Handelingen

Goirle, Kerkstraat 1 - St. Jans' Onthoofding

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object: St. Jans' Onthoofding
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Goirle
Plaats: Goirle
Adres: Kerkstraat 1
Postcode: 5051LA
Sonneveld-index: 07563
Jaar ingebruikname: 1897
Architect: Joseph Cuypers (1861 - 1949)
Huidige bestemming: Rooms-Katholieke kerk
Monument status: Rijksmonument 16526



Geschiedenis

Goirle, St. Jan Onthoofding; jk 08-09-2015

Grote neogotische kerk met historische toren.

Rond 1100 stond op deze plaats reeds een eenvoudig bedehuis. In de 15de eeuw werd er een grotere kerk gebouwd waarvan de huidige toren het restant is. De kerk kwam 1639 in handen van de protestanten. Pas in 1809 kregen de katholieken hun godshuis weer terug. Tot die tijd is gebruik gemaakt van een schuurkerk.

In 1896 bouwde architect Joseph Cuypers (1861 - 1949) het huidige neogotische gebouw, waarbij de toren tien meter werd opgetrokken. Het interieur toont een driebeukig schip waarvan de middenbeuk een houten tongewelf heeft. De neo-gotische aankleding wordt gecompleteerd door verschillende kostbaarheden uit de oude kerk.

De drie bestaande parochies in Goirle zijn ingaande 1 januari 2000 één parochie geworden. De Heilige Geestkerk (1966) was toen al gesloten en is inmiddels ook afgebroken. De Maria Boodschapkerk (1940) is inmiddels (2010) ook buiten gebruik. De kerk van Sint Jans' Onthoofding is als de ene parochiekerk voor Goirle overgebleven.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

R.K. Kerk. Neogotische kerk uit 1896-1897 naar ontwerp van Joseph Cuypers (1861 - 1949), verbonden met de gotische, midden 15de eeuwse toren van een voorafgaande kerk. Toren met overhoekse steunberen en veelhoekige, ten dele uitgemetselde traptoren aan de zuidwestzijde, oorspronkelijk bestaande uit drie geledingen, bij de bouw van de huidige kerk met een geleding verhoogd. In de kerk gebrandschilderde glazen met Nieuw Testamentische voorstellingen van atelier Louis van der Essen uit Roermond (1933). Voorts in de noordelijke en zuidelijke zijbeuk resp. vrouwelijke en mannelijke heiligen, vervaardigd door atelier C. van Straten uit Utrecht (1924-1925). In het koor en de koorkapellen enkele ramen van Jan Willemen uit de jaren '50, die niet onder de bescherming vallen. In de inventaris: houten kruisbeeld uit de 15e eeuw, twee biechtstoelen en twee houten beelden in Waterstaatsstijl; 18e of vroeg 19e eeuws schilderij; Onthoofding van Johannes de Doper; neo-gotische preekstoel door H. van der Geld. Grafzerk uit 1635 voor Pastoor Peeter van Dun. Klokkenstoel met gelui bestaande uit twee klokken van Jan Moer, resp. 1552, diam. 111,5 cm en 1547, diam 54,5 cm. en twee moderne klokken. In priesterkoor een klok van W. van den Ghein, 1526, diam. 15,8 cm.

MIP omschrijving

(MIP nummer: RT041-004561)

  • Naam monument: Sint Jan
  • Bouwperiode van: 1400 tot: 1897
  • Gevels en materialen: Toren met overhoekse steunberen en veelhoekige, ten dele uitgemetselde traptorenaan de zuidwestzijde, oorspronkelijk bestaande uit drie geledingen bij de bouwvan de huidige kerk met een geleding verhoogd.
  • Interieur:houten kruisbeeld uit de 15de eeuw, twee biechtstoelen en twee houten beelden in Waterstaatsstijl; 18e- of vroeg 19de eeuwse schilderij: onthoofding van Johannes de Doper; neogotische preekstoel en altaren door H. van der Geld.
  • Bijzonderheden: Neogotische kruiskerk uit 1896-1897 naar ontwerp van Joseph Cuypers (1861 - 1949) verbonden met de gotische, midden 15e eeuwse toren van een voorafgaande kerk.
  • Omschrijving: Langs de kerk staat een zestal opgaande lindes van ca. 150 cm omtrek. De bomenvormen de aanzet van een kerkpad dat verderop door het Leijdal gaat en dijkvormig is verhoogd en beplant met valse acacia's. Hier was de oude trambaan naar Hilvarenbeek.

Monumentomschrijving Pastorie

  • Bouwperiode: 1930
  • Gevels en Materialen: Tweelaags. Twee topgevels. Bakstenen gevel. Aan de rechterzijde een erker.
  • Vensters en Deuren: Ingang onder rondboog en kruisvensters.
  • Dak en Bedekking: Mansardedak.
  • Bijgebouwen: Aan de straatzijde een smeedijzeren sierhek op bakstenen basement. Aan de noordzijde van pastorie loopt een zandpad in de richting van de Leij, deels begrensd door trapsgewijs verlopende bakstenen tuinmuur.
  • Groen: In de pastorietuin staan diverse bomen en heesters waaronder berk, gouden regen, taxus, meidoorn, palmboom.

Orgel

Hoofdorgel

Hoofdorgel

Het hoofdorgel is gebouwd door F.B. Loret als een klaviers orgel met aanhangend pedaal. In 1928 en 1963 is het orgel verbouwd door firma Verschueren. Het orgel is oa voorzien van een 2e klavier en zelfstandig pedaal. De oude kas van Loret werd in 1963 geflankeerd door 2 pedaaltorens.

Koororgel

Het koororgel is gebouwd door gebr. Vermeulen voor de Eerwaarde Broeders van Liefde te Tilburg in 1956. Sinds ongeveer 1985 staat het orgel in Goirle en wordt gebruikt als koororgel.

Externe links

In de media

  • Uit De Groene Amsterdammer, 15 september 2010

Die eeuwige religie Nederland

Hoe God verdwijnt uit Goirle

Er trekt een processie door het Brabantse Goirle. Het zoveelste afscheid van een katholieke kerk. Maar er is hoop. Wellicht wordt er een missiepost van gemaakt. ‘Laat ons nieuwe wegen zoeken. Dat wij niet stil blijven staan.’

Casper Thomas

15 september 2010 – verschenen in nr. 37

GOIRLE, NOORD-BRABANT, zondag 11 juli. Door de hoofdstraat van het dorp in de buurt van Tilburg schrijdt een katholieke processie. Voorop lopen vaandeldragers en tamboers gekleed in uniformen van zwart en rood velours. Het zijn leden van het schuttersgilde Sint Joris dat vaker aanwezig is bij kerkelijk ceremonieel. Schuin op het hoofd dragen ze een zwarte baret, om de borst een sjerp met glimmende onderscheidingen. Ze worden gevolgd door priesters in witte kazuifel, afgezet met goudbrokaat. In de handen dragen zij attributen die horen bij de katholieke eucharistie: de paaskaars, het evangelieboek en de miskelk. Wierookdragers verspreiden een kruidige geur in de straat. Achter in de stoet loopt het kerkvolk. Een enkeling in het nette pak, het merendeel eenvoudiger gekleed in overhemd met spijkerbroek. Wie niet beter weet, zal bij het zien van dit vertoon denken dat de roomse tradities springlevend zijn in het zuiden van Nederland. Het geloof is belangrijk genoeg om een drom mensen op de been te brengen en om de weg voor af te sluiten. De processie komt uit de Kerk van de Heilige Maria Boodschap, de op één na oudste kerk in het dorp. Ze zullen daar niet terugkeren. De Maria Boodschap is zojuist voorgoed gesloten en het kerkzilver en de iconen worden overgebracht naar de Heilige Johannes Onthoofding, de oudste kerk van het dorp, vijfhonderd meter verderop. De parochianen maken zo een symbolische overtocht van de ene kerk naar de andere. De processie, kortom, dient niet ter viering maar als afscheid van een kerk. De feiten zijn bekend: van alle westerse landen ging Nederland voorop in de seculariseringsgolf die in de vorige eeuw aanzwol. Rond 1900 beschouwde bijna honderd procent van de Nederlandse bevolking zichzelf als kerkelijk. Tegen 1960 was dat nog driekwart. Daarna ging het hard: halverwege de jaren tachtig was nog de helft van de Nederlanders naar eigen zeggen lid van een kerk, een percentage dat momenteel tussen de dertig en de veertig ligt, afhankelijk van welk onderzoek je aanhaalt. De katholieke kerk heeft flink te lijden gehad onder deze trend. Cijfers geven is hier lastig. Voor de kerk van Rome geldt het motto ‘eenmaal gedoopt, voor altijd katholiek’. Wie zich later van het geloof afkeert wordt niet uit de statistieken verwijderd. Volgens het Kaski, het religieonderzoekscentrum van de Radboud Universiteit, telde Nederland in 2008 dan ook ruim vier miljoen katholieken. De cijfers van het kerkbezoek geven een beter beeld van de vitaliteit van het roomse geloof: gemiddeld bezoeken driehonderdduizend katholieken de mis op zondag. Deze ontwikkelingen gaan recht tegen de internationale trend in. Volgens de World Christian Database is het aantal mensen dat een van de vier grote religies (christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme) belijdt sinds de jaren zeventig rap gestegen, tot ruim 73 procent in 2005. Ook de katholieke kerk vaart hier wel bij. Overal ter wereld groeit het aantal priesters jaar op jaar - behalve in Europa.

TERUG NAAR GOIRLE. Daar is het sluiten van de Maria Boodschap het laatste bewijs dat de rooms-katholieke gemeenschap steeds verder krimpt. Het sluiten van een kerk is dan ook geen bijzonderheid. De afgelopen vijf jaar zijn ruim honderd katholieke kerken voorgoed gesloten. De verwachting is dat er de komende tien jaar nog eens vierhonderd dicht zullen gaan. Waarom dan specifiek Goirle met zijn Maria Boodschap? De reden is dat ik een persoonlijke band heb met deze kerk. Mijn ouders zijn er getrouwd, mijn grootouders liggen begraven op het belendende kerkhof. Mijn grootvader was jarenlang actief in het kerkbestuur. Met Oudjaar ging ik met hem mee naar de avondmis waar naast de gebruikelijke kyriën en gloria’s ‘Lang zal hij leven’ werd gezongen: de pastoor was jarig op 31 december. Het was de enige kerk die ik regelmatig van binnen zag. Bij Kerst en Pasen hoorde een bezoek aan de Maria Boodschap, veel verder ging mijn kerkgang niet. De kerk in kwestie is een rijksmonument in de stijl van de Delftse school: robuuste vormen, weinig versiering, massief opgetrokken in bruin-rode baksteen. Het Museum Boijmans Van Beuningen is het bekendste visitekaartje van deze stroming. De Maria Boodschap werd gebouwd in 1939. In die tijd waren de vooruitzichten voor een katholieke kerk in Brabant gunstig. De textielindustrie draaide nog op volle kracht. Vanwege de vraag naar arbeid groeide de bevolking van het dorp. Om onderdak te kunnen geven aan deze nieuwe zielen kon Goirle een tweede parochie dus goed gebruiken. Van de textielproductie is tegenwoordig niet veel meer over. De meeste fabrieken zijn gesloten. De villa’s van de textielfamilies aan de rand van het dorp herinneren nog aan de industrie die Goirle welvaart bracht. Ook van de andere levensbron van Brabant, de landbouw, is nog weinig zichtbaar. De akkers rond het dorp zijn volgebouwd met nieuwbouwwijken en industrieterreinen. Met het verdwijnen van de textielindustrie en de boerenstand liep ook het kerkbezoek terug. Op het hoogtepunt zaten er voor elke van de drie zondagsmissen vijfhonderd kerkgangers in de banken van de Maria Boodschap. Op het laatst kwamen er nog 150 gelovigen per weekend. Nog een illustratie: de laatste pastoor hield tijdens zijn carrière twee begrafenissen op elke doop. Een vervangingscijfer waarop een kerkgemeenschap niet kan teren. Tien jaar geleden voorzag het bisdom dat het niet langer zinvol zou zijn twee kerken open te houden in Goirle. De Maria Boodschap moest daarom, in officiële bewoordingen, ‘aan de eredienst worden onttrokken’.

WAT KOMT daarbij kijken, bij het sluiten van een kerk? Wat betekent het voor de parochianen? Het parochiebestuur benadert de kwestie overwegend zakelijk. Natuurlijk vinden ze het jammer dat de Maria Boodschap dicht moet. Tegelijkertijd zijn ze, naar eigen zeggen, ‘rationeel’. De kosten waren simpelweg te hoog om de kerk nog langer open te houden. Ze zijn vroeg begonnen met de sluiting voor te bereiden. De datum werd zo vastgesteld dat alle feesten op de katholieke kalender nog één keer gevierd konden worden. In de opmaat naar de sluiting werden de parochies van de Maria Boodschap en de Sint Jan alvast samengevoegd tot één grote parochie Goirle. De pastoor van de Maria Boodschap koos ervoor de sluiting niet af te wachten en vertrok kort na de paasmis. Om de laatste hoogmis van de kerk zo stemmig mogelijk te laten verlopen, werd geput uit eerdere ervaringen. Martin van Zutphen, de 69-jarige pastoor die voor enkele jaren aan het hoofd van de parochie werd gezet, had eerder een kerk in Waalwijk gesloten. Ook daar werd een processie gehouden om de kerkgemeenschap nog eenmaal in vol ornaat bijeen te brengen. Een rondgang langs verschillende parochianen laat zien dat het verlies van een kerk zwaar kan vallen. Iedereen komt met een vergelijkbaar verhaal: ze gingen als kind naar de Maria Boodschap, ze deden er communie en trouwden er. Dat ze nu niet meer daar die kerk kunnen gaan op de momenten dat daar behoefte aan is, doet verdriet. Een enkeling wil daarom ook niet naar de afscheidsmis. ‘Alsof je je eigen begrafenis bijwoont.’ Een voormalig acoliet van de Maria Boodschap is bijzonder aangedaan: ‘Ik ben jarenlang betrokken geweest bij de kerk en de pastoor was een persoonlijke vriend. Wat we hier meemaken is dat het rijke roomse leven in rap tempo verdwijnt. Het sluiten van de kerk is een pijnlijke gebeurtenis die velen met afschuw vervult. Er wordt wel gezegd dat we naar de andere kerk kunnen gaan, maar veel parochianen hebben geen enkele binding met de Sint Jan.’ Zelf zal hij in ieder geval niet naar deze kerk verhuizen. De reden: de liturgiegroep van de Sint Jan werkt heel anders dan die van de Maria Boodschap.

DE AFSCHEIDSMIS is samengesteld om dit soort bezwaren weg te nemen. Pastoor Van Zutphen haalt Jesaja 43 aan: ‘Klampt u niet vast aan wat vroeger gebeurd is en geeft niet al uw aandacht aan wat eens is geschied; zie, iets nieuws ga Ik maken.’ De verzameling kerkgangers die deze woorden aanhoort is klein en overwegend grijs. Samen bidden ze: ‘Laat ons nieuwe wegen zoeken, maak ons open voor uw werkzaamheid in deze tijd, dat wij niet stil blijven staan bij wat voorbij is.’ Ook de liederen staan in het teken van afscheid nemen en opnieuw beginnen. ‘Wij wonen overal even thuis’, zingt de gemeenschap. Als we halverwege het misboekje zijn, wordt de plechtigheid in de Maria Boodschap onderbroken voor de processie naar de Sint Jan. Daar zal ter communie worden gegaan en zal de afscheidsmis besloten worden. We ontvangen instructies over waar we in de stoet moeten lopen. Wie wil mag een icoon van de Maria Boodschap overdragen naar de andere kerk. Even later bevind ik me midden in de stoet. Het voelt wat vreemd. Ik ben een gelegenheidskatholiek en zichtbaar onderdeel zijn van zo'n ritueel maakt me nogal zelfbewust. Bovendien vormt de stoet een curieus contrast met zijn omgeving. Vóór mij lopen priesters en gildebroeders - gekleed alsof er in een eeuw tijd niets veranderd is. Als ik naar links en naar rechts kijk, is die illusie gauw vervlogen: supermarkten, elektronicazaken en de wereldwinkel liggen langs de processieroute. Mijn medegangers lijken minder last te hebben van dit soort indrukken. Tijdens het lopen wordt er rustig gekletst over voetbal en het weer. Aangekomen bij de Sint Jan blijkt het kerkgezelschap enigszins geslonken te zijn. Sommige Maria Boodschap-gangers hebben inderdaad niet de behoefte om van kerk te wisselen. Na afloop van de dienst is er een koffietafel en daarmee is de sluiting van de Maria Boodschap een feit. De sfeer is niet bijzonder droevig: er wordt levendig gepraat, er worden grappen gemaakt en schalen met gebak gaan rond. De koster van de Maria Boodschap vat het gevoel van de overgebleven parochianen samen: ‘Ik heb zojuist de kerk voor het laatst op slot gedraaid, dat doet even pijn, maar je kunt er niks tegen doen. Nu gaan we gewoon hier naar de kerk.’ Het gilde dat de processie heeft begeleid vertrekt naar het café en de kerk loopt langzaam leeg.

WELLICHT KAN de berusting waarmee de Goirlenaren het verdwijnen van hun kerk ondergaan worden verklaard uit de geschiedenis van het dorp. Het is niet de eerste keer dat er een kerk dichtging. Eind jaren negentig sloot de Heilige Geest, de derde kerk die Goirle ooit telde. Tijdens de bouw halverwege de jaren zestig was het nog onduidelijk of er een sporthal of een kerk zou komen. Uiteindelijk werd voor het laatste gekozen, maar de Heilige Geest raakte de bijnaam sporthalkerk nooit kwijt. Achteraf bleek het de verkeerde keus. De ontkerkelijking had al duidelijk ingezet: het kerkbezoek in deze parochie kwam nooit boven de 43 procent uit. Na een periode van verdere leegloop werd de Heilige Geest weer afgebroken. De parochianen werden verdeeld tussen de Maria Boodschap en de Sint Jan. De pastoor vond onderdak bij een broederorde in Tilburg. Wel bleef hij de mis verzorgen voor hen die niet naar een andere kerk konden of wilden gaan. Elke zaterdagavond houdt hij een bescheiden viering in de aula van het woonzorgcentrum De Gulden Akker, op vijftig meter afstand van de lege plek waar de kerk ooit stond. Hij wordt bijgestaan door zijn toenmalige koster, de heer De Kort, die een appartement boven het complex bewoont. De flat is ingericht als een museum. Er staan oude kerkbanken, de ramen zijn glas-in-lood. De ruimte is verder gevuld met kandelaars en andere kerkobjecten: collectezakken, lantarens en wierookvaten. De spullen zijn bijeengesprokkeld op rommelmarkten waar in de jaren zestig en zeventig kerkboedel voor weinig geld te koop lag. Met veel enthousiasme voert hij mij langs zijn verzameling, druk gebarend en mij van het ene icoon naar het andere kruis slepend. Op uitnodiging van de koster woon ik ook de mis in De Gulden Akker bij om hem in actie te zien. Opgesteld achter de pastoor zorgt hij ervoor dat de viering soepel verloopt. De Kort heeft dezelfde luchtige zomerkleding aan als eerder die dag, maar draagt voor de gelegenheid wel een das. Hij ontsteekt kaarsen, geeft de miskelk aan en deelt hosties uit. Zijn andere taak is het verzorgen van de muziek bij de liederen, zacht gezongen door het handjevol aanwezigen. De geïmproviseerde kerk heeft geen orgel. De muziek komt uit een oude cassettespeler, die een krakerig orgelgeluid voortbrengt. Ook deze mis staat in het teken van het sluiten van de Maria Boodschap. De pastoor bidt dat de parochianen een warm nieuw onderdak wordt geboden in de Sint Jan. Na de communie is er een heuglijke mededeling. De bezoekers van de mis in het zorgcentrum zullen snel verlost zijn van hun primitieve muziekvoorziening: ze erven de geluidsinstallatie van de Maria Boodschap.

ENKELE WEKEN later keer ik terug naar Goirle. In de ontvangstkamer van de pastorie spreek ik met pastoor Van Zutphen. Hij kijkt met voldoening terug op het verloop van de sluiting. De overgebleven Sint Jan zit nu voller dan gebruikelijk. Veel parochianen waren tevreden met de processie, rapporteert hij. Ook zijn ze blij eindelijk weer een gezongen hoogmis bij te kunnen wonen. De Maria Boodschap had de laatste maanden geen eigen koor meer, aldus Van Zutphen. De vrijwilligers van de gesloten kerk hebben zich nog niet massaal bij hem gemeld, maar als ze eenmaal gewend zijn aan hun nieuwe godshuis komt dat vanzelf, hoopt de pastoor. De belangrijkste kwestie die de parochie nu moet oplossen is de herbestemming van de Maria Boodschap. De mogelijkheden daarvoor zijn beperkt: aan een rijksmonument mag weinig vertimmerd worden. In ieder geval moet het gebouw volgens Van Zutphen een passende functie krijgen. Een discotheek of moskee is uitgesloten. Wel zijn er verschillende opvattingen over hoe het gebouw van de hand te doen. Het parochiebestuur wil de Maria Boodschap het liefst verkopen: ze kunnen het geld goed gebruiken om de overgebleven kerk draaiende te houden. Het bisdom stuurt echter aan op erfpacht. Dan kunnen ze het gebouw weer terugnemen als dat ooit nodig is. Blijkbaar is de hoop op een heropleving van het katholieke geloof in Goirle nog niet verdwenen. Halverwege ons gesprek gaat de telefoon. Van Zutphen staat de beller in het Engels te woord. Het telefoontje blijkt uit de pastorie van de gesloten Maria Boodschap te komen. Daar wonen sinds kort vier zusters van Pro Sanctitate, een beweging die de verspreiding van het katholieke geloof beijvert en missiewerk verricht in onder meer de Verenigde Staten, India en Letland. Pro Sanctitate heeft Goirle uitgekozen als Nederlandse missiepost. De zusters hebben Van Zutphen nodig om de deur van de Maria Boodschap te openen. Ze zullen daar een altaar en wat kerkbanken weghalen om hun nieuwe kapel mee in te richten. Er is haast bij: over een paar dagen komt de bisschop om de gebedsruimte in te zegenen.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Orgels

Hoofdorgel
Koororgel

Glas-in-loodramen