Handelingen

Oisterwijk, De Lind 50 - Joannes van Oisterwijk (1928 - 2018)

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object: Joannes van Oisterwijk
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Oisterwijk
Plaats: Oisterwijk
Adres: De Lind 50
Postcode: 5061HX
Sonneveld-index: 07996
Jaar ingebruikname: 1927-1928
Architect: H.W. Valk (nieuwbouw); H.W. & G.H.F. Valk (uitbreiding)
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 519975



Geschiedenis

Buitengewoon belangrijke kerk met brede zadeldaktoren.

Oisterwijk - Johannes van Oisterwijk met links de pastorie; jk 03-09-2012

Aan het begin van de 20-er jaren van de 20e eeuw maakt Oisterwijk een sterke bevolkingsgroei door. Dit is voor bisschop Z.H. Exc. Monseigneur A.F. Diepen aanleiding om de parochie Petrus Banden te spitsen. In 1926 benoemt hij de rector van het klooster Catharinenberg, J. Th. van der Weerden, tot bouwpastoor en hiermee staat de parochie aan het begin van haar geschiedenis. Na een brief van 19 mei 1927 van de bisschop aan het kerkbestuur van de nieuwe parochie kan de bouw van een nieuwe kerk worden gestart. Hotel ‘De Linde’ wordt voor een bedrag van f 35.000,-- gekocht en wordt verbouwd tot pastorie. Architect dhr. H.W. Valk uit ’s-Hertogenbosch wordt benaderd voor het maken van een plan. Nadat de gemeenteraad van Oisterwijk een subsidie van f 10.000,- verstrekt kan de bouw worden gerealiseerd en wordt op 29 augustus 1927 de eerste steen officieel gelegd. De start van de bouw verloopt voorspoedig, maar na enkele maanden moet de bouwpastoor persoonlijk bemiddelen om een wilde staking van de bouwvakkers op te lossen. Op maandag 4 juni 1928 wordt de Joanneskerk door Monseigneur A.F. Diepen gewijd. Op dat moment is de kerk nog niet voltooid. Eén travee en de toren ontbreekt. Na de 2e wereldoorlog is er sprake van een ware babyboom. Veel kinderen worden geboren en gedoopt en het aantal parochianen groeit explosief waardoor de behoefte ontstaat om de Joanneskerk uit te breiden. In 1951 worden de oude plannen van architect Valk uit de kast gehaald en wordt besloten te kerk te vergroten. Ditmaal wordt ook de zoon van de architect, G.H.F. Valk, betrokken bij de plannen. De kerk krijgt er een travee bij en er wordt een toren toegevoegd. Als in 1953 de parochie 25 jaar bestaat, is de verbouwing klaar. In 1958 worden drie klokken genaamd Joannes, Josef en Maria geïnstalleerd en in 1972 wordt de dagkapel in gebruik genomen. Hier vinden toen en nu de ‘doordeweekse’ Missen plaats. Anno 2012 zijn er plannen om de kerk te gaan sluiten, echter concrete besluiten zijn nog niet genomen.

  • 2017. In 2018 wordt de kerk aan de eredienst onttrokken.
  • 2018 - Op 24 juni 2018 zou de kerk aan de eredienst worden onttrokken. Een groep parochianen heeft hiertegen echter actie gevoerd.
  • 2019 - Begin 2019. Er zijn vieringen op zaterdagen om 17.00 uur.
  • 2024 - Begin 2024. Er zijn nog altijd regelmatig vieringen.

Monumentomschrijving Rijksdienst

jk 03-09-2012

Inleiding

R.K. KERK van de H. Joannes van Oisterwijk, gebouwd in 1927-1928 in Expressionistische bouwstijl naar plannen van H.W. Valk en in 1952-1953 voltooid met de bouw van een westelijke travee en een toren door H.W. en G.H.F. Valk. Het gebouw ligt aan de oostzijde van het beschermde plein De Lind, ten oosten van het raadhuis. De westelijke travee uit 1952 is volgens de originele plannen gebouwd, de toren wijkt van deze plannen af en toont meer traditionele gotiserende vormen.

Omschrijving

Vijfbeukige basiliek, opgetrokken uit baksteen met toepassing van enige natuursteen in raamtraceringen en hoekblokken. Zadeldaken met leien gedekt met afwisselend Maas- en rensdekking. Platte daken op de omgang. Het schip telt drie traveeen met ervoor een zadeldaktoren met nevenruimten en heeft aan de oostzijde een hogere koortravee met pseudotranseptarmen, die sacristie en nevenruimten huisvesten. Deze ruimten en de zijbeuken hebben dwarsgerichte zadeldaken en topgevels. De smalle buitenste beuk, feitelijk een circulatiegang, heeft platte daken, die tegen de topgevels aansluiten. De gehele kerk, met uitzondering van de toren, heeft eenvoudige vlakke met lisenen versierde muren, afgesloten met vlechtingen en kruisen en doorbroken door smalle, deels gekoppelde lancetvensters met natuurstenen driepastraceringen, gedeeltelijk voorzien van kruisvormen. In de oostgevel van het koor een hooggeplaatst roosvenster met eromheen een krans van twaalf rondvensters.

De toren gaat op vanuit een lage ingangshal met nevenruimten en drie tudorbogen. Hij telt drie geledingen met nissen en galmopeningen met vorktraceringen, aan de oostelijke en westelijke zijde telkens in groepen van drie gerangschikt, aan de noord- en zuidzijde in groepen van twee.

Inwendig heeft de kerk een breed, in schoon metselwerk uitgevoerd middenschip met brede, spitse scheibogen op gedrongen, ronde stenen zuiltjes. De spitsbogen en de dwarse paraboolbogen dragen driedelige bakstenen meloengewelven. De lichtbeuk bevat twee groepen van twee lancetramen. De zijbeuken worden overwelfd door graatgewelven die opklimmen naar de toppen van de scheibogen, en daardoor deze beuken bij het middenschip betrekken. Op de zijbeuken sluit de smalle omgang aan die overdekt wordt door graatgewelven. Deze gaan vanuit de buitenmuren op bakstenen lisenen op en worden naar de zijbeuk toe gedragen op groepen van twee en vier gekoppelde zuiltjes. Het met graatgewelven overwelfde koor heeft in opstand een driedeling met spitsbogen, waarboven een galerij met zuiltjes en een lichtbeuk. Hierdoor heeft het koor een dubbelschalig karakter.

Links en rechts van de triomfboog ingebouwde ambonen. De indeling der ruimte en de nadruk welke door lichtval en detaillering op het koor wordt gelegd, loopt vooruit op latere ontwikkelingen in het werk van de architect, vooral de ontwikkeling van zijn zogenaamde Christocentrische kruiskerk.

De kerk bezit een keramisch Maria-altaar van T. van de Wiel (1928), neobarokke biechtstoelen (19de eeuw), een doopvont van M. van Helvert (1953), beelden van Jozef en Theresia uit het atelier Cuypers (1928-1929) en een roosvenster en vier ramen van K. Trautwein (1938) met engelen en voorstellingen uit het Nieuwe Testament.

Waardering

  • Het gebouw is van algemeen belang.
  • Het heeft cultuurhistorische waarde als voorbeeld van de ontwikkeling van het katholicisme in het Interbellum en in het bijzonder voor de typologische ontwikkeling van de Volkskerk.
  • Het heeft architectonische waarde vanwege de Expressionistische stijl en detaillering en vanwege de plaats in het werk van de architect Valk, met name de ontwikkeling van diens Christocentrische kruiskerk.
  • Het gebouw heeft ensemblewaarde als onderdeel van de beschermde Lind, waarbij de toren een markant onderdeel vormt en de oostzijde van het plein afsluit.
  • Het gebouw is gaaf bewaard gebleven.

MIP omschrijving

jk 03-09-2012
  • Naam monument: H. Johannes
  • Bouwstijl: Expressionisme
  • Bouwperiode: 1928 tot: 1952
  • Gevels en materialen: Driebeukige basiliek met toren. Baksteen met toepassing van enige natuursteen in raamtraceringen. Drie traveeen. Vlechtingen en kruisen.
  • Vensters en deuren: Lancetramen en spitsboogramen met tufstenen traceringen.
  • Dak en bedekking: Zadeldaken.
  • Interieur: Drie schiptraveeen met brede spitse scheibogen op ronde stenen zuiltjes. De spitsbogen en de dwarse paraboolbogen dragen bakstenen meloengewelven.
  • Bijzonderheden: Het gebouw is een goed voorbeeld van de vroege expressionistische baksteenstijl van H.W. Valk, waarbij door vermindering van het aantal pijlers het zicht op het altaar wordt verbeterd. Het gebouw sluit op zeer gelukkige wijze het beschermde dorpsplein de Lind af.
  • Omschrijving: Zadeldaktoren sluit de Linde aan de oostzijde af. De lichtbeuk bestaan uit twee groepen van twee lancetramen. De zijbeuken hebben op de scheibogen aansluitende graatgewelven en worden verlicht door tweedelige ramen. De zijbeuk wordt omgeven door een lage, plat gedekte circulatiegang met graatgewelven, die door groepen van twee en vier stenen zuiltjes van de zijbeuk wordt gescheiden. Het koor heeft een tweedeling met spitsbogen waarboven onder het graatgewelf een galerij met zuiltjes. In de sluitmuur een roosvenster. Hierdoor heeft het koor een dubbelschalig karakter. Het oorspronkelijk ciboriumaltaar, een afbeelding van de verbondsark is helaas verdwenen. De kerk bezit een keramisch Maria-altaar door Van de Wiel (1928), neobarokke biechtstoelen (19de eeuw), een doopvont van M. van Helvert (1953), beelden van Jozef en Theresia uit het altaar (Cuypers, 1928-1929) en een roosvenster, en vier ramen van Trautwein (1938) met engelen.

Orgel

Het orgel is gebouwd door Verschueren Orgelbouw in 1956.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Orgel

Tekeningen