Handelingen

Overleg categorie

Hoogeveen

Uit Reliwiki

Kerkgeschiedenis Hoogeveen

In 1651 werd in de landsdag steun gevraagd voor de bouw van een kerk, een kerkenraad gevormd en de predikant van Echten (D. Franzius) gevraagd in de nederzetting te komen wonen. Na zijn dood kreeg de plaats een eigen predikant, beroepen door de hoofdparticipanten van de Compagnie van 5000 Morgen, waarin de heer Van Echten belangrijke zeggenschap had; de Echtense predikant verdween in 1699. In 1783 kreeg Hoogeveen een tweede predikant.

De hervormde kerk is oorspronkelijk een laat-17e-eeuwse kruiskerk, thans door verbouwingen in 1766-1804 een driebeukige hallenkerk. Restauratie had plaats in 1969. Hoogeveen kent nog de trommelslager, die naar een traditie van meer dan 300 jaar op zondagmorgen de kerkdiensten aankondigt. Door de ontginning kwamen ook joden richting Hoogeveen. In 1730 hadden deze al een eigen begraafplaats in het centrum van het dorp (in gebruik tot 1839). Omdat alleen Drentse joden in Hoogeveen (en Meppel) mochten wonen, vestigden zij zich vaak eerst in een ander Drents dorp, totdat dit in 1769 verboden werd. De overheid vond in 1774 dat er toen te veel joden in het dorp woonden; zij die er nog geen jaar woonden, moesten vertrekken. De Joodse Gemeente verkreeg in 1799 een officiële synagoge. In 1930 telde de plaats 223 joden, in Drenthe als geheel waren dat er 1645. Na WO II waren hiervan (1947) nog 146 over. In de voormalige synagoge is thans de Baptistengemeente gehuisvest.

In 1835 ontstond in Hoogeveen een grote groep afgescheidenen van 335 zielen; in 1842 werd deze gemeente erkend. In 1846 werd hier Wolter Kok beroepen. Hollandscheveld had zich reeds in 1851 als gemeente van Hoogeveen afgesplitst. Eind 19e eeuw werd het godsdienstige mozaïek nog vergroot door de totstandkoming van een Remonstrantse Broederschap. In 1886 werd deze gemeente erkend, in 1894 kreeg zij een eigen kerk.

In 1899 vonden de Afgescheidenen en de aanhangers van de Doleantie elkaar weer. Zij, die het met deze samensmelting niet eens waren, splitsten zich af als Christelijke Gereformeerde Kerk. Niet alleen de christelijke gereformeerden groeiden daarna in aantal, dit was ook het geval met de hervormden. Zo kreeg Pesse in 1872 een hervormde predikant. Bij de gereformeerden kwam de toevloed uit Groningen; rondom Hoogeveen ontstonden kerken te Nieuweroord (1905), Nieuwlande (1913) en Alteveer (1915). Verder kreeg Hoogeveen nog een Baptistengemeente. In 1885 bezat de plaats 2 protestants-christelijke scholen. In Hoogeveen nam na de sterke economische ontwikkeling van de plaats de ontkerkelijking niet toe. Sterker nog, het zielental van de protestanten steeg en er ontstonden zelfs andere geloofsgroepen: baptisten, Apostolischen, Vergadering der Gelovigen, Leger des Heils, Pinksterbeweging en Jehova's Getuigen.

Rond het herstel van de Bisschoppelijke Hiërarchie woonden er ongeveer 40 katholieken in Hoogeveen, die kerkelijk behoorden tot Slagharen. Vanwege het godsdienstige klimaat vertrokken velen ook weer, zeer tegen de zin van de ondernemers, die hun werklui niet graag zagen weggaan. In 1819 werd aan gedeputeerde staten van Drenthe gevraagd om mee te werken aan het stichten van een kerk. De aartspriester mgr. Muller van Zwolle adviseerde gunstig. Gedeputeerde Staten namen het advies over, maar er gebeurde niets. Het aantal katholieken was ook te klein voor een eigen parochie. De paters Carmelieten verzorgden vanuit Zenderen vaak assistentie in het Noorden. Zij zochten een plaats om een klooster te bouwen. Die plaats werd Hoogeveen, vanwege zijn gunstige ligging. In 1905 was de bouw van het klooster zover dat er een H. Mis kon worden opgedragen. De katholieke bevolking groeide slechts matig. Een belangrijke pastoor was B. Dommerhuysen van 1932 - 1948. Hij bracht het gesprek met de andere kerken op gang. Hij kreeg gehoor, mede omdat hij een belangrijk man was in het Hoogeveense verzet in de oorlog. Een in Drenthe bekende pastoor in Hoogeveen was pater Willehad Kocks. In 1957 droegen de Carmelieten de parochie over aan het bisdom Groningen. Het klooster werd verkocht en de kapel bleef voorlopig parochiekerk. In 1963 kreeg Hoogeveen een nieuwe katholieke kerk, naar een ontwerp van J.J.A. Dresmée uit Dreibergen. De klok in de toren is een geschenk van een groot aantal niet-katholieke Hoogeveners. De parochie is nu opgegaan in het samenwerkingsverband Hoogeveen, Meppel en Beilen.