Handelingen

Doornenburg, Pannerdenseweg 48 - Martinus

Uit Reliwiki



Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Martinus
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Gelderland
Gemeente: Lingewaard
Plaats: Doornenburg
Adres: Pannerdenseweg 48
Postcode: 6686BE
Inventarisatienummer:
Jaar ingebruikname: 1951
Architect: Taen en Nix en Jong, de
Huidige bestemming: buiten gebruik
Monument status: geen

Geschiedenis

Belangrijke wederopbouwkerk, gebouwd ter vervanging van de in 1944 verwoeste voorganger. Toren later, 1960-1961, toegevoegd.

Kerkzaal verkleind, rest dorpshuis. Buiten gebruik per 1 januari 2015.

Er is een Stichting actief, die het kerkgebouw wil behouden.

Gebouwomschrijving SKKN

Huidige kerk

De huidige kerk (Pannerdenseweg 48) is in 1951-52 gebouwd naar ontwerp van de Utrechtse architect Th. Nix. Het is een driebeukige basilicale kerk met westtoren en een blokvormig oostwerk waarop een lage toren met tentdak. Na de oorlogsjaren, waarin de oude kerk zwaar werd beschadigd, kerkte de Doornenburgse parochie eerst in het schuttersgebouw en later in het patronaatsgebouw. Dit laatste gebouw was eigenlijk veel te klein. In 1947 werd Hermanus Kok aangesteld als pastoor van de Martinusparochie en hij kreeg de opdracht een nieuwe kerk te realiseren. In februari 1950 werd het eerste contact gelegd met architect Th. Nix van het architectenbureau Taen, Nix en de Jonge te Utrecht. In april van datzelfde jaar gaf de Aartsbisschop toestemming voor de bouw van een kerk met 800 zitplaatsen. De nieuwbouw was begroot op fl. 250.000,-. In juli 1951 vond de aanbesteding plaats en het werk werd gegund aan de Gebr. Oosterhout uit Wijchen, voor een bedrag van fl. 276.460. Op 6 augustus 1951 sloeg pastoor Kok de eerste heipaal de grond in. Op 7 oktober legde pastoor Wiegerink uit Haaksbergen, oud-pastoor van Doornenburg, de eerste steen van het nieuwe godshuis. Op 16 oktober 1952 werd de kerk plechtig geconsacreerd door Mgr. B.J. Alfrink. Pas in 1961 werd de toren aangebouwd. In het oorspronkelijke plan van de architect was een losstaande toren, een campanile, opgenomen. Uiteindelijk besloot men toch om een toren te bouwen die verbonden was met de kerk. Hierdoor kon een goede plaats voor het orgel gerealiseerd worden. De nieuwe toren werd gebouwd door de aannemer Nol Hendriks. Op 3 november 1961 ging de vlag in de top. Het smeedijzeren torenkruis werd vervaardigd door J. Nissen. Het daaropvolgende jaar werd de ingang opgeluisterd met beeldhouwwerk. Ergens eind jaren vijftig werd de sacristie heringericht als dagkapel, die vandaag de dag nog steeds wordt gebruikt en begin jaren negentig nog eens werd gerenoveerd. In 1973 wordt de doopkapel omgebouwd tot mortuarium. Het oude doopvont werd toen verplaatst naar het koor. De laatste grote renovatie vond plaats in de jaren tachtig. In 1983 werd het priesterkoor verbouwd en opnieuw ingericht. Ook het exterieur werd aangepakt. In 1986 werden het uurwerk en het dak gerenoveerd. De renovatie was eind april 1988 voltooid en kostte ca. fl. 160.000.

Pastorie

De pastorie is gelegen naast de kerk en dateert oorspronkelijk uit 1849. De eerste steen werd gelegd op 31 maart van dat jaar. De voordeur was toen aan de huidige Kerkstraat. In 1887 werd het gebouw verbouwd en vergroot tot de huidige vorm, maar dan zonder erker en met de ingang nog steeds aan de Kerkstraat. Omstreeks 1934 werd de onderste verdieping van de pastorie wederom ingrijpend verbouwd. De erker werd aangebouwd en de ingang verplaatst naar de Pannerdenseweg. Dit alles onder architectuur van Johannes Sluijmer te Enschede. In 1937 werd er bij de pastorie een grot gebouwd van O.L.Vrouw van Lourdes die later weer werd afgebroken. Begin jaren zeventig werd de pastorie nogmaals aan de wensen van de tijd aangepast.

Vroegere kerken

Al omstreeks 1160 stond er in Doornenburg een tufstenen kerkje. Deze kerk was een dochterkerk van de kerk in Gendt. Al in 1225 blijkt de kerk te Doornenburg een zelfstandige parochie te zijn. Bij opgravingen zijn resten van minstens drie oudere kerken gevonden. Er zijn onder andere resten gevonden van een gotische kerk uit de veertiende eeuw. Tijdens de reformatie ging de middeleeuwse kerk te Doornenburg over in protestantse handen. De Doornenburgse katholieken kerkten in die tijd in de kapel op het kasteel (gebouwd in de 15de en 16de eeuw) en in de kerk te Hulhuizen. De plaats Hulhuizen behoorde destijds tot het hertogdom Kleef waar vrijheid van godsdienst heerste. In 1797 namen de katholieken de kerk te Doornenburg wederom in hun bezit. De eerste heilige dienst werd verricht op 11 november van datzelfde jaar. In 1838 werd de kerk vergroot met een zijbeuk. Tot het jaar 1844 werd de kerk te Doornenburg bediend door de pastoors van Hulhuizen. In dat jaar werd de kerk te Hulhuizen gesloopt en de nieuwe kerk in Gendt in gebruik genomen, van waaruit Doornenburg toen bediend werd. In 1848 werd Doornenburg een zelfstandige statie met een eigen pastoor, Johannes Westerman (1848-1859). Douairière baronesse van der Heijden tot Suidras schonk een stuk grond voor de nieuw te bouwen pastorie. In 1860 kwam er een schenking binnen van Maria van Heukelum, voor de bouw van een nieuwe kerk. Op 11 maart 1862 kwam de architect F. Pelzer uit Kleef met het kerkbestuur praten over de nieuwbouw. Hij kwam met een plan voor een kerk met hoog middenschip en twee lagere zijbeuken. In september leverde hij een tweede plan in dat werd begroot op fl. 34.000, -. In augustus 1866 kwam Pelzer wederom met een nieuwe tekening, ditmaal begroot op fl. 40.000. De aartsbisschop ging echter niet met de plannen akkoord en wilde dat de kerk gebouwd werd door Alfred Tepe. Het ontwerp van Tepe werd goedgekeurd en begin 1873 gegund aan de aannemer Peters uit Bemmel. De opzichter was de timmerman G. Reijmers uit Doornenburg. De oude kerk werd afgebroken. Op 28 mei 1873 werd door de pastoor de eerste steen van de nieuwe kerk gelegd. Ongeveer een jaar later, op 18 juni 1874, werd de kerk plechtig geconsacreerd door de Aartsbisschop. De kerk werd door de bouwpastoor R. van Rooyen niet alleen gebouwd, maar een tijd later ook ingrijpend verbouwd. Het priesterkoor werd afgebroken en men bouwde een nieuw transept en priesterkoor met sacristie. Men gunde het werk aan S. Roodenrijs uit Nieuwerkerk voor een bedrag van fl. 15.945.-. Het werk was voltooid in 1884. Tijdens de oorlogsjaren, op 27 september 1944, werd de toren van de kerk opgeblazen door de Duitsers. Hierbij werd helaas ook een groot deel van de kerk vernietigd, doordat brokstukken van de toren op de kerk vielen. Op 30 september richtte men een noodkerk in in het schuttersgebouw. Na de bevrijding werd het patronaatsgebouw ingericht als noodkerk. Hier kerkte men gedurende zes jaar, totdat, in 1951 een nieuwe -de huidige- kerk werd gebouwd.

Orgel

Het orgel is gebouwd door firma L. Verschueren in 1953. Momenteel wordt het orgel nauwelijks gebruikt, het staat aan de torenkant (dit gedeelte wordt gebruikt voor culturele doeleinden / dorpshuis). Het koorgedeelte van het gebouw is in gebruik als kerk, men maakt daar gebruik van een elektronisch orgel.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur