan is bijzonder goed bewaard. In de kerk bevindt zich een piëta van de Bossche kunstenaar van de Ven, die bij de plaatsing ervan plotseling overleed. Toen in 1997 de varkenspest was uitgebroken werd een speciale mis in deze kerk gevierd, waarna diverse varkensboeren een devotie tot de Sint-Antonius Abt in stand hielden.

Er bevindt zich in De Mortel een Heilig-Hartbeeld uit 1931.

Monumentomschrijving Rijksdienst

R.K. KERK van Sint Antonius Abt, gebouwd in 1902-1904 naar een ontwerp van C.J.H. Franssen in neogotische stijl. De kerk ligt aan de St. Antoniusstraat, de doorgaande weg tussen Gemert en Bakel, door de kom van Mortel. De kerk ligt dicht aan de weg, van de straat gescheiden door een smeedijzeren hekwerk.

Omschrijving

Driebeukige kerk op een kruisvormige plattegrond met zevenzijdig gesloten koor en driezijdig gesloten transeptarmen. Het middenschip is zes traveeen lang en heeft een zadeldak, de zijschepen zijn onder lessenaarsdaken geplaatst, het transept (één travee) en het koor zijn voorzien van schilddaken. De vierkante toren tegen de voorgevel van de kerk wordt bekroond door een achtkantige, tot vierkant ingesnoerde spits met windwijzer en haantje. Op de viering is een achtkantige dakruiter met spits geplaatst. Aan weerszijden van de toren is tegen de voorgevel van de kerk een kapelletje (doop- en devotiekapel) gebouwd. Het geheel is uitgevoerd in baksteen, voorzien van speklagen in gele baksteen. Onder de goot is een tandlijst met dubbele muizentand aangebracht. De daken zijn gedekt met leien in maasdekking.

De gevels van het schip en transepten worden geleed door lisenen en steunberen, tegen het schip zijn deze eenmaal versneden, tegen transept en koor driemaal, alle voorzien van natuurstenen afzaten. De iets uitstekende plint wordt afgesloten door een natuurstenen rand.

De toren heeft overhoekse steunberen, vier maal versneden. Hij bestaat uit vier geledingen en is in de eerste geleding, aan de voorzijde voorzien van een dubbele houten deur met smeedijzeren beslag. Aan weerszijden van de deur zijn bakstenen colonnetten met een natuurstenen basement en kapiteel met bloemmotief geplaatst. Deze colonnetten lopen door in de geprofileerde bakstenen spitsboog omlijsting van het bovenlicht. Hierin is een bakstenen tracering, gevuld met glas-in-lood aangebracht. Boven de deur is een topgevel met natuurstenen afdekrand en gotische vierpas aangebracht, bekroond door een kruisbloem. Aan weerszijden van de topgevel is metselmozaïek met gele baksteen zichtbaar. Daarboven bevindt zich een drievoudig lancetvenster, gevuld met glas-in-lood. In de derde geleding zijn blindnissen aangebracht, daarboven bevinden zich galmgaten en een wijzerplaat. Rondom de wijzerplaten is een metselmozaïek in gele steen zichtbaar. Aan de rechterzijkant van de toren is een smalle ingang. Tegen de linkerzijkant van de toren is over de hoogte van drie geledingen een smal zeskantig traptorentje geplaatst.

Verspreid over de zijgevels, tussen de steunberen, bevinden zich spitsboogramen in een omlijsting van geprofileerde baksteen, gevuld met glas-in-lood. De ramen hebben hardstenen afzaten. Het koor is voorzien van glas-in-loodramen met bijbelse voorstellingen. In het dakvlak bevinden zich dakkapelletjes met overstekend schilddak met piron en houten luik.

Aan de achterzijde van het koor is een lage omgang onder lessenaardaken zichtbaar. Hierin bevinden zich een houten opgeklampte deur met natuurstenen trapje en kleine spitsboogramen in baksteen omlijsting op een natuurstenen onderdorpel. Het interieur wordt overwelfd door kruisribgewelven, in de viering en het koor zijn een stergewelf en straalgewelf aangebracht. De gewelven zijn uitgevoerd in baksteen, ribben en colonnetten hebben een afwijkende kleur.

Tussen het midden - en zijschip marmeren zuilen op een vierkante natuurstenen voet en met beschilderde bladkapitelen. De zuilen worden verbonden door spitse scheibogen. In de velden boven deze bogen zijn engelen geschilderd. De vloer is in zwart marmer uitgevoerd.

Het interieur is in 1911 door E. Perey (Venlo) voorzien van neo-gotische polychromie met onder andere draperieën, geometrische motieven, bloemranken en figuratieve voorstellingen (in het koor: uit het leven van Christus). Onder de ramen van het middenschip zijn in de blindnissen afbeeldingen van heiligen zichtbaar. De achterwand is gedeeltelijk bekleed met cementtegels met dekoratief bloempatroon op een bakstenen plint.Rechts tegen het koor bevindt zich de sakristie met houten balken in het plafond, houten muurkasten met paneeldeuren. Ook links van het koor is een aanbouw zichtbaar, beide rechthoekig onder schilddak met piron.

Inventaris: neo-gotisch hoogaltaar uit 1904 naar ontwerp van C. Franssen, uitgevoerd door de firma Stoltzenberg, gemaakt door de J. Thissen (Roermond). Links van het koor een Maria-altaar met houten retabel in neo-gotische vormgeving, rechts van het koor een retabel met voorstellingen uit het leven van Jozef. Beide retabels van J. Thissen, gemaakt in 1909 naar ontwerpen van C. Franssen. Gepolychromeerde heiligenbeelden op consoles met loofwerk, in het koor en tegen de pijlers rond de viering.

De kopse gevel van het transept heeft biechtstoelen in een nis onder segmentbogen. In de kapel, links van de ingang (van buitenaf gezien) bevindt zich een pietà van Joh. van der Ven. Rechts in de kapel een doopvont op hardstenen voet, ontworpen door C. Franssen met een koperen deksel in de vorm van een neo-gotische koepel met spits, gemaakt door J. Peeters, geheel uit 1907.

De kruiswegstaties werden geschilderd door G. Jacobs en geleverd door E. Perey. Lijsten van deze werken werden uitgevoerd naar ontwerp van C. Franssen, het geheel dateert uit 1903. Eenklaviers mechanisch orgel met 5 registers gemaakt in 1919 door de firma NV P. van Dam, afkomstig uit de doopsgezinde kerk te Woudsend (Frl) in 1997 gerestaureerd en geplaatst in Mortel.

Waardering

Het kerkgebouw is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een neogotische kerk welke de kern vormt van een iets ouder kerkdorp. Het geheel is van architectuurhistorisch belang vanwege de plaats in het werk van C. Franssen en vanwege de tot in de details gaaf gebleven eenheid van dekoratie en materiaalgebruik in het interieur. Het geheel is gaaf bewaard gebleven.

MIP omschrijving

  • Bouwstijl: Neo-Gotiek
  • Bouwperiode: 1903 tot 1904
  • Gevels en materialen: Bakstenen gevels met strengpersbanden. Gemetselde steunberen, eenmaal versneden, met hardstenen afdekplaten. Tand- en muizetandlijsten.
  • Vensters en deuren: Eenvoudige spitsboog- lancetvensters. Opgeklampte deuren onder wimberg, bovenlicht met spitsboog- maaswerk. Sierbeslag. Bakstenen maaswerk in torenvenster.
  • Dak en bedekking: Zadeldaken, lei in maasdekking. Vieringstorentje met luidklok en spits. Dakkapellen.
  • Constructie: Vierdelige kruisribgewelven.
  • Bijgebouwen: Smeed- en gietijzeren hekwerk aan straatzijde, bronzen Heilig Hartbeeld uit ca. 1925.
  • Bijzonderheden: Eerste steen zuidelijke kapel tegen toren 1903.


Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur