Handelingen

Koudekerk aan den Rijn, Dorpsstraat 15 - Gereformeerde Kerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Gereformeerde Kerk
Genootschap: PKN Gereformeerde Kerk
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: Alphen aan den Rijn
Plaats: Koudekerk aan den Rijn
Adres: Dorpsstraat 15
Postcode: 2396HA
Inventarisatienummer: 02428
Jaar ingebruikname: 1912
Architect: Hengeveld, J. (Alphen aan den Rijn)
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 526844

Geschiedenis kort

Charmant kerkgebouw, met toren, in ± chaletstijl. Gaaf bewaard gebleven interieur.

Als Gereformeerde Kerk(gemeente) najaar 2011 gefuseerd met de vlakbij gesitueerde historische Ned. Hervormde Dorpskerk(gemeente), tot locale "Protestantse gemeente te Koudekerk aan den Rijn en Hazerswoude-Rijndijk".

Sindsdien heet deze kerk "Ontmoetingskerk", en de Dorpskerk is hernoemd tot "Brugkerk". Beide kerkgebouwen zijn vooralsnog in actief gebruik.

In januari 2012 is het honderdjarig bestaan van dit kerkgebouw feestelijk gevierd. Ter gelegenheid hiervan is ook een jubileumboek verschenen.

Monumentomschrijving Rijksdienst

De KERK van de Gereformeerde gemeente Koudekerk aan den Rijn/Hazerswoude-Dorp is in de jaren 1911-1912 gebouwd in de trant van de Neo-Renaissance naar ontwerp van de Alphense architect J. Hengeveld. Directe aanleiding tot de bouw was het afbranden van de oude kerk op 7 maart 1911, die in 1887 was opgericht tijdens de Doleantie als 'afgescheiden' kerk van de Hervormde Gemeente. Door het toegenomen aantal lidmaten, mede veroorzaakt door de samenvoeging van de Nederduits Gereformeerden (dolerenden) en de Christelijk Gereformeerden tot de Gereformeerde kerken in Nederland in 1892, was er bovendien behoefte ontstaan aan een grotere kerkruimte. Voor de nieuwe kerk vond op 7 juni 1911 de aanbesteding plaats voor het schildererk aan Nicolaas Francken uit Koudekerk aan den Rijn en voor het timmerwerk aan G. Bergshoek uit Alphen aan den Rijn. Op 31 augustus 1911 vond de eerste steenlegging plaats door ds. R.W. Huizing, voormalig predikant van de Gereformeerde kerk te Koudekerk. Op 18 januari 1912 is de kerk in gebruik genomen en functioneert (anno 1997) nog steeds als zodanig. Het interieur van de kerk bevindt zich grotendeels in oorspronkelijke staat, waarbij tijdens een recente restauratie de oorspronkelijke kleurstelling zoveel mogelijk is gehandhaafd. Voor de bescherming zijn ondermeer de volgende interieuronderdelen van belang: de kansel, het orgelfront, de (overhuifde) banken, de lambrizering en het doopvont. Het orgel is in de jaren 1930 aangebracht. De glazen van de kerkramen zijn vervangen door eenvoudig gekleurd glas-in-lood, nadat ze tijdens een bombardement op 10 mei 1940 er zijn uitgeblazen. Door zijn vrije ligging, op enige meters afstand van de rooilijn, is de kerk, die met de voorgevel naar de Dorpsstraat is gericht, beeldbepalend gesitueerd.

N.B. De recente uitbouw achter de consistorie is voor bescherming van ondergeschikt belang.

Omschrijving

Niet-georiënteerde éénbeukige zaalkerk onder een zadeldak met gesmoorde kruispannen met aan de straatzijde een uitgebouwde fronttoren waarin zich de hoofdentree bevindt. De toren heeft een vierkant grondvlak en wordt aan weerszijden geflankeerd door twee kleine rechthoekige aanbouwen onder (halve) schilddaken. Het in zes traveeën verdeelde kerkschip is geleed door lisenen en heeft ter hoogte van de tweede travee (noordzijde) aan weerszijden een entreeportaal onder een afgeplat schilddak. De naaldspits en schilddaken zijn gedekt met leien in maasdekking. De kerk is opgetrokken van hardgrauwe baksteen (kruisverband met knipvoeg) met rondom een wit gepleisterde hoge plint en een houten geprofileerde gootlijst. De enkele en gekoppelde rondbogen boven de vensters en deuren, evenals de roosvensters zijn van rode baksteen en verlevendigd met wit gepleisterde aanzet- en sluitstenen, deels in de vorm van diamantkoppen. Wit geschilderd pleisterwerk is tevens decoratief toegepast voor spekbanden, water- en cordonlijsten, afzaten en de geprofileerde gevelafdekkingen. De kopgevel van de kerk heeft aan de voorzijde (zuid) door wit gepleisterde toppinakels bekroonde hoeklisenen, die aansluiten op een geprofileerde gevelafdekking met daaronder een gemetseld klimmend fries. De toren is geleed in drie bouwlagen en wordt bekroond door een op een klokkenstoel geplaatste ingesnoerde naaldspits. Op de begane grond heeft de hoofdentree een dubbele houten deur uit de jaren 1920 met rondboogvormig bovenlicht. Op de verdieping bevindt zich een dubbel rondboogvormig venster met daarboven een roosvenster. De zijgevels hebben op de beide verdiepingen kleinere, rondboogvensters. Het torenmuurwerk wordt beëindigd door een rondboogfries met daarboven een op consoles rustend hoofdgestel. Hierboven een rijk uitgevoerde houten klokkenverdieping met aan elke zijde twee rondboogvormige galmgaten met daartussen een rondboogvormige opengewerkte balustrade. Sterk overstekende aankapping van een met een windvaan bekroonde naaldspits rust op decoratief gesneden consoles. Rondboogvensters komen voor in de uitbouwen aan weerszijden van de toren en in de kopgevel van de kerk, op de begane grond en op de verdieping. De beide zijgevels van het kerkgebouw hebben een over de gevel doorlopende waterlijst met daarboven hoge dubbele rondboogvensters. De meest zuidelijke travee is voorzien van blindnissen. De lisenen zijn geleed met cordonlijsten. De kopgevel aan de achterzijde is een tuitgevel, voorzien van een geprofileerde afdekking. Een rondboogvenster in het midden op de verdieping heeft een bovenlicht met straalsgewijze roedenverdeling. Tegen de achtergevel staat de rechthoekige tweelaagse consistorie uit de bouwtijd.

Interieur

Het in Neo-Renaissance-stijl uitgevoerde interieur bevindt zich grotendeels in oorspronkelijke staat, waarbij zo veel mogelijk de oorspronkelijke kleurstelling is aangehouden. De op houten korbeels rustende in het zicht gelaten kap is uitgevoerd met ijzeren trekstangen. In de zoldering zijn achtkantige ijzeren ventilatieroosters aangebracht. Rondom zijn de muren voorzien van een houten lambrizering. Het bankenplan bestaat uit drie rijen banken met twee middenpaden. Tegen de eindwand (noordzijde) een, dominant aanwezig, rijk uitgevoerde, op consoles rustende kansel met lezenaar, geflankeerd door dwarsgeplaatste trappen met leuningen. Boven de kansel een monumentaal orgelbalkon, dat evenals de orgelkas, rijk is uitgevoerd met rondboogfries en bandwerk. Het fungeert tevens als klankbord voor de kansel. Aan weerszijden van het orgel twee grote klankborden met links de teksten van de "God sprak den woorden" (10 geboden bord) en rechts de "Artikelen des Geloofs" en het "Onze vader". Aan weerszijden van de kansel tegen de zijmuren dwarsgeplaatste banken voor leden van de kerkeraad, waar van de laatste tegen de muur overhuifd zijn. Voor de kansel staat de doopvont. Aan het zuideinde een op slanke gietijzeren kolommen rustende galerij met rondboogvormige (dichtgezette) balustrade. Hieronder bevindt zich ook een tochtportaal, dat leidt naar het entreeportaal, uitgevoerd met een granitovloer met palmetmotief. Hier bevindt zich ook de stichtingssteen van de kerk. Het interieur van de consistorie is verbouwd en voor de bescherming van ondergeschikt belang.

Waardering

  • De kerk van de Gereformeerde gemeente is cultuurhistorisch van algemeen belang als exponent van de kerkgeschiedenis van de Gereformeerde kerken in Nederland, die na 1892 is ontstaan door een gedeeltelijke 'Vereniging' van de 'Afgescheidenen' en de 'Dolerenden'.
  • De kerk is architectuurhistorisch van algemeen belang als representatief voorbeeld van een gereformeerde zaalkerk in Neo-Renaissance-stijl uit het begin van de 20ste eeuw met een daarbijbehorend karakteristiek interieur.
  • De kerk is van belang vanwege de vrij grote gaafheid wat betreft de hoofdvorm, het materiaalgebruik en de detaillering van het exterieur en de zeer hoge mate van gaafheid van het interieur. Relatief zeldzaam is dat zowel de oorspronkelijke inrichting als de indeling bewaard is.
  • De kerk is van belang vanwege de beeldbepalende situering aan de Dorpsstraat in de dorpskern van Koudekerk aan den Rijn.

Orgel

Het orgel is in 1986-87 gebouwd door J.H. van der Veer (Dordrecht) die daarbij gebruik maakt van de kas en een deel van het pijpwerk van het vorige orgel in deze kerk. Dat was in 1915 gebouwd door de firma G. van Leeuwen (Leiderdorp) en in 1972 gewijzigd door de firma Jac. van der Linden & Co. (Leiderdorp).

Dispositie
  • Hoofdwerk (manuaal 1): Prestant 8' - Roerfluit 8' (1915) - Octaaf 4' - Gedekte fluit 4' (1972) - Quint 2⅔' - Octaaf 2' - Sesquialter 2⅔' 2 sterk, vanaf f (1972) - Mixtuur 1⅓' 4 sterk - Trompet 8' - Tremulant.
  • Zwelwerk (manuaal 2): Houtgedekt 8' - Baarpijp 8' (C-H in Gamba) - Viola di Gamba 8' - Vox céleste 8', vanaf c - Openfluit 4' - Nasard 2⅔' (1972) - Gemshoorn 2' (1972) - Flageolet 1' - Dulciaan 8' (1972) - Tremulant.
  • Pedaal: Subbas 16' (1915) - Gedektbas 8' (1915) - Koraalbas 4' (1915) - Fagot 16'.
  • Koppelingen: Hoofdwerk aan Pedaal - Zwelwerk aan Pedaal - Zwelwerk aan Hoofdwerk.

Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: C-g3. Pedaalomvang: C-f1. Winddruk: 75 mm. WK (Hoofdwerk), 65 mm. WK (Zwelwerk), 85 mm. WK (pedaal).

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur