Handelingen

Simpelveld, Kloosterstraat 68-70 - Kapel Loreto

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object: Kapel Loreto
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Limburg
Gemeente: Simpelveld
Plaats: Simpelveld
Adres: Kloosterstraat 68-70
Postcode: 6369AD
Inventarisatienummer: 13454
Jaar ingebruikname: 1878
Architect: Huerth, H.J.
Huidige bestemming: kapel
Monument status: Rijksmonument 518648

Geschiedenis

Monumentomschrijving Rijksdienst

Klooster

Kloosterkapel met aan weerszijden een kloostervleugel. Het klooster dateert uit 1878 en werd gebouwd naar een ontwerp van de Duitse architect H.J. Hürth. De bouwstijl van de kloosterkapel is Neo-Gotiek. De bouwstijl van de kloostervleugels is beïnvloed door Neo-Gotiek. Het gehele kloostercomplex behoort tot de zogenoemde Kulturkampf-kloosters.

Omschrijving

Kloosterkapel in dwarsrichting op een rechthoekige plattegrond met aan weerszijden een kloostervleugel in lengterichting eveneens op een rechthoekige plattegrond. Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen en hardsteen. Kruisvormige kapel met lagere zijbeuken. Het middenschip en de kruisarmen tellen drie bouwlagen, de zijbeuken tellen twee bouwlagen. De kapel wordt afgedekt met zadeldaken en schilddaken met leien. Vieringsklokkentorentje met naaldspits bekroond met smeedijzeren kruis. Dakkapellen met spitse leien dakjes bekroond met nokpion. Spitsboogvormige glas-in-lood vensters met hardstenen dorpelstenen en sluitstenen. Symmetrische indeling VOORGEVEL. Dubbele toegangsdeur van omstreeks 1990 datum met toegangstrap met leuningen eveneens van omstreeks 1990. Aan de bovenzijde van de deuren een hoog spitsboogvormig glas-in-lood venster met aan de bovenzijde drie- en vierpas tracering. Voor- en zijgevels met verjongende steunberen afgedekt met hardsteen.

In de eerste en tweede bouwlaag van de voorgevel twee spitsboogvormige glas-in-lood vensters. In de topgevel voorgevel een spitsboogvormig spaarveld met hierin kleine venstertjes. Topgevel bekroond met een stenen kruis en geflankeerd door twee hardstenen pinakels. Aan weerszijden van het middendeel voorgevel op het dak van de zijbeuken een balustrade in hardsteen.

LINKER- EN RECHTERZIJGEVEL van de kapel tellen vier venstertraveeën, met in elke travee in de eerste en tweede bouwlaag een spitsboogvormig glas-in-lood venster. In de gevels van de kruisarmen in elke bouwlaag een spitsboogvormig glas-in-lood venster. Steunberen aan de zijgevels lopen hoger door en zijn met luchtbogen verbonden met het middenschip.

De ACHTERGEVEL van de kapel wordt aan weerszijden bekroond met een torentje met naaldspits met leien. Aan de achtergevel is de kapel voorzien van een aanbouw in twee bouwlagen met een plat dak. In de souterrainverdieping van de aanbouw een uitbouw in een bouwlaag over de gehele gevelbreedte met een plat dak met hierop een terras. Deze uitbouw is voorzien van een aan twee zijden opgaande trap met leuning. In de frontgevel van deze uitbouw een groot rondboogvormig houten vensterkozijn deels in vakwerk uitgevoerd.

In de eerste bouwlaag van de aanbouw een groot spitsboogvormig houten kozijn met hierin twee rechthoekige deuren voorzien van vensterroosters. De vensters aan weerszijden van de deuren eveneens voorzien van smeedijzeren roosters. Op het middendeel van het kozijn is een houten kruis aangebracht. Op het kruis een corpus en aan weerszijden van het kruis een beeld op een houten console. Aan weerszijden van de spitsboog een rechthoekig venster met segmentboogvormig bovenlicht. In de tweede bouwlaag van de aanbouw een spitsboogvormig venster deels voorzien van drie- en vierpas-tracering. Aan weerszijden van dit venster een rechthoekig venster met segmentboogvormig bovenlicht. Op het platte dak van de aanbouw een smeedijzeren leuning. Van het INTERIEUR van de kapel is het volgende van belang.

Kapel met hoog middenschip met plafond met kruisribgewelven. Aan weerszijden van middenschip spitsbogen naar de zijbeuken en hierboven spitsbogen naar de galerijen. Galerijen met smeedijzeren leuningen met houten handlijst. Neo-Gotisch hoofdaltaar. Maria- en Jozefaltaar. Op de bovengalerij aan de rechterzijde een dagkapel. De beide KLOOSTERVLEUGELS aan weerszijden van de kapel tellen drie bouwlagen en souterrain en worden afgedekt met schild- en zadeldaken met dakpannen. In voorgeveldakvlak een reeks dakkapellen met zadeldakje. Voorgevel dakkapellen uitlopend in tuitgeveltje met hierin een spitsboogvormig spaarveld. In beide kloostervleugels segmentboogvormige souterrainvensters; in de eerste bouwlaag rechthoekige houten vensters met segmentboogvormige bovenlichten; in de tweede en derde bouwlaag dubbele smalle vensters met segmentboogvormige bovenlichten en hardstenen tussenstijl. Vensters met hardstenen dorpelstenen en aan de bovenzijde segmentboog en vulstuk deels in een lichtrode tint baksteen. Tussen souterrain en eerste bouwlaag een horizontale band hardsteen, en tussen eerste en tweede bouwlaag een doorlopende waterlijst in hardsteen. Aan de benedenzijde van de vensters in de derde bouwlaag decoratief metselwerk in een lichtrode tint baksteen. Onder de dakrand kleine spitsboogvormige boogfriesen. Middendeel frontgevel van beide kloostervleugels iets vooruitspringend en uitlopend in kleine trapgevel. In deze trapgevel spitsboogvormig spaarveld met hierin een dubbel venstertje. De kloostervleugel aan de LINKERZIJDE wordt afgesloten met een uitgebouwd bouwvolume haaks op deze vleugel.

Dit laatste bouwvolume loopt uit in een trapgevel met hierin drie spitsboogvormige spaarvelden. In deze spaarvelden kleine venstertjes. In de top van de voorgevel een decoratief smeedijzeren muuranker. In het rechterdeel van de voorgevel in de eerste bouwlaag de kloosteringang met rechthoekige houten deur onder een klein luifeltje. Toegangstrap dateert van omstreeks 1990.

Op de rechterzijde van het voorgeveldakvlak een opbouw ten behoeve van de liftkoker.

De kloostervleugel aan de RECHTERZIJDE van de kapel vrijwel identiek aan de vleugel aan de linkerzijde van de kapel. Het bouwvolume haaks op de rechterzijgevel is in de eerste bouwlaag aan de rechterzijgevel voorzien van een aanbouw in een bouwlaag met plat dak en een breed hoger doorlopend schoorsteenkanaal. Aan de rechterzijde van dit schoorsteenkanaal een iets vooruitspringend geveldeel uitlopend in een trapgevel. In deze aanbouw rechthoekige houten vensters met segmentboogvormige bovenlichten. Vensters zijn niet voorzien van een decoratieve omlijsting in lichtrode baksteen.

ACHTERGEVELS van beide kloostervleugels zijn soberder uitgevoerd dan de voorgevel. Rechthoekige houten vensters met segmentboogvormige bovenlichten. Achtergeveldeel rechts van de kapel: het rechterdeel van de achtergevel springt iets vooruit en loopt uit in een trapgevel. Op het achtergeveldakvlak een brede dakkapel die dateert van omstreeks 1990. Gedeelte achtergevel tevens voorzien van een uitbouw over drie bouwlagen met schilddak met Muldenpannen. Deze uitbouw is voorzien van een trapgevel.

Geveldeel links van de kapel: eveneens een uitbouw in drie bouwlagen met schilddak met Muldenpannen en een trapgevel en eveneens een brede dakkapel van omstreeks 1990. Keuken in het souterrain met een aantal kunststof vensterkozijnen. Linkergeveldeel is uitgebouwd en loopt uit in een trapgevel. Dit geveldeel dateert uit 1989 en betreft een ontwerp van architect Swinkels te Maastricht en is uitgesloten van bescherming. Oorspronkelijk bevond zich haaks op dit geveldeel nog een kloostervleugel: deze werd in 1989 afgebroken.

Aan de linkerzijde van dit bouwvolume een aanbouw in twee bouwlagen met plat dak als verbinding met het voormalig Noviciaat. In de eerste bouwlaag van deze aanbouw grote segmentboogvormige vensterkozijnen en in de tweede bouwlaag kleine spitsboogvormige venstertjes. Het terras voor deze aanbouw dateert van omstreeks 1990.

Het INTERIEUR van de kloostervleugels is, behoudens de interieurindeling die in tact is, aangepast en gemoderniseerd en niet beschermenswaardig.

Aan de straatzijde een erfscheiding bestaande uit een lage bakstenen muur met hardstenen afdeklaag met hierop een smeedijzeren hekwerk. Enkele smeedijzeren poorten tussen twee bakstenen kolommen. Aan de straatzijde geheel links bestaat de erfscheiding uit een hoge bakstenen muur met ezelsrug en gescheiden door bakstenen kolommen in een lichtere tint baksteen.

Waardering klooster

De kloosterkapel en de twee kloostervleugels zijn van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling en als voorbeeld van een Kulturkampfklooster.

De kloosterkapel en de twee kloostervleugels bezitten architectuurhistorische waarde wegens het bijzondere belang voor de bovenregionale geschiedenis van de architectuur; als voorbeeld van het oeuvre van architect H.J. Hürth; het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek en de bijzondere samenhang tussen exterieur en met name het kapelinterieur. Ensemblewaarde ontlenen de kloostergebouwen aan de situering binnen het kloostercomplex Loreto en daarmee van belang voor het aanzien van Simpelveld. De kloostergebouwen zijn tenslotte van algemeen belang wegens de architectonische gaafheid van het exterieur en van met name het kapelinterieur en wegens de cultuurhistorische, architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid.

Meisjeshuis

Voormalig zgn. Meisjeshuis van het klooster Loreto. Het meisjeshuis dateert uit 1878 en werd gebouwd naar een ontwerp van de Duitse architect H.J. Hürth. De bouwstijl van het voormalig meisjeshuis is beïnvloed door de Neo-Gotiek. Het kloostercomplex als geheel behoort tot de zogenoemde Kulturkampf-kloosters. De na-oorlogse aanbouwen zijn uitgesloten van bescherming.

Omschrijving

Het voormalige meisjeshuis telt drie bouwlagen plus souterrain en wordt afgedekt met een gebroken schilddak met leien. Diverse dakkapellen met spits leien dakje bekroond met een nokpion.

Rechthoekige houten vensters deels met segmentboogvormige bovenlichten, en hardstenen dorpelstenen. Rechthoekige houten deuren van omstreeks 1990 met spitsboogvormige bovenlichten. Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen, metselwerk in kruisverband en hardsteen. Symmetrische indeling VOORGEVEL. Middendeel voorgevel iets vooruitspringend en uitlopend in een trapgevel. In dit geveldeel een spitsboogvormig spaarveld met hardstenen sluitsteen. In dit geveldeel in de souterrainverdieping twee deuren. Vervolgens in de eerste, tweede en derde bouwlaag telkens twee vensters, de vensters in de tweede bouwlaag gescheiden door een hardstenen middenspijl. In de top van het spaarveld drie kleine segmentboogvormige vensters.

In het rechtervoorgeveldeel van de souterrainverdieping en van de overige bouwlagen een venster, waarvan het venster in de eerste en tweede bouwlaag met een hardstenen middenspijl. In het linkervoorgeveldeel van de souterrainverdieping twee kleine segmentboogvormige vensters, vervolgens in de eerste, tweede en derde bouwlaag een venster. Het venster in de eerste en tweede bouwlaag met een hardstenen middenspijl. Onder de dakrand kleine spitsboogvormige boogfriezen.

