Handelingen

Harreveld, Kerkstraat 38 - Agatha

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Agatha
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Gelderland
Gemeente: Oost Gelre
Plaats: Harreveld
Adres: Kerkstraat 38
Postcode: 7135JK
Inventarisatienummer: 11600
Jaar ingebruikname: 1889
Architect: Riele, G. te
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 516287


Geschiedenis

Sobere neogotische pseudobasiliek met toren. Op het kerkhof achter de St. Agathakerk staat een muur met 14 kruiswegstaties, die in 1988 zijn gered uit de gesloopte, voormalige kapel van het Internaat.

  • 2018 Wordt uiterlijk 1 januari 2026 aan de eredienst onttrokken.

Statiemuur op kerkhof

Uiteindelijk werd het een nog te metselen muur langs het kerkhof in Harreveld met in die muur veertien nissen waarin de staties konden worden geplaatst. Op 12 augustus 2015 werd de bouw gestart en met behulp van meer dan 35 vrijwilligers was eind mei 2016 een unieke statiemuur verwezenlijkt. Tijdens het transport waren de gipsen staties echter ernstig beschadigd geraakt. De keramisten Monique Wessels en Esther Toebes hadden een half jaar nodig om de boel weer zodanig te lijmen, te boetseren en te schilderen dat je van de aanvankelijke schade  “geen barst meer zag”. Op de website enkele beelden van het verloop van deze gigantische operatie. Kom gerust ook eens kijken naar en genieten van deze kunstwerken aan de rand van het RK kerkhof achter de St. Agathakerk in Harreveld. U bent van harte welkom.

  • (Bron: oudheidkundelichtenvoorde.nl)

Monumentomschrijving Rijksdienst

Aan de Kerkstraat gelegen R.K. KERK 'St. Agatha'. De kerk werd in 1889 in laat neo-gotische stijl gebouwd, naar ontwerp van GERHARDUS TE RIELE, op de fundamenten van een in 1868 gebouwde voorganger die in 1888 door brand werd verwoest. De toren bleef bij deze brand grotendeels gespaard en werd in de nieuwe kerk opgenomen. In het ontwerp is duidelijk de invloed waarneembaar van de tegenhanger van de bekende kerken- bouwer P.J.H. Cuypers, de Utrechtse architect Alfred Tepe die vooral in de stijl van de regionale Nederrijnse gotiek bouwde. Voor wat betreft het exterieur zijn sinds de bouwtijd geen noemenswaardige wijzigingen aangebracht. In het interieur werd de oorspronkelijke beschildering in de jaren dertig vervangen. Tussen 1930-1935 werden de geschilderde kruiswegstaties en de schilderingen in het koor aangebracht door Jos ter Horn. De gebrandschilderde ramen in het koor dateren uit 1944 en zijn uitgevoerd naar ontwerp van Max Weiss. In 1972 werd bij de restauratie een deel van de oorspronkelijke neogotische, florale beschildering van de gewelven gerestaureerd. De kerk vormt met de nabijgelegen pastorie, moderne begraafplaats, school en onderwijzerswoning een uiterst beeldbepalend straatbeeld. Al deze gebouwen staan in directe visuele relatie met het aan de overzijde van de weg gelegen, omgrachte voormalige kasteelterrein. De kerk is enigszins schuin op de Kerkstraat gericht, in de as van de oprijlaan naar het voormalige kasteelterrein. Rechts van het kerkgebouw bevindt zich een pleintje op de hoek van de Kerkstraat en de Looweg.

Omschrijving

De lengte-as van de KERK is Noordwest-Zuidoost gericht met het priesterkoor op het zuidoosten. De portaalzijde (NW) is naar de Kerkstraat gewend. De kerk is aan de noordzijde verbonden met de pastorie. De neogotische kerk is een pseudobasiliek, gebouwd op een rechthoekig grondplan met een 3-zijdig afgesloten koor aan de zuidoostzijde en een uitspringende vierkante toren aan de noordwestzijde. In de oksel tussen koor en zijbeuk ligt zowel aan de noord- als aan de zuidzijde een lage vierzijdige uitbouw met ingesnoerde spits. De kerk is opgetrokken in baksteen. Het metselwerk is uitgevoerd in kruisverband. Rondom loopt een uitgemetselde plint, afgesloten met een hardstenen band. Onder de dakrand van schip, zijbeuken en toren zijn tandlijsten aangebracht. Het schip heeft een zadeldak, het koor is met drie toelopende dakschilden gesloten. Lessenaarsdaken dekken de zijbeuken. De dakkapellen zijn voorzien van een klein wolfeind. De dakvlakken zijn gedekt met leien in Maasdekking.

De symmetrische VOORGEVEL heeft in het midden een naar voren gebouwde toren op een nagenoeg vierkante plattegrond. De gevelvlakken ter weerszijden van de toren - met elk een spitsboogvormig venster en de hoek verzwaard door een steunbeer - vormen de rechte afsluiting van het schip. De TOREN telt vier geledingen. Op de hoeken zijn steunberen geplaatst. De 8-zijdige ingesnoerde torenspits wordt bekroond met een ijzeren torenkruis met bol en haan.

Op de begane grond (eerste geleding) bevindt zich de entree, bestaande uit een dubbele, houten deur met zware gehengen, onder een gepleisterd kalf. Het spitsboogvormige bovenlicht is voorzien van glas-in-lood. Daarboven volgen een geleding met een spitsboogvormig glas-in-lood venster met gemetselde stijlen en een geleding met een kleiner spitsboogvormig venster. In de vierde geleding zijn aan vier zijden twee gekoppelde spitsboogvormige galmgaten met houten galmborden aangebracht, waarboven een wijzerplaat.

De LINKER ZIJGEVEL toont de zes traveeën van het schip met ter linkerzijde (O) de koortravee en koorsluiting en ter rechterzijde (W) de uitgebouwde toren, waartegen aan deze zijde een traptorentje met 8-zijdige spits is geplaatst. Het gevelvlak van de zijbeuk bevat zes spitsboogvormige, van glas-in-lood voorziene vensters met bakstenen montants. Tussen de vensters en op de hoeken zijn steunberen geplaatst. Het middenschip rijst met een lage, blinde beuk iets boven de zijbeuk uit. Aan deze zijde bevindt zich een lage, vlakgedekte uitbouw ter verbinding van de kerk met de pastorie.

De ACHTERGEVEL wordt gevormd door het uitgebouwde priesterkoor, bestaande uit een koortravee met 3-zijdige koorafsluiting. De blinde gevelvlakken ter weerszijden van het koor vormen de rechte afsluiting van de zijbeuken. De gevelvlakken van zowel de zijbeuken als het koor zijn op de hoeken door steunberen verzwaard. In het koor zijn vijf hoge, spitsboogvormige vensters met gemetselde montants geplaatst. De koorvensters zijn voorzien van kleurrijk figuratief glas-in-lood. Tegen de koortravee is zowel aan de noord- als aan de zuidzijde een sacristie uitgebouwd.

De RECHTER ZIJGEVEL toont de zes traveeën van het schip met ter linkerzijde (W) de uitgebouwde toren en ter rechterzijde (O) de koortravee en koorsluiting. Het gevelvlak van de zijbeuk bevat, evenals de linkerzijgevel, zes spitsboogvormige vensters, voorzien van glas-in-lood, met gemetselde montants. Op de hoeken en tussen de vensters zijn steunberen geplaatst. Het middenschip rijst met een lage, blinde beuk iets uit boven de zijbeuk. De binnenruimte van de kerk bestaat uit een middenschip zonder lichtbeuk; smalle, lagere zijbeuken en een koor.

Het INTERIEUR is geheel gepleisterd en in lichte Bentheimtinten geschilderd en bezit nog diverse bewaard gebleven waardevolle interieuronderdelen. De kruisribgewelven van middenschip en zijbeuken zijn beschilderd met florale motieven. Het koorgewelf heeft naast de florale schildering afbeeldingen van musicerende engelen. De oorspronkelijke neogotische beschildering van het interieur werd in de jaren dertig vervangen in een voor die jaren karakteristieke stijl, die deels (in het koor) verwantschap toont met werk van kunstenaars als Jan Toorop en Willem van Konijnenburg. De schilderingen in het koor zijn van schilder/glazenier Jos ten Horn, die ook in de periode 1930-1935 de kruiswegstaties in de zijbeuken schilderde. In 1944 werden de gebrandschilderde ramen in het koor aangebracht naar ontwerp van glazenier Max Weiss. Deze ramen, met testamentische voorstellingen, tonen een sterke gelijkenis met het werk van Joep Nicolas, wier atelier Max Weiss in 1939 had overgenomen. Verder zijn in de kerk onder meer de tegelvloeren bewaard gebleven die zijn samengesteld uit zwarte en okerkleurige tegels, gelegd in de decoratieve patronen. Ook de in de trant van de Neo-Gotiek uitgevoerde kerkbanken zijn nog bewaard gebleven. In de toren een profielstalen klokkenstoel met drie klokken van Eijsbouts-Lips, 1948, diameter respectievelijk 96 cm, 86 cm en 76 cm. Eveneens in de toren een mechanisch torenuurwerk met automatische opwinding.

Waardering

R.K. KERK 'St. Agatha' gebouwd in 1889 in laat neo-gotische stijl naar ontwerp van Gerhardus te Riele. Architectuurhistorische waarden: - De kerk vormt een goed en vrij gaaf bewaard voorbeeld van een laat-negentiende-eeuwse neo-gotische R.K. dorpskerk die opvalt door de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp. De kerk heeft gave verhoudingen en een bijzondere detaillering in vormgeving en materiaalgebruik. In het interieur zijn naast diverse uit bouwtijd daterende interieurelementen ook verschillende later toegevoegde elementen zoals wandschilderingen en een kruiswegstatie van de schilder Jos ter Horn van belang. - De kerk is tevens van belang voor het oeuvre van de architect Gerhardus te Riele, die vooral in Gelderland en Overijssel werkzaam was. De St. Agathakerk vormt een van de best bewaarde door hem ontworpen dorpskerken

Stedenbouwkundige waarden: - De kerk is van belang vanwege de situering in samenhang met pastorie, school, onderwijzerswoning en het voormalige kasteelterrein, waarmee het karakteristieke, historische gegroeid dorpsbeeld van Harreveld bewaard is gebleven. De kerk is mede van belang geweest voor de ontwikkeling van het dorp Harreveld.

Cultuurhistorische waarden: - De kerk is van belang als uitdrukking van de emancipatie van de katholieken in de tweede helft van de negentiende eeuw in de Achterhoek waarbinnen het gebied Lichtenvoorde-Groenlo een katholieke enclave vormt.

Orgel

Het orgel is gebouwd door J.J. Elbertse in 1921.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur