Handelingen

Hoogcruts - Hoogcruts 9 - Kloosterkapel Hoog Cruts

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object: Kloosterkapel Hoog Cruts
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Limburg
Gemeente: Eijsden-Margraten
Plaats: Hoogcruts (Noorbeek)
Adres: Hoogcruts bij 9
Postcode:
Inventarisatienummer:
Jaar ingebruikname: 1603
Architect:
Huidige bestemming: buiten gebruik
Monument status: Rijksmonument 34731

Geschiedenis

Klooster ligt in Hoogcruts, Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten

Volgens een legende begon Hoog-Cruts op wonderlijke wijze. Een herder aanschouwde tussen doornstruiken een kruis. Dit tafereel was blijkbaar zo indrukwekkend dat zelfs de schapen op de knieën vielen. De bewoners besloten tot het oprichten van een kapel ter plaatse. Historisch gezien gaat de geschiedenis van deze kapel terug tot 1428.

  • Op 24 maart 1496 werd de kapel verheven tot klooster;
  • In 1579 werd het klooster door de Spaanse troepen van Parma in de as gelegd;
  • Op 6-12-1606 werd er een Latijnse school gevestigd;
  • Op 4 februari 1798 kregen de nog aanwezige paters en leerlingen van de Franse overheid te horen dat zij binnen 24 uur het gebouw moesten verlaten;
  • In 1803 werd het Robustelli-orgel verwijderd en naar de kerk van Eckelrade verplaatst, en werd de kapel omgebouwd tot graanschuur;
  • De Dominicanessen uit Frankrijk kochten het landhuis, inclusief de voormalige kapel, in 1904. De schuur werd toen tot kloostervleugel verbouwd. Later werden de Dominicanessen opgevolgd door de Franciscanen;
  • In 1965 is het kloostercomplex verkocht, waarmee een einde kwam aan het Klooster Hoog-Cruts. Het werd toen een instituut voor zwakzinnigen;
  • In 1979 werd het voormalige klooster 400 jaar na Parma voor de derde keer in as gelegd.

(Bron:Website Noorbeek)

Noviciaatsklooster Hoogcruts

In 1927 kochten de Nederlandse Minderbroeders-Franciscanen in Slenaken een landhuis aan om als tweede noviciaatshuis te dienen. Rond de jaren Dertig van de vorige eeuw nam het aantal aanmeldingen voor de orde toe. Er zijn lichtingen van meer dan zeventig man geweest. Uit de eigen kleinseminaries en andere middelbare scholen, maar ook van jezuïetencolleges kwamen schoolverlaters. Daarnaast steeds enkele ouderen. Het klooster van Bleijerheide was te klein voor zoveel mensen. Een noviciaat vroeg een novicenmeester en een magister cantus plus enkele broeders voor de huis, moestuin en keuken. Voor enkele vitale bejaarden was er plaats.

De hoogte waarop dit huis lag heette Hoogcruts, een verbastering van “het hoge kruis”. De ligging in de bijna Umbrische Voerstreek tegen de Belgische grens was geschikt voor wie jong aan het leven als franciscaanse “monnik” begon. In dit jaar en de zes studiejaren in achtereenvolgens drie grote studiekloosters zou het leven ook alles van een monnikenleven in benedictijnse stijl hebben. Koorgebed en studie wisselden elkaar af. Het leven na de priesterwijding zou echter veelal de kloosterlijke beslotenheid en intimiteit missen. Van 1927 tot 1959 heeft het landhuis, met kapel, refter, cellen, keuken en spreekkamer als noviciaat dienstgedaan. In enkele oorlogsjaren werden de franciscanen ondergebracht in net kloostercomplex van de Duitse franciscanen te Vlodrop dat goeddeels leeg stond. De zusters clarissen uit het kasteel te Ammerzoden verdreven vonden in Hoogcruts onderdak. Na sluiting van het franciscaanse noviciaat deed het huis nog dienst als vakantiekolonie en als tehuis voor gehandicapte kinderen. Na een brand in 1979 ligt de ruïne van het gehele pand overwoekerd door de natuur al tientallen jaren onbruikbaar op de heuveltop. De belendende boerderij was gespaard gebleven en is nu een vakantielocatie.

Het pand heeft zijn legenden en geruchten over de voorgeschiedenis. Volgens een legende zag een herder zijn schapen knielen voor een kruis in een doornenstruik. Dat leidde tot de bouw van een bedevaartskapel in 1428, een beneficie van de pastoor van Sint-Maartensvoeren, nu net over de grens gelegen. Er kwam een klooster van de Reguliere Kanunniken van het Heiliggraf in 1493. De kanunniken worden aangeduid als Sepulchrijnen. Het begraven van doden was één van de activiteiten van dergelijke orden. Door soldaten van Willem de Zwijger werd het pand vernield in 1568, verbrand door troepen van Parma. Het werd herbouwd in 1603, vergroot in de jaren 1728-1758, met een kerk uitgebreid in 1785, opgeheven als klooster in 1796, verkocht in 1798, weer eens verbrand in 1870. In 1910 werd het een klooster van Franse Dominicanessen. Tussendoor hebben diverse landheren het pand bewoond.

Bronnen: Ger van Dam, Voor kerk en mensenwereld. De priesteropleiding van de Minderbroeders-Franciscanen in Nederland 1853-1967 (Diss. Nijmegen 2006). Voorlopige lijst der Nederlandsche Monumenten van geschiedenis en kunst dl. VIII Limburg (‘s-Gravenhage1926) 338-395.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Klooster Hoog Cruts, voormalig Sepulchrijnenklooster. Vleugel XVIII-XIX met hoekblokken en vensteromlijstingen van Naamse steen eindigende in een hoger hoekpaviljoen met mansardetentdak. Kerk ten dele nog XVIII (1785).

Externe links

Afbeeldingen