Steun Reliwiki!
Voor de hosting en het onderhoud van deze site die gerund wordt door vrijwilligers is geld nodig. Ondersteun RELIWIKI met uw bijdrage op NL86 TRIO 0198 3859 94 (Triodos Bank), t.n.v. de stichting Reliwiki. Uw schenking is fiscaal aftrekbaar. Doe het vandaag nog en houdt Reliwiki en al haar data toegankelijk voor iedereen!

Uit het nieuws:


 Handelingen

Schalkhaar, Lindeboomsweg 34 - Nicolaas

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Provincie: Overijssel
Gemeente: Deventer
Plaats: Schalkhaar
Adres: Lindenboomsweg 34
Postcode:
Bouwja(a)r(en): 1895
ID nummer: 10562
Architect: Riele, G. te (1895) J.Haket (1933)
Oorspronkelijke bestemming: Rooms Katholieke Kerk
Huidige bestemming: Rooms Katholieke Kerk
Monument status: Gemeentelijk monument


Geschiedenis

Driebeukige neogotische pseudobasiliek met fronttoren, naar ontwerp van G. te Riele. Stilistisch beïnvloed door de late Nederrijnse gotiek en door het werk van A. Tepe. In 1933 ingrijpend gewijzigd en uitgebreid met een nieuw dwarsschip en koor door J. Haket. Op de van briefpanelen voorziene koortribune een eenklaviers orgel uit 1900, gemaakt door Ludwig Schwarze (1858-1925) te Anholt.

In de periode januari tot juni 2005 is de kerk (1895, G. te Riele) gerestaureerd. Vooral het priesterkoor is veranderd en nu veel functioneler ingericht. Dat betekent o.m. dat de kerk een multifunctionele bestemming kan gaan krijgen, zoals concertruimte. (54-05)

In hun oorspronkelijke opzet waren de kerken en Lettele en Schalkhaar vrijwel identiek. Ze zijn dan ook kort na elkaar door dezelfde architect G. Te Riele, stilistisch beïnvloed door de late Nederrijnse gotiek en door het werk van A.Tepe, ontworpen De kerk in Lettele was bijna klaar toen in oktober 1894 door de pastoor van Schalkhaar, Asma, toestemming werd gevraagd voor de bouw van een nieuwe kerk. In maart 1895 werd begonnen met de bouw en in april werd de eerste steen gelegd. Op 13 november van datzelfde jaar volgde de consecratie van kerk en altaar door de aartsbisschop van Utrecht. De oorspronkelijke kerk had vijf traveeën, was van binnen gestuukt en wit of in een lichte kleur geschilderd. Op oude foto’s zijn sjabloon schilderingen te zien op de onderkant van de spitsbogen tussen midden- en zijbeuken en langs de boog op de overgang van schip en koor.Met de groei van het dorp Schalkhaar groeide ook de parochie. In 1933 is de kerk uitgebreid en van binnen ingrijpend gewijzigd, naar ontwerp van architect J.Haket uit Deventer. Van de oorspronkelijke driebeukige kerk met vijfzijdige koorsluiting werden het priesterkoor en het laatste travee van schip en zijbeuken afgebroken. Hier stonden vroeger in de zijbeuken het Maria en Jozef altaar. Tussen het bestaande schip en het nieuwe koor, geflankeerd door twee kapelletjes, kwam een dwarsbeuk of transept met verhoogde viering. Daardoor ontstond een kruisvormige plattegrond. Gewelfbogen en lambrisering in de uitbreiding werden in schoon metselwerk uitgevoerd. De lambrisering werd om een eenheid te krijgen met het bestaande deel van de kerk, hierin doorgetrokken. Het nieuwe deel van de kerk kreeg een pannendak en vermoedelijk zijn bij deze verbouwing, of mogelijk enkele jaren daarna, ook de oorspronkelijke leien daken van midden-en zijbeuken vervangen door pannen. In de laatste oorlogsdagen van april 1945 zijn de toren en het dak van de kerk zwaar beschadigd. Op een foto uit die tijd is te zien dat het kerkdak toen pannen had. Na de oorlog werd in 1949 eerst het processiepark hersteld en in 1950, onder leiding van Architect A.J.M. Vosman, de kerk. In 1960 is het priesterkoor gerenoveerd, naar ontwerp van A.J.M.Vosman die in die tijd min of meer als ‘huisarchitect’ fungeerde. In 1990 is de Vredeskapel, tevens mortuarium, gebouwd, met een verbinding naar het kerkgebouw. De Vredeskapel valt niet onder de bescherming.

Beschrijving

De huidige kerk heeft een kruisvormige plattegrond, gevormd door schip, transept en koor. Het vijfzijdige koor is naar het westen gericht. Aan weerszijden van het koor is een vijfzijdig kapelletje gebouwd. Koor en kapelletjes hebben hoge, driezijdig gesloten zadeldaken. Aan de zuidkant staat daarnaast de sacristie. Tussen sacristie en het zuidelijk deel van het transept loopt een lange gang naar de pastorie. De sacristie heeft een schilddak. In de kelder onder de sacristie is de verwarmingsruimte met een hoge schoorsteen aan de zuidwestkant van het transept. Tegen de zuidgevel van het transept is, bereikbaar vanuit de gang, een kleine ruimte gebouwd die via twee, te openen glas-in-lood raampjes in verbinding staat met de kerk. Van hieruit konden besmettelijke zieken de dienst volgen. Nu is dit bergruimte. Deze ruimte en de gang hebben een plat dak. Aan de oostkant van beide transeptarmen zijn de biechtstoelen uitgebouwd. De toren staat tegen de oostgevel van de kerk en heeft een hoge achtkantige, met leien in maasdekking gedekte spits, bekroond door een smeedijzeren kruis met torenhaan. Tegen de noordkant van de toren is een achthoekige traptoren gebouwd onder een steile torenspits met leien. De middenbeuk van het schip heeft een zadeldak, de zijbeuken hebben lessenaardaken. Direct achter de toren staat zowel aan de noord- als aan de zuidkant tegen de zijbeuk een kleine vijfzijdige gesloten kapel met een leien, driezijdig gesloten zadeldak met een kleine stompe piron op de nokpunt. Het transept en de verhoogde viering hebben zadeldaken en rechte eindgevels. Deze zijn hoger opgetrokken dan de daken en afgedekt met natuursteen. De afdekking eindigt aan de onderkant in een horizontaal schouderstuk. Op de geveltoppen staat een gedrongen kruis in natuursteen. Midden op de nok van de viering staat, 45 graden gedraaid ten opzicht van de nok, een hoge, slanke vierzijdige, met koper beklede spits geplaatst op een open voet. Op de spits staat een eenvoudig kruis. Alle kerkdaken zijn gedekt met Hollandse antracietkleurige pannen gemêleerd met rood. De goten van schip en zijbeuken liggen deels op de onder de goot over een paar lagen uitgemetselde muren en hebben een houten boeiplank. De goten van vieringtransept en koor liggen op de muren op een uitgemetselde rand, zijn bekleed met lood en hebben onder de kraal een geschulpte rand. De negen identieke dakkapelletjes op de verschillende daken hebben een gewolfd zadeldakje met leibedekking en worden bekroond met een vermoedelijk met lood beklede piron. Ze hebben een luik en een driepas-opening daarboven. Op de nokpunten van koor, kapelletjes en sacristie en op de spits van de traptoren staan pirons van siersmeedwerk. De kerk is opgetrokken in machinale baksteen. Het schip heeft vier, de beide transeptarmen elk twee traveeën, gescheiden door steunberen, waartussen hoge spitsboogvensters zijn geplaatst. Ook de oostgevel heeft aan weerszijden van de toren zo’n venster. Het koor heeft drie smalle spitsboogvensters, de eindgevels van het transept elk één breed spitsboogvenster. Boven de daken van het transept zijn in de beide gevels van de viering drie korte spitsboogramen aangebracht. In de toren is boven de dubbele, fraaie houten entreedeuren met smeedijzeren beslag, natuurstenen kalf en spitsboog bovenlicht, een hoog spitsboogvenster geplaatst. Al deze ramen hebben gemetselde bakstenen traceringen en glas-in-lood panelen. De kapellen, de sacristie en het torenportaal hebben kleine spitsboogvensters met glas-in-lood zonder tracering. De traptoren heeft verspringend enkele smalle rondboogvensters en in de bovenste geleding direct onder de spits een krans van smalle, hoge rondboogvensters. In de derde geleding van de toren zijn de galmgaten aangebracht. Er bevinden zich hoge spitsboogopeningen met tracering en houten schoepen in noord-, oost- en westgevel, en daarboven is, ook op de zuidgevel, een wijzerplaat geplaatst. Onder elk galmgat en weerzijden van de wijzerplaten zijn telkens twee hoge smalle vensterspleten aangebracht. De gesloten gevelvlakken van de toren en de oostgevel van de kerk zijn geleed met waterlijsten, blinde bogen en blinde spitsbogen met tracering. De bovenrand van de uitgemetselde plint, de afzaten van ramen en steunberen en de waterlijsten van toren en eindgevels van de oorspronkelijke kerk zijn uitgevoerd in vormbakstenen, van de uitbreiding uit 1933 in natuursteen. Ook de bovenste afzaten van de oorspronkelijke steunberen zijn afgedekt met natuursteen, maar dit is waarschijnlijk een latere toevoeging.

Interieur

Men komt de kerk binnen via het torenportaal. Dit heeft bij de verbouwing in de jaren ’70 van de vorige eeuw een verlaagd plafond en gewolmaniseerde houten voorzetwanden gekregen. Bij diezelfde verbouwing zijn de deuren tussen portaal en kerk vervangen door een nieuwe houten pui met dubbele deuren, die net zo min als het portaal passen bij het interieur van de kerk. De overige deuren in de kerk zijn wel origineel en van hout. Het middenschip wordt in de kerk van de lagere zijbeuken gescheiden door ronde kolommen met een eenvoudig vormgegeven voet en kapiteel. De kolommen dragen de scheidingswand met spitsboogopeningen tussen middenbeuk en zijbeuken, de kruisribgewelven boven deze ruimten ontspruiten daaruit. De buitenwanden hebben een lambrisering van schoon metselwerk, die aan de bovenkant een dubbele rollaag heeft. Daarboven zijn de wanden evenals de gewelfvelden, kolommen etc. gestuukt en gebroken wit geschilderd. De gewelfribben en de randen van de gewelfbogen in het oorspronkelijke gedeelte van de kerk zijn wat donkerder beige/oker geschilderd. Alle gewelfbogen en gewelfribben in de uitbreiding van 1933 zijn uitgevoerd in schoon metselwerk. De vloer in het oorspronkelijke deel van de kerk bestaat uit verschillende materialen, mooie zwarte tegels in de gangpaden, grote rode zandsteen tegels achter in de kerk, tussen de banken en langs de oostwand. Langs de zuidwand een gedeelte met lichtere tegels. De vloeren in de uitbreiding van 1933 bestaan uit een tegelpatroon van rode, grijze en zwarte tegels. Het grote, in 1960 nieuw ingevulde liturgisch centrum is uitgevoerd in grijs/beige natuursteen (comblanchien). De fraaie houten banken in de middenbeuk dateren uit 1895, de houten banken in het transept uit 1933. De banken in de zijbeuken zijn vervangen door stoelen.

Gebrandschilderde ramen

Vrijwel alle ramen in de kerk zijn gebrandschilderd. Alleen de vier ramen in de noordgevels van het transept zijn van blank glas-in-lood met een gekleurde rand. De oudste ramen dateren uit het bouwjaar van de kerk, 1895. Dit zijn het middelste raam in de absis van het priesterkoor met het kruisoffer en het offer van de eucharistie, en het door pastoor Asma geschonken raam met voorstelling van Maria met het kind Jezus. Het rechter- en linker raam in de absis zijn in stijl goed aangepast aan het middelste maar dateren uit 1923. Genoemde ramen werden gemaakt door Goch uit Kevelaer. Het raam van de Heilige Familie in het transept dateert uit 1902 en bevond zich vóór de verbouwing van 1933 boven het Jozef altaar. De Aanbidding der Koningen en Johannes de Doper zijn van 1934. Ook de beide grote ramen in het linker en rechter transept zijn van na de verbouwing van 1933. Verder bevinden zich in de kerk twee series ramen van professor Hub Levigne, bekend graficus en glazenier. De eerste serie is van 1950, dit zijn de ramen in de noordelijke zijbeuk. De tweede serie, de ramen in de zuidelijke zijn eenvoudiger van vormgeving en dateren uit 1964. De beide kapellen links en rechts van het koor werden gebouwd voor Maria- en Jozef-altaren. In het rechter staat nu het oude doopvont dat niet meer als zodanig gebruikt wordt. De kapel tegen de zijbeuk aan de zuidkant was oorspronkelijk de doopkapel, de vloer ligt nu nog lager dan die van de kerk. Hierin staat het beeld van de Heilige Nicolaas uit 1898. In het kapelletje daartegenover het beeld van de Heilige Antonius met Christuskind daterend uit 1906. De beide kapellen worden afgesloten door een smeedijzeren hek. Genoemde beelden en enkele andere beelden in de kerk die niet meer op hun oorspronkelijke plek staan, zijn fraai gepolychromeerd en dateren uit het eind van de 19e eeuw of het begin van de 20e eeuw. Het belangrijkste beeldje in de kerk is het mooie eikenhouten beeldje van Maria van Frieswijk, uit ongeveer 1500, afkomstig uit boerderij de Tempel, die voor 1810 als schuilkerk diende. In de jaren’20 van de vorige eeuw kwam het in bezit van de kerk. Het is toen gerestaureerd waarbij de polychromie verwijderd is. In 1953 is het beeldje in de kerk geplaatst, in een door architect Vosman ontworpen natuurstenen nis, in de wand rechts naast de toren. In de periode januari tot juni 2005 is de kerk (1895, G. te Riele) gerestaureerd. Vooral het priesterkoor is veranderd en nu veel functioneler ingericht. Dat betekent o.m. dat de kerk een multifunctionele bestemming kan gaan krijgen, zoals concertruimte. Enkele andere beelden in de kerk zijn: - de vier kalkstenen heiligenbeeldjes in de absis van het priesterkoor, die afkomstig zijn van het in 1960 afgebroken hoofdaltaar, - het kruisbeeld in het kerkportaal uit ca. 1860, gepolychromeerd lindehout op een eikenhouten kruis. - het koperen deels vergulde H. Hartbeeld rechts voor in de kerk is gemaakt door de gebr. Brom in Utrecht. - de afbeelding van Maria van Altijddurende Bijstand is uit één stuk notenhout gesneden. Het werd in 1957 incl. marmeren omlijsting geschonken door A.J.M. Vosman en siert de linker wand naast de toren. -

Klokken

In 1950 werden ter vervanging van de in de oorlog door de Duitsers geroofde luidklok drie nieuwe klokken gegoten door het bedrijf Petit en Fritsen uit Aarle-Rixtel. De klokken hebben de disposities f, as en bes.

Orgel

Op de van briefpanelen voorziene koortribune een eenklaviers orgel uit 1900. Het heeft een neogotische kast en dateert uit 1900. Het werd gemaakt door Ludwig Schwartze uit Anholt in Westfalen, Duitsland.

Kapel

In 1990 is tegen de zuidzijde van de kerk de Vredeskapel gebouwd.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur