Handelingen

Garnwerd, Burgemeester Brouwersstraat 3 -Liudgerkerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Sint Ludgerkerk
Genootschap: PKN Ned. Hervormd
Provincie: Groningen
Gemeente: Westerkwartier
Plaats: Garnwerd
Adres: Burg. Brouwerstraat 3
Postcode: 9893PE
Inventarisatienummer: 00753
Jaar ingebruikname: 13e
Architect:
Huidige bestemming: Cultureel centrum
Monument status: Rijksmonument 15559

Geschiedenis

Historische kerk, Toren herbouwd in 1751.

Hervormde kerk en toren op verhoogd, omheind kerkhof. Romanogotisch kerkgebouw, uitwendig vijfzijdig, inwendig halfrond gesloten; de westtoren met zadeldak zou blijkens stichtingssteen in 1651 opgetrokken zijn doch is waarschijnlijk 18de-eeuws evenals de westgevel. In de kerk preekstoel met klankbord, herenbank met snijwerk en banken met knoppen, gesneden 18e-eeuwse tafel. Orgel uit 1809 gemaakt door L. van Dam. In 1834 door Van Dam uitgebreid met een Bovenwerk op balustrade met wapens Lewe-Alberda. 16e-eeuwse zerk. In de toren twee zeer oude zerken. Mechanisch smeedijzeren torenuurwerk, ca. 1640. Buiten gebruik sinds jaren tachtig van de vorige eeuw.

De kerk is eigendom van de Stichting oude Groninger Kerken.

Liudgerkerk

De vermoedelijke patroon van deze laatromaanse zaalkerk op de wierde van het oude dorp ‘Granawurth’ is Sint Liudger. Dit kunnen we afleiden uit het opschrift op de luiklok die tot 1888 in de toren heeft gehangen: SANTUS * LUDGERUS * VOCOR * IOHAN * SCHONENBORCH * GOET * MI * DOE * MEN * SCHREIF * M * CCCCC * ONDE * XX * DAER * BI * LAUS * DEO * (Sint Ludger ben ik geheten * Johannes Schonenborch goot mij in 1520)’ ‘………het Middagsterland rond Garnwerd en Aduard behoorden in de vroege middeleeuwen onder de Usquerder kerk, gesticht door Liudger………De Werdense kerk van Garnwerd zal op dezelfde wijze de moederkerk van Middagsterland zijn geweest. De relatie van de Garnwerder kerk met de abdij van Werden (bij Essen, aan het einde van de 8e eeuw gesticht door Liudger) werd later nog geïllustreerd door haar patroonheilige: ze was eveneens gewijd aan de heilige Liudger.’…(Winsum in de vroege middeleeuwen, Paul Noomen, 2007) Bij de restauratie van 1976 heeft men er voor gekozen, naast de middeleeuwse oorsprong, ook de meer recente bouwgeschiedenis in het zicht te laten. Tot die tijd was de geschiedenis van de kerk afgedekt met lagen pleisterkalk. Na het afpellen hiervan was te zien dat de laatromaanse koorsluiting ergens in de 13e eeuw gebouwd moest zijn. De hoeken van deze vijfzijdige koorsluiting worden gemarkeerd door ronde bakstenen colonetten. De koormuren worden, evenals de andere muren, geschoord door niet al te hoge, wigvormige steunberen. Bij het begin van het koor werd een klein venster met monochroom gebrandschilderd glas teruggevonden. Vroeger liep het kennelijk verder naar onderen door en zal toen wel als een laag venster hebben gediend. Meer naar het westen zien we een rechthoekige nis, misschien een hagioscoop, terwijl bij de toren zich een boog aftekent, die op een vroegere ingang kan wijzen. Daarboven zien we de vage contouren van een oud venster. De grote vensters aan noord- en zuidkant zijn na de hervorming aangebracht. De kerk toont aan de westkant een forse zadeldaktoren uit de 18e eeuw die een oudere toren vervangt. De toren heeft drie geledingen die gescheiden worden door zandstenen waterlijsten. De toren en de daarmee samenhangende westgevel dateren in hun huidige vorm van 1751, zoals de gedenksteen boven de ingang vermeld. De beide delen van de westgevel van de kerk worden van boven afgesloten met (licht detonerende) voluten. Binnen wordt de ruimte gedekt door een houten tongewelf. Ongetwijfeld heeft de kerk oorspronkelijk stenen gewelven gehad. De binnenkant van de koorsluiting is opmerkelijk. Deze is halfrond met hoge, ondiepe spitsboognissen als versiering. Daarbinnen zien we dieper liggende spaarnissen met ronde bogen. Daar de sluiting overwelfd is geweest, lijkt het aannemelijk dat tussen de nissen colonnetten tegen de muur hebben gezeten om de druk van de gewelfribben naar beneden af te voeren. In de toren zien we een grote zerk uit 1538 en een met zonneraderen versierd sarcofaagdeksel van Bremer zandsteen uit de 12e of 13e eeuw. De kansel uit het begin van de 18e eeuw wordt omgeven door een eenvoudig doophek. De herenbank met rococoversieringen komt zonder twijfel uit de late 18e eeuw. De kleine Louis Quatorze avondmaalstafel uit de late 17e eeuw is een juweeltje. Het orgel, dat L. van Dam in 1809 bouwde, werd in 1867 bekroond met allegorische figuren uitgevoerd in gips door van S. van Lekkum. Van links naar rechts worden geloof, hoop en liefde uitgebeeld. Het is in 1987 gerestaureerd door Mense Ruiter, maar het pijpwerk bleef in de toestand van na 1900.

Monumentomschrijving Rijksdienst

N.H.Kerk en toren op verhoogd, omheind kerkhof. Romano-gotisch kerkgebouw, uitwendig vijfzijdig, inwendig halfrond gesloten; de westtoren met zadeldak zou blijkens stichtingssteen in 1651 opgetrokken zijn doch is waarschijnlijk 18e eeuws evenals de westgevel. In de kerk preekstoel met klankbord, herenbank met snijwerk en banken met knoppen, gesneden 18e eeuwse tafel. Orgel uit 1809 gemaakt door L. van Dam. In 1834 door Van Dam uitgebreid met een Bovenwerk op balustrade met wapens Lewe-Alberda. 16e eeuwse zerk. In de toren twee zeer oude zerken. Mechanisch smeedijzeren torenuurwerk, ca. 1640.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur