Handelingen

Haaren, Raamse Akkers 15 - Kerk Groot Seminarie

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object:
Genootschap:
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Haaren
Plaats: Haaren
Adres: Raamse Akkers 15 (oud: Rijksweg 5)
Postcode: 5076PC
Inventarisatienummer: 7593
Jaar ingebruikname:
Architect: H. Essens, Oisterwijk
M.J. Granpré-Molière (kapel)
Huidige bestemming: buiten gebruik
Monument status: Rijksmonument 517016



Geschiedenis

Haaren, Groot Seminarie; jk 01-10-2012

Architectonisch uiterst belangrijk kerkgebouw in een ouder complex.

Rond 1600 was de priesteropleiding van het bisdom in de stad ’s-Hertogenbosch gehuisvest. Na 1629 verdween de opleiding naar Leuven om pas in 1798 weer terug te komen. Al snel verdreef wateroverlast het Bossche seminarie naar Herlaar in Sint-Michielsgestel, waar de opleiding tot 1833 onderdak vond. Ruimtenood dwong de Apostolisch Vicaris op zoek te gaan naar een nieuwe locatie, die hij vond in Haaren.

Op 12 april 1835 gaf Koning Willem I toestemming voor de bouw van het nieuwe seminarie. Het gebouw werd ontworpen door architect H. Essens uit Oisterwijk. Op 30 juni 1836 is de eerste steen gelegd en ruim drie jaar later, op 16 juli 1839, kon het gebouw in gebruik genomen worden.

In de loop van de tijd is veel verbouwd en bijgebouwd. De zijvleugels werden verlengd, er kwam een bibliotheek en een klooster voor de zusters.

De oorspronkelijke kapel werd in 1939 vervangen door de monumentale kapel van de bekende architect M.J. Granpré-Molière.

Op 8 september 1941 werd het gebouw door Duitse bezetter gevorderd. De bewoners verhuisden naar elders. Het complex werd tot september 1944 gebruikt als gijzelaars- en gevangenenkamp. Na de bevrijding nam het Brits-Canadese Hoofdkwartier het gebouw in gebruik, later gevolgd door de U.N.R.R.A., een Internationale Hulporganisatie van de Verenigde Naties.

Op 8 maart 1946 kon het gebouw weer als seminarie in gebruik genomen worden. Als gevolg van kerkelijke vernieuwingen en gebrek aan priesterroepingen moest het gebouw in 1967 voor opleidingen worden afgesloten. De studenten maakten plaats voor geestelijk gehandicapten.

  • Anno 2012 staat het complex te verpauperen en wacht op een herontwikkeling.
  • Begin 2019 is geen duidelijke informatie te vinden over enige herontwikkeling.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

jk 01-10-2012

Kapel

Inleiding

De noord-zuid gerichte KERK is gelegen op het zuidelijke terreingedeelte van het voormalige seminarie en verbindt de twee achterste vleugels hiervan door een lange tusssengang van één bouwlaag van waaruit toegang verkregen kan worden tot het atrium van de kerk dat wordt geflankeerd door twee kleine éénlaags gebouwtjes onder een met leien gedekt zadeldak. De tussen 1936 en 1940 ontworpen en in vormen van de Delftse School opgetrokken kerk, werd gebouwd als bidkapel voor de leerlingen van het Groot-Seminarie en kwam op de plaats van een voorganger in Waterstaatsstijl uit 1836.

Omschrijving

De kerk is een driebeukige bakstenen kruisbasiliek met een tweedelige opstand (arcade en lichtbeuk). Elk van de drie traveeën van het schip is overwelfd met een stenen koepelgewelf. De lichtbeuk wordt ondersteund door forse gemetselde luchtbogen. Tegen de zijschepen zijn teniet lopende gemetselde steunberen geplaatst. De kerk heeft twee, relatief lage, facadetorens op de hoeken, een grote en markante vieringstoren op rechthoekige grondslag en twee lage traptorentjes die de halfronde apsis flankeren. Het schip van de kerk heeft een zadeldak met maasgedekte leien; de zijbeuken elk een lessenaardak met maasgedekte leien.

Tegen het transept en koor aan bevinden zich aan beide zijden aanbouwen die onder andere als sacristie hebben gediend. De noordwand van de kerk heeft een roosvenster met bakstenen en natuurstenen traceringen in de vorm van een zeshoekige ster. Naast het roosvenster zijn grote natuurstenen reliëfs aangebracht; wellicht wapens van de Bossche bisschoppen. Hierboven bevindt zich een fries van acht blindnissen.

Het meest opvallende element van de kerk is de massieve vieringstoren met vier achthoekige, overhoeks geplaatste, arkeltorentjes. Deze heeft een duidelijk donjon-achtig silhouet en mag waarschijnlijk als een burchtmetafoor opgevat worden. Hoewel de kerk een traditionele baksteenbouw lijkt te zijn, is intern veel gebruik gemaakt van beton bij onder andere de skeletten van de torens. Via een hoog, rechthoekig atrium wordt toegang verkregen tot het schip van de kerk. Het atrium heeft wanden van schoon metselwerk en is overwelfd met dwarsgeplaatste bakstenen troggewelfjes op zware moerbalken met sleutelstukken en natuurstenen korbelen. De vloer met optrede is betegeld met natuurstenen plavuizen. In het atrium bevindt zich een witmarmeren wijwaterbekken. De ingang van het kerkschip wordt gevormd door een met een segmentboog overtoogde vleugeldeur met geometrische sierbetimmering. Hierboven is in de vorm van een medaillon een kleurig mozaïek met Maria en Christuskind aangebracht. Het atrium wordt aan de noordzijde tegen de tussengang aan geflankeerd door twee kleine bijgebouwtjes. Beide hebben een rechthoekige grondslag, muren in schoon metselwerk en een zadeldak. De gebouwtjes dienden onder andere als ruimte voor een pastor.

De driebeukige basilikale kerk heeft een tweedelige opstand; een rondboog arcade op pijlers en een lichtbeuk met telkens twee gekoppelde segmentboogvensters. De traveeën hebben een vierkante grondslag en elk een apart gemetseld koepelgewelf. Ze worden van elkaar gescheiden door forse bakstenen gordelbogen. Aan de binnenzijde hebben de pijlers steeds een colonnet met een gecanneleerd natuurstenen kapiteel. Tegen de noordwand aan bevindt zich en forse orgel/koor-tribune die in het schip gedragen wordt door natuurstenen bundelpijlers. Het schip heeft ondiepe transeptarmen met zijkapelletjes. Het verhoogde koorgedeelte heeft een vloer met vierkante grijze marmeren plavuizen met incrustatiewerk van wit en rood marmer.

In de transepten is met veelkleurige marmeren zuiltjes en figuratieve witmarmeren kapitelen met een recht gesloten bovenwerk met siermetselwerk een soort doorlopende arcade voor de smalle kooromgang gerealiseerd. In het koor wordt deze omgevormd tot een arcade van steeds alternerend een stenen pijler en een marmeren zuiltje.

In het koor zijn op de kapitelen instrumenten bespelende engelen afgebeeld. Het metselwerk van de arcade is ajour behandeld en is rijkelijk verlevendigd met natuurstenen blokken ter decoratie. Het veelkleurig glas-in-lood in de halfronde apsis dateert uit 1939, is een ontwerp van H. Koolen, de uitvoerder was G. Mesteron. Voorgesteld zijn onder andere de H. Carolus Borromeus, de H. Drie- eenheid en de H. Franciscus van Sales.

De kerk heeft aan weerszijden van het koor enkele grote en kleine bijgebouwen die alle uit de bouwtijd dateren en in detaillering zijn afgeleid van de hoofdvormen van de kerk. Wat afwerking en detaillering betreft is de meeste aandacht uitgegaan naar de sacristie. Deze heeft een voorhal waarin een zware kluis en een witmarmeren wastafel zijn verwerkt. De sacristie zelf heeft een parketvloer en een houten segmentbooggewelf met daarin onderspannen houten moerbalken met een x-vormig dubbel houten schijnwindverband aan de bovenzijde.

Hoewel de kerk op het eerste gezicht slechts sober geornamenteerd lijkt te zijn, blijkt bij nadere beschouwing dat met name de veelkleurige marmeren zuilen en kapitelen met figuratieve voorstellingen die zich bij de ondiepe transepten en de kooromgang bevinden en diverse onderdelen van het kerkmeubilair zoals het marmeren hoofdaltaar, de marmeren wastafel, het marmeren wijwaterbekken en de smeedijzeren luchters en gehengen van een hoogwaardige architectonische en kunsthistorische kwaliteit zijn. Orgel en orgelkas zijn niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg.

Aan de buitenzijde van de kerk zijn aan de oost- en westwand hardstenen gedenkplaquettes aangebracht die de eerste-steenlegging van zowel de oude als de nieuwe kapel memoreren. Ook is er nog een gedenksteen uit de bouwtijd.

Waardering
  • De kerk op het terrein van het voormalige Groot-Seminarie te Haaren, tegenwoordig Haarendael, is van algemeen belang.
  • Het gebouw heeft cultuurhistorische waarden als bijzondere uitdrukking van geestelijke en typologische ontwikkelingen.
  • Aan het gebouwencomplex zijn de opkomst, bloei en het verval van de priesteropleidingen in Nederland goed af te lezen.
  • Het heeft architectuurhistorische waarden vanwege het belang van genoemde objecten binnen het oeuvre van de hoogleraar/architect M.J. Granpré-Molière en vanwege de gebruikte rijke marmerdecoratie en ornamentiek in de kerk.
  • Ensemblewaarden vanwege de situering verbonden met de ontwikkeling van het steeds uitgebreide gebouwencomplex van het voormalige Groot-Seminarie.
  • Het is van belang vanwege de structurele en visuele gaafheid in relatie tot de landschappelijke omgeving en vanwege de hoogwaardige architectonische kwaliteit van de samenstellende onderdelen.
  • Het heeft zeldzaamheidswaarde vanwege de architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid van een dergelijk voormalig Groot-Seminarie.

Poortgebouw

Poortgebouw; jk 01-10-2012
Inleiding

De oost-west lopende tussengang met centraal geplaatst POORTGEBOUW vormt de verbinding tussen twee oudere vleugels van het Grootseminarie. De gang is tussen 1936 en 1940 gelijktijdig met de kerk geconstrueerd en is opgetrokken in dezelfde traditionele vormgeving van de Delftse School. Interessant zijn de schilderingen die tegen het houten gewelf zijn aangebracht.

Omschrijving

Langgerekt bouwlichaam op een rechthoekige grondslag met in het midden een poortuitbouw. De muren van dit éénlaags gedeelte zijn opgetrokken in schoon metselwerk. Het geheel is overdekt door een zadeldak met maasgedekte leien. Intern is de vloer van de gang betegeld met grote vierkante plavuizen, heeft wanden in schoon metselwerk en is overwelfd met een houten segmentbooggewelf met houten gordelbogen. Bij deze bogen en in de hoeken zijn polychrome schilderingen aangebracht die religieus in thematiek zijn. De schilderingen zijn inmiddels sterk vervaagd. De lichttoetreding in de gang wordt verzorgd door smalle, hoge rondboogvensters. De tussengang heeft in het midden, middels een grote segmentboogpoort, een uitgang naar de binnentuin van het seminarie en naar het zuiden toe een naar het rechthoekige atrium van de kerk. Deze ingangspartij is hoger opgebouwd dan de tussengang en sluit middels een dwars zadeldak aan op het atrium van de kerk.

Waardering
  • Het poortgebouw met gang op het terrein van het voormalige Grootseminarie te Haaren, tegenwoordig Haarendael, is van algemeen belang.
  • Het gebouw heeft cultuurhistorische waarden als bijzondere uitdrukking van geestelijke en typologische ontwikkelingen.
  • Aan het gebouwencomplex zijn de opkomst, bloei en het verval van de priesteropleidingen in Nederland goed af te lezen.
  • Het heeft architectuurhistorische waarden vanwege het belang van genoemde objecten binnen het oeuvre van de hoogleraar/architect M.J. Granpré-Molière.
  • Ensemblewaarden vanwege de situering verbonden met de ontwikkeling van het steeds uitgebreide gebouwencomplex van het voormalige Grootseminarie.
  • Het is van belang vanwege de structurele en visuele gaafheid in relatie tot de landschappelijke omgeving en vanwege de hoogwaardige architectonische kwaliteit van de samenstellende onderdelen.
  • Het heeft zeldzaamheidswaarde vanwege de architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid van een dergelijk voormalig Grootseminarie

Afbeeldingen

Interieur

Toegangspoort