Handelingen

Sneek, Grote Kerkstraat 5 - Martinikerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Grote of Martinikerk
Genootschap: PKN Protestantse gemeente Sneek
Provincie: Friesland
Gemeente: Súdwest Fryslân
Plaats: Sneek
Adres: Grote Kerkstraat 5
Postcode: 8601ED
Inventarisatienummer: 09594
Jaar ingebruikname: 1503
Architect:
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 34008

Geschiedenis

Hoewel de Martinikerk tot 1681 drie torens had, hingen de luidklokken in een klokhuis. Aanvankelijk stond dit ten noordwesten van de kerk. In 1489 werd het opgericht in de huidige plaats. Restauraties in 1894 en 1969. Op de nok twee windvanen voorstellende een koggeschip en Sint-Martinus, de schutspatroon van Sneek.

Er is een beleidsplan 2006-2010 gemaakt voor de Protestantse Gemeente. De Martinikerk en de Oosterkerk blijven de PKN-kerken. De Zuiderkerk kan gebruikt worden voor bijzondere diensten. De Ichthuskerk is in 2007 gesloten. (56-06)

  • 2017. Op termijn blijft de Martinikerk het enige kerkgebouw van de Protestantse Gemeente Sneek.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Herv. Kerk. Driebeukige laatgotische kerk, aanvankelijk opgetrokken tegen een romaanse westpartij, die in 1681 instortte en toen vervangen is door een driezijdige sluiting. Dak in 1709 vernieuwd; klokkoepel 1709. Aan de zuidzijde 16e eeuwse sacristie, met betimmering en plafond 1759;toegankelijk door gotische deur. Inwendig: preekstoel 1626. Wapenborden. De klok van S. Butendiic, 1466, diam. 102 cm. is tijdens de restauratie van het moderne klokkenspel overgebracht naar het vrijstaande klokhuis. Mechanisch torenuurwerk B. Eijsbouts, Asten, eerste kwart 20e eeuw, later voorzien van electrische opwinding. Trommelspeelwerk van Eijsbouts, ca. 1930.

Orgels

Hoofdorgel

Oorspronkelijk orgel met Hoofdwerk, Rugwerk, Borstwerk en vrij Pedaal, gemaakt in 1711 door Arp Schnitger (Hamburg). In 1897/98 ingrijpend verbouwd door L. van Dam en Zonen (Leeuwarden) tot orgel met Hoofdwerk, Bovenwerk en vrij Pedaal. Het Rugwerkfront bleef bij de ombouw behouden. In 1925 nieuwe pneumatische pedaalladen van de firma N.V. v/h P. van Dam (Leeuwarden). Bij de laatste restauratie in 1986/88 door Bakker & Timmenga (Leeuwarden) werd de toestand van 1897 hersteld. Tevens werd achter het Rugwerkfront een nieuw Rugwerk geplaatst. De pedaalladen zijn eveneens in 1988 nieuw gemaakt.

Dispositie:
  • Hoofdwerk (manuaal 2): Bourdon 16' - Prestant 8' - Violon 8' - Holpijp 8' - Octaaf 4' - Fluit 4' - Quintprestant 3' - Octaaf 2' - Cornet 2⅔' 3 sterk discant - Mixtuur 1⅓' 2-3 sterk - Trompet 8' (1913).
  • Rugwerk (manuaal 1): Roerfluit 8' (1885) - Quintadena 8' (1885) - Prestant 4' - Roerfluit 4' (1885) - Nasard 3' - Octaaf 2' - Sexquialter 2⅔' 2 sterk - Dulciaan 8' - Tremulant.
  • Zwelwerk (manuaal 3): Roerfluit 8' - Quintadena 8' - Salicionaal 8' - Viola di Gamba 8' - Salicet 4' - Flûte harmonique 4' - Quintfluit 3' - Woudfluit 2' - Carillon 2'-4/5', vanaf c - Hobo 8' (1943) - Vox humana 8' (1862, doorslaand) - Tremulant.
  • Pedaal: Prestant 16' - Subbas 16' - Octaaf 8' - Gedekt 8' (1885) - Octaaf 4' - Bazuin 16' - Trompet 8' - Clairon 4'.
  • Koppelingen: Rugwerk aan Pedaal - Hoofdwerk aan Pedaal - Rugwerk aan Hoofdwerk - Zwelwerk aan Hoofdwerk.

Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: C-g3. Pedaalomvang: C-d1. Toonhoogte: a1 = 466 Hz. Winddruk: 81 mm. WK.

Koororgel

Het koororgel is in 1985 gebouwd door de firma J.L. van den Heuvel (Dordrecht). Bij het ontwerp stond een klein orgeltype van de Franse orgelmaker Aristide Cavaillé-Coll (1811-1899) model.

Dispositie:
  • Manuaal: Montre 8' - Flûte 8' basses - Flûte harmonique 8' dessus - Bourdon 8' basses/dessus - Voix céleste 8', vanaf c - Prestant 4' - Doublette 2' - Basson 8' basses - Hautbois 8' dessus.
  • Pédale: Soubasse 16'.
  • Tirasse (= pedaalkoppeling).

Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: C-g3. Pedaalomvang: C-d1. Winddruk: 90 mm. WK. Al het pijpwerk van het manuaal, uitgezonderd de Montre, is in een zwelkast geplaatst.

In de media

  • Uit Reformatorisch Dagblad, 27 april 2010.

De Oosterkerk en de Martinikerk in Sneek staan in de steigers. De restauratie van de eerste kerk moet voor Pinksteren klaar zijn. De oplevering van de gerestaureerde Martinikerk staat gepland in juli. Van de Martinikerk krijgt het exterieur voor drie ton een opknapbeurt. De goten van de kerk worden vervangen en er wordt gevoegd en geschilderd, vertelt kerkrentmeester H. de Jong, die de bouwkundige zaken van de protestantse gemeente Sneek behartigt. Vanaf mei komen de zuidelijke gevel en de toren aan de beurt. De stichting Behoud Kerkelijke Gebouwen in Friesland is nauw betrokken bij deze restauratie, die grotendeels met subsidies wordt betaald. Van de Oosterkerk wordt het interieur voor twee ton aangepakt. De niet-monumentale preekstoel en de ouderlingenbanken verdwijnen en maken plaats voor een moderner meublement. Er komt nieuwe vloerbedekking en er wordt geschilderd. Verder wordt de entree uitgebreid en krijgen de bestrating en het parkeerterrein een opknapbeurt. Alleen de Oosterkerk moet tijdelijk de deuren sluiten. Voor diensten wordt uitgeweken naar de Zuiderkerk en de Martinikerk.

  • Uit Reformatorisch Dagblad, 28 december 2010.

Na een lange tijd van nauwe samenwerking heeft de kerkenraad van de protestantse gemeente in wording te Sneek besloten een fusie aan te gaan. Het feit wordt op 9 januari in een gezamenlijke dienst in de Grote of Martinikerk gevierd. Ook wordt dan de fusieovereenkomst getekend. Sneek wordt een van de grootste PKN-gemeenten van Friesland; de fusiegemeente gaat 6200 leden tellen. De gemeente heeft drie kerken tot haar beschikking: de wijkkerken zijn de Martinikerk en de Oosterkerk. De Zuiderkerk is bedoeld voor bijzondere diensten. Ook is daar het kerkelijk bureau gevestigd.

  • Artikel uit Leeuwarder Courant d.d. 1956.

De Grote of St. Maartenskerk te Sneek moge de merktekenen van hoge ouderdom dragen, bepaald fraai kan men dit monument niet noemen. Daartoe zijn haar muren te zeer een lappendeken van slecht herstelde gebreken of goed bedoelde verbeteringen. Tot overmaat van ramp heeft men het inwendige van de kerk in de zeventiger jaren (19e eeuw) ‘opgeruimd’., onder kwistig gebruik van verf- en witkwasten, en voor een appel en een ei verkocht, wat de koopman wel gebruiken kon. Zoals de koperen luchters en de eiken vroedschapsbank. Voor tweehonderd guldens werden de Rothschilds daar de eigenaars van….. Vanouds hebben de Sneker kerkvoogden te worstelen gehad met verzakkings problemen, veroorzaakt door de weke grond, waarop Sneek gebouwd is. Zo heeft men in 1924 nog moeten ingrijpen on de wankelende zandstenen pijlers van het middenschip voor omvallen te behoeden. Deze dateerden eerst uit de zeventiende eeuw, te weten uit de jaren 1681-1692, toen de kerk eveneens met instorting bedreigd werd en een grondige verbouwing de enige remedie scheen. Men kan niet zeggen dat de Sneker St. Maarten er in 1682 mooier op geworden is. Niet allen werd het schip aan de westzijde enige meters ingekort, maar ook het kerkdak werd gewijzigd, dat de opgaande muren een meter lager kwamen te liggen. Ten koste van de spitsbogige vensteropenningen, doe noodgedwongen ingekort moesten worden en bij die gelegenheid hun huidige rondbogige afsluiting ontvingen. Tot dusver liepen de meningen uiteen over de oorspronkelijke vormgeving van de westelijke afsluiting. Volgens sommigen verrees hier een zware toren, volgens anderen twee, verbonden door een westfront, terwijl als derde mogelijkheid het bestaan van zelfs drie tegen elkaar staande torens werd geopperd. De oude vogelvlucht stadsplattegronden spraken elkaar tegen en waren geen van alle duidelijk genoeg om als bewijs voor een der voorgestane mogelijkheden te dienen. Het stond alleen vast, dat in 1498 begonnen was met de bouw ven een nieuw koor achter de bestaande kerk, welke koor in 1503 gereed kwam. Daarna was men het oude schip gaan verbouwen en verhogen, in de overeenstemming met het nieuwe koor. Ook deze oude kerk schijnt reeds een drieschepig bouwwerk te zijn dat echter lager was dan het in 1681-1682 opnieuw veranderde kerkgebouw. Voorts was tijdens de herstellingen van 1924 gebleken, dat de na 1498 verbouwde kerk op haar beurt in de plaats was gekomen van een eenschepig bouwwerk, vermoedelijk uit tufsteen opgetrokken. Het beschikbare materiaal tot de bouwgeschiedenis de Sneker St. Maarten is nu onverwacht vermeerderd door de ontdekking van een tekening van J.A. Beerstraten (1622-1666) aanwezig in de indrukwekkende collectie van de heer F.Lugt te Parijs. Een tekening, die herkend is als een afbeelding voor de verbouwing van 1681-1682. De afbeelding geeft een kerk wee, gezien van het zuid-westen en prijkende met twee westtorens, elk met een zadeldak gedekt. Tussen de beide torens in rijst een westwerk op, dat eigenaardigerwijs, even hoog is als de torens, en derhalve hoger dan het kerkdak. Van daar dus de verwarring omtrent de juiste gesteldheid der westelijke afsluiting. Hoewel in torens, zowel als westwerk enige spitsbogen nissen en vensters voorkomen, maakt het geheel een Romaanse indruk; de galmgaten, enige kleinere vensters alsmede de rozevormige lichtopeningen en de traceringen in de topgevel van het westwerk doen al evenzeer Romaans aan. Toch kan men moeilijk aannemen dat deze hoog torende massieven reeds bestonden eer men een aanvang had gemaakt met de verbouwing en verhoging van koorpartij en schip. Het ligt in de bedoeling, eerlangs op de plats van de voormalige westwerk een opgraving te doen plaatsvinden. Hopelijk dat dan alle vragen een afdoende antwoord zullen vinden. (zie 1975 archeologisch onderzoek)

Bron; Leeuwarder Courant 26 mei 1956 Auteur: H. Halbertsma.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Hoofdorgel
Koororgel