Steun Reliwiki!
Voor de hosting en het onderhoud van deze site die gerund wordt door vrijwilligers is geld nodig. Ondersteun RELIWIKI met uw bijdrage op NL86 TRIO 0198 3859 94 (Triodos Bank), t.n.v. de stichting Reliwiki. Uw schenking is fiscaal aftrekbaar. Doe het vandaag nog en houdt Reliwiki en al haar data toegankelijk voor iedereen!

Uit het nieuws:


 Handelingen

Haarlem, Kloppersingel 55 - Koningkerk (1927 - 2003)

Uit Reliwiki



Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Koningkerk
Genootschap: Gereformeerde Kerken in Nederland
Provincie: Noord-Holland
Gemeente: Haarlem
Plaats: Haarlem
Adres: Kloppersingel 57
Postcode: 2021CR
Inventarisatienummer: 05461
Jaar ingebruikname: 1927
Architect: Boeyinga, B.T.
Huidige bestemming: door brand verwoest
Monument status: was Rijksmonument


Geschiedenis

Architectonisch buitengewoon belangrijk kerkgebouw. Als Gereformeerde Kerk buiten gebruik 1987, Daarna in gebruik bij Evangelie Gemeente als Zuiderkapel. Door brand verwoest 23 maart 2003.

Architect

In het Algemeen Handelsblad van 12-12-1926 is over de kerk het volgende te lezen: "Prof. H.H. Kuyper betoogt in "De Heraut" dat het calvinisme altijd vrees heeft gekoesterd voor menschenverheerlijking en dat het dan ook maar beter zou zijn wanneer de heer Boeijinga, de architect van het nieuwe gebouw der Geref. kerk te Haarlem, de "gestilleerde koppen" van dr. A. Kuyper Sr., prof. Bavinck, prof. Rutgers e.a. weer zou willen verwijderen..... Ook van dr. A. Kuyper is het bekend genoeg, hoe hij van zulke beelden, standbeelden of wat dan ook, afkeerig was".

Berend Tobia Boeijinga, geb. Noord Scharwoude 27-3-1886, overleden Amsterdam 6-11-1969. is ook de architect van een kerkgebouw met woningen in de Waalstraat in Amsterdam (De Telegraaf van 30-1-1935) van de laboratoria van de Vrije Universiteit in de Lairessestraat in Amsterdam (Algemeen Handelsblad van 17-3-1931). Ook heeft hij in 1926 een ontwerp gemaakt voor een Van Heutz-monument in Weltevreden in Nederlands-Indië. De maquette werd van 2 tot 14 december 1926 tentoongesteld in "Arti et Amicitiae" in Amsterdam (Foto in de Leeuwarder Courant van 2-12-1926).

Brand

De kerk aan de Kloppersingel brandde in 2003 volledig af. Onderzoek toonde aan dat de brand niet was aangestoken. De politie gaat uit van een technische oorzaak, ontstaan onder de vloer van de kerkzaal. De drie brandweermannen Ben Hannenberg, Renz Knipper en Douwe van Kooten werden bedolven onder een muur die instortte en overleden ter plaatse. Op de plek werd een nieuwe kerk gebouwd, die in januari 2007 in gebruik werd genomen. Bij die kerk kwam een herdenkingsteken met een bord met de namen van de omgekomen brandweerlieden. Na het noodlottige ongeluk werd een onderzoek ingesteld, vooral om te leren van wat er mis ging. In het rapport dat daarna uitkwam stond onder meer dat de brandweerlieden niet genoeg op de hoogte waren van de grote risico's toen de kerk al volledig in brand stond. Daarnaast had de brandweer het pand moeten opgeven en gecontroleerd laten uitbranden, want de kerk was op dat moment al niet meer te redden. In het rapport werden geen schuldigen aangewezen. De brand en de nasleep heeft op veel mensen in de provinciehoofdstad diepe indruk gemaakt. Veel Haarlemmers herinneren zich nog altijd goed wat zich die bewuste avond heeft afgespeeld. In 2013, exact 10 jaar na de brand, was er een grote herdenking.

Beschrijving RACM

Naar ontwerp van B.T. Boeyinga in de jaren 1926-1927 gebouwde KERK in geprononceerde stedebouwkundige situering aan de noordzijde van de Kloppersingel. Doordat de kerk op de kop van twee straatwanden staat (Kloppersingel en Zocherstraat) is het gebouw alleen aan de noord-, oost- en zuidzijde vrijstaand. De westzijde is blind. De kerk, die sinds 1960 de naam Koningskerk draagt, verrees in opdracht van de Gereformeerde Kerk van Haarlem, die het bedehuis enige jaren geleden verkocht aan de Evangelische Gemeenschap Zuiderkapel. Het expressionistische karakter van dit 'Gesamtkunstwerk', waarin architectuur, sculptuur (T. van Reijn) en glas-in-loodkunst (N. Schrier) deel uitmaken van het ontwerp, is stilistisch verwant aan de bouwstijl van de Amsterdamse School.

Op symmetrisch waaiervormig grondplan gebouwde kerk onder steil opgaande kap, samengesteld uit elkaar snijdende, geknikte en laag komende leigedekte zadeldaken, centraal bekroond door een vierkante dakruiter, die overhoeks is geplaatst ten opzichte van de twee hoogste en elkaar in een hoek van negentig graden kruisende noklijnen.

De bouwmassa bestaat uit een rechthoekig oost-west gericht hoofdvolume, de hoofdbeuk, met aan weerszijden twee lage haaks hierop staande volumen zodanig dat een T-vorm ontstaat. Diagonaal op de binnenhoeken van de T staan twee, op de hoeken afgeschuinde volumen, die ook qua formaat tussen hoofdbeuk en twee laagste volumen instaan. De diagonale volumina vormen samen met de hoofdbeuk de eigenlijke kerkruimte. De eerder genoemde hoogste en elkaar kruisende noklijnen zijn de noklijn van de hoofdbeuk en een korte noklijn die aan weerszijden overgaat in twee sterk dalende dakschilden. Vanuit deze dakschilden vormen zich de gebroken kappen van de diagonale beuken en de zadeldaken van de laagste volumen.

De hoofdingangen bevinden zich in de twee laagste volumen. Zij-ingangen bevinden zich op de overgang van de laagste volumen en de diagonale beuken. Het betreft hier in totaal vier overluifelde ingangen waarvan de buitenste muurdammen die de luifel ondersteunen zijn voorzien van geïntegreerde sculpturen naar ontwerp van Theo van Reijn met geabstraheerde voorstellingen van de protestantse kerkvaders Luther, Calvijn, Zwingli en Abraham Kuyper. Haaks op de westzijde van de twee lage volumen staan twee tot het ontwerp behorende volumes ter hoogte van één bouwlaag met kap waarvan de noklijn evenwijdig loopt aan de straatrichting van respectievelijk Kloppersingel en Zocherstraat. Het volume aan de Kloppersingel bevat een gemeenschapszaal, dat aan de Zocherstraat een kosterswoning.

Het muurwerk bestaat uit rode baksteen die met name in de hoofdbeuk in overhoeks metselwerk decoratief is verwerkt. Op een aantal punten, zoals bij de vensters en deuren en bij het overhoekse metselwerk, bevinden zich decoraties in natuursteen, die bij de vensters steeds de aanzet en de afsluiting vormen van het uitkragende metselwerk tussen de ramen. De ramen bevinden zich in de gekoppelde verticale muuropeningen van de hoofdbeuk en in de beide diagonale beuken. Deze openingen zijn in de hoofdbeuk vijfdelig - en boven de middelste drie trapsgewijs bekroond- en in de diagonale beuken vierdelig. De ramen bevatten nog merendeels het oorspronkelijke glas-in-lood. Onder de hoge vensterreeksen bevindt zich op straathoogte in alle volumen een horizontale reeks van kleine vierkante en rechthoekige stalen ramen, onder meer ter verlichting van het bankenplan onder de balkons (zie interieur). De lage vensters in de hoofd- en zijbeuken zijn even als de hoge vensters in deze beuken geplaatst tussen uitkragende muurdammen die aan boven- en onderzijde door natuursteen worden geaccentueerd.

De hoofdingangen in de beide laagste volumen bevatten dubbele houten deuren die per deur zijn voorzien van een verticale reeks rechthoekige lichtopeningen. Driehoekige lichtopeningen zijn aangebracht in het muurwerk boven de ingangen en bestaan uit een driedelig en een individueel houten venster, elk verdeeld in drie vlakken met daarin glas-in-lood. Smalle verticale lichtopeningen zijn aangebracht boven de muurdammen aan weerszijden van de hoofdingangen.

Het interieur bevat een tegen de westwand geplaatste kansel met doopvont. Het bankenplan is hier aan drie zijden omheen gegroepeerd. De groepering wordt bepaald door de hoofd- en de beide diagonale beuken waarin de banken zowel op de parterre als op een balkon schuin naar achter oplopend zijn geplaatst. Alle zichtlijnen zijn gericht op de kansel. Het glas-in-lood in de vensterreeksen van de hoofdbeuk en de beide diagonale beuken bevat naast geometrische patronen, voorstellingen van torenachtige en van koepels voorziene volumen die voornamelijk in de kleuren blauw en geel zijn uitgevoerd. Het betreft hier geabstraheerde voorstellingen van de kosmos, het hemelse Jerusalem, de handel, de landbouw, de techniek en de wetenschap. In de hoofdbeuk is de lage reeks vensters ter verlichting van het bankenplan onder de balkons voorzien van een glas-in-looduitbeelding van de zonnegang. Al het glas-in-lood is ontworpen door Nicolaas Schrier van het Haarlemse atelier De Vonk.

Waardering

De zowel qua exterieur als interieur overwegend gaaf bewaarde Koningskerk uit 1926-27 is van algemeen belang uit cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig oogpunt als kenmerkend voorbeeld van expressionistische kerkelijke architectuur van gereformeerde signatuur met bijbehorende kunstwerken, bankenplan en ruimtewerking en wegens de beeldbepalende situering aan de Kloppersingel met markant silhouet van verspringende kappartijen. Architectuurhistorische betekenis heeft de kerk voorts als belangrijk onderdeel binnen het oeuvre van kerkontwerpen door B.T. Boeyinga, vanwege de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur en vanwege de typologische waarde als kerkgebouw op waaiervormig grondplan.

In de media

Uit Nieuwe Rotterdamsche Courant, 2 October 1927.

De Kloppersingelkerk te Haarlem, De beginselen van Gereformeerden kerkbouw, principieel onderscheiden van den R-Katholieken.

Toen eenige maanden geleden de nieuwe Gereformeerde kerk aan den Kloppersingel in gebruik werd genomen, was zij nog niet geheel voltooid. Ook kon toen nog slechts een zeer klein deel van het orgel bespeeld worden. Nu alles afgewerkt is, had de kerkeraad Vrijdag een gemeenteavond georganiseerd, waarop het orgel door de orgelcommissie aan de kerk were overgedragen. Daartoe was de heer H M. Keuning, uit Sassenheim uitgenoodigd een orgelbespeling te geven. Bovendien vond de architect van het kerkgebouw, de heer B.T. Boeyenga, uit Amsterdam, gelegenheid een causerie te houden over zijn werk.

De heer Boeijenga gaf allereerst een inleiding over kerkbouw in het algemeen. In de kunst ontbreken in dezen tijd in het algemeen richtlijnen, dus ook in de architectuur. Dan is er nog de quaestie van de betrekking van de religie tot de kunst en hoe men die beziet in de kerkelijke gemeenschap, waarvoor de architect bouwt. Kunstwerken in de geschiedenis, zooals de tempels en de kathedralen, konden gebouwd worden omdat de vraagstukken toen niet bestonden. Er was een eenheid van opvatting, van streven en van belijdenis. Vervolgens ging de heer Boeijenga den tempelbouw en het verrijzen der eerste kerkgebouwen na. De vrijmaking der kerk in de tijden der hervorming beteekende ook een vrijmaking van de aesthetische overheersching. Kerk en kunst gingen beide een geheel nieuw tijdperk tegemoet. Vervolgens gaf de architect een uiteenzetting van de richtsnoeren, die hem geleid hadden bij zijn ontwerp.

Het kruisvormplan der kerken is in wezen R.-Katholiek. Met onvoldoende en oneigenlijke middelen wordt het steeds weer aangepast aan de behoeften van onzen protestantschen (Gereformeerden) eeredienst. De groote beteekenis der hervorming en in het bijzonder van het Calvinisme is daarom nog nooit tot uiting gekomen in den kerkbouw. De R.-Katholieke gedachte is blijven overheerschen. Het weglaten van beelden en schilderingen is slechts van negatieve waarde. Het essentieele is: dat de vorm van het kerkgebouw zich niet ontwikkelt uit den vorm van den eeredienst. Die vorm van den eeredienst laat men zoo goed en zoo kwaad dit kan aanpassen bij een vooropgezet kerkplanvorm, dat in wezen R.-Katholiek is.

Het grondplan van de kerk is geheel vrij gevormd naar de eischen van den kerkdienst en de liturgie, zooals die ook door dr Kuyper in „Onze Eeredienst" zijn ontwikkeld.

Het plan bestaat uit twee deelen, die, duidelijk onderscheiden, toch samen weer één geheel vormen. Het eene is het centrale deel of liturgische centrum, met kansel, dooppodium en avondmaalpodium achter elkaar in de hoofdas, en ter weerszijden de kerkeraadsplaatsen. Vóór en om dit centrale deel de groote zitplaatsenruimte, die zoo is gevormd, dat de zitplaatsenrijen op beganen grond op de gaanderij een gedeelte van een ring vormen om het centrum.

De bediening van het Woord is het hoofdelement van den Gereformeerden eeredienst. Daarom is ook de kansel in het bizonder het centrale punt van de compositie. Deze is niet een min of meer kostbaar meubel, dat in het midden tegen den eindwand van de kerk is geplaatst, maar een architectonisch deel van de kerk zelf en dan het voornaamste deel, het organisch begin. Alle lijnen van de kerk zijn rechtstreeks daarheen gericht en komen in dat punt samen. Hierdoor wordt de kansel als centraal element een integreerend deel van den architectonischen opbouw.

Vlak voor den kansel, op een met een 5-tal treden toegankelijk en verhoogd podium, is het doopvont opgesteld, vastgemaakt aan de borstwering van dat podium.

Een belangrijk groot podium of platvorm, dat slechts even verhoogd is boven den kerkvloer, is bestemd voor avondmaalsviering. Hierop kunnen aan een driearmige tafel ongeveer 80 personen aanzitten. Deze tafel bestaat uit een vast middenstuk, dat altijd blijft staan en waarop ook in de gewone kerkdiensten het avondmaalservies is geplaatst ter herinnering aan het sacrament, en drie losse tafels.

De kansel, dooppodium, avondmaalspodium en kerkeraadsbanken zijn tezamen tot een geheel vereenigd. De zitplaatsen in het kerkruim (de kerk telt 1200 zitplaatsen) zijn zoo, dat de gemeente rondom het Woord geschaard zit.

Het orgel is boven den kansel geplaatst. De architect heeft er evenwel voor te zorgen bij zijn ontwerp, dat het orgel niet domineert, niet voor zich zelf de voornaamste plaats opeischt en alleen de meeste aandacht vraagt. Het orgel is een bekroning van den kansel. Vervolgens lichtte, de heer Boeijenga de architectuur der kerk nader toe, gaf een uiteenzetting van de toegepaste versieringen en de motieven van de glas-in-loodramen.

Afbeeldingen