Handelingen

Leiden, Hooglandse Kerkgracht 50 - Hooglandse of Sint Pancras Kerk

Uit Reliwiki


Algemene gegevens
Naam kerk: Hooglandse of Sint Pancraskerk
Genootschap: PKN Hervormd
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: Leiden
Plaats: Leiden
Adres: Hooglandse Kerkgracht 50
Postcode: 2312HT
Inventarisatienummer: 02489
Jaar ingebruikname: 14e eeuw
Architect:
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 24917


Geschiedenis

Van kapel tot onvoltooide kathedraal

De Hooglandse Kerk gezien vanaf de Burcht. Foto: A. Roks
Interieur van de Hooglandse Kerk. Foto: A. Roks

Op 20 december 1314 gaf de Utrechtse bisschop Guy van Avesnes toestemming voor de bouw van een houten kapel op het “Hooge Land”. De kapel werd onderdeel, c.q. hulpkerk, van de parochie van Leiderdorp. De patroonheilige van de kapel was de Heilige Pancratius. De behoefte aan een grotere kerk nam al snel toe, zodat de houten kapel werd vervangen door een eenvoudige stenen kerk met een torentje.

Bisschop Jan van Virnenburg verhief de kerk op 29 oktober 1366 tot kapittelkerk. Het kapittel van Sint Pancras bestond voornamelijk uit kanunniken uit adellijke families. In 1377 startte, n.a.v. de nieuwe status van de kerk, de bouw van een imposante Gotische kruisbasiliek. De bouw begon met het priesterkoor, gevolgd door de kooromgang. Met de bouw van de Heiligkruiskapel ving in 1436 de eerste fase van het zuider transept aan. Tussen 1420 en 1436 kwamen de portalen van het transept gereed. Tussen 1432 en 1456 werden de zijbeuken verbreed. Het kapittel had, zoals bij vele bouwprojecten van grootse kerken, regelmatig te maken met geldgebrek. Toch bleef men doorgaan aan dit ambitieuze project zodat rond 1500 het brede transept gereed kwam. De Hooglandse Kerk heeft samen met de Sint Stevenskerk te Nijmegen als enige in ons land zijbeuken aan beide zijden van het transept.

Kathedraal

Op 24 februari 1470 verleende paus Paulus II exemptie, dit op voorspraak van Karel de Stoute. Dit betekende, dat het kapittel niet langer onder rechtsmacht van het Bisdom Utrecht viel, maar onder direct gezag van de paus. Omstreeks 1525 hebben de autoriteiten in de Nederlanden plannen om de Sint Pancraskerk tot kathedraal te verheffen, zodat Leiden een bisschopsstad zou worden. Zover kwam het echter niet. Door spanningen in het kapittel en de invloed van de aanstaande Reformatie. Uiteindelijk werd de Sint Bavokerk te Haarlem tot kathedraal verheven. Ook aan de bouw van kerk kwam abrupt een einde. Het middenschip werd niet verlengd en verhoogd, de geplande luchtbogen en stenen gewelven zijn er uiteindelijk niet gekomen. Ook de geplande hoge westtorens zijn nooit gebouwd. Daardoor staat nog steeds het 13e eeuwse Laatromaanse torentje in de kerk, dat als noodtoren diende.

Reformatie

Zoals vele kerken ons land ontkwam ook de Hooglandse Kerk niet aan de Beeldenstorm. In 1566 werden grote vernielingen aangericht, waarbij talloze kunstvoorwerpen en archiefstukken verloren zijn gegaan. In 1572 kwam de kerk in protestantse handen. In tijden van nood deed de kerk ook dienst voor graanopslag, zoals bijvoorbeeld tijdens het Leidens ontzet in 1574. Van de katholieke tijdperk is helaas niets meer overgebleven.

Restauraties

Halverwege de 19e eeuw was de kerk zeer bouwvallig, onder meer als gevolg van de ramp met het kruitschip. Overwogen werd om de kerk te slopen, maar zover kwam het niet. Onder leiding van de architecten J.C. Rijk en W.C. Mulder onderging de kerk tussen 1840 en 1903 een flinke restauratie. In 1840 kreeg het middenschip een houten tongewelf. Even werd overwogen om het hoogkoor en transept te voorzien van stenen gewelven. Hierbij zouden ook luchtbogen moeten toegepast worden om de druk op te vangen. Uiteindelijk werd er gekozen voor houten gewelven naar een ontwerp van W.C. Mulder. Na de 2de wereldoorlog werd de kerk opnieuw grondig gerestaureerd. Deze restauratie vond plaats tussen 1952 en 1972. Later vinden er kleine restauratiewerkzaamheden plaats.

Middeleeuwse kap

Houten kap. Foto: A. Roks
Uurwerk uit 1607 afkomstig uit de vieringtoren. Foto: A. Roks
Plattegrond Hooglandse kerk.

De constructie van een houten kerkkap verschilt in essentie niet veel van die van een houten schip uit dezelfde periode. Alleen ligt het zwaartepunt van een schip bij de kiel, en niet zozeer op het dek van de boot. Bij de kap van een kerk ligt het zwaartepunt juist op het deel waar de kap rust: op de muren van het gebouw. Daarom is de punt van de kap het lichtste deel. Als je de kap van een kerk dus in het water zou leggen zou deze onherroepelijk kantelen en zinken. Toch heeft deze ‘boot’ ooit eens gevaren.

Kappen als deze werden doorgaans namelijk niet gebouwd in Nederland zelf, maar simpelweg geïmporteerd uit het buitenland. Vooral Frankrijk had een levendige industrie, waar men al beschikte over 300 jaar aan ervaring. Men was daar gespecialiseerd in de levering van volledig geprefabriceerde kerkkappen. Men hoefde slechts de hoogte van het gebouw (i.v.m. de te verduren windkrachten) en de afmetingen van de gewenste kap op te geven, en een jaar of twee later kon de bestelling al worden afgeleverd. De kap werd volledig gefabriceerd en pasklaar gemaakt en daarna tot verschillende vlotten samengebonden waarna deze via de verschillende waterwegen naar de eindbestemming afgeleverd konden worden. Op de eikenhouten balken zaten merktekens en nummers om aan te geven waar de desbetreffende balk moest komen en zo kon dan redelijk vlot de kap op de kerk geplaatst worden.

Werd de bouw van een kerk vaak verdeeld in verschillende etappes, ook de bouw van haar kap verliep in stadia. Zo is de kap boven het koor het oudste deel en merkwaardig genoeg zit er in dit deel een klein constructiefoutje. De kruisen die op de kap geplaatst werden om de krachten gelijk over de kap te verdelen, verhinderen de aansluiting van de grote steunbalken op de steunbalken voor de dakbedekking. Boven het (jongere) dwarsschip heeft men dit probleem voorzien en zijn de kruisen zo geplaatst dat de dwarsverbindingen precies tussen de kruisen op de steunbalken voor de dakbedekking aansluiten.

Het onderhoud van een dergelijke kap is niet de zaak van een timmerman, maar feitelijk van de loodgieter. Zolang het hout hard en droog blijft, hebben boktor en zwam geen schijn van kans: opeenhoping van vocht moet zoveel mogelijk worden voorkomen door middel van een goede ventilatie. De kap is daarom niet geïsoleerd en voorzien van diverse tochtgaten. Droge winters en warme zomers zijn de beste garanties voor een lange levensduur. Het leeuwendeel van het kap van de Hooglandse Kerk (ca. 90%) is nog authentiek en verkeert in zeer goede staat. Uit economisch en historisch oogpunt verdient preservatie altijd de voorkeur boven vervanging. Zo wordt het hout regelmatig geïmpregneerd tegen boktor. Een ander gevaar is lekkage. Het vocht zoekt altijd het laagste punt op, en daarmee de essentiële steunbalken die direct op de muur liggen. Het hout wordt daardoor week en er ontstaan scheuren, zodat zwam en boktor een kans krijgen. Regelmatige inspecties van het gehele gebouw zijn daarom onontbeerlijk.

Vermeldenswaard is tenslotte het kamertje, waar van 1607 tot 1998 het uurwerk van de Hooglandse Kerk heeft gestaan. Het uurwerk is volledig gerestaureerd en staat nu in de kerk zelf opgesteld.

Ook de kap van het schip is interessant. Deze bevat overblijfselen van de kap van de houten kapel uit 1280 en verbergt het onvoltooide Renaissance triforium uit de 16de eeuw. (Bron:Website van de kerk

Omschrijving Rijksdienst

St. Pancras of Hooglandse Kerk. Nederlands Hervormde Kerk, gebeeldhouwde transeptgevel, portaal W. zijde ontwerp van W. van der Helm, 1665. Grondlegging 1377. Koor omstreeks 1480, schip tot omstreeks 1535 onvoltooid gebleven. Driebeukig schip, gerestaureerd 1884-'90. a. Hoofdorgel: Van oorsprong een orgel met Hoofdwerk en Borstwerk, in 1565 gemaakt door Peter de Swart. In 1637 gewijzigd door G. van Hagerbeer tot een orgel met Hoofdwerk en Bovenwerk. Nadien meermalen gewijzigd en uitgebreid. In 1980 gerestaureerd naar de toestand van Van Hagerbeer en uitgebreid met een vrij Pedaal. b. Kabinetorgel met een klavier, eerste helft 19e eeuw gemaakt met gebruikmaking van ouder materiaal. In de kruisingtoren staat een sterk verroest, doch compleet, mechanisch smeedijzeren torenuurwerk vervaardigd in 1609 door Huijck Claesz. Hopcoper.

Orgels

Hoofdorgel: van oorsprong een orgel met hoofdwerk en borstwerk, voor 1565 gemaakt door Peter Jansz. de Swart, exacte bouwjaar onbekend. In 1637 is het gewijzigd en uitgebreid door Galtus Germer van Hagerbeer tot een orgel met hoofdwerk en bovenwerk. Nadien is het meermalen gewijzigd en uitgebreid door Johannes Duyschot (1717) en Johannes van Assendelft (1767) en later door Lohman en Schaaffelt en Van Leeuwen. In 1980 voltooide Jürgen Ahrend een grondige restauratie onder advies van Maarten Vente en Jan van Biezen. Ahrend herstelde de dispositie grotendeels naar de laat 18e eeuwse toestand en voegde een vrij pedaal toe. Windvoorziening, laden en tractuur werden nieuw gemaakt in Ahrend-factuur, de manualen zijn een kopie van het koororgel in de Nieuwe Kerk in Amsterdan. De dispositie:

  • Hoofdwerk (manuaal 1): Bourdon 16' - Praestant 8' - Roerfluit 8' (1980) - Octaav 4' - Quint 3' (1767) - Octaav 2' - Mixtuur 1⅓' 3-4 sterk - Scharp ⅔' 3-4 sterk (1980) - Cornet 4' 3 sterk discant (1717) - Trompet 8' (1980).
  • Bovenwerk (manuaal 2): Holpijp 8' (1767) - Quintadeen 8' - Octaav 4' - Fluit 4' - Nasaet 3' (1980) - Gemshoorn 2' - Tertiaan 1 3/5' (1980) - Siflet 1' (1980) - Sexquialtra 2⅔' 2 sterk discant (1980) - Vox humana 8' (1980).
  • Pedaal: Subbas 16' (1980)- Octaav 8' (1637/1980) - Octaav 4' (1980) - Trompet 8' (1980).
  • Koppelingen: Pedaal-Hoofdwerk, Pedaal-Bovenwerk, Bovenwerk-Hoofdwerk (!).
  • Tremulant op het hele werk.

Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: CDE-c3. Pedaalomvang: C-d1. Toonhoogte: a1 = 415 Hz. Temperatuur: Werckmeister III. Winddruk: 79 mm. WK.

Kabinetorgel: gemaakt omstreeks 1800, bouwer onbekend. In 1978 in de Hooglandse Kerk geplaatst en in 1980 gerestaureerd door de Gebr. Vermeulen (Weert). In 2004 restaureert Gert van Buuren (Heukelum) het pijpwerk en de pijprooster en voert een herintonatie uit. Dispositie:

  • Manuaal: Prestant 8' discant - Holpijp 8' bas/discant - Viola di Gamba 8' discant (1980) - Octaaf 4' - Openfluit 4' - Octaaf 2'.
  • Pedaal: aangehangen.

Mechanische sleeplade. Manuaalomvang: C-f3. Pedaalomvang: C-f. Temperatuur: Van Buuren I. Winddruk: 52 mm. WK.

Engels kathedraalorgel: Stichting Cathedral Organ Leiden beijvert zich voor de plaatsing van een Engels orgel in de Hooglandse Kerk. De Stichting heeft daartoe een nagenoeg origineel orgel van Henry 'Father' Willis uit 1892 aangekocht, dat zal worden gerestaureerd en uitgebreid door de huidige firma Henry Willis uit Liverpool. Het is de bedoeling dat dit orgel geplaatst wordt in de oost-zijbeuk van het noordertransept.

In het voorjaar van 2015 moet het Engelse kathedraalorgel in de Hooglandse Kerk in Leiden klaar zijn. Op 9 december 2013 is het contract getekend met de Britse orgelbouwer Henry Willis & Sons, die het beoogde ‘Father’ Willis-orgel uit 1892 nu kan gaan restaureren en uitbreiden tot een volwaardig kathedraalorgel.

Externe links

Bezienswaardigheden

  • Kansel uit 1632 op Laatgotische zandstenen voet.
  • Middeleeuwse grafzerk behorende bij een kannikengraf.
  • Grafzerk van Justinus van Nassau (overleden 1631), zoon van Willem van Oranje en Anna de Merode.
  • Epitaaf van de hand van Rombout Verhulst, ter nagedachtenis van de Leidse burgermeester Pieter van der Werff (overleden 1604)
  • Groot uurwerk uit 1607 afkomstig uit de vieringtoren.
  • Het de Swart/van Hagerbeer orgel (16de eeuw)

Afmetingen

Lengte 70,70 m
Breedte van het volledige schip 26,30 m
Breedte van het middenschip 10,60 m
Lengte van het transept 65,70 m
Hoogte van de gewelven van transept en koor 26,20 m
Hoogte van de gewelven in zijbeuken en omgang 13,00 m

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Kap