RECHTERZIJGEVEL met een vrijwel symmetrische gevelindeling. Naast elkaar vier hoge spitsboogvormige spaarvelden. In deze spaarvelden in de souterrainverdieping rechthoekige houten deuren en vensters. In de eerste bouwlaag telkens een driedelig venster gescheiden door hardstenen middenstijlen. In de tweede bouwlaag telkens een dubbel venster gescheiden door een hardstenen middenstijl. In de derde bouwlaag binnen het spaarveld een venster zonder middenstijl. Dakvlak van de rechterzijgevel met brede doorlopende dakkapel van omstreeks 1970. Middendeel LINKERZIJGEVEL iets vooruitspringend en uitlopend in een trapgevel. In middendeel frontgevel in de eerste bouwlaag een rechthoekige deur van omstreeks 1990. Vensters linkerzijgevel deels met hardstenen middenstijl.

Gedeelte ACHTERGEVEL uitlopend in een topgevel met hardstenen muurafdekking en bekroond met een nokpion. In deze topgevel een spitsboogvormig venster met hardstenen tracering. Aan de achtergevel van het voormalig meisjeshuis een AANBOUW in vier bouwlagen afgedekt met een steil schilddak met leien. Deze aanbouw is aan de rechterzijgevel voorzien van een aangebouwde vleugel in drie bouwlagen onder een zadeldak met pannen. Aan de rechterzijgevel van deze vleugel een aanbouw van omstreeks 1990. In de achtergevel van deze vleugel een uitgebouwd bouwdeel eveneens in drie bouwlagen en afgedekt met een zadeldak met pannen. Voorgevel loopt uit in een topgevel bekroond met een stenen kruis. De structuur van het interieur is in tact hetgeen blijkt uit de situering van gangen, trappenhuis en kamers. De uitmonstering van het interieur is niet beschermenswaardig.

Meisjeshuis

Het voormalig meisjeshuis is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling van gebouwen binnen een kloostercomplex.

Het meisjeshuis bezit architectuurhistorische waarde wegens het bijzondere belang voor de bovenregionale geschiedenis van de architectuur en als voorbeeld van het oeuvre van architect H.J. Hürth. Ensemblewaarde ontleent het voormalig meisjeshuis aan de situering binnen het kloostercomplex Loreto en het is daarmee van belang voor het aanzien van Simpelveld.

Het voormalig meisjeshuis is tenslotte van algemeen belang wegens de redelijke mate van architectonische gaafheid van het exterieur en de architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid.

Verblijfsgebouw

VERBLIJFSGEBOUW behorend bij het kloostercomplex Loreto. Het gebouw staat thans leeg. Het gebouw dateert uit het laatste kwart van de 19de eeuw. Het ontwerp wordt toegeschreven aan architect H.J. Hürth. De toegepaste bouwstijl is traditionalistisch.

Diverse aanbouwen aan de linkerzijgevel en achtergevel zijn uitgesloten van bescherming.

Omschrijving

Verblijfsgebouw op een veelhoekige plattegrond. Het gebouw telt twee bouwlagen en wordt afgedekt met verspringende zadeldaken met kruispannen. Rechthoekige houten vensters en deuren, deels met segementboogvormige bovenlichten. Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen. Metselwerk in kruisverband.

Middendeel VOORGEVEL symmetrisch ingedeeld. In het middengedeelte een hoog spitsboogvormig spaarveld met hierin in de eerste bouwlaag een rechthoekig venster van omstreeks 1970. Waarschijnlijk bevond zich in de hardstenen omlijsting oorspronkelijk een deur. Aan de bovenzijde van de hardstenen lijst een rond venstertje. Aan weerszijden van het spaarveld een dubbel venster met hardstenen dorpelsteen en tussenstijl. Spaarveld met hardstenen sluitsteen. In de tweede bouwlaag twee segmentboogvormige vensters met hardstenen dorpelstenen. Tussen de vensters een klein spitsboogvormig venstertje. Aan de ACHTERGEVEL in de eerste bouwlaag een aanbouw met lessenaarsdak. Deze is uitgesloten van bescherming.

Aan weerszijden van dit hoofdvolume een KLEINER BOUWVOLUME met lager zadeldak en teruggelegde rooilijn. Het volume aan de RECHTERZIJGEVEL van het hoofdvolume heeft in de voorgevel een grote segmentboogvormige toegang met aan weerszijden een smal spitsboogvormig venstertje. In de tweede bouwlaag in het linkervoorgeveldeel een klein rechthoekig venster. Een brede dakkapel van omstreeks 1970. Aan de achtergevel van dit bouwvolume in de eerste bouwlaag een aanbouw met plat dak met hierop een balkon. Deze aanbouw is uitgesloten van bescherming. In de tweede bouwlaag van deze achtergevel twee balkondeuren van omstreeks 1970. Aan de rechterzijgevel van dit laatste bouwvolume een uitbouw in twee bouwlagen met afgeschuinde hoeken. Segmentboogvormige en rechthoekige vensters. Bouwvolume aan de LINKERZIJGEVEL van het hoofdvolume met in de eerste bouwlaag voorgevel een rechthoekige houten deur met een hardstenen omlijsting met aan weerszijden een venster met hardstenen dorpelsteen. In de tweede bouwlaag voorgevel drie rechthoekige houten vensters. Aan de linkerzijgevel diverse aanbouwen die dateren van omstreeks 1970. Deze aanbouwen zijn uitgesloten van bescherming. INTERIEUR van de diverse bouwdelen aangepast en niet beschermenswaardig.

Waardering verblijfsgebouw

Het verblijfsgebouw is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling van gebouwen binnen kloostercomplexen. Ensemblewaarde ontleent het gebouw aan de situering binnen het kloostercomplex Loreto en daarmee van belang voor het aanzien van Simpelveld. Het gebouw is tenslotte van algemeen belang wegens de redelijke mate van architectonische gaafheid van het exterieur en de typologische zeldzaamheid.

Verblijfsgebouw II

VERBLIJFSGEBOUW behorend bij het kloostercomplex Loreto. Het gebouw dateert uit het laatste kwart van de 19de eeuw. Het ontwerp wordt toegeschreven aan architect H.J. Hürth. De toegepaste bouwstijl is Traditionalisme met elementen van de Chalet-stijl. In de voorgevel een aangebouwde glazen plantenserre, en tegen de rechterzijgevel het zogenoemde appelhuis. Haaks op het rechterdeel van de achtergevel een voormalig stalgebouw. Dit stalgebouw is eveneens beschermenswaardig.

Omschrijving verblijfsgebouw II

Verblijfsgebouw op een deels rechthoekige plattegrond en met een afgeschuinde linkerzijgevel. Het gebouw telt twee bouwlagen en wordt afgedekt met een schilddak met Muldenpannen. Brede doorlopende dakkapel met plat dak. Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen. Metselwerk in kruisverband. Rechthoekige houten vensters en deuren met segmentboogvormige bovenlichten.

Symmetrische indeling VOORGEVEL. De acht venstertraveeën worden gescheiden door lisenen. In het rechter voorgeveldeel een aanbouw in een bouwlaag met lessenaarsdak. In de aanbouw een dubbele houten deur en twee segmentboogvormige vensters. In het linkergeveldeel de aangebouwde serre met bakstenen basement.

In het linkerdeel voorgevel een uitgebouwde afgeschuinde hoek met in de tweede bouwlaag een beeldennis met hierin een natuurstenen beeld van Sint Joris op een hardstenen console. In de eerste bouwlaag een bakstenen sokkel. Dit geveldeel wordt afgedekt met een spits leien dakje met hierin drie kleine dakkapelletjes met nokpionnen.

In de eerste bouwlaag LINKERZIJGEVEL gemetselde rondbogen. De overige linkerzijgevel met lisenen en enkele vensters.

Asymmetrische indeling ACHTERGEVEL VERBLIJFSGEBOUW. In de eerste bouwlaag twee rechthoekige houten deuren met bovenlichten. Aan weerszijden van de deuren een rechthoekig venster met segmentboogvormig bovenlicht. In het linkergeveldeel een segmentboogvormige houten poort. Middendeel achtergevel uitlopend in een doorlopend geveldeel met plat dak. In de tweede bouwlaag van dit geveldeel een groot rechthoekig venster van omstreeks 1970. Overige vensters tweede bouwlaag met hardstenen dorpelsteen en segmentboogvormig bovenlicht. In het rechterdeel achtergevel een kleine spitsboogvormige beeldennis met hierin een Maria-beeld. Aan de bovenzijde van de beeldennis een klein zadeldakje.

Op het achtergeveldakvlak drie kleine dakkapellen met zadeldakjes.

Haaks op het rechterdeel van de achtergevel het voormalig STALGEBOUW. Het gebouw bezit een rechthoekige plattegrond, telt twee bouwlagen en wordt afgedekt met een zadeldak met Muldenpannen. VOORGEVEL binnenplaatszijde: segmentboogvormige vensters met hardstenen dorpelstenen. Rechthoekige houten deuren en zolderluiken. Zolderluiken onder kleine afdakjes. Halverwege de tweede bouwlaag voorgevel een horizontale band decoratief metselwerk. De aanbouw aan de achtergevel van omstreeks 1970 is uitgesloten van bescherming.

Aan de RECHTERZIJGEVEL van het verblijfsgebouw het voormalig APPELHUIS. Het betreft een gebouw op een rechthoekige plattegrond met een bouwlaag en wordt afgedekt met een tentdak met Tuiles du Nord. In de voorgevel drie segmentboogvormige spaarvelden. In het midden van de voorgevel een rechthoekige houten deur in een hardstenen omlijsting en drie hardstenen treden. Aan de bovenzijde van de deur een rechthoekig venster met roedeverdeling. Aan weerszijden van de deur een segmentboogvormige vensternis met hardstenen dorpelsteen. In deze blinde nis een klein smal venstertje. Linker- en rechterzijgevel eveneens met drie segmentboogvormige spaarvelden. Aan de linkerzijgevel aangebouwde garages van omstreeks 1970. Deze zijn uitgesloten van bescherming.

INTERIEUR van de gebouwen aangepast: geen beschermde interieuronderdelen.

Waardering verblijfsgebouw II =

Het verblijfsgebouw met voormalig appelhuis en stalgebouw is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling. Het verblijfsgebouw met voormalig appelhuis en stalgebouw zijn van documentair belang als overlevering van het historisch kloosterleven, in het bijzonder als klaarblijkelijke voorbeelden van een op zelfvoorziening ingestelde religieuze leef- en werkeenheid. Ensemblewaarde ontlenen de gebouwen aan de situering binnen het kloostercomplex Loreto en ze zijn daarmee van belang voor het aanzien van Simpelveld. De gebouwen zijn tenslotte van algemeen belang wegens de redelijke mate van architectonische gaafheid van het exterieur en de cultuurhistorische en typologische zeldzaamheid.

Orgel

De Duitse bisschop Laurent schonk een orgel aan Huize Loreto te Simpelveld, dat gemaakt was door de Akense orgelbouwer Wendt. Het werd op 25 mei 1881 in gebruik genomen, maar er waren toen pas vijf registers geplaatst. Het werd kort hierop voltooid, en kreeg veertien registers. Omdat het orgel van niet al te beste kwaliteit was ging het al snel mankementen vertonen. Besloten werd om de firma Scheeben een nieuw instrument te laten maken in de bestaande orgelkas, met gebruik van pijpwerk van Wendt. Dit orgel was op 18 november 1900 gereed. In 1904 bouwde Stahlhut (Aken-Burtscheid) het orgel om naar een pneumatische tractuur. Zij plaatsten een nieuwe Gamba en Salicionaal, en vervingen de Zartflöte door een Aeoline. Hierna bleef het orgel ongewijzigd, totdat het klooster in de nacht van 26 op 27 september 1944 door bommen werd getroffen. Het orgel ging hierbij niet verloren, maar moest wel worden gerestaureerd. Dit gebeurde in 1951 door de firma Pereboom. Dezelfde firma bouwde het orgel in 1964 volledig om, nadat de kloosterkerk was gerestaureerd en het interieur gemoderniseerd. De klassieke kas verviel, er werd een nieuwe speeltafel geplaatst en de tractuur werd geëlectrificeerd. Het orgel had nu een open front gekregen. In 1985 is het gereviseerd door Heinz Wilbrand (Übach-Palenberg).

Externe links

Afbeeldingen