Handelingen

Deurningen, Sint Plechelmusplein 5 - Plechelmus (1830 - 1913)

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Plechelmus
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Overijssel
Gemeente: Dinkelland
Plaats: Deurningen
Adres: Sint Plechelmusplein 5
Postcode: 7561AD
Inventarisatienummer:
Jaar ingebruikname: 1830
Architect:
Huidige bestemming: gesloopt
Monument status: geent


Geschiedenis

De navolgende teksten zijn met toestemming overgenomen uit ‘Een verhaal van verbondenheid / 1665 – 2015’, Hasselo Deurningen Gammelke. Deze uitgave is samengesteld ter gelegenheid van het 350-jarig bestaan van parochie en dorpsgemeenschap Deurningen.

Augustus 2015.

Vanaf 1826 zijn Saasveld en Deurningen zelfstandige staties met elk een eigen pastoor.

De eerste pastoor van alleen Deurningen heette Albert Teusse (1826-1830) Opnieuw een Twentenaar, in Reutum geboren.

Onder zijn pastoraat kwamen in Deurningen weer een nieuwe kerk en pastorie tot stand, op dezelfde plaats als de oude gebouwen. De overheid had meegewerkt aan de plannen en zelfs een forse financiële bijdrage geleverd voor de bouw. Die bijdrage kwam van het Ministerie van Rijkswaterstaat. Dat ministerie begon in de jaren na de grote omwenteling katholieken schadeloos te stellen van de ondervonden beperkingen tijdens de Reformatie. Ingenieurs op dit ministerie leverden zelfs de bouwplannen voor de kerken. Vandaar dat dergelijke bedehuizen de naam Waterstaatskerken kregen. Wel een efficiënte aanpak als je snel voorzieningen wilt treffen. Architectenbureaus bestonden nog niet. Het nadeel was dat al die kerken op elkaar leken, maar ze mochten er wel als kerk herkenbaar uitzien. De kerk in Deurningen werd aanbesteed op 10 mei 1830 en voor 5750 gulden gegund aan een aannemer in Bentheim. Voor het aankopen van wat grond was 37 gulden nodig. Het werk gebeurde in snel tempo. Op18 november 1830 had de inzegening van de kerk al plaats en op 30 november volgde de eerste H. Mis. Het rijk had 5000 gulden beschikbaar gesteld en Provinciale Staten nog 1000 gulden bijgedragen.

Pastoor Teusse heeft het allemaal mee beleefd tijdens zijn korte pastoraat. Hij stierf Tweede Kerstdag 1830. Gelukkig heeft hij niet meer geweten dat de kerk van slechte kwaliteit was.

Een alzijdig parochieherder

In 1901 kwam de joviale en sociaal bewogen priester Wilhelmus Franciscus Gloerich als pastoor naar Deurningen. Geen Twentenaar dit keer, maar wel gemakkelijk in de omgang. Hij kwam uit het IJsselstadje Hasselt dat met Willem Gloerich zijn eerste katholieke priester na de Reformatie afleverde. Meteen na de veroveringstocht van Maurits langs de IJssel (1591) had de Classis van Deventer in het IJsselstadje de protestantisering in gang gezet. Door allerlei omstandigheden hadden de katholieken in Twente zich beter kunnen handhaven en waren uit dat gebied al veel eerder katholieke geestelijken voortgekomen. De statie Saasveld/Deurningen kreeg vanaf 1701 al Twentse priesters. Rond 1830 hadden twee priesters uit de statie Deurningen hun priesteropleiding al voltooid.

De intelligente Wilhelmus Gloerich had een merkwaardige start. Hij was na zijn wijding bij een adellijke familie in Westfalen geplaatst als huiskapelaan. Daar had de jongeman weinig te doen en dat sprak hij ook uit toen hij de aartsbisschop bij een bezoek aan Doesburg ontmoette. Binnen de kortste keren was hij kapelaan in Kabauw in Gelderland en vervolgens in Losser. Gloerich behoorde tot een kring van prominente priesters die elkaar regelmatig ontmoetten. Zijn vrienden waren dr. Sloet tot Everlo, de rector van het Duitse Benedictinessen klooster in Oldenzaal, dr. Ariëns, kapelaan in Enschede en kapelaan Groothuis uit Lonneker. Ariëns zette zich in voor de arbeiders en probeerde ze sociaal te organiseren en het drankmisbruik tegen te gaan. Groothuis schreef artikelen over Ariëns’ ideeën in de Twentsche Courant. De vrienden hechtten grote waarde aan het oordeel van Wilhelmus Gloerich.

Kerk aan vervanging toe

  • 1908 - Toen Wilhelmus Gloerich van Losser naar Deurningen kwam, bracht hij voor de parochie een cadeau mee. Een beeld voor de kerk. Het was een kostbaar houten beeld van St. Antonius abt uit de vijftiende eeuw (1480).Het staat nu nog te pronk in de kerk te Deurningen. Toen het klooster Maria Vlucht net over de grens in Glane in 1812 werd afgebroken, had de statie Losser veel beelden uit het bezit van dat klooster gekregen, ook dat van Antonius. Het klooster was “parochiekerk” van Losser geweest, toen de gelovigen tijdens de Reformatie in hun eigen dorp niet mochten kerken.

Toen Wilhelmus Gloerich in 1901 als pastoor in zijn nieuwe parochie arriveerde, trof hij de Waterstaatskerk en de pastorie in betreurenswaardige toestand aan. Het lukte hem niet bij de boeren geld los te krijgen om de problemen op te lossen. Toen nam de mensenkenner Gloerich zijn toevlucht tot een list. “Jullie kunnen hier voor niets een kerk krijgen,” zei hij op de preekstoel tegen zijn parochianen, “de fabrikanten willen ons helpen, op voorwaarde dat ze tien jaar lang in de parochie mogen jagen.” Het ging zoals de pastoor verwacht had. Na de mis staken de boeren de koppen bij elkaar. Gloerich had ze in hun boerentrots en jagerseer geraakt. Het antwoord was: “Dat köw zelf ok wa veur mekaar krieg’n.” En inderdaad hield Deurningen in 1908 een grote collecte en bovendien organiseerden ze een geslaagde loterij voor de bouw van een nieuwe kerk.

Afbeeldingen