Handelingen

Maastricht, Sint Theresiaplein 8 - Theresia

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Theresia
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Limburg
Gemeente: Maastricht
Plaats: Maastricht
Adres: Sint Theresiaplein 8
Postcode: 6213CG
Inventarisatienummer: 13150
Jaar ingebruikname: 1934
Architect: Groenendael, J.H.H., van
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Gemeentelijk monument


Geschiedenis

Parochiekerk van de H. Theresia (van Lisieux), begin jaren 1930 opgericht in westelijke uitbreiding van Maastricht, nabij het dal van de Jeker. Grote, driebeukige, basilicale kruiskerk met breed middenschip, opgezet volgens de gedachte van de volkskerk. Slanke vierkante toren rechts naast het koor, voorgevel voorzien van narthex en twee lagere torens. Uitwendig is het gebouw met kunrader kalksteen bekleed, inwendig met baksteen. Uiterst monumentale en vrijwel volledige beglazing van H. Schoonbrood, S. Franssen en M. Weiss, gedeeltelijk uit de bouwtijd, waarna toevoegingen in de jaren 1950 en 1960, tot en met 1984, toen in verband met het 50-jarige bestaan van het kerkgebouw nog 4 ramen zijn toegevoegd. In de kerk staat verder een bijzonder bioscooporgel van de Franse orgelbouwer Cavaillé-Col. Zie onder.

In de media, over het bijzondere orgel

Uit Veritas, 5 Mei 1941.

Het zal twee jaar geleden zijn, dat de pastoor van de St. Theresiakerk te Maastricht een retourtje nam Maastricht—Parijs, om in de Stad des Lichts den componist-organist Marius Monnikendam te ontmoeten. Het was dezen n.l. ter oore gekomen, dat een groot orgel van den beroemden Franschen orgelbouwmeester Cavaillé-Coll disponibel was en dat dit instrument in ieder opzicht zou kunnen beantworden aan de eischen welke aan een eventueel te bouwen orgel in de St. Theresiakerk gesteld mochten worden. Naast de artistieke eischen speelden ook hier de finantiën een rol, die, zooals begrijpelijk is, voor een pas ontloken arbeiders-parochie, binnen beperkte grenzen zouden moeten blijven.

Pastoor Ramaekers liet zich vergezellen op zijn tocht door een lid van de Maastrichtsche orgelbouwersfamilie Peereboom.

De heer Monnikendam verwelkomde de heeren aan het Gare du Nord te Parijs, tezamen met een orgelbouwer van dezen tijd, den heer L. Eugène-Rochesson, oud-leerling van „le père Cavaillé", zooals in verdere gesprekken de groote Aristide Cavaillé-Coll genoemd werd. De tocht ging nu verder naar de Residentie der Fransche koningen: Versailles. Onderwijl had de heer Rochesson gelegenheid van zijn groote kennis en inzicht van stijlen in dat aan monumenten zoo rijke milieu blijk te geven. Men weet n.l., dat de architectuur en beeldende kunsten der Lodewijken hier hun grootste triomphen gevierd hebben. De plaats, waar het orgel zich bevond. was nu... een cinema. Daar stond het werk van den beroemden orgelbouwer. Eenieder, die dit leest, fronst natuurlijk het voorhoofd en ziet en hoort in zijn verbeelding een der monstrueus orchestrions, welke in onze bioscopen onder het mom van „orgel" zijn binnengedrongen. Uit het feit echter, dat een wereldnaam als Cavaillé-Coll aan het onderhavige instrument verbonden is, kan men reeds opmaken, dat hier geen hellend vlak betreden is. „Le père Cavaillé" heeft zich nimmer tot eenig compromis laten verleiden. Een andere omstandigheid zal in deze echter nog meer licht werpen. De eigenaar der genoemde cinéma, een in modernen stijl opgetrokken zaal, plaats biedend aan 1200 menschen — is een bekende figuur in het Fransch economisch leven; eere-voorzitter tevens van sociale en cultureele vereenigingen. Een zakenman, die eens droomde van een groot ideaal, bekoord n.l. door het spel der meesters van de Fransche organistenschool, wilde hij het volk daarvan deelgenoot maken en wel als kunstzinnige aanvulling van het cinéma-programma. Eenige jaren lang noodlgde hij bekende Parijsche organisten uit, om op zijn door „le père Cavaillé" gebouwde instrument voordrachten te geven, werken van het klassiek en hedendaagsch repertoire ten gehoore te brengen. Een plaats echter als Versailles — waarvan het inwoneraantal te vergelijken is met Hilversum — bleek een te klein contingent van muziekliefhebbers te bezitten om regelmatig een zoo groote zaal te kunnen bevolken. Anders gezegd: het cultureel peil der massa bleek ook hier nog niet rijp genoeg om een werkelijk verantwoord muzikaal programma van orgelmuziek te kunnen waardeeren. De groote uitgaven, aan instrument en bespelingen gespendeerd, bleken dus zelfs niet de voldoening van appreciatie te kunnen opbrengen, waarom het alleen den ondernemer te doen was. Uiteindelijk besloot hij dan ook dit werk te staken en aan de vraag van de massa om goochelaars, buiksprekers, acrobaten, slangen-bezweerders, hypnotiseurs, illusionisten en dergelijk boerenbedrog meer, te voldoen. Wat de Maastrichtsche heeren opviel bij de bespeling die Marius Monnikendam er gaf, was de welluidendheid, de breede sonoriteit van het geheel en de bijzondere karakter-eigenschappen der registers afzonderlijk. Nimmer hoorden zij in de lage landen zulk een Flûte harmonique klinken, zulk een Hautbois, Clarinette, Cor de nuit of Trompette harmonique. De klank nl. van het Cavaillé-Coll-orgel is in Nederland weinig of niet bekend. Bij nader onderzoek bleek ook aan het pljpenmateriaal, de windladen, speeltafel, balgen, enz. de uiterste zorg besteed te zijn. Sinds dien namiddag is er weinig tijds verloopen tot het orgel te Maastricht in groote kisten verpakt arriveerde. Het wachten was nu op het feest van pastoor Ramaekers; want het orgel zou op dien dag hem als feestgave der parochie worden aangeboden. De heeren Peereboom verkregen de eervolle opdracht het instrument te moeten opstellen en met enkele stemmen zelfs uit te breiden, zulks in overleg met Marius Monnikendam en Henri Hermans. Booze tongen, die aanvankelijk smalend spraken over „een cinema-orgel" werden met stomheid geslagen zoodra ze het uiteindelijk klankresultaat hoorden. Inderdaad is hier een werkstuk geleverd van orgelbouw waarop niet alleen de St. Theresiakerk, maar ook heel Nederland trotsch mag zijn. Het merkwaardige feit doet zich namelijk voor, dat met een betrekkelijk klein aantal stemmen een klankverscheidenheid en volheid is bereikt als andere veel omvangrijker orgels niet bezitten. Doch wat baat het over instrumenten te schrijven, zoo men den klank niet heeft beluisterd. Tot dit beluisteren bestaat nu in ons eigen midden volop gelegenheid, die men zeker niet onbenut mag laten.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur