Handelingen

Grave, Arnoud van Gelderweg - Mariakapel

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object: Mariakapel
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Grave
Plaats: Grave
Adres: Arnoud van Gelderweg
Postcode:
Inventarisatienummer:
Jaar ingebruikname: 1947
Architect:
Huidige bestemming: kapel
Monument status: Gemeentelijk monument

Geschiedenis

Kapel Maria Hoge Hertogin van Brabant.

Een op een podium van drie treden gebouwde, aan drie zijden open gewerkte bakstenen Mariakapel uit 1946-1947 op een vierkant grondvlak met leien spits (zogenaamde ciborium-opzet) met onder de luifel met gewelf een altaar met een tufstenen beeld van Maria met Kind en een schildering met opschrift HERTOGIN VAN BRABANT B.V.O. .

De kapel is tot stand gekomen na de uitzending via radio Herrijzend Nederland van het openingslof van de meimaand vanuit de kathedrale basiliek Sint Jan te Den Bosch op 30 april 1946. Tijdens dit lof preekte kapelaan Hermus van de Sint Antonius over de Lieve Vrouw die in het westen van Brabant waakte aan de Moerdijk en over de Zoete Lieve Vrouw die vanuit de Sint Jan over het midden van Brabant Haar Moederzorgen spreidt. De preek werd gehoord door vele Brabanders, waaronder een blinde frater van het Sint Henricus Instituut en de eveneens in Grave woonachtige voorzitter P. Pennings van de Graafse afdeling van de Katholieke Arbeiders Beweging (KAB). Beide trokken los van elkaar de conclusie dat de lijn via Moerdijk in het westen en Den Bosch in het midden moest worden doorgezet naar Grave in het oosten en dat ook in Grave een Mariabeeld moest komen. Door de bouw van de Maasbrug in 1929 was Grave geworden tot de oostelijke Poort van Brabant en Maria zou dan langs deze entree haar plaats moeten krijgen. Op 9 mei 1946 werd in de Graafse Courant het bericht afgedrukt dat de ledenvergadering van het KAB besloten had om langs de Rijksweg een kapelletje te bouwen ter ere van de Hoge Hertoginne van Brabant. Daarop nam de blinde pater contact op met het KAB en werd de opzet verruimd; de kapel zou een kapel van heel Brabant worden, meer monumentaal en duidelijk getuigend van de titel waaronder Maria geëerd zou gaan worden, namelijk als Hoge Hertogin van Brabant.

Voor het ontwerp van de kapel werd de Bossche architect F.C.W. Schütz aangetrokken die in deze regio eerder verantwoordelijk was geweest voor de bouw van de nieuwe kerk en enige huizen in het door oorlogsgeweld geteisterde Niftrik. De kapel van Schütz moest een overhuiving worden van het beeld dat door de bekende beeldhouwer Peter Roovers zou worden vervaardigd. Volgens de overlevering maakte Roovers het beeld uit een blok tufsteen die door Duitsers naar Nederland was vervoerd om er een monument van de overwinning uit te maken. Voor de gestileerde muurschildering die als achtergrond van het beeld zou gaan dienen en waarop de titel “Hertogin van Brabant B.V.O.” werd weergegeven, schakelde men de Bossche kunstenaar Marius de Leeuw in. Op Hemelvaartsdag 1947 werd de kapel ingezegend door Mgr. W. Mutsaerts, bisschop van Den Bosch onder grote belangstelling en in bijzijn van onder meer de toenmalige Commissaris der Koningin prof. Dr. J.E. de Quaij, afgevaardigden van de Diocesane KAB, deken Goosens van de Graafse Sint Elisabethparochie, de K.A., het Brabantse Studentengilden en vanzelfsprekend ook de vereniging Brabantia Nostra. Brabantia Nostra was een beweging met een eigen tijdschrift, die al voor de Tweede Wereldoorlog was opgericht en zich inzette voor behoud van het streekeigene en het weer op de culturele kaart van Nederland zetten van de lang achtergestelde provincie Brabant. Daarbinnen speelde het Rijke Roomse leven een alles bepalende rol. Intellectueel knooppunt van de beweging was Tilburg met haar katholieke leergangen. Het spreekt vanzelf dat deze vereniging zich goed kon vinden in de stichting van de Graafse Mariakapel, die duidelijk maakte aan reizigers vanuit het noorden dat men hier Brabant betrad, het gewest waar men Maria vurig vereerde. Rector Bekkers, diocesaan directeur van de Katholieke Actie hield voorafgaande aan de inzegening de openingsrede in de namiddag van 15 mei 1947. In zijn rede sprak Bekkers enigszins in de geest van Brabantia Nostra de hoop uit “dat Maria in de kapel aan de Oostelijke toegangspoort tot Brabant er voor moge waken dat vreemde ideologieën buiten de grenzen van dit goede land worden gehouden”. Hoewel deze wens in onze ogen racistisch overkomt, was het zeker niet als zodanig bedoeld. Brabantia Nostra wees, hoewel men net als het rechts-radicalisme was geworteld in een romantisch-conservatief gedachtegoed, dan ook rassenhaat en totalitaire staatsmacht af. Brabant kwam inderdaad na de oorlog uit haar isolement en werd een welvarend gewest. De impact van Brabantia Nostra nam daarbij al snel na de oorlog af, mede door de ten gevolge van de bevrijding blijvende Anglo-Amerikaanse invloed en het denken in een bredere context na de oprichting van de Benelux en EEG. Mede hierdoor slaagde Maria niet in de opzet van Bekkers om de ‘vreemde ideologieën’ buiten te houden. Sterker nog, het gewest werd mede weer opgebouwd en versterkt mede met hulp van mensen komend van buiten Brabant, vaak met een eigen geloof en achtergrond, die niet als zuiver Brabants gekenschetst konden worden. Thans maakt de provincie dan ook volledig deel uit van Multiculturele Samenleving die Nederland is geworden, echter zonder haar eigenheid geheel te zijn verloren. Tot deze eigenheid behoren ook de vele uitingen van het katholieke leven, waar naast de kerken en de kloosters ook de vele langs wegen en in bossen aanwezige veld- en wegkapellen, waarvan de kapel in Grave een belangrijk voorbeeld is. De Graafse kapel is sindsdien altijd goed verzorgd, maar stond in 2001 bloot aan vandalisme, waarbij Maria werd onthoofd. Kort daarop in 2002 is het beeld weer vakkundig hersteld en herplaatst.

MIP omschrijving

  • Bouwstijl: Traditionalisme
  • Bouwperiode: 1955
  • Gevels en materialen: Bakssteen met drie rondboogopeningen.
  • Dak en bedekking: Tentdak.

Externe links

De kerk op Wikipedia

Afbeeldingen