Handelingen

Delft, Schoemakerstraat 1 - Immanuëlkerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Immanuëlkerk
Genootschap: Gereformeerde Kerken in Nederland
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: Delft
Plaats: Delft
Adres: Schoemakerstraat 1
Postcode: 2628VH
Sonneveld-index: 19600
Jaar ingebruikname: 1960
Architect: Eschauzier, F.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Gemeentelijk monument

Geschiedenis

Belangrijke wederopbouwkerk zonder toren. Gebouwd als Gereformeerde Kerk omstreeks 1960.

Samen op Weg met de Ned. Hervormde Kerk, die haar vlakbij gelegen Maranathakerk toen afstootte. Vanaf 2007 is de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt dit gebouw ook gaan huren. Met ingang van 2012 is het gekocht door de Gereformeerde Kerken in Nederland (Vrijgemaakt). Daarna is de PKN tot voorjaar 2013 gaan huren waarna deze PKN wijkgemeente naar Wijkgebouw De Wipmolen is verhuisd. In 2016 is de inpandige kosterswoning omgebouwd tot 2 losse zalen. En in 2019-2020 is er een groot onderhoud uitgevoerd aan alle andere zalen, het dak, de gangen, de keuken en de wc's. Daarbij is ook de inpandige tuin verdwenen, en daar zijn ook 2 zalen voor bijgekomen. Alleen de kerkzaal is niet aangepast.

Architectuur

De Immanuelkerk aan de Schoemakerstraat te Delft is een kerk uit de Wederopbouw periode. De kerk is in 1958 ontworpen door Frits Eschauzier. Deze architect had veel aandacht voor het interieur en de wensen van de kerkganger.

Architect Frits Eschauzier Sr.

Eschauzier was professor ‘buitengewoon decoratieve kunsten’ aan de toenmalige Technische Hogeschool in Delft en vanaf de jaren dertig één van Nederlands meest gerespecteerde architecten. Eschauzier is bekend geworden door de woon- en landhuizen die hij aan het begin van zijn carrière ontwierp. Later groeide professor Eschauzier uit tot de voornaamste museumarchitect. Zo verbouwde hij onder andere in Amsterdam het Stedelijk Museum en het Rijksmuseum.

Bouwstijl

Eschauzier sr. trok zich weinig aan van gangbare bouwstijlen. Veel van zijn werk doet denken aan een mengeling van zijn landhuisstijl en de traditionalistische stroming ‘Delftse school’, een bouwstijl die kort gezegd hield van baksteen, soberheid en eenvoud. De Immanuelkerk kan in het licht van deze stijl goed begrepen worden, hoewel de kerk minder monumentaal is, maar juist veel moderner, dan men van een Delftse School-kerk zou verwachten.

Visie Eschauzier

Eschauzier vond het belangrijk dat het gebouw zo goed mogelijk ruimte bood aan de kerkgangers, het ging hem niet alleen om het uiterlijk van de kerk. Volgens hem moet een ruimte zodanig worden vormgegeven dat de gebruiker zich er niet van bewust is; de ruimte moet natuurlijk aanvoelen, moet klóppen.

Het eerste ontwerp

Het eerste ontwerp werd in 1958 gepresenteerd (afb. 1ste schets). De wijk Wippolder waarin de Immanuelkerk ligt, was ten tijde van het ontwerp nog in aanbouw. Eschauzier ging er vanuit dat de kerk volkomen vrij zou liggen en ontwierp een lage, achthoekige kerkzaal. Deze ruimte had geen vensters in de muren, om de kerkgangers beschutting te bieden en zou een groot daklicht krijgen. Naast de eredienstruimte lag een hele rij zaaltjes, die een binnenplein omsloten.

Aangepast ontwerp

Al voor de presentatie van deze tekeningen overleed Eschauzier. Zijn bureau werd voortgezet door Frits jr. Hij werkte verder aan het ontwerp voor de kerk. Daarbij moest hij rekening houden met:

  • De veranderde opbouw van de wijk Wippolder. De kerk komt aan een bouwblok vast te zitten, in plaats van een vrije ligging.
  • Bovendien stuurt de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk als opdrachtgever aan op een flinke vergroting van het volume van de kerk.

Mogelijk groeide de gemeente hard. Ook kan het te maken hebben met het overheidsbeleid met betrekking tot kerkenbouw.

Kerken in de wederopbouw

In de wederopbouw van Nederland na de oorlog worden kerken erg belangrijk geacht, mede vanwege hun oriënterende functie in het landschap. De overheid was dan ook bereid om kerkenbouw te subsidiëren. Het precieze subsidiebedrag was afhankelijk van het aantal zitplaatsen in de kerkzaal. Klokkentorens werden soms zelfs volledig gesubsidieerd. Binnen de protestantse kerken werd echter een flinke discussie gevoerd over de plaats van de kerk in de samenleving. Eschauzier, actief lid van de Hervormde kerk, deed hier volop aan mee. Een toren werd als dominant gezien, terwijl de protestantse kerken graag dienend wilden zijn. Daarom koos men in de wederopbouwperiode vaak voor een laag en uitnodigend kerkgebouw. Naast de eredienst moest er ook meer ruimte komen voor catechisaties, verenigingen en dergelijke. Daarom zijn er in wederopbouwkerken steeds meer bijzaaltjes te vinden.

Frits Eschauzier jr. wil het ontwerp van zijn vader in stand te houden bij deze veranderende vragen. Hij doet een aantal aanpassingen.

  • De oorspronkelijk achthoekige vorm van de kerkzaal wordt opgerekt tot bijna een vierkant, waardoor de zaal meer zitplaatsen biedt.
  • Het daklicht vervalt, daarvoor in de plaats komen hoog geplaatste vensters waardoor de eredienstruimte nog steeds de broodnodige beschutting biedt tegen de buitenwereld.
  • Het architectenbureau ziet zich genoodzaakt om de grillig gevormde kavel vrijwel helemaal te vullen om aan alle eisen te kunnen voldoen. Daardoor is het binnenplein niet gerealiseerd

Een aantal herkenbare elementen uit het oorspronkelijke ontwerp zijn wel gerealiseerd:

  • De avondmaalsruimte in een laag gedeelte achter de kansel.
  • De betonnen band bij de entree met het chi-rho teken.
  • De schuin aflopende kerkzaalvloer.

Entree

Door de kleine kavel was er geen ruimte voor een grootse ingang. Om de functie van het gebouw duidelijk te maken naar buiten, zijn verschillende christelijke tekens aan het ontwerp toegevoegd. Een Chi-Rho symbool markeert de betonnen balk voor de ingang van de kerk. De architect schrijft hierover: "Door het Chi-Rho teken willen we al in de buitenwereld een entree verwezenlijken, die het doel van het gebouw kenmerkt voordat men aan de eigenlijke ingangsdeuren is. Men passert het ‘Christos’ teken al voordat je naar binnen gaat, zodat men als het ware buiten al binnen is." De terugliggende entree achter de betonnen balk is de enige plek waar het bouwwerk niet de omringende rooilijn volgt. Er ontstaat daardoor een klein plein, dat samen met het Chi-Rho teken de plaats van de ingang markeert. Bovendien komen zo de licht gebogen vormen van de hoge, uit bakstenen opgetrokken kerkzaal tot uitdrukking in de gevel. Wederopbouwkerken hebben meestal een vrij gesloten exterieur. Dit geldt ook voor de Immanuelkerk. Vanaf de zuidkant is het gebouw erg gesloten. Vanaf de centrumzijde ziet het gebouw er door de kosterswoning, het enorme glas-in-lood venster en de entreepartij juist open uit. Doordat kerkgebouwen voor steeds bredere doeleneinden werden gebruikt dan alleen de zondagse erediensten, werden bijruimten een wezenlijk onderdeel van de kerken uit de wederopbouwperiode. De entree van de Immanuelkerk is niet slechts een voorportaal voor de kerkzaal, maar juist ook een ontmoetingsruimte die toegang biedt tot de kerkzaal en de nevenruimten. De hal gaat in een vloeiende beweging over in een gang die de consistorie en crèches ontsluit, natuurlijk verlicht door de patio (afbeelding architectuur6). Het is knap hoe Eschauzier met de glazen buitendeuren en glazen kerkzaalwand een uitnodigende ingang weet te maken, terwijl de kerkzaal zijn intieme karakter behoudt.

Over het binnenkomen in de kerkzaal is nagedacht; de kerkganger loopt eerst onder de beschutting van het balkon. De schuin aflopende vloer en het schuin oplopende plafond zorgen ervoor dat de afstand tussen de bezoeker en het plafond steeds groter wordt, tot men tenslotte onder het balkon vandaan komt en de zaal zich in al haar volume presenteert.

Kerkzaal

De kerkzaal is vierkant met afgeronde hoeken en heeft een lichte knik in het midden van de wanden. Dit is gedaan " om de indruk te geven van een continu doorlopende wand; die de eenheid aangeeft tussen de gemeente en de drie sacramenten doop, het avondmaal, en de bediening van het woord, de prediking." Op afbeelding 7 is heel duidelijk deknik in de zijwanden te zien, waardoor het kerkgebouw de bezoeker als het ware omarmt.

Glas-in-lood ramen

De hooggeplaatste glas-in-lood ramen dragen bij aan de verzorgde sfeer. Op een zomermorgen brengen ze prachtig gefilterd licht in de eredienstruimte, terwijl ze op een wintermiddag juist naar buiten toe uitstralen. Het is een uitzondering dat in een gereformeerde kerk zulke grote glas-in-lood vensters zijn opgenomen. Traditioneel werd in protestantse kerken weinig plaats gegeven aan uitingen van beeldende kunst. Het venster aan de entreekant is ontworpen door Gerrit van ’t Net en kostte twaalfduizend gulden, het is geplaatst bij de bouw van de kerk in 1960. Het raam is bijzonder groot; de kunstenaar merkte op dat "een zo omvangrijk werk als dit is naar mijn beste weten sinds een kleine tweehonderd jaar niet meer bij kerkbouw is uitgevoerd." Het raam beeldt de storm op het meer uit, waarbij het contrast tussen de angstige discipelen en de slapende Jezus in glas is uitgedrukt (afbeelding Glasinlood1).

Het raam aan de oostzijde is eerst in blank glas uitgevoerd en pas in 1968 vervangen door een glas-in-loodvenster van Vegter. Via een inzamelingsactie werd de benodigde zesduizend gulden opgebracht. Op dit raam is een beeltenis te zien van de bruiloft te Kana, waar Jezus zijn eerste wonder verricht door water in wijn te veranderen (afbeelding Glasinlood2).

Inrichting kerkzaal

In de wederopbouwperiode woedde binnen de protestantse kerken een felle discussie over de de vorm van de kerkzaal en de plaats van kansel, doopvont en avondmaalstafel. De langwerpige kerkzaal met voorin de avondmaalstafel werd als teveel Rooms-katholiek beschouwd; de tafel zou doen denken aan een altaar.

De kansel als middelpunt van de kerk is door de architect bewust gekozen. Naast de kansel stond het doopvont waardoor er naast de centraal geplaatste kansel geen plaats meer over was voor de avondmaalstafel. Eschauzier heeft dit knap opgelost: achter de kansel plaatste hij de zeer lange avondmaalstafel van zachtgroen gepolijst beton (afbeelding Avondsmaaltafel). De tafel steunt slechts op twee poten en lijkt door zijn ranke vormen haast te zweven in de lage ruimte, die wordt verlicht door een zestal vierkante raampjes. Zo biedt dit gedeelte van de kerk beschutting en intimiteit aan de avondmaalsgangers, terwijl de tafel ook echt bij de kerkzaal hoort. Niet alleen de kansel zelf, maar ook de verfijnde klankkaatser daarboven, de avondmaalstafel erachter en de Redwood banken zijn door de architect ontworpen. De Immanuelkerk heeft onder elke bank een verwarmingsbuis lopen, om de warmte goed door de kerkzaal te verdelen. Met subtiele middelen wordt de kerkzaal verfijnd:

  • De kansel hangt asymmetrisch aan één van de vier kolommen.
  • De kerkbanken knikken uit het midden, precies op de lijn tussen de kansel en de daartegenover gelegen kolom in de glazen wand.
  • Voor een beter zicht op de kansel loopt de vloer af.
  • Dit maakt het binnenkomen in de kerk, de blik gericht op de zacht verlichte avondmaalstafel, een bijzondere ervaring.

Orgel

Op 9 april 1963 werd een nieuw orgel in gebruik genomen. Adviseurs voor de bouw waren dhr. Arie Bouman en Leen 't Hart, organist van de kerk. De orgelkast is ontworpen door Jan Keyzer. Het orgel heeft als bijzondere register een Treseptnone op het Borstwerk. Dit is een soort Cymbel op 1/5' voet, ontworpen door Arie Bouman. In 1990 voltooide de firma Elbertse een restauratie. De mechanismen zijn bijna volledig vernieuwd. Begin 2007 is het pand verkocht aan de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt), die tot dan toe een eigen pand had aan de Maarten Trompstraat.

Afbeeldingen