Handelingen

Overleg

Rotterdam, Tulpstraat 58 - Elim

Uit Reliwiki

Tulpstraat Er was dus behoefte aan een eigen gebouw waarvoor Zalmann zich dan ook inzette. Met behulp van giften van vrienden, begunstigers en ‘eenige christelijke dames’ kon hij het pand Tulpstraat 20 kopen voor 4.500 gulden. Het pand is omstreeks 1890 gebouwd (de Tulpstraat is in 1880 ingesteld en in het adressenboek van 1888 staat nog geen nummer 20, de straat is dan nog in aanbouw). Volgens diverse bronnen was het gebouw een café voor Engelse zeelieden, volgens het adressenboek van 1893 was er een bierhuis gevestigd en in 1900 woonden op nummer 20 een bierhuishouder en een mandenmaker.

Oprichting Elim In 1901 werd in Rotterdam de "Nederlandse Vereeniging tot zending onder Israël, genaamd Elim" opgericht, in navolging op twee soortgelijke instellingen in Amsterdam, te weten de Zionskapel (1847) en de Schotse Zendingskerk (1856). Het pand aan de Tulpstraat werd verbouwd en op 17 september 1901 onder de naam ‘Elim’ als joods-christelijk zendingshuis geopend. Het was bedoeld als tehuis voor emigrerende en andere (ook Nederlandse) joden. Er was een leestafel, een keuken en een bibliotheek en het diende tevens als woning voor het gezin Zalmann (later ook voor een conciërge), die de zaak beheerde. In 3 ½ maand tijd bezochten ruim 1.700 joodse bannelingen het huis. Ze kregen eten (thee met suiker op z’n Russisch en koek), Bijbellezing, schone kleren en indien nodig onderdak en werden opgevangen totdat hun schip vertrok. Door de christelijke signatuur wekte de organisatie nogal argwaan omdat de joden in Oost-Europa juist door de christenen werden vervolgd. Zalmann wilde laten zien dat christenen ook een andere kant hadden.

Cijfers In het hele land werden Elim-fondsen opgericht en Elim-kransen, naaikransen waar vrouwen kleren maakten en vermaakten. In 1902 gaf het huis aan ruim 7.000 joden tijdelijk onderdak, een even groot aantal dat al in de eerste drie maanden van 1903 was bereikt. Er waren dagen dat er 250 mensen kwamen terwijl er maar 30 tot 35 personen in de zaal konden. Uitbreiding was noodzakelijk en het belendende pand Tulpstraat nummer 18, waar een smederij en een bankwerker gevestigd waren, werd in 1905 aangekocht. Op 10 juli 1907 werd het geopend. Datzelfde jaar deden bijna 38.000 emigranten ‘Elim’ aan. In 1911 werd ‘Elim’ een officiële organisatie met statuten onder de naam ‘Nederlandsche Vereeniging voor Zending onder Israël Genaamd 'Elim' te Rotterdam. Het aantal mensen dat door 'Elim' heenging was groot. In de eerste zes jaar waren dat er 143.864 met als topjaar 1911.

Werkverschaffing ‘Elim’ deed vanaf circa 1906 ook aan werkverschaffing. Bedoeld voor joden die drie of meer maanden in Rotterdam verbleven of zelfs helemaal niet naar Amerika gingen. Er ging een sigarettenfabriek van start, gefinancierd door de ‘London Society’, de Londense zusterorganisatie, onder de naam NV Cordati, genoemd naar een jeugdvriend van Zalmann uit Odessa. Zalmann werd directeur. Omstreeks 1913 kwamen er nog een cartonnagefabriek en een drukkerij bij, en nog later een boekbinderij, gevestigd op nummer 16. Er was een speciale inrichting voor het drukken van Hebreeuwse, Poolse, Servische, Russische en Hongaarse talen. Ze werd opgericht omdat bekeerde joden -die als afvalligen werden beschouwd- niet meer in de sigarettenfabriek konden blijven. Ze werkten er drie jaar om het vak onder de knie te krijgen. Omdat ze geen Nederlands spraken, zorgde ‘Elim’ ook voor cursussen Nederlands en Engels, zodat ze daarna in een Nederlandse drukkerij aan de slag konden.

Bestemming Tulpstraat Zalmann overleed in 1924 in Maarssen. De nummers Tulpstraat 18 en 20 worden in het adressenboek uit 1924 niet genoemd en de indruk is dat het zendingshuis toen ophield te bestaan. In 1925 zat op nummer 16a nog ‘Elim’ Drukkerij en boekbinderij, maar in 1926 zaten daar ‘United Tobacco works’ en C.J. Dukat, fabrikant van sigaretten. In 1922 hield de sigarettenfabriek op te bestaan als gevolg van de oorlog en de grotendeels stopgezette emigratie. Op nummer 18b, dus de oude sigarettenfabriek, zat inmiddels een autogarage en een rijwielhandel van L. Snaauw. ‘Elim’ verhuisde in 1930 naar nummer 14, waar het in 1935 nog zat. In 1931 was in pand nummer 18b een autoverhuurinrichting gevestigd en op nummer 16a een ‘zwoerdwaschindustrie’ met de raadselachtige naam ‘Hijwill’, een bedrijf in slachtafvalproducten. Van 1934-1935 zat daar Le Ko’s Worstfabriek. Een van deze eigenaren heeft toen betegelde bakken en koeldeuren laten aanbrengen, ten behoeve van zijn zwoerden en worsten. In 1940 is de drukkerij waarschijnlijk door de Duitsers ontruimd.

Hedentendage Voorbidders zijn in de Tulpstraat op zoek gegaan naar de nummers 14-16. De nummering bleek echter geheel veranderd en zij vonden het zeer verwaarloosde pand terug op nummer 58. Met vereende krachten is de benedenverdieping van het pand weer bewoonbaar gemaakt en op 3 december 2005 werd 'Elim' Huis van Gebed voor Rotterdam aan de Tulpstraat 58 geopend. De aanbetaling van de huur voor de eerste maand is gedaan door een gift.

Bron:Stadsarchief Rotterdam